Rechtbank Rotterdam Team straf 2 Parketnummer: 10/996608-15 Raadkamernummer: 18/3606 Beschikking van de rechtbank Rotterdam, meervoudige raadkamer, op het bezwaarschrift van de verdachte [naam verdachte] , geboren te [geboorteplaats verdachte] op [geboortedatum verdachte] , ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres: [adres verdachte] , [woonplaats verdachte] , raadsman mr. J.G. Kabalt, kantoorhoudende te Breukelen. Procedure De raadsman heeft namens de verdachte, op grond van artikel 182 van het Wetboek van Strafvordering (Sv), bij brief van 8 oktober 2018 aan de rechter-commissaris verzocht om in de onder opgemeld parketnummer ingeschreven zaak onderzoekshandelingen te verrichten, bestaande uit het horen van nagenoemde getuigen: [naam getuige 1] ; [naam getuige 2] ; [naam getuige 3] ; [naam getuige 4] ; [naam getuige 5] ; [naam getuige 6] ; [naam getuige 7] ; [naam getuige 8] . Ook heeft de raadsman verzocht in het bezit te worden gesteld van de geluidsopnamen van de verhoren van de verdachte. De officier van justitie heeft bij e-mail van 5 november 2018 haar zienswijze medegedeeld. De rechter-commissaris heeft bij beschikking van 29 november 2018 het verzoek toegewezen voor zover het betreft het horen van de getuigen: [naam getuige 1] ; [naam getuige 2] ; [naam getuige 3] , met daarbij de restrictie dat zij vooralsnog enkel zullen worden gehoord op het punt of, en zo ja in welke mate en op wat voor wijze, in de beleving van de getuigen in het interne onderzoek druk op hen is uitgeoefend, en of dit tot het afleggen van onjuiste verklaringen heeft geleid. De rechter-commissaris heeft het verzoek voor het overige afgewezen. Op 12 december 2018 heeft de raadsman namens de verdachte bij de rechtbank tegen deze beschikking een bezwaarschrift ingediend. Het bezwaar is op 1 februari 2018 door de raadkamer behandeld. De raadsman en de officier van justitie mr. H.C. Vermaseren zijn gehoord. De verdachte is, hoewel behoorlijk opgeroepen, niet verschenen. Feiten De verdachte is in de onder opgemeld parketnummer ingeschreven zaak door de officier van justitie aangemerkt als verdachte van omkoping, valsheid in geschrift en witwassen. Hij wordt ter zake van deze feiten vervolgd. Standpunt verdachte en standpunt officier van justitie Het bezwaarschrift keert zich tegen de weigering om de verzochte getuigen (waarvan 1 tot en met 3 onder restrictie) te horen alsmede tegen de weigering om in het bezit te worden gesteld van de geluidsopnamen van de verhoren van de verdachte. Daartoe is ten aanzien van de verzochte getuigen - kort samengevat - het volgende aangevoerd: [naam getuige 1] en [naam getuige 3]: de verdachte ontkent contante bedragen te hebben ontvangen van [naam getuige 1] en daarom wenst hij beide personen daarover (zonder restrictie) te bevragen. [naam getuige 4] , [naam getuige 6] en [naam getuige 7]: de door deze personen afgelegde verklaringen worden betwist. Daarom wenst de verdediging de betrouwbaarheid van hun verklaringen te toetsen en hen te bevragen over de redenen van wetenschap. [naam getuige 5] : de verdediging wenst haar te horen over de vraag of zij tijdens het interne onderzoek [naam getuige 1] , [naam getuige 2] en [naam getuige 3] onder druk heeft gezet om een onjuiste verklaring af te leggen. [naam getuige 8] : de verdediging wenst haar te horen over haar redenen van wetenschap en over het punt aan wie contante betalingen zijn gedaan. Ten aanzien van de geluidsopnamen is aangevoerd dat de processen-verhaal van verhoren geen volledige weergave geven van die verhoren, zowel wat betreft inhoud als wat betreft intonatie. De officier van justitie heeft - overeenkomstig de door haar overgelegde notities, die aan deze beschikking zijn gehecht en daarvan deel uitmaken, geconcludeerd tot ongegrondverklaring van het bezwaar. Beoordeling Vooropgesteld wordt dat de rechter-commissaris een verzoek als het onderhavige weigert indien de gevraagde onderzoekshandeling niet kan bijdragen aan enige in de zaak te nemen beslissing. De rechtbank zal moeten toetsen of de beslissing van de rechter-commissaris in het licht daarvan in stand kan blijven. De beslissing van de rechter-commissaris wordt, omdat het om een bezwaarschriftprocedure gaat, in beginsel ex tunc getoetst, dat wil zeggen: beoordeeld naar de feiten en omstandigheden ten tijde van het nemen van die beslissing. Tegelijkertijd stelt de rechtbank vast dat de beslissing gezien moet worden in het licht van de taak van de rechter-commissaris in het vooronderzoek. Die taak is aanvullend, waar nodig, om er voor te zorgen dat het (voor)onderzoek volledig en evenwichtig is. Het standpunt van mr. Kabalt, dat de rechter-commissaris tot meer onderzoekshandelingen zou moeten overgaan dan volgt uit de toetsing aan het verdedigingsbelang, is onjuist. In de (overzichts)arresten van de Hoge Raad d.d. 1 juli 2014 en 4 juli 2017 ter zake het horen van getuigen wordt de nadruk gelegd op de onderbouwing van de verzoeken. In r.o. 2.6.: “Zo is afwijzing van het verzoek goed denkbaar als het verzoek niet dan wel zo summier is onderbouwd dat de rechter buiten staat is het verzoek te toetsen aan de maatstaf van het verdedigingsbelang. Van de verdediging mag worden verlangd dat zij ten aan zien van iedere door haar opgegeven getuigen motiveert waarom het horen van deze getuige van belang is voor enige in de strafzaak uit hoofde van de art. 348 en 350 te nemen beslissing.” De HR sluit deze overweging af met het geven van twee duidelijke voorbeelden. Getuigen die de verdachte belasten kunnen in beginsel steeds worden gehoord; dit recht vloeit rechtstreeks voort uit artikel 6 van het EVRM. Voor zgn. rechtmatigheids-/vormverzuimgetuigen verwijst de rechtbank kortheidshalve naar r.o. 2.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.