← Nederland

ECLI:NL:RBROT:2018:5836

Rechtbank Rotterdam Team straf 3 Parketnummer: 10.045206.18 Datum uitspraak: 08 juni 2018 Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte: [naam verdachte] , geboren te [geboorteplaats verdachte] op [geboortedatum verdachte] , ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres [adres verdachte] [woonplaats verdachte] , ten tijde van het onderzoek op de terechtzitting preventief gedetineerd in de PI Zuid West - De Dordtse Poorten, locatie Dordrecht, raadsman mr. E.W.B. van Twist, advocaat te Rotterdam. 1Onderzoek op de terechtzitting Gelet is op het onderzoek op de terechtzitting van 08 juni

  1. 2Tenlastelegging Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding. De tekst van de tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht. 3Eis officier van justitie De officier van justitie mr. M.O. van Driel heeft gevorderd: bewezenverklaring van het onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde; veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 12 maanden met aftrek van voorarrest, waarvan 6 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaar met de bijzondere voorwaarden zoals geadviseerd door de reclassering. 4Waardering van het bewijs 4.
  2. Bewezenverklaring zonder nadere motivering Het onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde is door de verdachte bekend. Deze feiten zullen zonder nadere bespreking bewezen worden verklaard. 4.
  3. Bewezenverklaring In bijlage II heeft de rechtbank een opgave gedaan van wettige bewijsmiddelen, houdende voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden. Met deze opgave wordt volstaan, nu de verdachte het bewezen verklaarde heeft bekend en nadien geen vrijspraak is bepleit. Op grond daarvan is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde heeft begaan op die wijze dat:
  4. hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 mei 2017 tot en met 04 maart 2018 te Alblasserdam, meermalen, telkens opzettelijk heeft verkocht en afgeleverd en verstrekt en vervoerd, gebruikers- en handelshoeveelheden van een materiaal bevattende cocaïne en gebruikers- en handelshoeveelheden van een materiaal bevattende amfetamine, gebruikers- en handelshoeveelheden van een materiaal bevattende MDMA zijnde cocaïne en amfetamine en MDMA telkens een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet; 2 hij op 5 maart 2018 te Alblasserdam opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer 50,1 gram, amfetamine en ongeveer 50,3 gram, van een materiaalbevattende MDMA (3,4 methyleendioxymethamfetamine en/of (N-ethyl-MDA N-ethyl-3,4 methyleendioxy amfetamine, MDEA) en ongeveer 0,9 gram, cocaïne, zijnde amfetamine en MDMA en cocaïne telkens een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet; 3 hij in de periode van 8 februari 2018 tot en met 15 februari 2018 te Alblasserdam opzettelijk en wederrechtelijk een bestelauto (merk Peugeot, type Expert), die aan [naam slachtoffer] toebehoorde, heeft beschadigd; Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken. 5Strafbaarheid feiten De bewezen feiten leveren op: Ten aanzien van feit 1: Opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder B van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd. Ten aanzien van feit 2: Opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder C van de Opiumwet gegeven verbod. Ten aanzien van feit 3: Opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort beschadigen, meermalen gepleegd. Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. De feiten zijn dus strafbaar. 6Strafbaarheid verdachte Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar. 7Motivering straf 7.
  5. Algemene overweging De straf die aan de verdachte wordt opgelegd, is gegrond op de ernst van de feiten, de omstandigheden waaronder de feiten zijn begaan en de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Daarbij wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen. 7.
  6. Feiten waarop de straf is gebaseerd Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan handel in harddrugs, gedurende een periode van bijna één jaar. Hiernaast had hij bij zijn aanhouding harddrugs voorhanden en heeft de verdachte meermalen een auto bekrast. Het is algemeen bekend dat harddrugs, eenmaal onder het bereik van gebruikers, een ernstige bedreiging vormen voor de volksgezondheid. Het is ook een feit van algemene bekendheid dat een groot deel van criminaliteit direct of indirect haar oorsprong vindt in het gebruik van drugs. Dit blijkt des te meer uit de beweegreden van de verdachte met betrekking tot feit
  7. De verdachte had nog geld tegoed van een klant. Omdat hij dit niet kreeg, besloot hij de auto van diens vader te bekrassen. Tot slot zorgt het gegeven dat harddrugs worden verkocht voor onrust en zorgen van buurtgenoten, hetgeen uit het dossier ook duidelijk naar voren komt. 7.
