Rechtbank Rotterdam Team straf 3 Parketnummer: 10/751060-17 Datum uitspraak: 7 februari 2018 Tegenspraak Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte: [naam verdachte] , geboren te [geboorteplaats verdachte] ( [geboorteland verdachte] ) op [geboortedatum verdachte] , ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres: [adres verdachte] , [woonplaats verdachte] . Raadsvrouw mr. W.M. Oosthoek, advocaat te Rotterdam. 1Onderzoek op de terechtzitting Gelet is op het onderzoek op de terechtzitting van 24 januari 2018. 2Tenlastelegging Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding. De tekst van de tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht. 3Eis officier van justitie De officier van justitie mr. M. Blom heeft gevorderd: bewezenverklaring van het ten laste gelegde; veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 15 maanden met aftrek van voorarrest, waarvan 5 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaar. 4Vrijspraak Naar het oordeel van de rechtbank kan niet wettig en overtuigend worden bewezen verklaard dat de verdachte medeplichtig is geweest aan de mensensmokkel door de medeverdachte [naam medeverdachte 1] en anderen. Vast is komen te staan dat de verdachte op verzoek van [naam medeverdachte 1] een aantal personen in zijn woning heeft toegelaten. Die personen hebben daar een aantal dagen verbleven. [naam medeverdachte 1] wilde deze personen op enig moment naar Engeland (laten) vervoeren. De verdachte is [naam medeverdachte 1] daarbij, door het verlenen van onderdak, zonder meer behulpzaam geweest. Echter, om medeplichtigheid aan te kunnen nemen moet de verdachte opzettelijk hebben gehandeld. Zijn opzet moet gericht zijn geweest zowel op zijn hulp (de onderdakverlening), als op het misdrijf waarbij hij behulpzaam was (de mensensmokkel). De verdachte heeft de personen onderdak geboden. Er was dus opzet op het voor dat doel ter beschikking stellen van zijn woning. De vraag is echter of de verdachte ook (voorwaardelijk) opzet had op de mensensmokkel. Uit de verklaringen van de verdachte blijkt weliswaar dat hij op een gegeven moment bedacht dat de mensen die hij onderdak bood mogelijk illegaal in Nederland verbleven, maar het dossier bevat onvoldoende aanwijzingen dat de verdachte wist of moest vermoeden dat [naam medeverdachte 1] die mensen ten behoeve en in het kader van mensensmokkel bij hem had ondergebracht. De rechtbank neemt hiertoe in aanmerking dat uit het dossier niet blijkt dat de verdachte werd geïnformeerd door [naam medeverdachte 1] . De verdachte zou voor het verblijf van de personen slechts een beperkte onkostenvergoeding van [naam medeverdachte 1] ontvangen. De rechtbank acht alles afwegende niet bewezen dat de verdachte op het moment dat hij de personen onderdak bood, wist of ernstige redenen had te vermoeden dat [naam medeverdachte 1] deze personen uit winstbejag bij hem onderbracht en/of dat zij (verder) zouden worden gesmokkeld. Het gaat de rechtbank te ver om het vermoeden van mensensmokkel te veronderstellen bij de verdachte op grond van louter algemene ervaringsregels. De verdachte wordt daarom vrijgesproken van hetgeen aan hem ten laste is gelegd. 5Bijlage De in dit vonnis genoemde bijlage maakt deel uit van dit vonnis. 6Beslissing De rechtbank: verklaart niet bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde feit heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij. Dit vonnis is gewezen door: mr. G.M. Munnichs, voorzitter, en mrs. W.J.M. Diekman en E.B.J. van Elden, rechters, in tegenwoordigheid van mr. J.G. Polke, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank op de datum die in de kop van dit vonnis is vermeld. Bijlage I Tekst tenlastelegging Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat [naam medeverdachte 1] en/of [naam medeverdachte 2] en/of (een) ander(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.