← Nederland

ECLI:NL:RBROT:2018:8300

Rechtbank Rotterdam Team straf 2 Parketnummer: 10/661058-18 Datum uitspraak: 4 oktober 2018 Tegenspraak Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte: [naam verdachte] , geboren te [geboorteplaats verdachte] ( [geboorteland verdachte] ) op [geboortedatum verdachte] , ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres: [adres verdachte] , [woonplaats verdachte] , ten tijde van het onderzoek op de terechtzitting preventief gedetineerd in de PI Haaglanden, locatie Scheveningen, raadsman mr. D.J. Moll, advocaat te Rotterdam. 1Onderzoek op de terechtzitting Gelet is op het onderzoek op de terechtzitting van 20 september

  1. 2Tenlastelegging Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding. De tekst van de tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht. 3Eis officier van justitie De officier van justitie mr. E.M. Loppé heeft gevorderd: bewezenverklaring van het ten laste gelegde; veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 6 maanden met aftrek van voorarrest, waarvan 2 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaar en als bijzondere voorwaarde een meldplicht bij de reclassering, alsmede een klinische opname bij BAVO of soortgelijke instelling voor de duur van maximaal 12 maanden. 4Waardering van het bewijs 4.
  2. Bewijswaardering Standpunt verdediging De verdediging heeft vrijspraak bepleit en zich op het standpunt gesteld dat de verklaringen van de aangeefster niet consistent zijn en ondersteunend bewijs ontbreekt. Er zijn geen getuigen die hebben gezien dat de aangeefster door de verdachte in haar billen is geknepen. De verdachte heeft het ten laste gelegde ontkend. Beoordeling De rechtbank overweegt dat de aangeefster gedetailleerd heeft verklaard over de wijze waarop de verdachte haar heeft aangeraakt. Steun voor haar aangifte kan worden gevonden in de verklaring van twee vrouwen, die zich in de directe nabijheid bevonden. Zij hebben de politie verteld dat zij de aangeefster hoorden schreeuwen, waarna zij met een angstige blik voorbij fietste. De verdachte kwam vervolgens, zo hebben de vrouwen verklaard, uit dezelfde richting lopen. Op grond van het voorgaande acht de rechtbank het ten laste gelegde, op na te melden wijze, wettig en overtuigend bewezen. 4.
  3. Bewezenverklaring In bijlage II heeft de rechtbank de inhoud van wettige bewijsmiddelen opgenomen, houdende voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden. Op grond daarvan, en op grond van de redengevende inhoud van het voorgaande, is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder ten laste gelegde heeft begaan op die wijze dat: hij op 08 juni 2018 te Rotterdam door een feitelijkheid iemand, te weten [naam slachtoffer] , heeft gedwongen tot het dulden van een ontuchtige handeling, namelijk het knijpen in de billen, die feitelijkheid heeft bestaan uit het terwijl die [naam slachtoffer] hem, verdachte, al fietsend passeert, onverhoeds knijpen in de billen van die [naam slachtoffer] . Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken. 5Strafbaarheid feit Het bewezen feit levert op: Feitelijke aanranding van de eerbaarheid. Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten. Het feit is dus strafbaar. 6Strafbaarheid verdachte Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar. 7Motivering straf 7.
  4. Algemene overweging De straf die aan de verdachte wordt opgelegd, is gegrond op de ernst van het feit, de omstandigheden waaronder het feit is begaan en de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Daarbij wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen. De verdachte heeft door zijn wijze van handelen een willekeurig slachtoffer grote schrik en angst aangejaagd. Dat heeft hij gedaan door haar onverwachts in haar billen te knijpen. Hiermee heeft de verdachte zich schuldig gemaakt aan feitelijke aanranding van de eerbaarheid, waarmee hij een ernstige inbreuk heeft gepleegd op de lichamelijke integriteit van het slachtoffer. De verdachte heeft zich daarbij louter laten leiden door zijn eigen (seksuele) drang, zonder zich te bekommeren om de gevolgen van zijn handelen voor deze vrouw. Ook heeft de rechtbank meegewogen dat de verdachte de vrouw in een openbare ruimte heeft belaagd: het feit vond plaats in een druk park. In het algemeen worden dergelijke feiten in onze samenleving beschouwd als zeer verwerpelijk en vergroten ze al bestaande gevoelens van onveiligheid. 7.
  5. Persoonlijke omstandigheden van de verdachte 7.2.
  6. Strafblad De rechtbank heeft acht geslagen op een uittreksel uit de justitiële documentatie van 3 september 2018, waaruit blijkt dat de verdachte eerder is veroordeeld voor soortgelijke strafbare feiten. 7.2.
  7. Rapportages en verklaringen van deskundigen op de terechtzitting Reclassering Nederland heeft een rapport over de verdachte opgemaakt, gedateerd 27 juni
