vonnis RECHTBANK ROTTERDAM Team handel en haven zaaknummer / rolnummer: C/10/550461 / HA ZA 18-486 Vonnis van 20 februari 2019 in de zaak van de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid WAYLAND DEVELOPMENTS B.V, gevestigd te Bergschenhoek, eiseres, advocaat mr. B. van Nieuwaal te Rotterdam, tegen 1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid TB VENTURES B.V., gevestigd te Dordrecht, gedaagde, niet verschenen, 2. [gedaagde], wonende te Dordrecht, gedaagde, advocaat mr. N.H. Margetson te Rotterdam. Eiseres zal hierna Wayland genoemd worden. Gedaagden zullen hierna ieder afzonderlijk TB Ventures en [gedaagde] genoemd worden. 1De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: de dagvaarding van 24 april 2018, met producties; het ter rolzitting van 16 mei 2018 tegen TB Ventures verleende verstek; de conclusie van antwoord van [gedaagde] , met producties; het tussenvonnis (in de vorm van een brief) van 1 augustus 2018, waarbij een comparitie is gelast; de brief van de rechtbank van 31 augustus 2018, waarin een zittingsagenda is opgenomen; de akte overlegging producties van Wayland; het proces-verbaal van comparitie van 1 oktober 2018, met daaraan gehecht de brieven van Wayland en [gedaagde] van 11 oktober 2018 respectievelijk 14 oktober 2018 met een reactie op het proces-verbaal. 1.2. Ten slotte is vonnis bepaald. 2. De feiten Als enerzijds gesteld en anderzijds erkend dan wel niet of onvoldoende gemotiveerd weersproken, gelet ook op de in zoverre niet betwiste inhoud van de in het geding gebrachte producties, staat tussen partijen - voor zover van belang - het volgende vast: 2.1. Wayland drijft een onderneming die zich bezighoudt met (duurzame) gebiedsontwikkeling. [naam] is commercieel directeur van Wayland. Begin 2017 hield Wayland kantoor te Waddinxveen in een oude boerderij, die zij op 3 april 2017 diende te ontruimen. 2.2. TB Ventures drijft een onderneming die zich onder andere bezighoudt met het leveren van mobiele (woon)units, genaamd loftels (hierna: loftel). [gedaagde] is statutair bestuurder van TB Ventures. 2.3. In januari 2017 hebben partijen een overeenkomst gesloten tot levering van een loftel type 501 door TB Ventures aan Wayland, tegen een prijs van € 54.450,-, inclusief BTW (hierna: de overeenkomst). De loftel had te dienen als projectkantoor voor Wayland aan de [adres] in Waddinxveen. 2.4. Op 24 januari 2017 heeft TB Ventures de overeenkomst tussen partijen per e-mail aan Wayland bevestigd. De bij die e-mail gevoegde opdrachtbevestiging vermeldt met betrekking tot de leveringstermijn en de betalingsvoorwaarden het volgende: “(…) Payment terms: 25% within 7 days after approval / 25% installation of foundations / 25% start building the Casco unit and final term of 25% within 7 days after completion (…) Delivery time: approx. 12-15 weeks after receipt of order and calculated from the day of payment (…)” 2.5. Op verzoek van Wayland heeft TB Ventures de facturen ten aanzien van de loftel op naam van Duurzaam Glas Waddinxveen B.V. (hierna: Duurzaam Glas) gezet. In de factuur van 27 januari 2017 van TB Ventures is ten aanzien van de leveringstermijn het volgende opgenomen: “(…) Delivery date: calculated after receiving first payment within 10-12 weeks 2017. (…)” De eerste twee termijnen van in totaal € 27.225,- zijn op 31 januari 2017 en 24 april 2017 aan TB Ventures voldaan. 2.6. TB Ventures heeft in een e-mail van 10 februari 2017 aan Wayland met betrekking tot de eindoplevering het volgende medegedeeld: “(…) Op dit moment is de eindoplevering gepland in de eerste week van April. (…)” 2.7. Wayland heeft op 30 maart 2017 een tijdelijk projectkantoor gehuurd en deze laten plaatsen aan de [adres] in Waddinxveen. 