RECHTBANK ROTTERDAM zaaknummer: 6204559 / CV EXPL 17-26809 uitspraak: 14 september 2018 vonnis van de kantonrechter, zitting houdende te Rotterdam, in de zaak van [eiser] , wonende te [plaatsnaam], eiser, gemachtigde: mr. J.W. Dijke te Rotterdam, tegen de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Nancy Schoonmaakbedrijf B.V., gevestigd te Schiedam, gedaagde, gemachtigde: mr. J.I.T. Sopacua te Rotterdam. Partijen worden hierna “[eiser]” en “Nancy Schoonmaakbedrijf” genoemd. 1Het verloop van de procedure 1.1 Het verloop van de procedure volgt uit de volgende processtukken, waarvan de kantonrechter kennis heeft genomen: het exploot van dagvaarding van 18 juli 2017, met producties; de conclusie van antwoord, met producties; het vonnis van 25 oktober 2017, waarin een comparitie van partijen is gelast; de akte wijziging van eis, met een productie, aan de zijde van [eiser]; de ter voorbereiding op de comparitie ingediende producties aan de zijde van Nancy Schoonmaakbedrijf; het proces-verbaal van de op 9 januari 2018 gehouden comparitie van partijen; de akte uitlaten procedure aan de zijde van [eiser]; de conclusie na comparitie, tevens wijziging van eis aan de zijde van [eiser], met producties; de conclusie na comparitie aan de zijde van Nancy Schoonmaakbedrijf, met een productie; de rolbeslissing van 4 mei 2018; de nadere conclusie aan de zijde van Nancy Schoonmaakbedrijf, met een productie; de akte uitlaten berekening aan de zijde van [eiser]. 1.3 De kantonrechter heeft de uitspraak van dit vonnis nader bepaald op heden. 2De vaststaande feiten Als enerzijds gesteld en anderzijds erkend, dan wel niet of onvoldoende gemotiveerd weersproken, staat tussen partijen, voor zover in dit vonnis van belang, het volgende vast. 2.1 [eiser] is sinds 2 juli 2012 bij Nancy Schoonmaakbedrijf in dienst en verricht werkzaamheden als schoonmaker bij een vleesverwerkingsbedrijf. 2.2 In de periode 2 juli 2012 tot en met 28 juni 2013 heeft [eiser] voor Nancy Schoonmaakbedrijf gewerkt bij Randstad Vleesgroothandel B.V. Vanaf 29 juni 2013 werkt [eiser] voor Nancy Schoonmaakbedrijf bij Van Harten & Zn. B.V. 2.3 Op de arbeidsrelatie is de cao Schoonmaak (hierna ook: de cao) van toepassing. 2.4 De eerste 12 maanden van het dienstverband vormen de inleerperiode in de zin van artikel 14 lid 7 cao, waarbij het basisuurloon 85 % van het hoogste uurloon in de loongroep bedraagt. 2.5 Bij de uitbetaling van het salaris over de maand september 2016 heeft Nancy Schoonmaakbedrijf een nabetaling gedaan van € 6.732,00 met als omschrijving “21012/2016 uren, toeslag, uitkering 5 weken vrije dagen”. 3De vordering 3.1 [eiser] heeft (na meerdere wijzigingen van eis) gevorderd bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad: Primair I. Nancy Schoonmaakbedrijf te veroordelen tot betaling van het achterstallig salaris van € 29.348,76 bruto inclusief te weinig ontvangen toeslagen 8% vakantietoeslag; II. Nancy Schoonmaakbedrijf te veroordelen tot betaling van de eindejaarsuitkering van in totaal € 1.936,97 bruto over de jaren 2012, 2013, 2014, 2015 en 2016; III. Nancy Schoonmaakbedrijf te veroordelen tot betaling van de wettelijke verhoging ex artikel 7:625 BW over het gevorderde sub I. en II.; IV. Nancy Schoonmaakbedrijf te veroordelen tot betaling van de wettelijke rente ex artikel 6:119 BW over het gevorderde sub I. tot en met sub. III ingaande datum van dagvaarding; V. Nancy Schoonmaakbedrijf te veroordelen tot het verhogen van de aanspraak op vakantie met 46,43 uur; VI. Het bruto maandsalaris van [eiser] met ingang van 1 juli 2016 vast te stellen op € 2.066,09 exclusief vakantietoeslag en