vonnis RECHTBANK ROTTERDAM Team handel en haven zaaknummer / rolnummer: C/10/501186 / HA ZA 16-455 Vonnis van 25 april 2018 in de zaak van de rechtspersoon naar het recht van de plaats van haar vestiging GAMMACHIM-INVEST LIMITED LIABILITY COMPANY, gevestigd te Moskou, Rusland, eiseres, advocaat mr. T. van der Valk te Rotterdam, tegen
(3)er in ieder geval vanaf de datum van het eerste kort geding vonnis duidelijkheid bestond dat de vermeende vordering van Marvesa op Gammachim ondeugdelijk was. Ter zitting heeft Gammachim-I nog gesteld dat [gedaagde] wist, althans behoorde te weten, dat het door Marvesa leggen en handhaven van de beslagen onrechtmatig was. 4.25. De rechtbank overweegt met betrekking tot de gestelde aansprakelijkheid van [gedaagde] als volgt. Indien een vennootschap een onrechtmatige daad pleegt is uitgangspunt dat alleen de vennootschap aansprakelijk is voor daaruit voortvloeiende schade. Onder bijzondere omstandigheden is evenwel, naast aansprakelijkheid van die vennootschap, ook ruimte voor aansprakelijkheid van een bestuurder van de vennootschap. Voor het aannemen van zodanige aansprakelijkheid is vereist dat die bestuurder ter zake van de benadeling persoonlijk een ernstig verwijt kan worden gemaakt. Aldus gelden voor het aannemen van aansprakelijkheid van een bestuurder naast de vennootschap hogere eisen dan in het algemeen het geval is. Een hoge drempel voor aansprakelijkheid van een bestuurder tegenover een derde wordt gerechtvaardigd door de omstandigheid dat ten opzichte van de wederpartij primair sprake is van handelingen van de vennootschap en door het maatschappelijk belang dat wordt voorkomen dat bestuurders hun handelen in onwenselijke mate door defensieve overwegingen laten bepalen. 4.26. Gammachim-I heeft met de onder 4.24 weergegeven stellingen onvoldoende gesteld en onderbouwd om te kunnen komen tot het oordeel dat sprake is geweest van persoonlijk ernstig verwijtbaar handelen door [gedaagde] en dat dit de oorzaak is geweest van het leggen en handhaven van het beslag. 4.27. Uit het voorgaande volgt dat niet kan worden vastgesteld dat sprake is van onrechtmatig handelen van [gedaagde] jegens Gammachim. Dat betekent dat de op die grondslag ingestelde vorderingen van Gammachim-I jegens [gedaagde] zullen worden afgewezen. 4.28. Gammachim-I zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten van [gedaagde] worden veroordeeld. De proceskosten aan de zijde van [gedaagde] worden begroot op € 1.973 (de helft van het totale griffierecht ad € 3.946) aan griffierecht en € 6.422 (2 punten x tarief VIII ad € 3.211) aan salaris advocaat, derhalve in totaal € 8.395. omvang van de schade 4.29. De door Marvesa wegens het onrechtmatig gelegde beslag verschuldigde schadevergoeding moet worden berekend door met elkaar te vergelijken de situatie waarin Gammachim als gevolg van de beslaglegging daadwerkelijk verkeert, en de hypothetische situatie waarin Gammachim zou hebben verkeerd als het beslag niet was gelegd en gehandhaafd (vgl. Hoge Raad 8 juli 2011, ECLI:NL:HR:2011:BQ1823) ro. 3.3). 4.30. Gammachim stelt dat haar schade bestaat uit enerzijds directe kosten die zijn gemaakt als gevolg van de gelegde en gehandhaafde beslagen (annuleringskosten, kosten van opslag, contractuele boetes, juridische kosten, verlies door marktprijsontwikkeling) en anderzijds uit gederfde commissie. gederfde commissie 4.31. Gammachim-I heeft – ter onderbouwing van deze schadepost – Commission Agreement No. RU/00469369/14028 (productie 12, hierna: overeenkomst – 14028, de palmolie en de palmstearine) en Commission Agreement No. RU/00469369/14029 (productie 10, hierna: overeenkomst – 14029, de palmpitolie) van augustus 2014 tussen Gammachim en StroyOptCity overgelegd. Gammachim-I stelt dat Gammachim 3% commissie zou krijgen over de totale tevoren in de contracten vastgestelde waarde van de verkochte partijen palmolie en palmstearine. Deze commissie beloopt een bedrag van $ 125.145,72 (inclusief BTW) voor overeenkomst –14028 en $ 42.293,80 (inclusief BTW) voor overeenkomst – 14029. Dit is de commissie die Gammachim behaald zou hebben als de beslagen niet waren gelegd, aldus Gammachim. 