RECHTBANK ROTTERDAM zaaknummer: 6865454 \ VZ VERZ 18-9872 uitspraak: 12 juli 2018 beschikking van de kantonrechter, zitting houdende te Rotterdam, in de zaak van de vennootschap onder firma Co-Pe Horeca, gevestigd te Rotterdam, verzoekster, gemachtigde: mr. J.M.C. Dorrepaal, tegen [verweerster] , wonende te [plaatsnaam] , verweerster, gemachtigde: mr. G.C. Blom. Partijen worden hierna aangeduid als “Co-Pe” respectievelijk “ [verweerster] ”. 1Het verloop van de procedure Van de volgende processtukken is kennisgenomen: het verzoekschrift ex artikel 7:671b BW, met producties, ontvangen op 30 april 2018; het verweerschrift tevens houdende loonvordering op grond van artikel 7:686a lid 3 BW met producties, ontvangen op 12 juni 2018; de bij brief d.d. 14 juni 2018 in het geding gebrachte stukken aan de zijde van [verweerster] ; de bij brief d.d. 21 juni 2018 in het geding gebrachte stukken aan de zijde van Co-Pe; de bij gelegenheid van de mondelinge behandeling overgelegde pleitaantekeningen aan de zijde van Co-Pe; - de bij gelegenheid van de mondelinge behandeling overgelegde pleitaantekeningen aan de zijde van [verweerster] . De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 21 juni 2018, tegelijk met de behandeling van een ontbindingsverzoek van Co-Pe gericht tegen een andere werkneemster. Namens Co-Pe zijn ter zitting verschenen haar vennoten de heer [vennoot 1] en mevrouw [vennoot 2] . [verweerster] is in persoon ter zitting verschenen, bijgestaan door haar gemachtigde. Van hetgeen ter zitting is besproken heeft de griffier aantekeningen gemaakt. De kantonrechter heeft de uitspraak van deze beschikking bepaald op heden. 2De feiten In deze procedure wordt uitgegaan van de volgende feiten: 2.1 Co-Pe is een cafébedrijf en handelt onder meer onder de naam [naam cafe] . [naam cafe] is een klein buurtcafé in de buurt van het centrum van Rotterdam. 2.2 [verweerster] , geboren op [geboortedatum] 1955, is sinds 1 juli 2014 bij Co-Pe in dienst, laatstelijk in de functie van barmedewerkster. 2.3 Het salaris van [verweerster] bedraagt € 1.425,07 bruto per maand, inclusief toeslagen. 2.4 Bij brief d.d. 14 november 2016 heeft Co-Pe het volgende aan [verweerster] geschreven: “(…) Hierbij ontvangt u een officiële waarschuwing met betrekking op het herhaaldelijk overtreden van artikel 8 en artikel 19 van uw contract.(…)” 2.5 Op 3 april 2017 heeft Co-Pe aan [verweerster] medegedeeld dat zij de arbeidsovereenkomst met [verweerster] wenste te beëindigen op grond van bedrijfseconomische redenen. [verweerster] heeft hiermee ingestemd. Dit heeft erin geresulteerd dat partijen op 3 april 2017 onder de volgende handgeschreven tekst hun handtekeningen hebben gezet: “Vandaag 3 april 2017 Ik [verweerster] ben ik accoord gegaan met mijn werkgevers met ontslag. Dit is voortgevloeid door economische omstandigheden de mogelijkheid bestaat dat ik nog max 10 uur (2 diensten) kan meedraaien.” 2.6 Bij brief d.d. 4 april 2017 heeft [verweerster] het volgende aan Co-Pe geschreven: “Bij deze wil ik u mr. [vennoot 1] laten weten dat ik terug kom op mijn beslissing van gisteren 3 april, ik ga hier niet mee akkoord! (…) In deze heb ik te snel getekend voor ets waar ik het achteraf helemaal niet mee eens ben. Ik kom gewoon werken voor mijn oude uren en wil dat gewoon 20 houden.(…)” 2.7 Op 5 april 2017 heeft [verweerster] zich ziek gemeld. 2.8 De toenmalige gemachtigde van [verweerster] heeft op 11 april 2017 namens [verweerster] een beëindigingsvoorstel aan Co-Pe gedaan. [verweerster] heeft dit voorstel, voordat partijen definitieve overeenstemming konden bereiken, op 28 april 2017 ingetrokken. 