  8. Dit rapport houdt onder meer het volgende in. De verdachte is een psychiatrische patiënt. Op 28 februari 2018 heeft de verdachte in verwarde toestand (psychotisch toestandsbeeld) zijn woning vernield. De verdachte werd met een rechterlijke machtiging drie weken opgenomen in de GGZ-instelling Bavo Europoort. Tijdens deze opname weigerde de verdachte medicatie en medewerking aan behandeling. Na ontslag uit de Bavo Europoort werkte de verdachte niet mee aan reclasseringscontact. Hij kreeg een berisping vanwege het niet nakomen van de meldplichtafspraak. In april 2018 heeft de toezichthouder het FACT-team ingeschakeld. Het FACT-team zorgt voor outreachende hulpverlening (bemoeizorg). Het recidiverisico wordt (op basis van de beschikbare informatie) ingeschat als hoog. Reclasseringswerker [naam reclasseringswerker] heeft op zitting toegelicht dat ambulante behandeling niet aan de orde is omdat de verdachte alleen thuis bezocht wil worden. Aangezien de verdachte handtastelijk is, is dit niet veilig. De verdachte moet beseffen dat hij geholpen moet worden. Hij is een gevaar voor zichzelf en voor de samenleving. Psychiater V.B. de Groof, psychiater NIFP Zuid-Holland, heeft een rapport over de verdachte opgemaakt, gedateerd 14 augustus
  9. In dit rapport staat onder meer het volgende. De verdachte ontkent het hebben van een psychiatrische aandoening: hij is alleen lichamelijk ziek. Hij is meerdere malen bij de politie geweest om aangifte te doen tegen zijn familie. Hij denkt dat zijn familie zijn moeder iets heeft aangedaan voor de erfenis. Zijn moeder was de enige persoon in zijn leven die hij vertrouwde en waarvan hij hield. In de kliniek van GGZ Bouman kreeg de verdachte medicatie om tot rust te komen. Hij weet niet wat voor medicatie hij heeft gekregen. Hij kreeg de medicatie onder dwang. Omdat de verdachte zich niet onderzoekbaar heeft opgesteld, kan de vraag of hij lijdend is aan een ziekelijke stoornis niet beantwoord worden. Psycholoog A. van Gasselt, GZ-psycholoog, heeft een rapport over de verdachte opgemaakt gedateerd 9 augustus
  10. Hierin staat onder meer het volgende. De verdachte is zeer matig in staat om adequaat antwoord op de hem gestelde vragen te geven. Hij wil vooral zijn eigen verhaal doen. Tevens blijkt direct dat de verdachte achterdochtig richting het Nederlands rechtssysteem, en daarmee ook richting onderzoeker en de tolk is. Wat betreft sociale contacten stelt de verdachte dat hij geen vrienden of mensen om zich heen heeft. Hij voelt zich eenzaam en heeft het gevoel dat hij niemand kan vertrouwen. Ook zijn broers en zussen vertrouwt hij niet, en hij verdenkt hen zelfs van het vermoorden van zijn moeder. Hij herhaalt dat hij veel lichamelijke klachten heeft, terwijl niemand hem helpt. De verdachte weet voor honderd procent zeker dat hij dag en nacht, door de politie en iedereen wordt afgeluisterd en achtervolgd. Op de vraag naar de reden hiervoor noemt hij dat hij van brandstichting in de natuur werd verdacht, terwijl hij een natuurmens is. Hij kan het verder niet toelichten. 7.
  11. Conclusies van de rechtbank Gelet op hetgeen de rechtbank hierboven heeft overwogen, komt zij tot de volgende conclusies. Gezien de ernst van het feit kan niet anders worden gereageerd dan met het opleggen van een gevangenisstraf. Bij de bepaling van de duur van de gevangenisstraf heeft de rechtbank acht geslagen op straffen die in soortgelijke zaken plegen te worden opgelegd. Daarnaast acht de rechtbank een klinische behandeling noodzakelijk. Deze zal echter niet ook, zoals door de officier van justitie gevorderd, in onderhavige strafzaak worden opgelegd, maar enkel in het kader van de onder parketnummer 10/662070-15 ingestelde vordering wijziging tenuitvoerlegging bijzondere voorwaarden. Alles afwegend acht de rechtbank de hierna te noemen straf passend en geboden. 8Toepasselijke wettelijke voorschriften Gelet is op het artikel 246 van het Wetboek van Strafrecht. 9Bijlagen De in dit vonnis genoemde bijlagen maken deel uit van dit vonnis. 10Beslissing De rechtbank: verklaart bewezen, dat de verdachte het ten laste gelegde, zoals hiervoor omschreven, heeft begaan; verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij; stelt vast dat het bewezen verklaarde oplevert het hiervoor vermelde strafbare feit; verklaart de verdachte strafbaar; veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 120 dagen; beveelt dat de tijd die door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht, voor zover deze tijd niet reeds op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht; heft op het bevel tot voorlopige hechtenis van de verdachte met ingang van de dag waarop de totale duur van de tot dan toe ondergane verzekering en voorlopige hechtenis gelijk zal zijn aan die van de opgelegde gevangenisstraf. Dit vonnis is gewezen door: mr. M. Smit, voorzitter, en mrs. V.F. Milders en K.A. Baggerman, rechters, in tegenwoordigheid van mr. A. van den Bosch, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank op de datum die in de kop van dit vonnis is vermeld. De voorzitter en de griffier zijn buiten staat om dit vonnis mede te ondertekenen. Bijlage I Tekst tenlastelegging Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat hij op of omstreeks 08 juni 2018 te Rotterdam door geweld en/of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of door bedreiging met geweld en/of door bedreiging met (een) andere feitelijkhe(i)d(en) iemand, te weten [naam slachtoffer] , heeft gedwongen tot het plegen en/of dulden van een of meer ontuchtige handeling(en), namelijk het knijpen in de billen, het geweld en/of een andere feitelijkhe(i)d(en) en/of de bedreiging met geweld en/of de bedreiging met andere feitelijkhe(i)d(en) heeft/hebben bestaan uit het terwijl die [naam slachtoffer] hem, verdachte, al fietsend passeert, onverhoeds knijpen in de billen van die [naam slachtoffer] .

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.