4.32. Marvesa voert aan dat er geen grond was voor derving van deze beweerdelijk te verwachten inkomsten, althans geen grond die voor rekening van Marvesa kan komen. Marvesa betwist dat enige schade terzake de palmpitolie voor haar rekening kan komen. 4.33. Bij de beoordeling van deze schadepost gaat de rechtbank uit van de volgende feiten. De (ver)koopketen van de partijen palmolie en palmstearine was aanvankelijk: OFPR Gammachim StroyOptCity en later: ICOF Gammachim StroyOptCity In commissieovereenkomst -14028 met StroyOptCity is bepaald dat Gammachim de partijen palmolie en palmstearine in eigen naam en voor rekening van StroOptCity koopt. De beloning van Gammachim bedraagt 3% van het bedrag van de overeenkomst. Gammachim verplicht zich de partijen palmolie en palmstearine in de periode van 1 november 2014 - 31 december 2014 te verschepen naar het adres van StroyOptCity. De palmolie en palmstearine worden aan StroyOptCity geleverd in ketelwagens op station Sjipovka-eksportnaja van de spoorwegen van Kaliningrad. StroyOptCity vergoedt de in 1.7.1 – 1.7.4. van de overeenkomst genoemde onkosten. Commissieovereenkomst -14029 betreft dezelfde constructie voor de koop van 900 ton palmpitolie. Deze palmpitolie zou in dezelfde periode en op dezelfde manier aan StroyOptCity worden geleverd en zou ook op het MT Gizemdeniz Sultan van Rotterdam naar Svetly (Rusland) worden vervoerd. De rechtbank begrijpt uit een en ander dat Gammachim in eigen naam de eigendom van de goederen zou verwerven en dat deze eigendom ten tijde van de (door)levering van de goederen aan StroyOptCity op deze partij zou overgaan. Het commerciële risico van waardedaling van de goederen rustte echter, evenals de kans op winst wegens waardestijging, gelet op de tevoren vastgestelde (door)verkoopprijs op StroyOptCity. 4.34. De rechtbank volgt Gammachim-I niet in haar standpunt dat Marvesa aansprakelijk is voor eventueel gederfde commissie terzake van de partij palmpitolie. Gammachim-I stelt dat door het beslag op de partijen palmolie en palmstearine en de daaruit voortvloeiende vrees bij de betrokken contractspartijen dat de onderhavige partij palmpitolie ook zou kunnen worden beslagen, het accreditief voor de palmpitolie is ingetrokken. Vast staat dat de partij palmpitolie niet is getroffen door het beslag. Marvesa heeft immers onbetwist aangevoerd (en met productie 19 bij conclusie van antwoord onderbouwd) dat het onder Vopak gelegde derdenbeslag niet zag op deze partij palmpitolie. Bij die stand van zaken valt niet in te zien dat de hier bedoelde inkomstenderving in redelijkheid als schade ten gevolge van het handelen van Marvesa kan worden beschouwd. 4.35. De rechtbank zal er voor de hypothetische situatie van uitgaan dat de partijen palmolie en palmstearine conform overeenkomst -14028 in de loop van november/december 2014 zouden zijn geleverd. Gammachim stelt dat zij dan een commissie uitgekeerd zou hebben gekregen van $ 125.145,72. De ten behoeve van de betaling van de (aan)koopprijs gemaakte financieringskosten en de door Gammachim vooruitbetaalde kosten van vervoer, expeditie en inklaring zou Gammachim van StroyOptCity vergoed krijgen. Voor de hypothetische situatie gaat de rechtbank dus uit van een opbrengst van $ 125.145,72 en vergoeding van de in verband met de (ver)koop, vervoer en levering gemaakte kosten. Een en ander conform hetgeen is bepaald in artikel 1 tot en met 3 van overeenkomst - 14028. In de vanwege de beslaglegging door Marvesa feitelijk ontstane situatie heeft Gammachim geen commissie ontvangen. Gammachim heeft immers gesteld en met de als productie 12 overgelegde Settlement Agreement tussen haar en StroyOptCity onderbouwd, en Marvesa heeft dit niet concreet betwist, dat StroyOptCity zich heeft teruggetrokken als koper omdat levering van het door haar gekochte te lang uitbleef als gevolg van de beslagen. Dit betekent voor de hier gevorderde schade wegens inkomstenderving dat deze zal worden begroot op $ 125.145,72. annuleringskosten 4.36. Gammachim-I stelt dat Gammachim een bedrag van € 72.500 aan annuleringskosten voor het door Gammachim gecharterde zeeschip “MT Gizemdeniz Sultan” heeft betaald. Gammachim-I heeft dit onderbouwd door de aan Gammachim gerichte factuur en een betalingsbewijs (productie 8) over te leggen. 