2.9 Op 18 mei 2017 heeft [verweerster] de bedrijfsarts bezocht. Op 31 mei 2017 heeft de bedrijfsarts een probleemanalyse opgesteld. De bedrijfsarts heeft vastgesteld dat er onder meer sprake is van een arbeidsconflict tussen partijen en onder meer partijen geadviseerd om met elkaar in gesprek te treden en naar een passende oplossing voor de arbeidsproblematiek te zoeken, desgewenst onder ondersteuning door een onafhankelijke derden. 2.10 Co-Pe heeft op 15 augustus 2017 een mediator ingeschakeld om spanningen in de arbeidsrelatie tussen Co-Pe en [verweerster] te bespreken. 2.11 [verweerster] heeft op 22 augustus 2017 de diagnose keelkanker gekregen. Zij heeft dit op 31 augustus 2017 aan de bedrijfsarts medegedeeld, waarop de bedrijfsarts heeft geadviseerd om de gesprekken/het mediationtraject met Co-Pe op te schorten in afwachting van het behandelplan. 2.12 In opdracht van Co-Pe Horeca heeft arbeidsdeskundige mw. [B.] de re-integratiemogelijkheden van [verweerster] geïnventariseerd en daarover geadviseerd. In haar rapportage arbeidsdeskundig onderzoek van 27 maart 2018 heeft zij onder meer als volgt geconcludeerd: “(…) er is sprake van een grove overschrijding van de belastbaarheid van werkneemster ten opzichte van de belasting in de bedongen arbeid. Re-integratie in alle taken en uren op korte termijn is niet mogelijk. Of dit voor het einde van het 2e ziektejaar haalbaar is hangt af van de verbetering van de belastbaarheid van werkneemster. Op dit moment is er sprake van een verstoorde arbeidsrelatie. Hiervoor is mediation ingezet. Ten tijde van dit onderzoek acht de bedrijfsarts werkneemster tijdelijk niet in staat om in gesprek te gaan met de werkgever. De situatie is belemmerend voor de re-integratie in het 1e spoor. Daarnaast is twijfelachtig of werkneemster bij de eigen werkgever kan re-integreren in verband met de financiële situatie waarin werkgever verkeerd. Ik acht de kans op succesvolle re-integratie in de volledige bedongen arbeid daarom klein. (…)” 2.13 Co-Pe heeft per 13 maart 2018 het mediationtraject beëindigd. 3Het verzoek en de grondslag daarvan 3.1 Co-Pe heeft verzocht de tussen partijen bestaande arbeidsovereenkomst te ontbinden op grond van een verstoorde arbeidsverhouding zoals bedoeld in artikel 7:669 lid 3 sub g BW juncto artikel 7:671b lid 1 en lid 6 BW en/of op grond van andere omstandigheden die zodanig zijn dat van Co-Pe in redelijkheid niet kan worden gevergd de arbeidsovereenkomst te laten voortduren zoals bedoeld in artikel 7:669 lid 3 sub h BW juncto artikel 7:671b lid 1 en lid 6 BW. Co-Pe heeft voorts verzocht daarbij de wettelijke opzegtermijn in acht te nemen en te bepalen dat zij de wettelijke transitievergoeding van € 1.795,59 op grond van artikel 7:637c lid 2 BW in zes termijnen van een maand aan [verweerster] mag voldoen. 3.2 Aan haar verzoek heeft Co-Pe naast de hiervoor genoemde vaststaande feiten - zakelijk weergegeven en voor zover thans van belang - het volgende ten grondslag gelegd. 