Rechtbank Rotterdam Team straf 2 Parketnummer: 10/662119-16 Datum uitspraak: 5 maart 2019 Tegenspraak Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte: [naam verdachte] , geboren te [geboorteplaats verdachte] op [geboortedatum verdachte] , niet ingeschreven in de basisregistratie personen, (feitelijk) verblijvende op het adres [verblijfadres verdachte] , [verblijfplaats verdachte] , raadsvrouw mr. J.M. Veldman, advocaat te Breda. 1Onderzoek op de terechtzitting Gelet is op het onderzoek op de terechtzitting van 19 februari 2019. 2Tenlastelegging Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding. De tekst van de tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht. 3Eis officier van justitie De officier van justitie mr. A. Ekiz heeft gevorderd: bewezenverklaring van het primair tenlastegelegde; veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 240 uren en een gevangenisstraf van 3 maanden voorwaardelijk met aftrek van voorarrest met een proeftijd van 2 jaar. 4Waardering van het bewijs 4.1. Bewijswaardering 4.1.1. Standpunt verdediging Door de verdediging is bepleit de verdachte vrij te spreken van zowel het primair als het subsidiair tenlastegelegde. Daartoe is aangevoerd dat het opzet van de verdachte niet gericht was op het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel, maar dat het letsel is ontstaan als gevolg van de mishandeling. 4.1.2. Beoordeling Aangeefster heeft verklaard dat de verdachte een glas in een van zijn handen had en dit met kracht tegen haar gezicht gooide, waardoor zij blijvende littekens in haar gezicht heeft opgelopen. Op de terechtzitting zijn de camerabeelden van de gebeurtenis in [naam horecagelegenheid] bekeken, die door verbalisant [naam verbalisant] zijn beschreven in het proces-verbaal van bevindingen met nummer [nummer proces-verbaal] . De verdachte heeft op de zitting verklaard dat hij vermoedelijk een duwende beweging maakt, waarbij de mogelijkheid bestaat dat hij aangeefster heeft geraakt. Voorts heeft hij verklaard dat hij een wijnglas in zijn rechterhand vasthield. De rechtbank stelt vast dat op de camerabeelden - die zij ter zitting heeft bekeken - te zien is dat de verdachte met zijn rechterarm vanuit stilstand met een glas een slaande beweging maakt naar aangeefster en het glas uiteenspat bij het in contact komen met aangeefster. Inherent aan het slaan met een glas in iemands gezicht is de aanmerkelijke kans dat iemand daaraan zwaar lichamelijk letsel overhoudt. De rechtbank is van oordeel dat de gedraging van de verdachte naar haar uiterlijke verschijningsvorm kan worden aangemerkt als zozeer gericht op het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel dat het niet anders kan zijn dan dat de verdachte willens en wetens de aanmerkelijke kans op dat gevolg ook heeft aanvaard. Zwaar lichamelijk letsel heeft zich in dit geval ook verwezenlijkt. Aangeefster, een jonge vrouw, heeft - zoals door de rechtbank ter zitting is vastgesteld - een goed zichtbaar ontsierend litteken in het gezicht overgehouden aan de klap. Zij heeft in haar vordering als benadeelde partij aangegeven dat zij inmiddels meerdere operaties heeft ondergaan en nog niet is uitbehandeld en dat zij geen fotomodellenwerk meer kan doen. 4.1.3. Conclusie Het primair tenlastegelegde kan wettig en overtuigend bewezen worden. 4.2. Bewezenverklaring In bijlage II heeft de rechtbank de inhoud van wettige bewijsmiddelen opgenomen, houdende voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden. Op grond daarvan, en op grond van de redengevende inhoud van het voorgaande, is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan op die wijze dat: hij op 23 juli 2016 te Rotterdam aan [naam slachtoffer] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel (blijvende littekens in het gezicht ) heeft toegebracht door voornoemde [naam slachtoffer] met dat opzet met een glas in het gezicht te slaan ; Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken. 5Strafbaarheid feit Het bewezen feit levert op: zware mishandeling. Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten. Het feit is strafbaar. 6Strafbaarheid verdachte Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is strafbaar. 