4.37. Gammachim-I stelt dat Gammachim annuleringskosten ad € 11.700 heeft gemaakt voor de lichters “Edelweiss” en “Zomerland”. Deze lichters zouden de partijen palmolie en palmstearine vanuit het “MV STI Acton” overslaan in de Gizemdeniz Sultan. Gammachim-I heeft dit onderbouwd door een factuur van de Schutter Group van 6 november 2014 (productie 9) over te leggen. Bij de annuleringskosten van de lichters is op de factuur te zien dat Schutter 75 % van de fee (overeengekomen vracht) als annuleringskosten in rekening brengt. Op deze factuur is niet te zien aan wie deze factuur is geadresseerd. Wel heeft Gammachim-I een betalingsbewijs van deze factuur overgelegd waaruit is op te maken dat Gammachim deze factuur heeft betaald. 4.38. Marvesa heeft betwist dat Gammachim de hierboven onder 2.6 genoemde charters is aangegaan en dat de annulering het gevolg was van de beslagleggingen. 4.39. Gelet op de onderbouwing met facturen en betalingsbewijzen had het op de weg van Marvesa gelegen haar betwisting nader te motiveren. De rechtbank acht aannemelijk, en Marvesa heeft ook niet weersproken, dat Gammachim deze annuleringskosten heeft gemaakt. Als de partijen palmolie en palmstearine conform overeenkomst waren geleverd dan had Gammachim ook kosten gemaakt voor de betaling van vracht voor het zeeschip en de lichters. In dat geval zouden die kosten echter door StroyOptCity aan Gammachim zijn vergoed. Nu StroyOptCity zich als gevolg van de beslagen heeft teruggetrokken, zijn deze kosten voor rekening van Gammachim gebleven. De annuleringskosten komen voor een totaalbedrag van € 84.200 als schade voor vergoeding in aanmerking. opslagkosten 4.40. Gammachim stelt dat zij een bedrag van € 251.109,31 aan opslagkosten heeft gemaakt. Ter onderbouwing heeft Gammachim-I een factuur van Vopak van 12 maart 2015 gericht aan Gammachim en een factuur van Vopak van 14 april 2015 gericht aan OFPR c/o Gammachim (productie 11) overgelegd. 4.41. Marvesa heeft aangevoerd dat de factuur van 12 maart 2015 aan Gammachim een creditfactuur betreft. Marvesa betwist dat de kosten gemaakt door OFPR voor rekening van Gammachim komen. Marvesa betwist dat Gammachim de betreffende betaling heeft verricht. 4.42. De rechtbank overweegt het volgende. Tussen partijen is niet in geschil dat de partijen palmolie en palmstearine van november 2014 tot in het voorjaar van 2015 bij Vopak opgeslagen zijn geweest. Indien geen beslag was gelegd, zou de palmolie en palmstearine zonder tussentijdse opslag vanuit de “STI Acton” door middel van lichters in de “MT Gizemdeniz Sultan” zijn overgeslagen en zouden geen opslagkosten zijn gemaakt. De rechtbank acht de door Gammachim-I gestelde kosten voor ontvangst/levering van € 13,33 per mt en van opslag van € 7,66 per mt redelijk en aannemelijk. Uit het betalingsbewijs bij productie 11 blijkt dat Gammachim het totaal van de credit- en debetfacturen, te weten € 251.109,31, op 17 april 2015 aan Vopak heeft betaald vanaf haar Russische bankrekening, onder vermelding van factuurdata en factuurnummers. Hoewel niet is toegelicht waarom het in de creditnota aan Gammachim op 12 maart 2015 gecrediteerde bedrag op 17 april 2015 alsnog door Gammachim is voldaan, blijkt uit het betalingsbewijs dat zij dit bedrag heeft betaald. Ook een door Marvesa bij brief van 9 januari 2017 overgelegde verklaring van [gedaagde] verwijst naar deze betaling. [gedaagde] verklaart daarin immers dat de heer [persoon 12] van Vopak hem heeft verteld dat de bij Vopak opgeslagen lading op 22 april 2015 is verkocht aan Arcane Product Trading (APT) Inc. uit Quebec (hierna: APT), dat de lading op basis Ex Tank Rotterdam is vrijgesteld nadat de huurpenningen en overige kosten waren betaald vanaf een Russische bankrekening, en dat Vopak voor de periode na 22 april 2015 een contract met APT is aangegaan, waarna de lading op 10 juni 2015 door APT is afgenomen en verscheept per m.s. “Oraholm”. Hetgeen [persoon 12] volgens [gedaagde] verklaart over de einddatum van de opslag voor Gammachim doet er bij gebreke van onderbouwende stukken op dit punt niet aan af dat Gammachim blijkens de door haar