Rechtbank Rotterdam Team Bestuursrecht 1 zaaknummers: ROT 17/6757 en ROT 17/6758 uitspraak van de voorzieningenrechter van 21 maart 2018 op de verzoeken om voorlopige voorziening in de zaken tussen Simbat Entertainment Systems Ltd, te Seychellen, verzoekster, gemachtigde: mr. I.E.M. Verheijen, en de Autoriteit Consument en Markt (ACM), verweerster, gemachtigden: mr. P.J. Schnelzer en mr. P.W. Maandag. Procesverloop Bij besluit van 10 november 2017 (publicatiebesluit) heeft ACM besloten haar besluit van 4 september 2017 (intrekkingsbesluit) openbaar te maken. Bij dat intrekkingsbesluit heeft ACM dertien aan verzoekster toegekende 0909-nummers ingetrokken. Verzoekster heeft tegen zowel het publicatiebesluit als het intrekkingsbesluit bezwaar gemaakt. Ook heeft verzoekster de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen die inhoudt een schorsing van beide besluiten en het opheffen van de op de 0909-nummers gelegde blokkade. Bij besluit van 12 januari 2018 (het bestreden besluit) heeft ACM het bezwaar van verzoekster gericht tegen het intrekkingsbesluit ongegrond verklaard. Bij brief van 17 januari 2018 heeft de voorzieningenrechter partijen meegedeeld dat op grond van artikel 8:81, vijfde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) verzoekster in de gelegenheid wordt gesteld beroep bij de rechtbank in te stellen en dat het al ingediende verzoek om een voorlopige voorziening tegen het intrekkingsbesluit - na ontvangst van dat beroep - gelijk wordt gesteld met een verzoek dat wordt gedaan hangende het beroep bij de rechtbank. Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 18 januari 2018. Verzoekster heeft zich laten vertegenwoordigen door haar gemachtigde. ACM heeft zich laten vertegenwoordigen door haar gemachtigden en mr. C.W. Steketee, bijgestaan door [naam] . Verzoekster heeft ter zitting tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Dit beroep is bij de rechtbank geregistreerd onder het procedurenummer ROT 18/418. Zoals ter zitting is afgesproken heeft verzoekster na de zitting bij brief van 30 januari 2018 schriftelijk haar reactie op het bestreden besluit gegeven en heeft ACM daarop bij brief van 7 februari 2018 gereageerd. In haar schriftelijke reactie heeft verzoekster zich het recht voorbehouden afzonderlijk de gronden van het pro forma beroep van 18 januari 2018 aan te vullen. Partijen hebben toestemming geven dat een nadere zitting achterwege wordt gelaten. De voorzieningenrechter heeft hierop het onderzoek gesloten. Overwegingen Inleiding 1. Tussen 2005 en 2012 heeft ACM bij een vijftal beschikkingen veertien 0909-nummers aan verzoekster toegekend. 2. [(...)] 3. ACM heeft verzoekster op 10 juli 2017 gemeld dat de aanbieder van een openbare elektronische communicatiedienst ( [naam] ) de aanwijzing is gegeven de betaling die gerelateerd is aan veertien 0909-nummers én de aankiesbaarheid van deze nummers per 14.00 uur die dag op te schorten voor de duur van vier weken en daarbij aangegeven dat gebruik wordt gemaakt van de wettelijk toegestane eenmalige verlenging van vier weken (blokkade). 4. Bij brief van 17 augustus 2017 heeft verzoekster ACM verzocht de blokkade op te heffen, totdat (in rechte) duidelijk is of en in hoeverre de intrekking van de nummers correct en rechtmatig zou zijn. Bij brief van 22 augustus 2017 heeft ACM te kennen gegeven niet in te gaan op dit verzoek en dat de bevoegdheid om de aankiesbaarheid van de nummers op te schorten, los staat van de bevoegdheid om de nummers in te trekken. 5. ACM heeft vervolgens het intrekkingsbesluit genomen. Daartoe uitgenodigd heeft verzoekster bij brief van 11 september 2017 (met een correctie bij e-mail van 13 september 2017) aangegeven welke gegevens volgens haar niet openbaar gemaakt mogen worden (vertrouwelijkheidsclaim). [(...)] 6. [(...)] 7. Bij het publicatiebesluit heeft ACM de vertrouwelijkheidsclaim - behoudens voor de naam van verzoekster - ingewilligd en zelf nog een zin en een randnummer inclusief titel niet openbaar gemaakt. 