vonnis RECHTBANK ROTTERDAM Team handel en haven zaaknummer / rolnummer: C/10/477928 / HA ZA 15-670 Vonnis van 31 oktober 2018 in de zaak van 1. de vennootschap naar buitenlands recht [eiseres 1], gevestigd te Bioggio, Zwitserland, 2. de vennootschap naar buitenlands recht [eiseres 2], gevestigd te Roissy En France, Frankrijk, 3. de vennootschap naar buitenlands recht [eiseres 3], gevestigd te Taipei, Taiwan, 4. de vennootschap naar buitenlands recht [eiseres 4] , gevestigd te Taipei, Taiwan, 5. de vennootschap naar buitenlands recht [eiseres 5] , gevestigd te Taipei, Taiwan, eiseressen, advocaat aanvankelijk mr. R.W.J.M. te Pas, thans mr. F.J.H. Krumpelman te Rotterdam, tegen 1. de naamloze vennootschap [gedaagde 1], gevestigd te Rotterdam, gedaagde, niet verschenen, 2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [gedaagde 2], gevestigd te Veghel, gedaagde, niet verschenen, 3. de vennootschap naar buitenlands recht [gedaagde 3] , gevestigd te Zhabei District, Shanghai, China, gedaagde, niet verschenen, 4. de vennootschap naar buitenlands recht [gedaagde 4] . gevestigd te East Hong Kong, Hong Kong, gedaagde, advocaat M.M. van Leeuwen te Rotterdam, 5. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [gedaagde 5], gevestigd te Rotterdam, gedaagde, advocaat mr. T. van der Valk te Rotterdam, 6. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [gedaagde 6] , gevestigd te Rotterdam, gedaagde, advocaat mr. V.R. Pool. 1De procedure De procedure is als volgt verlopen. 1.1. Eiseressen hebben gedaagden bij gelijkluidende exploten van 9 januari 2015 voor deze rechtbank gedagvaard. Bij akte hebben eiseressen hun producties 1, 2 en 4 in het geding gebracht. 1.2. Gedaagde sub 4 (hierna: [gedaagde 4] ) heeft in incident gevorderd dat de rechtbank zich onbevoegd zou verklaren. Bij vonnis van 20 juli 2016 heeft de rechtbank die vordering afgewezen. 1.3. Gedaagde sub 6 (hierna: [gedaagde 6] ) heeft een conclusie van antwoord genomen en daarbij zeven producties overgelegd. 1.4. [gedaagde 4] heeft in incident gevorderd dat eiseressen sub 3, 4 en 5 worden veroordeeld tot zekerheidsstelling voor proceskosten als bedoeld in artikel 224 Rv. Voorts heeft [gedaagde 4] een conclusie van antwoord genomen. Op de rol van 9 november 2016 is de zaak tegen [gedaagde 4] doorgehaald. 1.5. Op de rol van 29 maart 2017 is de zaak tegen [gedaagde 6] doorgehaald. 1.6. Gedaagde sub 5 (hierna: [gedaagde 5] ) heeft in incident gevorderd dat eiseressen sub 3, 4 en 5 worden veroordeeld tot zekerheidsstelling voor proceskosten als bedoeld in artikel 224 Rv. Na een conclusie tot referte van eiseressen 3, 4 en 5 heeft de rechtbank bij vonnis van 19 april 2017 die vordering toegewezen met compensatie van de proceskosten. Na verdere aktewisseling heeft de rechtbank bij vonnis van 4 oktober 2017 verstaan dat eiseressen sub 3, 4 en 5 tijdig aan het vonnis van 19 april 2017 hebben voldaan. 1.7. Op de rol van 19 april 2017 hebben eiseressen de zaken tegen de gedaagden sub 1, 2 en 3 ingetrokken. 1.8. [gedaagde 5] heeft een conclusie van antwoord genomen en zeven producties in het geding gebracht. 1.9. De rechtbank heeft een comparitie van partijen bepaald in de zaak tussen eiseressen en [gedaagde 5] . Vervolgens heeft de rechtbank een zittingsagenda aan deze partijen gestuurd. Voorafgaande aan en op de comparitie zijn de volgende stukken in het geding gebracht: de brief van de advocaat van eiseressen met een samenvatting van standpunten en de producties 4 tot en met 13; de pleitaantekeningen van de advocaat van [gedaagde 5] . Van de zitting is proces-verbaal opgemaakt. Bij schrijven van 1 augustus 2018 heeft de advocaat van [gedaagde 5] opmerkingen over het proces-verbaal gemaakt. Bij schrijven van 20 augustus 2018 heeft de advocaat van eiseressen opmerkingen over het proces-verbaal gemaakt. 