overgelegde en betaalde facturen opslagkosten heeft betaald tot 4 mei 2015. Deze door Gammachim gemaakte opslagkosten zijn door het beslag ontstaan en zullen worden meegenomen in de schadebegroting. contractuele boetes 4.43. Gammachim-I stelt dat de beslaglegging de aflevering van de partijen palmolie en palmstearine aan de kopers (StroyOptCity) conform de koopovereenkomst heeft verhinderd. Gammachim-I stelt dat de contractueel verschuldigde boete 0,1 % van de overeengekomen koopprijs per dag bedraagt met een maximum van 10%. Gammachim-I stelt dat zij op 7 mei 2015 een schikking met StroyOptCity heeft getroffen op grond waarvan zij € 527.487,33 aan StroyOptCity dient te betalen. 4.44. Marvesa betwist het aangaan van de koopovereenkomsten. Wat betreft de partij palmpitolie stelt Marvesa dat Gammachim deze tijdig aan haar afnemer had kunnen leveren. OFPR was ten tijde van het beslag eigenaar van de palmpitolie. De vrees dat deze partij ook zou worden beslagen kan niet voor rekening van Marvesa komen. Dit was voor Marvesa niet voorzienbaar. Marvesa betwist dat Gammachim de gestelde betaling heeft gedaan. 4.45. De rechtbank overweegt als volgt. Overeenkomst –14028 betreft de partijen palmolie en palmstearine. Overeenkomst –14029 betreft een partij palmpitolie. Zoals onder 4.33 ook ten aanzien van de gederfde winst is overwogen valt zonder nadere toelichting, die ontbreekt terwijl dit wel op de weg van Gammachim-I had gelegen, niet in te zien waarom Marvesa aansprakelijk zou zijn voor een contractuele boete terzake van de partij palmpitolie. Deze partij was immers niet door het beslag getroffen en had tijdig kunnen worden geleverd. Dat dat kennelijk niet is gebeurd is niet aan Marvesa toe te rekenen. De (richt)koopprijs zoals genoemd in 1.6 van overeenkomst – 14028 is $ 4.173.894,47. Uit artikel 4.2 van de overeenkomst volgt dat Gammachim bij niet tijdige levering max 10 % van de koopprijs aan StroyOptCity dient te betalen. Dat is $ 417.389,44. Marvesa heeft betwist dat Gammachim dit bedrag aan StroyOptCity heeft betaald. Betalingsbewijzen van dit bedrag van $ 417.389,44 noch van het door Gammachim-I gestelde bedrag van € 527.487,33 heeft Gammachim-I overgelegd, terwijl dit gelet op de inmiddels verstreken tijd toch mogelijk moet worden geacht. Bij die stand van zaken acht de rechtbank niet aannemelijk, en is niet komen vast te staan, dat Gammachim deze boete aan haar opdrachtgever heeft betaald. Dit deel van de vordering zal dan ook worden afgewezen. verlies door negatieve marktprijsontwikkeling 4.46. Gammachim-I stelt dat Gammachim de aankoopprijs van de beslagen partijen palmolie en palmstearine met eigen middelen heeft gefinancierd en dat deze koopprijs in juli 2014 is betaald. Gammachim kon de partijen eerst na opheffing van het beslag in april/mei 2015 opnieuw verkopen. De marktprijs voor palmolie en palmstearine is in die periode van $ 850 per ton gedaald naar $ 690 per ton. De waardedaling van de beslagen partijen (3600
- mt)is $ 576.000. Gammachim kocht de olie en stearine in voor $ 3.000.853,73 en verkocht deze uiteindelijk voor een bedrag van $ 3.122.586,02 ($ 867 per mt palmolie/stearine). Aangezien DDP is verkocht dienen de kosten voor vervoer, in– en uitklaring en verzekering van Rotterdam naar Rusland van de bruto verkoopprijs te worden afgetrokken. Bovendien had Gammachim de verplichting aanzienlijke invoerrechten te betalen. De totale schade ten gevolge van de negatieve marktprijsontwikkeling komt neer op een bedrag van omgerekend € 636.076,89. Aldus Gammachim-I. 4.47. Marvesa betwist dat Gammachim de betreffende partijen palmolie en palmstearine heeft ingekocht voor $ 850 per ton. Er is niet één marktprijs voor palmolie en palmstearine. De FOB Rotterdam prijzen waren kort na opheffing van het beslag op 3 april 2015 $ 712,50 per ton voor palmolie en $ 720 per ton voor palmstearine. Gammachim had geen enkele verplichting om DDP Kostarikha te verkopen. Gesteld noch gebleken is dat Gammachim niet zou hebben kunnen werken met de ‘cost plus’ basis waarop zij al haar verkopen aan StroyOptCity deed, inclusief de beweerdelijke commissie van 3%. Tot zover de stellingen van Marvesa. 4.48. De rechtbank overweegt als volgt. Dat Gammachim de goederen zelf heeft aangekocht en voorgefinancierd (voor StroyOptCity) is niet of niet langer in geschil. Zoals in 4.16 is overwogen, heeft Gammachim de goederen (uiteindelijk) gekocht van ICOF. Uit de door Gammachim overgelegde facturen van ICOF, en de daarop aansluitende betalingsbewijzen van 23 en 28 oktober 2014, blijkt dat Gammachim voor de palmolie $ 1.490.493,88 (98% van $ 845 per ton x 1.799,896