toeslagen; VII. Nancy Schoonmaakbedrijf te veroordelen tot het toepassen van de algemeen verbindend verklaarde cao vanaf 1 juli 2016; VIII. Nancy Schoonmaakbedrijf te veroordelen tot de kosten in deze procedure. Subsidiair I. Nancy Schoonmaakbedrijf te veroordelen tot betaling van het achterstallig salaris van € 23.832,91 bruto inclusief te weinig ontvangen toeslagen 8% vakantietoeslag; II. Nancy Schoonmaakbedrijf te veroordelen tot betaling van de eindejaarsuitkering van totaal van € 1.840,19 bruto over de jaren 2012, 2013, 2014, 2015 en 2016; III. Nancy Schoonmaakbedrijf te veroordelen tot betaling van de wettelijke verhoging ex artikel 7:625 BW over het gevorderde sub I. en II.; IV. Nancy Schoonmaakbedrijf te veroordelen tot betaling van de wettelijke rente ex artikel 6:119 BW over het gevorderde sub I. tot en met sub. III ingaande datum van dagvaarding; V. Nancy Schoonmaakbedrijf te veroordelen tot het verhogen van de aanspraak op vakantie met 46,43 uur; VI. Het bruto maandsalaris van [eiser] met ingang van 1 juli 2016 vast te stellen op € 2.066,09 exclusief vakantietoeslag en toeslagen; VII. Nancy Schoonmaakbedrijf te veroordelen tot het toepassen van de algemeen verbindend verklaarde cao vanaf 1 juli 2016; VIII. Nancy Schoonmaakbedrijf te veroordelen tot de kosten in deze procedure. Meer subsidiair I. Nancy Schoonmaakbedrijf te veroordelen tot betaling van het achterstallig salaris van € 18.399,60 bruto inclusief te weinig ontvangen toeslagen 8% vakantietoeslag; II. Nancy Schoonmaakbedrijf te veroordelen tot betaling van de eindejaarsuitkering van in totaal € 1.752,12 bruto over de jaren 2012, 2013, 2014, 2015 en 2016; III. Nancy Schoonmaakbedrijf te veroordelen tot betaling van de wettelijke verhoging ex artikel 7:625 BW over het gevorderde sub I. en II.; IV. Nancy Schoonmaakbedrijf te veroordelen tot betaling van de wettelijke rente ex artikel 6:119 BW over het gevorderde sub I. tot en met sub. III ingaande datum van dagvaarding; V. Nancy Schoonmaakbedrijf te veroordelen tot het verhogen van de aanspraak op vakantie met 46,43 uur; VI. Het bruto maandsalaris van [eiser] met ingang van 1 juli 2016 vast te stellen op € 2.066,09 exclusief vakantietoeslag en toeslagen; VII. Nancy Schoonmaakbedrijf te veroordelen tot het toepassen van de algemeen verbindend verklaarde cao vanaf 1 juli 2016; VIII. Nancy Schoonmaakbedrijf te veroordelen tot de kosten in deze procedure. Meer meer subsidiair I. Nancy Schoonmaakbedrijf te veroordelen tot betaling van het achterstallig salaris van € 15.951,85 bruto inclusief te weinig ontvangen toeslagen 8% vakantietoeslag; II. Nancy Schoonmaakbedrijf te veroordelen tot betaling van de eindejaarsuitkering van in totaal € 1.743,30 bruto over de jaren 2012, 2013, 2014, 2015 en 2016; III. Nancy Schoonmaakbedrijf te veroordelen tot betaling van de wettelijke verhoging ex artikel 7:625 BW over het gevorderde sub I. en II.; IV. Nancy Schoonmaakbedrijf te veroordelen tot betaling van de wettelijke rente ex artikel 6:119 BW over het gevorderde sub I. tot en met sub. III ingaande datum van dagvaarding; V. Het bruto maandsalaris van [eiser] met ingang van 1 juli 2016 vast te stellen op € 2.066,09 exclusief vakantietoeslag en toeslagen; VI. Nancy Schoonmaakbedrijf te veroordelen tot het toepassen van de algemeen verbindend verklaarde cao vanaf 1 juli 2016; VII. Nancy Schoonmaakbedrijf te veroordelen tot de kosten in deze procedure. Meest subsidiair I. Nancy Schoonmaakbedrijf te veroordelen tot betaling van het achterstallig salaris van € 10.972,56 bruto inclusief te weinig ontvangen toeslagen 8% vakantietoeslag; II. Nancy Schoonmaakbedrijf te