1.10. Ter comparitie is vonnis bepaald. 2De vorderingen 2.1. Eiseressen vorderen samengevat weergegeven – dat de rechtbank (thans nog slechts) [gedaagde 5] bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis zal veroordelen tot betaling van € 756.601,56 als schadevergoeiding en van US$ 18.680,00 ter zake van kosten van vaststelling van de schade en van aansprakelijkheid, beide bedragen te vermeerderen met wettelijke rente vanaf 12 april 2014, met veroordeling van [gedaagde 5] in de proceskosten en de nakosten, te vermeerderen met wettelijke rente daarover indien de kosten niet binnen veertien dagen na het vonnis worden betaald. 2.2. [gedaagde 5] voert verweer en concludeert tot niet-ontvankelijk verklaring van eiseressen, althans tot ontzegging van de vorderingen, met veroordeling van eiseressen bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis in de proceskosten en de nakosten, te vermeerderen met wettelijke rente indien de kosten niet binnen veertien dagen na het vonnis worden betaald. 3De beoordeling 3.1. Uit het procesverloop blijkt dat nog slechts de zaak van eiseressen tegen [gedaagde 5] ter beoordeling resteert. 3.2. Er is sprake van een internationaal geval, omdat eiseressen in diverse staten gevestigd zijn en [gedaagde 5] in Nederland. De Nederlandse rechter komt in dit geval rechtsmacht toe omdat [gedaagde 5] , gedaagde, gevestigd is in Nederland. 3.3. Eiseressen leggen het volgende aan hun vorderingen ten grondslag. 3.3.1. Eiseres sub 1 (hierna: [eiseres 1] ) en eiseres sub 2 (hierna: [eiseres 2] ) hebben in februari 2014 twee partijen van in totaal 3.432 notebooks (hierna: de partij notebooks) aan twee Franse kopers verkocht onder het leveringsbeding CIP voor een koopprijs van in totaal € 756.601,56 excl. BTW. Eiseressen sub 3, 4 en 5 zijn de goederenverzekeraars van de partij notebooks. 3.3.2. De partij notebooks was afkomstig uit China. Met een of meer van de gedaagden sub 1, 2 en 3 (hierna tezamen: [gedaagden 1,2 en 3] ) is een overeenkomst van multimodaal vervoer gesloten voor het vervoer van de partij notebooks van China naar Frankrijk. 3.3.3. De partij notebooks is in een container per schip door [gedaagde 4] van China naar Nederland vervoerd en op 10 april 2014 te Rotterdam gelost op de terminal van [gedaagde 5] . [gedaagden 1,2 en 3] heeft aan VVT Europa B.V. (hierna: VVT) opdracht gegeven tot het wegvervoer van de container met de partij notebooks van de terminal van [gedaagde 5] naar Tiel, in afwachting van doorvervoer naar de bestemmingen in Frankrijk. 3.3.4. De aflevering van de container met de partij notebooks door [gedaagde 4] aan de geadresseerde of de ontvanger, via (de terminal van) [gedaagde 5] , was geregeld met behulp van een pincode. [gedaagde 4] heeft de pincode aan [gedaagden 1,2 en 3] en aan [gedaagde 5] verstrekt. [gedaagden 1,2 en 3] heeft de pincode aan VVT verstrekt. [gedaagden 1,2 en 3] of VVT heeft de pincode aan [gedaagde 5] opgegeven opdat VVT aflevering van de container met de partij notebooks zou verkrijgen. Anders dan aldus overeengekomen heeft [gedaagde 5] de container met de partij notebooks niet aan VVT meegegeven, maar aan (een chauffeur van) [gedaagde 6] . Vervolgens is de container met de partij notebooks op het chassis achtergelaten op een industrieterrein in Oostvoorne. De container is op 28 april 2014 leeg teruggevonden. De partij notebooks is verdwenen. 3.4. Eiseressen houden [gedaagde 5] voor de schade wegens het verlies van de partij aansprakelijk omdat [gedaagde 5] (of een of meer personen voor wie [gedaagde 5] aansprakelijk
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.