- mt)heeft betaald en voor de palmstearine $ 1.481.692,50 (98% van $ 840 per ton x 1.799,918 mt), in totaal $ 2.972.186,38. De rechtbank merkt deze bedragen aan als de goederenwaarde ten tijde van het eerste beslag. Indien de doorverkoop c.q. doorlevering aan StroyOptCity had kunnen plaatsvinden als voorzien, zou schade ten gevolge van een negatieve marktprijsontwikkeling niet door Gammachim maar door StroyOptCity worden geleden. Uit de inhoud van de overeenkomst tussen StroyOptCity en Gammachim van 5 augustus 2014 (productie 10) maakt de rechtbank immers op dat Gammachim optrad als commissieagent. In artikel 1.1. van overeenkomst -14028 staat dat Gammachim zich verplicht in eigen naam en voor rekening van StroyOptCity een overeenkomst voor de levering van tropische oliën te sluiten. Dat betekent dat de koopovereenkomsten met betrekking tot de onderhavige partijen palmolie en palmstearine voor rekening van StroyOptCity zijn gesloten. Gammachim had als commissieagent geen profijt gehad van een eventuele waardestijging van de goederen. Die zou voor haar principaal, StroyOptCity, zijn geweest. Omgekeerd zou zij evenmin last hebben gehad van een eventuele waardedaling van de goederen. Ten gevolge van de beslaglegging door Marvesa heeft StroyOptCity zich echter teruggetrokken als koper, waardoor het commerciële risico alsnog op Gammachim kwam te rusten en zij de palmolie en palmstearine voor eigen rekening en risico moest zien te verkopen (vgl. ro. 4.35 en 4.39 hierboven). Dit betekent dat een daling van de goederenwaarde met terugwerkende kracht voor haar rekening kwam en voor Gammachim schade oplevert. 4.49. Dat de marktprijs voor palmolie en palmstearine gedurende de periode dat de goederen onder beslag hebben gelegen is gedaald, is niet concreet betwist en blijkt ook uit de door Marvesa genoemde FOB Rotterdam prijzen van kort na de opheffing van het beslag. Marvesa bestrijdt echter de wijze waarop Gammachim haar schade becijfert. Gammachim stelt dat zij de goederen uiteindelijk op basis DDP KostaRikha aan koper NMZHK heeft verkocht voor $ 3.122.586,02 en verwijst naar een overeenkomst van 25 mei 2015. Zij heeft een uitgebreid overzicht overgelegd waarin allerlei kosten zijn opgesomd die in haar visie van deze opbrengst moeten worden afgetrokken en becijfert haar schade door prijsdaling vervolgens op € 636.076,89. De rechtbank acht deze schadebegroting onvoldoende toegelicht en inzichtelijk gemaakt. Daarbij speelt ook een rol dat de kosten DDP Kosta Rikha lastig te vergelijken zijn met de waarde van de goederen in Rotterdam, terwijl ook onduidelijk is in hoeverre een dubbeltelling bestaat met de kosten waarvan Gammachim-I separaat vergoeding vordert. Voorts weegt mee dat Gammachim onvoldoende heeft toegelicht hoe de door haar gestelde rol van NMZHK als koper zich verhoudt tot de door Marvesa genoemde koper APT (die ook in de stukken van Gammachim voorkomt, maar naar de rechtbank begrijpt in andere hoedanigheid), en evenmin hoe de door haar gestelde verkoop aan NMZHK per 25 mei 2015 zich verhoudt tot de - door Marvesa gestelde en door Gammachim niet bestreden - confraternele mededeling van haar advocaat aan de advocaat van Marvesa op 22 april 2015 dat de goederen (toen
- al)waren verkocht en geleverd aan een derde. Per saldo acht de rechtbank meest werkbaar om al deze onzekerheden te elimineren uit de schadebegroting en voor de gedaalde waarde van de goederen meer geabstraheerd uit te gaan van de FOB Rotterdam prijzen per 7 april 2015 die Marvesa, onderbouwd door een opgave van Wilmar Europe Trading B.V. , heeft gesteld en die Gammachim op zichzelf niet heeft bestreden. Marvesa noemt voor palmolie $ 712,50 per ton, conform het bericht van Wilmar. Voor palmstearine noemt Marvesa $ 720 per ton, terwijl Wilmar $ 725 per ton noemt. De rechtbank zal het door Marvesa zelf genoemde lagere bedrag aanhouden. 4.50. De waarde van de goederen kort na de opheffing van het laatst liggende beslag wordt aldus begroot op $ 1.282.425,90 ($ 712,50 per ton x 1.799,896