veroordelen tot betaling van de eindejaarsuitkering van in totaal € 1.660,44 bruto over de jaren 2012, 2013, 2014, 2015 en 2016; III. Nancy Schoonmaakbedrijf te veroordelen tot betaling van de wettelijke verhoging ex artikel 7:625 BW over het gevorderde sub I. en II.; IV. Nancy Schoonmaakbedrijf te veroordelen tot betaling van de wettelijke rente ex artikel 6:119 BW over het gevorderde sub I. tot en met sub. III ingaande datum van dagvaarding; V. Het bruto maandsalaris van [eiser] met ingang van 1 juli 2016 vast te stellen op € 2.066,09 exclusief vakantietoeslag en toeslagen; VI. Nancy Schoonmaakbedrijf te veroordelen tot het toepassen van de algemeen verbindend verklaarde cao vanaf 1 juli 2016; VII. Nancy Schoonmaakbedrijf te veroordelen tot de kosten in deze procedure. 3.2 [eiser] heeft ter onderbouwing van zijn vordering - zakelijk weergegeven en voor zover van belang - het volgende aangevoerd. 3.2.1 [eiser] meent dat zijn functie niet goed is ingeschaald en dat hij moet worden aangemerkt als ‘Werknemer reiniging industrieel’ waarvan het salaris gelijk is aan loongroep I plus een toeslag van 5 %. [eiser] heeft daarbij gesteld dat de aard van de werkzaamheden leidend is bij de indeling in de loongroep en het al dan niet hebben van een certificaat daarin geen rol speelt. 3.2.2 Daarnaast stelt [eiser] zich op het standpunt dat de omvang van zijn arbeidsovereenkomst 40 uur per week is. [eiser] werkt van maandag tot en met vrijdag van 15:00 tot 23:00 uur. Bovendien heeft [eiser] conform artikel 18 van de cao voor zijn gewerkte uren tussen 21:30 uur en 23:00 uur recht op een toeslag van 30 % van maandag tot en met donderdag en 50 % op vrijdag, terwijl Nancy Schoonmaakbedrijf deze toeslag nooit aan hem heeft betaald. Door de te weinig ontvangen uren heeft [eiser] ook recht op meer vakantie-uren. Voorts heeft [eiser] conform artikel 15 van de cao recht op een eindejaarsuitkering, die Nancy Schoonmaakbedrijf over de jaren 2012 tot en met 2016 niet heeft betaald. 4Het verweer 4.1 Nancy Schoonmaakbedrijf heeft de vordering betwist en heeft daartoe - zakelijk weergegeven en voor zover van belang - het volgende aangevoerd. 4.1.1 [eiser] wordt aangemerkt als ‘Medewerker algemeen schoonmaakonderhoud I’. Hij is gelet op zijn werkzaamheden juist ingeschaald. [eiser] komt niet in aanmerking voor de functietoeslag van 5 % omdat hij niet beschikt over het certificaat dat vereist is om industriële werkzaamheden te verrichten. Bovendien geldt dat, zelfs indien de werkzaamheden van [eiser] dienen te worden beschouwd als industriële schoonmaakwerkzaamheden, [eiser] als ‘Medewerker schoonmaakonderhoud industrieel I’ dient te worden beschouwd, aangezien hij droge schoonmaakwerkzaamheden in productielocaties verricht conform een vastgesteld programma, duidelijke instructies en onder direct raadpleegbaar toezicht. 4.1.2 In tegenstelling tot wat [eiser] beweert, is er van te weinig betaalde uren geen sprake. Ter onderbouwing van haar standpunt verwijst Nancy Schoonmaakbedrijf naar de schriftelijke arbeidsovereenkomsten, ingaande respectievelijk 2 juli 2012, 2 januari 2013 en 2 januari 2014, waaruit blijkt dat er steeds sprake is geweest van een 36-urige werkweek. Voor zover geoordeeld wordt dat sprake is van achterstallig loon, stelt Nancy Schoonmaakbedrijf dat de omstandigheid dat [eiser] bijna vijf jaar heeft gewacht met het instellen van zijn vordering aanleiding geeft tot matiging van de wettelijke verhoging. 