2.8. TB Ventures heeft Wayland, op haar verzoek, op 10 april 2017 een foto van een in aanbouw zijnde loftel doen toekomen. Hierbij heeft TB Ventures tevens de factuur met betrekking tot de derde termijnbetaling gestuurd. Op 1 mei 2017 heeft TB Ventures een tweede kennisgeving verstuurd ten aanzien van de voornoemde factuur. 2.9. TB Ventures heeft Wayland op 26 mei 2017 schriftelijk in gebreke gesteld en haar tot 1 juni 2017 de gelegenheid geboden om de derde termijn alsnog te betalen. 2.10. Op 7 juni 2017 heeft Wayland TB Ventures schriftelijk in gebreke gesteld en TB Ventures een termijn van veertien dagen gegeven om alsnog aan haar verplichtingen te voldoen. Wayland heeft bij brief van 27 juni 2017 aan TB Ventures medegedeeld dat zij de overeenkomst met TB Ventures buitengerechtelijk heeft ontbonden en heeft haar gesommeerd tot terugbetaling van het reeds betaalde bedrag van € 27.225,-. 2.11. De advocaat van Wayland heeft TB Ventures bij brief van 2 maart 2018 (nogmaals) gesommeerd tot betaling aan Wayland van een bedrag van € 35.632,75, bestaande uit (onder meer) de terugbetaling van de eerste twee termijnen en een schadevergoeding voor de kosten van het huren van een tijdelijk (mobiel) projectkantoor als gevolg van het uitblijven van de levering van de loftel. TB Ventures heeft hier geen gevolg aan gegeven. 3Het geschil 3.1. Wayland vordert om bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, TB Ventures en [gedaagde] hoofdelijk, des dat de één betalende de ander gekweten zal zijn, te veroordelen tot betaling aan Wayland van: een bedrag van € 34.800,-; de wettelijke (handels)rente over een bedrag van € 34.800,- vanaf 27 juni 2017, althans vanaf de datum van dagvaarding tot aan de dag der algehele voldoening; de buitengerechtelijke kosten tot een beloop van € 1.123,-; met veroordeling van TB Ventures en [gedaagde] in de proceskosten. 3.2. Het verweer van [gedaagde] strekt tot afwijzing van de vordering van Wayland, met veroordeling van Wayland – voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad – in de werkelijke proceskosten van [gedaagde] , althans in de proceskosten conform het liquidatietarief. 3.3. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan. 4De beoordeling ten aanzien van TB Ventures 4.1. Tegen TB Ventures is verstek verleend. Het gevorderde komt de rechtbank niet onrechtmatig of ongegrond voor en zal daarom worden toegewezen. 4.2. TB Ventures zal als de in het ongelijk te stellen partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van Wayland worden begroot op: - dagvaarding € 88,75 - griffierecht 1.950,00 - salaris advocaat 695,00 (1,0 punt × tarief € 695,00) Totaal € 2.733,75 4.3. De gevorderde wettelijke handelsrente over de hoofdsom is niet toewijsbaar nu deze voortvloeit uit een ongedaanmakingsverbintenis c.q. schadevergoedingsverbintenis, waarop artikel 6:119a BW niet van toepassing is. De wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW zal worden toegewezen. 4.4. De gevorderde buitengerechtelijke incassokosten zullen worden toegewezen, nu voldoende is gebleken dat buitengerechtelijke incassowerkzaamheden zijn verricht en het gevorderde bedrag ad € 1.123,- de rechtbank niet onredelijk voorkomt. ten aanzien van [gedaagde] 4.5. De rechtbank ziet zich eerst voor de vraag gesteld of Wayland, zoals [gedaagde] meent, de grondslag van haar eis ter zitting (mondeling) heeft gewijzigd in bestuurdersaansprakelijkheid, terwijl zulks bij akte moet geschieden. Volgens [gedaagde] dient de voornoemde wijziging daarom buiten beschouwing te worden gelaten. De rechtbank overweegt dat Wayland haar vordering jegens [gedaagde] reeds in de dagvaarding heeft gebaseerd op bestuurdersaansprakelijkheid; zij heeft haar vordering slechts gepreciseerd tijdens de zitting, hetgeen is toegestaan. Van een wijziging van de grondslag van eis is dus geen sprake en hetgeen Wayland heeft aangevoerd hoeft derhalve reeds op die grond niet buiten beschouwing te worden gelaten. 