Rechtbank Rotterdam Team straf 3 Parketnummer: 10/741203-17 Datum uitspraak: 8 juni 2018 Tegenspraak Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte: [naam verdachte] , geboren te [geboorteplaats verdachte] op [geboortedatum verdachte] , ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres [adres verdachte] , [woonplaats verdachte] , raadsman mr. P.H.A. de Boer, advocaat te Rotterdam. 1Onderzoek op de terechtzittingen Gelet is op het onderzoek op de terechtzittingen van 24 en 25 mei
- Op 25 mei 2018 is de behandeling van de zaak hervat en heeft de rechtbank het onderzoek ter terechtzitting gesloten. 2Tenlastelegging Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding. De tekst van de tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht. 3Eis officier van justitie De officier van justitie mr. W.D. van den Berg heeft gevorderd: bewezenverklaring van het tenlastegelegde; veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 2 maanden met aftrek van voorarrest. 4 Ontvankelijkheid Openbaar Ministerie met betrekking tot de vordering tenuitvoerlegging 4.
- Standpunt officier van justitie en verdediging De officier van justitie heeft geconcludeerd dat het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk moet worden verklaard in de vordering tot tenuitvoerlegging van het vonnis van 16 november 2017 van de meervoudige kamer van de rechtbank Gelderland, omdat deze veroordeling van latere datum is dan het tenlastegelegde feit. De verdediging deelt dit standpunt. 4.
- Beoordeling De rechtbank is met de officier van justitie en de verdediging van oordeel dat het Openbaar Ministerie niet ontvankelijk is in de gevorderde tenuitvoerlegging van het vonnis van 16 november
- 4.
- Conclusie Het Openbaar Ministerie is niet-ontvankelijk in de vordering tot tenuitvoerlegging. 5Waardering van het bewijs 5.
- Vrijspraak Ingevolge artikel 344 lid 2 van het Wetboek van Strafvordering (Sv) kan het bewijs dat een verdachte het tenlastegelegde feit heeft begaan, door de rechtbank al worden aangenomen op basis van een door een bevoegde opsporingsambtenaar op ambtseed opgemaakt proces-verbaal. Het in dit artikel bepaalde ziet op het bewijs van feiten of omstandigheden die door de opsporingsambtenaar zelf zijn waargenomen of ondervonden. In de andere gevallen zal steunbewijs noodzakelijk zijn om tot een bewezenverklaring te komen. Het proces-verbaal van bevindingen dat door verbalisant [naam verbalisant 1] is opgemaakt bevat niet zijn eigen waarnemingen, maar de waarnemingen van zijn collega [naam verbalisant 2] . Er is hier dus sprake van een de-auditu proces-verbaal, waaraan de bijzondere bewijskracht van artikel 344 lid 2 Sv niet toekomt. Andere bewijsmiddelen dat verdachte zich heeft schuldig gemaakt aan gedragingen waarmee verdachte een wezenlijke bijdrage heeft geleverd aan het hem ten laste gelegde openlijk geweld zijn niet in het dossier voorhanden en verdachte zelf ontkent dergelijke handelingen te hebben verricht. Nu ook het sfeerproces-verbaal van verbalisant [naam verbalisant 3] geen bewijs betreffende de handelingen van verdachte inhoudt, bevat het dossier onvoldoende om hem de tenlastegelegde gedragingen te verwijten. 5.1.
- Conclusie Het ten laste gelegde is niet wettig en overtuigend bewezen. De verdachte wordt daarvan vrijgesproken. 6Bijlage De in dit vonnis genoemde bijlage maakt deel uit van dit vonnis. 7Beslissing De rechtbank: verklaart het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk in de vordering tot tenuitvoerlegging van de bij vonnis van 16 november 2017 van de meervoudige kamer van de rechtbank Gelderland aan de veroordeelde opgelegde voorwaardelijke vrijheidsstraf; verklaart niet bewezen, dat de verdachte het tenlastegelegde feit heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij. Dit vonnis is gewezen door: mr. A.M.H. Geerars, voorzitter, en mrs. R.J.A.M. Cooijmans en A.A. Kalk, rechters, in tegenwoordigheid van mr. drs. M.R. Moraal, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank op de datum die in de kop van dit vonnis is vermeld. De jongste rechter is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen. Bijlage I Tekst tenlastelegging Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat hij op of omstreeks 7 mei 2017 te Rotterdam, op of aan de openbare weg(en), de Coolsingel en/of de Lijnbaan en/of de Korte Lijnbaan en/of het Rode Zand en/of de Meent en/of het Stadhuisplein en/of het Beursplein en/of de Karel Doormanstraat en/of het Binnenwegplein en/of de Van Oldebarneveltstraat en/of de Van Oldebarneveltplaats en/of de Oude Binnenweg, in elk geval op of aan (een) openbare weg(en), openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd tegen personen en/of goederen, welk geweld bestond uit het - meermalen, althans éénmaal (telkens) (met kracht) naar, althans in de richting van, één of meer politieagent(en) en/of politievoertuig(en) en/of politiepaard(en) gooien met (een) (glazen) flesje(s) en/of (een) blikje(s) en/of (een) ste(e)n(en) en/of (een) de(e)l(en) van (een) stoeptegel(s) en/of (een) stoeptegel(s) en/of (een) fiets(en) en/of (een) pilon(nen) en/of (een) hek(ken) en/of (een) ijzeren pa(a)l(en) en/of (een) verkeersbord(en) en/of (een) parasolvoet(en) en/of (een) (plastic) stoel(en) en/of (een) reclamebord(en) en/of (een) brandende fakkel(s) en/of vuurwerk en/of (een) ander(e) voorwerp(en) en/of - meermalen, althans éénmaal, gooien van (een) hek(ken) en/of (een) ander(e) voorwerp(en) op de rijbaan om de politieagent(en) en/of politievoertuig(en) en/of politiepaard(en) tegen te houden en/of te belemmeren en/of - meermalen, althans eenmaal, zoeken van de confrontatie met de politieagenten en/of vertonen van agressief gedrag en/of op luide (agressieve) toon roepen van de woorden: "Rotterdam Hooligans" en/of "Kankerjoden", althans woorden van gelijke (opruiende) aard en/of strekking en/of - meermalen, althans éénmaal, trappen tegen (een) hek(ken) en/of (een) politievoertuig(en);