- mt)en voor de palmstearine op $ 1.295.940,96 ($ 720 per ton x 1.799,918 mt), in totaal $ 2.578.366,86. Vergelijking met het bedrag waarvoor Gammachim deze goederen heeft aangekocht wijst uit dat de goederen $ 393.819,52 in waarde zijn gedaald ($ 2.972.186,38 - $ 2.578.366,86). Deze waardevermindering wordt als schade aangemerkt. juridische en advocaatkosten 4.51. Gammachim stelt dat verkoper OFPR een bedrag van € 11.370,73 aan kosten heeft gemaakt terstond na het leggen van het beslag, onder meer ter bewerkstelliging van tussentijdse opslag. OFPR heeft deze kosten doorbelast aan Gammachim. Gammachim heeft terzake van de twee opheffings kort gedingen, de hoofdprocedure en de vele overige werkzaamheden een bedrag van in totaal € 161.568,99 aan advocaatkosten moeten betalen. 4.52. Marvesa betwist dat OFPR de beweerde kosten heeft gemaakt en dat Gammachim die kosten aan OFPR heeft betaald. OFPR heeft zich er ten onrechte tussen geschoven als pretense eigenaar van de partijen palmolie en palmstearine. Kosten die OFPR in dat verband heeft gemaakt dienen voor haar rekening te komen. De kosten voor rechtsbijstand van AKD zijn gemaakt ter instructie van de twee kort gedingen en komen niet in aanmerking voor vergoeding anders dan via de door Marvesa al betaalde proceskostenveroordelingen. Gammachim had haar administratie kennelijk slecht op orde. Zij had vier weken tijd en overleg met advocaten nodig om erachter te komen dat zij beweerdelijk eigenaar was van de beslagen zaken. Kosten gemaakt om deze duidelijkheid te verkrijgen hebben geen oorzakelijk verband met de gelegde beslagen en dienen voor rekening van Gammachim te komen. 4.53. De rechtbank overweegt als volgt. Namens Gammachim is ter comparitie verklaard dat zij kort na de beslagleggingen aan OFPR, als vertegenwoordiger van de verkoper ICOF, en diens directeur, de heer [persoon 6] , heeft gevraagd om de situatie te verduidelijken. OFPR heeft vervolgens onduidelijkheid gecreëerd over de eigendom van de partijen palmolie en palmstearine. Dit komt voor rekening van Gammachim. De kosten die OFPR in dit verband heeft gemaakt komen dan ook niet voor vergoeding door Marvesa in aanmerking. 4.54. Uitgangspunt is, als gezegd, dat Marvesa gehouden is de door Gammachim ten gevolge van de beslagleggingen geleden schade te vergoeden. Dit geldt ook voor zover de geleden schade bestaat uit ten gevolge van de beslagen gemaakte proces- en advocaatkosten. Over de proces- en advocaatkosten die ten behoeve van de twee kortgedingprocedures zijn gemaakt is echter in de kortgedingprocedures al een beslissing genomen. Deze zijn vastgesteld conform het liquidatietarief en worden geacht daarmee gedekt te zijn. De proceskosten ten behoeve van de onderhavige procedure worden door de in deze zaak toe te wijzen vergoeding voor geliquideerde proceskosten gedekt. Een grondslag voor toewijzing van een volledige vergoeding van de daadwerkelijke proces- en advocaatkosten heeft Gammachim-I niet gesteld. financieringsrente 4.55. Gammachim stelt dat zij leningen heeft gesloten ter financiering van de in verband met het beslag gemaakte kosten. Het totaal aan het door Gammachim betaalde bedrag aan financieringsrente bedraagt omgerekend € 217.562,06. 4.56. Marvesa voert aan dat mr. Molenaar, advocaat van Gammachim, op 22 april 2015 heeft verklaard dat Gammachim de zaken heeft verkocht en geleverd aan een derde terwijl de overeenkomst waarop Gammachim zich beroept dateert van 25 mei 2015. Gegeven het feit dat Gammachim zich pas op 28 november 2014 als pretense eigenaar van de goederen heeft gemeld, kan in redelijkheid financieringsrente van voor die datum niet voor rekening van Marvesa komen. 