4.6. [gedaagde] heeft voorts aangevoerd dat niet Wayland, maar Duurzaam Glas de contractspartij is van TB Ventures en dat Wayland reeds om die reden niet-ontvankelijk is in haar vordering. In dit verband heeft [gedaagde] aangevoerd dat de facturen met betrekking tot de loftel op naam van Duurzaam Glas staan en dat niet uit de digitale handtekening in de e-mails van [naam] blijkt dat hij namens Wayland handelt. 4.7. TB Ventures heeft zowel de opdrachtbevestiging als de ingebrekestelling gericht aan Wayland. Daaruit volgt in beginsel dat Wayland de contractspartij is, ook in de visie van TB Ventures. Dat de digitale handtekening in de e-mailberichten van [naam] niet altijd de naam van Wayland bevatte, acht de rechtbank daarbij niet van (doorslaggevend) belang. Het feit dat een derde partij, in het onderhavige geval een werkmaatschappij van Wayland, voor Wayland betaalt en dat om die reden de facturen op naam van Duurzaam Glas zijn gezet, brengt niet (zonder meer) mee dat Wayland niet langer als contractspartij kan worden aangemerkt. De rechtbank is dan ook van oordeel dat TB Ventures de overeenkomst heeft gesloten met Wayland. Het argument van [gedaagde] dat Wayland TB Ventures voor de uitvoering van de werkzaamheden heeft doorverwezen naar een medewerker van Duurzaam Glas kan, wat daar ook van zij, niet leiden tot een ander oordeel. 4.8. Ter beoordeling ligt thans de vraag voor of [gedaagde] op grond van onrechtmatige daad aansprakelijk kan worden gehouden voor de door Wayland geleden schade. 4.9. Voor zover Wayland heeft beoogd aan haar vordering ten grondslag te leggen dat [gedaagde] jegens Wayland niet in hoedanigheid van bestuurder van TB Ventures aansprakelijk is uit hoofde van onrechtmatige daad, overweegt de rechtbank dat [gedaagde] bij het sluiten van de overeenkomst met Wayland namens TB Ventures optrad als bestuurder van TB Ventures. Om die reden gelden in het onderhavige geval niet de gewone regels van onrechtmatige daad, maar de regels die van toepassing zijn op een onrechtmatig handelend bestuurder van een rechtspersoon. 4.10. De rechtbank gaat er in het navolgende veronderstellenderwijs van uit dat er sprake is van een toerekenbare tekortkoming van TB Ventures jegens Wayland en dat TB Ventures geen verhaal biedt voor de schade van Wayland. 4.11. Ten aanzien van de vraag of een bestuurder van een vennootschap, naast de vennootschap, aansprakelijk is jegens benadeelde schuldeisers, is in de jurisprudentie bepaald dat de bestuurder alleen dan persoonlijk aansprakelijk kan zijn, wanneer hem ter zake van de benadeling persoonlijk een voldoende ernstig verwijt kan worden gemaakt. Aldus gelden voor het aannemen van aansprakelijkheid van een bestuurder naast de vennootschap hogere eisen dan in het algemeen het geval is. Een hoge drempel voor aansprakelijkheid van een bestuurder tegenover een derde wordt gerechtvaardigd door de omstandigheid dat ten opzichte van de wederpartij primair sprake is van handelingen van de vennootschap en door het maatschappelijk belang dat wordt voorkomen dat bestuurders hun handelen in onwenselijke mate door defensieve overwegingen laten bepalen (vgl. HR 20 juni 2008, ECLI:NL:HR:2008:BC4959, NJ 2009/21 en HR 5 september 2014, ECLI:NL:HR:2014:2627, NJ 2015/22). Het antwoord op de vraag of de bestuurder persoonlijk een ernstig verwijt als zojuist bedoeld kan worden gemaakt, is afhankelijk van de aard en ernst van de normschending en de overige omstandigheden van het geval. Van een persoonlijk ernstig verwijt is in ieder geval sprake, (
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.