7Motivering straf 7.1. Algemene overweging De straf die aan de verdachte wordt opgelegd, is gegrond op de ernst van het feit, de omstandigheden waaronder het feit is begaan en de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. De verdachte heeft zich op het terras van een café schuldig gemaakt aan zware mishandeling van aangeefster, door met een glas met kracht in haar gezicht te slaan, waardoor het glas kapot is gegaan. Hierdoor zijn bij aangeefster blijvende littekens in haar gezicht ontstaan, waaraan zij al meerdere keren is geopereerd en die haar dagelijks aan dit voorval herinneren. De verdachte heeft door zo te handelen geen enkel respect getoond voor de persoonlijke integriteit en gezondheid van aangeefster. De rechtbank houdt rekening met het feit dat de verdachte zijn spijt heeft betuigd richting aangeefster. 7.2. Persoonlijke omstandigheden van de verdachte 7.2.1. Strafblad De rechtbank heeft acht geslagen op een uittreksel uit de justitiële documentatie van 28 januari 2019, waaruit blijkt dat de verdachte niet eerder is veroordeeld voor soortgelijke strafbare feiten. 7.2.2. Rapportages Reclassering Nederland heeft een rapport over de verdachte opgemaakt, gedateerd 29 mei 2018. Dit rapport houdt het volgende in: Het recidiverisico wordt ingeschat als laag-gemiddeld. De reclassering adviseert een voorwaardelijke gevangenisstraf en een werkstraf op te leggen, zonder oplegging van bijzondere voorwaarden. Een onvoorwaardelijke gevangenisstraf is gelet op de huidige leefomstandigheden ongewenst. De rechtbank heeft acht geslagen op dit rapport. Gezien de ernst van het feit kan in beginsel niet anders worden gereageerd dan met het opleggen van een gevangenisstraf. Gelet op het advies van de reclassering, het tijdsverloop en de eis van de officier van justitie zal de rechtbank afzien van het opleggen van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf. In plaats daarvan zal de rechtbank een taakstraf van na te noemen duur opleggen. De rechtbank ziet geen aanleiding daarnaast een voorwaardelijke straf op te leggen, omdat de verdachte sinds dit voorval geen geweldsincidenten meer heeft gepleegd. Alles afwegend acht de rechtbank de hierna te noemen straf passend en geboden. 8Vordering benadeelde partij/schadevergoedingsmaatregel Als benadeelde partij heeft zich in het geding gevoegd mr. B.A.A. Postma, advocaat te Amersfoort, als gemachtigde van [naam benadeelde] ter zake van het tenlastegelegde feit. De benadeelde partij vordert een vergoeding van € 1.862,00 aan materiële schade (bestaande uit een bedrag van € 362,00 aan reeds geleden materiële schade en een bedrag van € 1.500,00 voor toekomstige materiële schade) en een vergoeding van € 10.000,00 aan immateriële schade. 8.1. Standpunt officier van justitie De materiële schade kan worden toegewezen tot een bedrag van € 362,00. De benadeelde partij dient niet-ontvankelijk te worden verklaard in het overige gedeelte van de materiële vordering. De immateriële schade is geheel toewijsbaar. Voorts wordt gevorderd de schadevergoedingsmaatregel op te leggen. 8.2. Standpunt verdediging Bepleit wordt om de gevorderde materiële schade toe te wijzen tot een bedrag van € 362,00 en de benadeelde partij ten aanzien van de toekomstige materiële schade niet-ontvankelijk te verklaren in haar vordering. Ten aanzien van de immateriële schade refereert de verdediging zich aan het oordeel van de rechtbank, met daarbij het verzoek om rekening te houden met de persoonlijke omstandigheden van de verdachte en het bedrag te matigen. 8.3. Beoordeling Nu is komen vast te staan dat aan de benadeelde partij door het bewezen verklaarde strafbare feit rechtstreeks de reeds geleden materiële schade ter hoogte van € 362,00 is toegebracht en die gevorderde schadevergoeding de rechtbank ook overigens niet onrechtmatig of ongegrond voorkomt, zal de vordering worden toegewezen voor dit bedrag. Ten aanzien van de gevorderde toekomstige schade wordt de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaard. Dit betreft (een) mogelijke, toekomstige medische behandeling(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.