4.57. De rechtbank overweegt als volgt. De financieringsrente over de periode van 28 november 2014 tot en met 4 april 2015 komt - als overigens onbestreden - voor vergoeding in aanmerking. De rechtbank stelt dit bedrag aan financieringsrente aan de hand van de door Gammachim als productie 17 overgelegde kostenstaat vast op het totaal van de bedragen over de maanden december 2014 tot en met maart 2015, te weten $ 95.344,25. slotsom omvang schade 4.58. Gammachim is $ 125.145,72 aan commissie misgelopen en heeft schade gelden door waardedaling van de goederen groot $ 393.819,52. Zij heeft $ 95.344,25 aan financieringsrente betaald en heeft voor een totaalbedrag van € 335.309,31 aan annulerings- en opslagkosten gemaakt. De rechtbank stelt de schade dus op voormelde bedragen vast. vermindering wegens eigen schuld? 4.59. Marvesa heeft een beroep gedaan op artikel 6:101 BW en gesteld dat Gammachim volledige eigen schuld heeft aan het tot 4 april 2015 blijven liggen van de beslagen en aan de als gevolg daarvan beweerdelijk geleden schade. 4.60. Uit artikel 6:101 lid 1 BW vloeit voort dat wanneer de schade mede een gevolg is van een omstandigheid die aan de benadeelde kan worden toegerekend, de vergoedingsplicht wordt verminderd door de schade over de benadeelde en de vergoedingsplichtige(
- n)te verdelen in evenredigheid met de mate waarin de aan ieder toe te rekenen omstandigheden tot de schade hebben bijgedragen, met dien verstande dat een andere verdeling plaatsvindt of de vergoedingsplicht geheel vervalt of in stand blijft, indien de billijkheid dit wegens de uiteenlopende ernst van de gemaakte fouten of andere omstandigheden van het geval eist. 4.61. Marvesa stelt dat Gammachim was gehouden haar schade te beperken en dat niet heeft gedaan omdat zij heeft nagelaten: bewijs van eigendom te leveren; onduidelijkheid en verwarring te voorkomen en te verhelpen; juist en voortvarend te procederen; een bankgarantie voor een fractie van de beweerdelijke schade te stellen; vervangende aankopen te doen; Vopak te vrijwaren; de vrijgegeven zaken FOB Rotterdam te verkopen. 4.62. Gammachim-I betwist dat Gammachim eigen schuld treft. Een normaal, voorzichtig en redelijk persoon zou in dezelfde omstandigheden in redelijkheid dezelfde keuzes maken. Gammachim-I heeft aangevoerd dat Gammachim tijd nodig had om de hectische situatie na beslaglegging te analyseren, de beslagdocumentatie te laten vertalen naar het Russisch, de documentatie ter onderbouwing van haar stellingen te vertalen naar het Nederlands of Engels, en een procedure voor te bereiden. 4.63. De rechtbank overweegt als volgt. Primair ligt de verantwoordelijkheid voor het ten onrechte gelegde beslag bij Marvesa. Door partijen palmolie en palmstearine te beslaan aan boord van een zeeschip heeft Marvesa welbewust het risico genomen dat daardoor zeer aanzienlijke schade zou ontstaan. De heer [persoon 4] heeft ter zitting verklaard dat op 5 november 2014 duidelijk was dat de partijen onder beslag lagen en dat er een rechtszaak nodig zou zijn om het beslag op te heffen. Gammachim heeft de bank verzocht om aanvullende financiering voor een dekkingskoop of bankgarantie waartegen opheffing kon plaatsvinden. Dit verzoek werd afgewezen. Als het beslag begin januari 2015 zou zijn opgeheven dan zou Gammachim nog aan haar contractuele verplichtingen hebben kunnen voldoen. Weliswaar met een beperkte boete maar dan zou de schade geringer zijn geweest. Omdat het beslag tot april 2015 is blijven liggen heeft de StroyOptCity geannuleerd. Aldus de heer [persoon 4] . Gelet op deze - onweersproken - verklaring van de heer [persoon 4] faalt het eigen schuldverweer op het gebied van het stellen van een bankgarantie en het doen van vervangende aankopen. 4.64. OFPR heeft ten opzichte van (de advocaat van) Marvesa onduidelijkheid gecreëerd over de eigendom van de partijen palmolie en palmstearine. Vast staat immers dat, nadat de heer [persoon 7] van Schutter aanvankelijk had gesteld dat Gamma-Trade eigenaar van de beslagen partijen was, vervolgens mr. [persoon 8] stelde op te treden voor Gamma-Trade, waarna mr. [persoon 9] meldde dat Schutter verkeerde instructies aan Van Traa had gegeven en OFPR eigenaar was en dat mr. [persoon 9] uiteindelijk eerst op 28 november 2014 aan de advocaat van Marvesa heeft bericht dat ‘uit nader onderzoek (was) gebleken dat Gammachim als koper van OFPR de eigendom van de beslagen goederen