vonnis RECHTBANK ROTTERDAM Team handel en haven zaaknummer / rolnummer: C/10/536796 / HA ZA 17-966 Vonnis in incident van 31 januari 2018 in de zaak van de rechtspersoon naar buitenlands recht ANTELOPE MARINE LTD., gevestigd te Majuro, Marshalleilanden, eiseres in de hoofdzaak, verweerster in het incident, advocaat mr. R.P.M. van Leeuwen te Amsterdam, tegen de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid SPLIETHOFF TRANSPORT B.V., gevestigd te Amsterdam, gedaagde in de hoofdzaak, eiseres in het incident, advocaat mr. T.C. Wiersma te Amsterdam. Partijen zullen hierna Antelope en Spliethoff genoemd worden. 1De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: de dagvaarding van 14 augustus 2017, met producties; de incidentele conclusie houdende exceptie van onbevoegdheid; de incidentele conclusie van antwoord in het bevoegdheidsincident. 1.2. Ten slotte is vonnis bepaald in het incident. 2De vordering in de hoofdzaak 2.1. Samengevat weergegeven vordert Antelope veroordeling van Spliethoff tot betaling aan haar van US$ 185.000,--. 2.2. De stellingen van Antelope in de hoofdzaak zullen bij de beoordeling in het incident aan de orde komen, voor zover zij daarvoor van belang zijn. 3Het geschil in het incident 3.1. Spliethoff vordert dat de rechtbank zich onbevoegd verklaart kennis te nemen van de vorderingen van Antelope. 3.2. Antelope concludeert tot afwijzing van deze incidentele vordering, althans tot verwijzing van de zaak naar de rechtbank Amsterdam op grond van artikel 110 lid 2 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv). 3.3. De stellingen van partijen in het incident zullen bij de beoordeling in het incident aan de orde komen, voor zover zij daarvoor van belang zijn. 4De beoordeling in het incident 4.1. Hier is sprake van een internationale zaak, omdat Antelope woonplaats heeft buiten Nederland. 4.2. Gezien de vestigingsplaats van Spliethoff, de datum waarop de dagvaarding in de hoofdzaak is uitgebracht en de aard van de vorderingen in de hoofdzaak, namelijk vorderingen in een burgerlijke of handelszaak, dient de internationale bevoegdheid van deze rechtbank in beginsel te worden beoordeeld aan de hand van de Verordening (EU) Nr. 1215/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 12 december 2012 betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken (herschikking) (hierna: Brussel Ibis-Vo). Op dit beginsel bestaan uitzonderingen, zo volgt uit het systeem van Brussel Ibis-Vo. De enige relevante uitzondering in dit verband is die van een forumkeuze voor een gerecht of gerecht van een land dat geen lidstaat is in de zin van de Brussel Ibis-Vo. Zo’n forumkeuze is in deze zaak gesteld noch gebleken. Dat betekent dat Brussel Ibis-Vo in deze zaak ‘definitief’ van toepassing is. 4.3. Spliethoff baseert de onbevoegdheid van deze rechtbank op het volgende forumkeuzebeding voor de rechtbank Amsterdam in artikel 18 van de door haar als productie 1 in het geding gebrachte vervoerovereenkomst: “[..] any dispute, claim or action under this Contract shall be decided by the District Court of Amsterdam, the Netherlands, to the exclusive jurisdiction of which the Yacht Owner submits himself. The District Court of Amsterdam has non-exclusive jurisdiction in respect of any dispute, claim or action by the Carrier under this Contract.” In dit incident is tussen partijen niet in geschil dat Antelope moet worden beschouwd als “Yacht Owner” en Spliethoff als “Carrier” in de zin van dit forumkeuzebeding. Nu deze zaak een vordering van Antelope tegen Spliethoff betreft, is dus in ieder geval in zoverre de rechtbank Amsterdam exclusief bevoegd. 4.4. Brussel Ibis-Vo bevat in artikel 25 een regeling inzake bevoegdheid op grond van een forumkeuze waaruit een exclusieve bevoegdheid volgt. Dit artikel luidt als volgt - aangehaald voor zover relevant: 1. Indien de partijen, ongeacht hun woonplaats, een gerecht of de gerechten van een lidstaat hebben aangewezen voor de kennisneming van geschillen die naar aanleiding van een bepaalde rechtsbetrekking zijn ontstaan of zullen ontstaan, is dit gerecht of zijn de gerechten van die lidstaat bevoegd, tenzij de overeenkomst krachtens het recht van die lidstaat nietig is wat haar materiële geldigheid betreft. Deze bevoegdheid is exclusief, tenzij de partijen anders zijn overeengekomen. De overeenkomst tot aanwijzing van een bevoegd gerecht wordt gesloten: a.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.