5De beoordeling 5.1 Aan de orde is of [eiser] recht heeft op (na)betaling van loon over de periode vanaf 2 juli 2012, bestaande uit achterstallig salaris, te weinig ontvangen toeslag voor werk op onregelmatige uren, vakantietoeslag en eindejaarsuitkering. Gelet op het daarop gerichte verweer van Nancy Schoonmaakbedrijf dient eerst de vraag beantwoord te worden welke salarisgroep van toepassing is. Daarna komen de andere onderwerpen, waarover beslissingen genomen moeten worden, ter sprake. Inschaling functie 5.2 Uitgangspunt is dat de waardering van de functie van de werknemer voortvloeit uit een verplichting van de werkgever op grond van de cao. Conform artikel 13 van de cao dient de indeling plaats te vinden met inachtneming van de referentiefuncties als genoemd in bijlage II. De kantonrechter constateert dat de referentiefuncties bij de cao 2014-2016 zijn geactualiseerd (artikel 13 lid 2). 5.3 [eiser] heeft zijn vordering tot betaling van achterstallig loon gebaseerd op de inschaling in loongroep I plus 5 %, daartoe heeft hij zich op het standpunt gesteld dat hij moet worden beschouwd als ‘Werknemer reiniging industrieel’. [eiser] is daarbij kennelijk uitgegaan van de gedateerde referentiefuncties uit bijlage II van de cao 2012-2015, waarbij bedoelde functie valt onder ‘gespecialiseerd schoonmaakonderhoud’. De kantonrechter constateert dat de door [eiser] gebezigde functienaam in de geactualiseerde referentiefuncties niet voorkomt. Daarin zijn wel de volgende functies met de toevoeging ‘industrieel’ (in het ‘Specialisten-deel’) te onderscheiden: ‘Medewerker schoonmaakonderhoud industrieel I’; ‘Medewerker schoonmaakonderhoud industrieel II’; ‘Medewerker schoonmaakonderhoud industrieel III’. Uit het als productie 5 door Nancy Schoonmaakbedrijf overgelegde NOK-schema van de RAS blijkt dat voor bedoelde functies een door de branche erkend certificaat vereist is. Niet in geschil is dat [eiser] niet over een dergelijk certificaat beschikt. Ook overigens heeft [eiser] naar het oordeel van de kantonrechter onvoldoende concrete feiten en omstandigheden gesteld om tot de conclusie te komen dat hij, zoals door Nancy Schoonmaakbedrijf is betwist, de gespecialiseerde c.q. zwaardere werkzaamheden heeft verricht. Het slechts in algemene bewoordingen stellen dat hij schoonmaakwerkzaamheden heeft verricht in de productiehal is daarvoor, tegenover de door Nancy Schoonmaakbedrijf gegeven omschrijving van zijn feitelijke verrichte werkzaamheden in de productielocaties, die volgens een vast programma, duidelijke instructies en onder direct raadpleegbaar toezicht plaatsvinden, niet toereikend. 5.4 Dit leidt ertoe dat de door [eiser] ingenomen stelling dat hij overeenkomstig loongroep I plus 5 % beloond had moeten worden, wordt verworpen en wordt er voor de verdere beoordeling uitgegaan van een salaris conform loongroep I (zonder de toeslag van 5 %). Arbeidsomvang 5.5 Het volgende twistpunt tussen partijen is de omvang van de arbeidsovereenkomst. 5.6 [eiser] stelt primair dat sprake is van een arbeidsovereenkomst voor 40 uur per week, terwijl Nancy Schoonmaakbedrijf meent dat sprake is van een arbeidsovereenkomst voor 36 uur per week. Hoewel onderwerp van het partijdebat is geweest of de arbeidsovereenkomst die door Nancy Schoonmaakbedrijf is overgelegd en is aangegaan voor 24 maanden ingaande 2 januari 2014, door [eiser] is gesloten, kan dat in het kader van deze procedure buiten beschouwing blijven. Immers, in de twee ondertekende arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd, ingaande op 2 juli 2012 en 2 januari 2013, die door [eiser] zelf zijn overgelegd is ten aanzien van artikel 5 lid 1 sub a dezelfde tekst opgenomen als in de arbeidsovereenkomst die door Nancy Schoonmaakbedrijf is overgelegd: “
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.