3.2.1 De arbeidsverhouding tussen partijen is ernstig en duurzaam verstoord geraakt, mede door het wangedrag van [verweerster] op de werkvloer. [verweerster] heeft diverse keren de huisregels van [naam cafe] overtreden door te laat op haar werk te verschijnen, dronken achter de bar te staan en het café te laat te sluiten. Co-Pe Horeca heeft [verweerster] meerdere malen mondeling gewaarschuwd en daarbij aangegeven dat haar gedrag onacceptabel is. Uiteindelijk is Co-Pe zelfs genoodzaakt geweest om [verweerster] een officiële waarschuwing te geven. Deze waarschuwingen hebben echter geen effect gesorteerd. Bovendien hebben diverse vaste cafébezoekers laten weten [naam cafe] niet meer te bezoeken vanwege het gedrag van [verweerster] . Dit heeft tot een enorm omzetverlies geleid, ten gevolge waarvan [naam cafe] momenteel in een financiële noodsituatie verkeert. Ook de gang van zaken na de ziekmelding van [verweerster] heeft bijgedragen aan de verstoorde arbeidsverhouding. Zo heeft [verweerster] een keer een afspraak met de bedrijfsarts gemist zonder zich af te melden en vakantie opgenomen zonder daarvoor toestemming te vragen aan Co-Pe. Naast Co-Pe hebben ook de bedrijfsarts, de arbeidsdeskundige en [verweerster] zelf geconstateerd dat sprake is van een verstoorde arbeidsverhouding. Partijen hebben tevergeefs geprobeerd hun geschil via mediation op te lossen. 3.2.2 Er spelen aan de zijde van Co-Pe andere omstandigheden die zodanig zijn dat van Co-Pe niet gevergd kan worden de arbeidsovereenkomst met [verweerster] te laten voortduren. Feit is dat Co-Pe het salaris van [verweerster] vanwege haar zeer penibele financiële situatie momenteel niet meer kan opbrengen. Co-Pe heeft geen arbeidsongeschiktheidsverzekering. De penibele financiële situatie wordt voor een belangrijk deel veroorzaakt door het feit dat veel vaste cafébezoekers [naam cafe] niet meer bezoeken, terwijl Co-Pe een kleine onderneming is, die afhankelijk is van haar vaste bezoekers. Waar deze bezoekers weglopen omwille van hun slechte verstandhouding met [verweerster] kan van Co-Pe in redelijkheid niet gevergd worden [verweerster] in dienst te houden. Ondanks haar financiële positie heeft Co-Pe aan haar re-integratieverplichtingen voldaan. De situatie met [verweerster] heeft bovendien een grote negatieve impact gehad op haar vennoten. De heer [vennoot 1] moet noodgedwongen zes dagen per week werken en heeft een deel van zijn salaris moeten inleveren. Mevrouw [vennoot 2] ondervindt (mentale) gezondheidsklachten door het arbeidsconflict met [verweerster] . Gelet op de slechte financiële situatie kan Co-Pe het zich niet veroorloven een nieuwe medewerker aan te nemen. 3.2.3 Het is niet mogelijk om [verweerster] te herplaatsen. [naam cafe] is een klein café en heeft alleen ruimte voor een barmedewerker. [verweerster] kan geen andere functies uitoefenen. 3.2.4 Zowel de verstoorde arbeidsverhouding als de financiële noodsituatie waarmee Co-Pe zich geconfronteerd ziet, staan los van de ziekte van [verweerster] of enig ander opzegverbod. Ontbinding van de arbeidsovereenkomst is voorts in het belang van [verweerster] . Continuering van de arbeidsovereenkomst staat aan haar herstel in de weg. 4Het verweer 4.1 Het verweer van [verweerster] strekt primair tot afwijzing van het ontbindingsverzoek en subsidiair, in het geval van toewijzing van het ontbindingsverzoek, tot toekenning aan [verweerster] van de wettelijke transitievergoeding ad € 1.795,59 en een billijke vergoeding ad € 9.250,00, althans een door de kantonrechter vast te stellen bedrag, ten laste van Co-Pe, beide bedragen te voldoen binnen 5 dagen na betekening van de beschikking, met veroordeling van Co-Pe in de proceskosten. 4.2 Hetgeen [verweerster] hiertoe heeft aangevoerd komt, voor zover van belang, in de beoordeling aan de orde. 5De zelfstandige vorderingen van [verweerster] heeft gevorderd bij beschikking, uitvoerbaar bij voorraad, Co-Pe te veroordelen:
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.