verkregen heeft’. Vervolgens heeft mr. Molenaar zich op 28 november 2014 voor het eerst namens Gammachim bij de advocaat van Marvesa gemeld. Ter zitting is duidelijk geworden dat Gammachim eind oktober 2014, al voor de beslaglegging, in het bezit was van de toondercognossementen. Dat Gammachim pas duidelijk heeft gemaakt dat zij eigenaar was van de partijen palmolie en palmstearine na de uitdrukkelijke vragen daarover in de zittingsagenda van de rechtbank ten behoeve van de comparitie komt voor rekening van Gammachim. De gecreëerde onduidelijkheid over de eigendom van de beslagen zaken heeft echter niet in zodanige mate tot de schade bijgedragen dat de rechtbank aanleiding ziet om de schadevergoedingsplicht van Marvesa te beperken. Hierbij neemt de rechtbank in aanmerking dat Gammachim redelijkerwijs enige tijd nodig had om haar stukken te verzamelen en zich juridisch te laten voorlichten over de in Nederland gelegde beslagen, dat Marvesa zelf in het eerste kort geding de eigenaarspositie van Gammachim niet heeft bestreden en dat Marvesa desondanks - nadat het beslag ten laste van Gammachim was opgeheven - het beslag ten laste van Gamma-Trade niet heeft opgeheven waardoor de schade voor Gammachim is blijven oplopen. Het beroep van Marvesa op eigen schuld faalt. 4.65. De slotsom is dat de vordering van Gammachim tot een bedrag van $ 614.309,49 en een bedrag van € 335.309,31 zal worden toegewezen. De gevorderde wettelijke rente zal als onweersproken worden toegewezen met ingang van de datum van dagvaarding. kosten 4.66. Marvesa zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de proceskosten. De kosten aan de zijde van Gammachim-I worden begroot op: - dagvaarding: € 109,71 - beslagverschotten € 1.661,04 - griffierecht: € 3.946,00 - salaris advocaat: € 9.633,00 (3 punten x tarief VIII ad € 3.211) totaal € 15.349,75 Voor het beslagrekest is een punt aan advocatensalaris toegekend, de exploit- en overbetekeningskosten (verschotten) zijn afgeleid uit de producties van Gammachim-I voor zover zichtbaar betrekking hebbend op Marvesa (en niet op [gedaagde] ). Dit betreft zesmaal € 197,19 en zesmaal € 79,65 (in totaal € 1.661,04). De overige deurwaardersfacturen zijn niet te herleiden tot met beslaglegging ten laste van Marvesa gemoeide exploten. De door Gammachim-I gevorderde nakosten zullen worden toegewezen als na te melden. De wettelijke rente over de proceskosten en nakosten zal worden toegewezen als gevorderd. 5De beslissing De rechtbank in de zaak van Gammachim-I tegen Marvesa: 5.1. veroordeelt Marvesa tot betaling aan Gammachim-I van een bedrag van $ 614.309,49 en een bedrag van € 335.309,31, te vermeerderen met de wettelijke rente ex artikel 6:119 BW over die bedragen vanaf 9 januari 2016 tot aan de dag van volledige betaling; 5.2. veroordeelt Marvesa in de proceskosten, aan de zijde van Gammachim-I tot op heden begroot op € 15.349,75, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over dit bedrag met ingang van de vijftiende dag na de datum van dit vonnis tot de dag van volledige betaling, 5.3. veroordeelt Marvesa in de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op € 131,00 aan salaris advocaat, te vermeerderen, onder de voorwaarde dat Marvesa niet binnen veertien dagen na aanschrijving aan het vonnis heeft voldaan en er vervolgens betekening van de uitspraak heeft plaatsgevonden, met een bedrag van € 68,00 aan salaris advocaat en de explootkosten van betekening van de uitspraak, en te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de nakosten met ingang van de vijftiende dag na de betekening van dit vonnis tot aan de dag van volledige betaling, 5.4. verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad; 5.5. wijst af het meer of anders gevorderde; in de zaak van Gammachim-I tegen [gedaagde] : 5.6. wijst de vorderingen van Gammachim-I af; 5.7. veroordeelt Gammachim-I in de proceskosten, aan de zijde van [gedaagde] tot op heden begroot op € 8.395; 5.8. verklaart deze proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad. Dit vonnis is gewezen door mr. C. Sikkel, mr. P.A.M. van Schouwenburg-Laan en mr. J.W. Langeler en in het openbaar uitgesproken op 25 april 2018. 1573/1885/182