8. Bij het bestreden besluit heeft ACM de intrekking van dertien 0909-nummers (vier beschikkingen) gehandhaafd. Bij dit besluit is niet beslist over het bezwaar gericht tegen het publicatiebesluit. Toetsingskader 9.1 Indien tegen een besluit bij de rechtbank beroep is ingesteld dan wel, voorafgaand aan een mogelijk beroep bij de bestuursrechter bezwaar is gemaakt, kan de voorzieningenrechter van de rechtbank die bevoegd is of kan worden in de hoofdzaak op grond van artikel 8:81, eerste lid, van de Awb op verzoek een voorlopige voorziening treffen indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist. 9.2 Het publicatiebesluit berust op artikel 12w, eerste lid, van de Instellingswet Autoriteit Consument en Markt (Iw). In dit artikellid staat - onder meer - dat ACM door haar genomen andere besluiten dan beschikkingen tot het opleggen van een bestuurlijke sanctie of bindende aanwijzing openbaar kan maken. Het tweede lid van dit artikel bepaalt dat gegevens die ingevolge artikel 10 van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob) niet voor verstrekking in aanmerking komen, niet openbaar worden gemaakt. 9.3 Op grond van artikel 10, eerste lid, aanhef en onder c, van de Wob blijft het verstrekken van informatie ingevolge deze wet achterwege voor zover dit bedrijfs- en fabricagegegevens betreft, die door natuurlijke personen of rechtspersonen vertrouwelijk aan de overheid zijn meegedeeld. Op grond van het tweede lid, aanhef en onder g, blijft het verstrekken van informatie ingevolge deze wet eveneens achterwege voor zover het belang daarvan niet opweegt tegen het voorkomen van onevenredige bevoordeling of benadeling van bij de aangelegenheid betrokken natuurlijke personen of rechtspersonen dan wel van derden. 9.4 De voorzieningenrechter is - gelet ook op de vaste rechtspraak over publicatie van besluiten op grond van artikelen 8 en 10 van de Wob - van oordeel dat artikel 12w van de Iw de basis biedt om het intrekkingsbesluit volledig, met inbegrip van de naam van verzoekster, te publiceren. Hierbij is wel een nadere afweging van belangen vereist, waarbij het algemeen belang dat door openbaarmaking wordt gediend, wordt afgewogen tegen het belang van verzoekster geen onevenredig nadeel te lijden als gevolg van de openbaarmaking. Van een onevenredige benadeling zal in een geval als dit sprake kunnen zijn als het bestreden besluit onmiskenbaar onjuist is (vgl. Afdeling 28 december 2016, ECLI:NL:RVS:2016:3479 en CBb 23 januari 2014, ECLI:NL:CBB:2014:7). De voorzieningenrechter zal dan ook de rechtmatigheid van de intrekking van de aan verzoekster toegekende nummers beoordelen. Intrekking van de aan verzoekster toegekende nummers 10. ACM heeft op grond van artikel 4.7, vierde lid, onder c, in samenhang met artikel 4.3, derde lid, onder b, van de Telecommunicatiewet (Tw) in samenhang met artikel 3, eerste lid in samenhang met het achtste lid, van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur (Wet Bibob) dertien van de aan verzoekster toegekende nummers ingetrokken. [(...)] 11. [(...)] ACM heeft vastgesteld dat verzoekster dertien aan haar toegekende 0909-nummers heeft gebruikt als betaalfaciliteit om [X] . Volgens ACM bestaat er ernstig gevaar dat verzoekster de ingetrokken nummers ook in de toekomst zal gebruiken voor het plegen van een strafbaar feit in de zin van artikel 3, eerste lid in samenhang met het achtste lid, van de Wet Bibob. Wettelijk kader 12.1 Artikel 4.3, derde lid, van de Tw luidt: “Met betrekking tot bij ministeriële regeling aangewezen categorieën van nummers kan een toekenning geheel of gedeeltelijk worden geweigerd indien: (...); b. wordt voldaan aan de voorwaarden van artikel 3 van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur.” Artikel 4.7, vierde lid, van de Tw luidt: “Een toekenning kan door de Autoriteit Consument en Markt worden opgeschort voor een door de Autoriteit Consument en Markt te bepalen termijn of worden ingetrokken, indien: (...) c. de nummerhouder niet meer voldoet aan de voorwaarden om in aanmerking te komen voor toekenning van dat nummer.” 12.2 Artikel 3 van de Wet Bibob luidt, voor zover relevant: “1. Voorzover bestuursorganen bij of krachtens de wet daartoe de bevoegdheid hebben gekregen, kunnen zij weigeren een aangevraagde beschikking te geven dan wel een gegeven beschikking intrekken, indien ernstig gevaar bestaat dat de beschikking mede zal worden gebruikt om: a.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.