  8. Persoonlijke omstandigheden van de verdachte 7.3.
  9. Strafblad De rechtbank heeft acht geslagen op een uittreksel uit de justitiële documentatie van 15 mei 2018, waaruit blijkt dat de verdachte niet eerder is veroordeeld voor soortgelijke strafbare feiten. 7.3.
  10. Rapportages Reclassering Nederland heeft een rapport over de verdachte opgemaakt, gedateerd 16 mei
  11. Dit rapport houdt onder andere het volgende in. Er zijn diverse criminogene factoren waargenomen, waaronder het negatieve sociale netwerk van de verdachte, zijn financiën en zijn drugsgebruik. Op zijn 14e jaar heeft zijn moeder een hersenbloeding gekregen. Hierna was de verdachte vooral op zichzelf aangewezen. Hij heeft school vroegtijdig verlaten en sinds zijn 17e gebruikt hij dagelijks softdrugs. Sinds zes jaar werkt de verdachte als assistent distributeur bij de [naam bedrijf] , maar hij heeft toch een schuldenlast opgebouwd. Deze schulden lijken deels te zijn ontstaan vanwege overmatig drugsgebruik. De verdachte heeft de drugshandel opgezet om zijn schulden te kunnen aflossen en om in zijn eigen drugsgebruik te voorzien. De verdachte heeft een partner en na detentie kan hij mogelijk in het schildersbedrijf van haar vader gaan werken. De verdachte zou ook met zijn partner een eigen woonruimte willen zoeken. De rechtbank heeft acht geslagen op dit rapport. 7.
  12. Conclusies van de rechtbank Gelet op hetgeen de rechtbank hierboven heeft overwogen, komt zij tot de volgende conclusies. Gezien de ernst van de feiten kan niet anders worden gereageerd dan met het opleggen van een gevangenisstraf. Bij de bepaling van de duur van de gevangenisstraf heeft de rechtbank acht geslagen op straffen die in soortgelijke zaken plegen te worden opgelegd. Nu de reclassering begeleiding en bijzondere voorwaarden noodzakelijk acht, zal de rechtbank een deel van de voorgenomen straf voorwaardelijk opleggen, met de voorwaarden die hierna worden genoemd. Dit voorwaardelijk strafdeel dient er tevens toe de verdachte ervan te weerhouden in de toekomst opnieuw strafbare feiten te plegen. Alles afwegend acht de rechtbank de hierna te noemen straf passend en geboden. 8Vordering benadeelde partij en schadevergoedingsmaatregel Als benadeelde partij heeft zich in het geding gevoegd [naam benadeelde] ter zake van het onder 3 ten laste gelegde feit. De benadeelde partij vordert een vergoeding van € 2.120,- aan materiële schade. 8.
  13. Standpunt officier van justitie en verdediging De officier van justitie vordert gehele toewijzing van de vordering, nu deze voldoende is onderbouwd. De verdediging heeft de vordering niet betwist. 8.
  14. Beoordeling Nu is komen vast te staan dat aan de benadeelde partij door het onder 3 bewezen verklaarde strafbare feit, rechtstreeks materiële schade is toegebracht en de vordering genoegzaam is onderbouwd, zal deze worden toegewezen De benadeelde partij heeft gevorderd het te vergoeden bedrag te vermeerderen met wettelijke rente. De rechtbank bepaalt dat het te vergoeden schadebedrag vermeerderd wordt met wettelijke rente vanaf 15 februari
  15. Nu de vordering van de benadeelde partij zal worden toegewezen, zal de verdachte worden veroordeeld in de kosten door de benadeelde partij gemaakt tot op heden begroot op nihil 8.
  16. Conclusie De verdachte moet de benadeelde partij een schadevergoeding betalen van € 2.120,-, vermeerderd met de wettelijke rente en kosten als hieronder in de beslissing vermeld. Tevens wordt oplegging van de hierna te noemen maatregel als bedoeld in artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht passend en geboden geacht. 9Toepasselijke wettelijke voorschriften Gelet is op de artikelen 14a, 14b, 14c, 14d, 36f, 57, 350 van het Wetboek van Strafrecht en artikelen 2 en 10 van de Opiumwet. 10Bijlagen De in dit vonnis genoemde bijlagen maken deel uit van dit vonnis. 11Beslissing De rechtbank: verklaart bewezen, dat de verdachte de onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde feiten, zoals hiervoor omschreven, heeft begaan; verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij; stelt vast dat het bewezen verklaarde oplevert de hiervoor vermelde strafbare feiten; verklaart de verdachte strafbaar; veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 12 maanden; bepaalt dat van deze gevangenisstraf een gedeelte, groot 6 maanden niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechtbank later anders mocht gelasten, omdat de veroordeelde voor het einde van de proeftijd, die hierbij wordt gesteld op 2 jaar, na te melden voorwaarden overtreedt; stelt als algemene voorwaarden: de veroordeelde zal zich vóór het einde van de proeftijd niet aan een strafbaar feit schuldig maken; de veroordeelde zal ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verlenen aan het nemen van één of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbieden; de veroordeelde zal medewerking verlenen aan reclasseringstoezicht, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen; stelt als bijzondere voorwaarden: de veroordeelde zal zich melden bij Reclassering Nederland, zolang en frequent als die reclasseringsinstelling noodzakelijk vindt; de veroordeelde zal zich onthouden van het gebruik van verdovende middelen en zal ter controle op de naleving hiervan meewerken aan bloed- of urineonderzoek; de veroordeelde zal zich houden aan andere aanwijzingen die hem door of namens de reclassering worden gegeven, ook indien dit inhoudt het volgen van een gedragsinterventie dan wel behandeling gericht op het gebruik van verdovende middelen, het verlenen van medewerking aan het ordenen van zijn financiële problemen, het continueren van rijlessen, het hervatten van werk dan wel beginnen met een werk- en leertraject en het vinden van zelfstandige woonruimte. geeft aan genoemde reclasseringsinstelling opdracht toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden; beveelt dat de tijd die door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht, voor zover deze tijd niet reeds op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht; veroordeelt de verdachte, om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan de benadeelde partij [naam benadeelde] , te betalen een bedrag van € 2.120,- (zegge: éénentwintighonderdentwintig euro), bestaande uit materiële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 15 februari 2018 tot aan de dag der algehele voldoening; veroordeelt de verdachte in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden aan de zijde van de benadeelde partij begroot op nihil en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken. legt aan de verdachte de maatregel tot schadevergoeding op, inhoudende de verplichting aan de Staat ten behoeve van de benadeelde partij [naam benadeelde] te betalen € 2.120,- (hoofdsom, zegge: éénentwintighonderdentwintig euro), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 15 februari 2018 tot aan de dag van de algehele voldoening; beveelt dat bij gebreke van volledige betaling en volledig verhaal van het bedrag van € 2.120, vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 31 dagen; toepassing van de vervangende hechtenis heft de betalingsverplichting niet op; verstaat dat betaling aan de benadeelde partij, tevens geldt als betaling aan de staat ten behoeve van de benadeelde partij en omgekeerd. Dit vonnis is gewezen door: mr. C. Laukens, voorzitter, en mrs. A. Hello en M.R.J. Schönfeld, rechters, in tegenwoordigheid van mr. A. van der Drift-Visser, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank op de datum die in de kop van dit vonnis is vermeld. De jongste rechter is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen. Bijlage I Tekst tenlastelegging Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat 1 hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 februari 2017 tot en met 04 maart 2018 te Alblasserdam, althans in Nederland meermalen, althans eenmaal, (telkens) opzettelijk heeft geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd, in elk geval (telkens) opzettelijk aanwezig heeft gehad één of meer (gebruikers- en/of handels)hoeveelhe(i)d(en) van een materiaal bevattende cocaïne en/of één of meer (gebruikers- en/of handels)hoeveelhe(i)d(en) van een materiaal bevattende amfetamine, één of meer (gebruikers- en/of handels)hoeveelhe(i)d(en) van een materiaal bevattende MDMA en/of zijnde cocaïne en/of amfetamine en/of MDMA (telkens) een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet; 2 hij op of omstreeks 5 maart 2018 te Alblasserdam opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer 53,9 gram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende amfetamine en/of ongeveer 50,3 gram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende MDMA (3,4 methyleendioxymethamfetamine) en/of N-ethyl- MDA N-ethyl-3,4 methyleendioxy amfetamine,MDEA) en/of ongeveer 0,9 gram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne zijnde amfetamine en/of MDMA en/of cocaïne (telkens) een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet; 3 hij in of omstreeks de periode van 8 februari 2018 tot en met 15 februari 2018 te Alblasserdam opzettelijk en wederrechtelijk een bestelauto (merk Peugeot, type Expert), in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander, te weten aan [naam slachtoffer] toebehoorde, heeft vernield, beschadigd;

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.