Rechtbank Rotterdam Team straf 3 Parketnummer: 10/960226-18 Datum uitspraak: 26 maart 2019 Tegenspraak Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte: [naam verdachte] , geboren te [geboorteplaats verdachte] op [geboortedatum verdachte] , ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres: [adres verdachte] te ( [woonplaats verdachte] , ten tijde van het onderzoek op de terechtzitting preventief gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting Alphen aan den Rijn, raadsvrouw mr. M.C. Levy, advocaat te Rotterdam. 1Onderzoek op de terechtzitting Gelet is op het onderzoek op de terechtzitting van 12 maart 2019. 2Tenlastelegging Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding. De tekst van de tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht. 3Eis officier van justitie De officier van justitie mr. E. van Doorn heeft gevorderd: vrijspraak van het onder 1 primair ten laste gelegde; bewezenverklaring van het onder 1 subsidiair en onder 2 ten laste gelegde; veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 4 (vier) jaren met aftrek van voorarrest. 4Waardering van het bewijs 4.1. Vrijspraak zonder nadere motivering (medeplegen invoer cocaïne) Met de officier van justitie en de verdediging is de rechtbank van oordeel dat het onder 1 primair ten laste gelegde feit niet wettig en overtuigend is bewezen, zodat de verdachte daarvan zonder nadere motivering zal worden vrijgesproken. 4.2. Feit 1 subsidiair en feit 2: medeplichtigheid invoer cocaïne en voorbereidingshandelingen 4.2.1. Standpunt verdediging Aangevoerd is dat niet kan worden vastgesteld dat de verdachte betrokken was bij de ten laste gelegde invoer van cocaïne. De verdachte heeft inlichtingen verstrekt aan medeverdachte [naam medeverdachte 1] (hierna: [naam medeverdachte 1] ) in de vorm van pakbonnen en hij heeft verteld hoeveel containers er binnen kwamen bij [naam bedrijf] . Er kan echter niet worden vastgesteld dat de pakbonnen of die informatie nodig waren voor, of gebruikt zijn bij de uithaal van de partij cocaïne op 24 september 2017. Evenmin kan worden vastgesteld dat de verdachte een (kopie van een) sleutel aan de medeverdachte heeft verstrekt. Het namaken van een certificaatsleutel is namelijk niet mogelijk zonder toestemming van de certificaathouder en bovendien is bij de uithaal op 24 september 2017 geen sleutel gebruikt. Ook de voorbereidingshandelingen, zoals die onder 2 zijn ten laste gelegd, kunnen voor wat de sleutel betreft niet worden bewezen. Voor zover de rechtbank komt tot een bewezenverklaring van de medeplichtigheid aan de invoer van cocaïne en de voorbereidingshandelingen, is er sprake van eendaadse samenloop. 4.2.2. Beoordeling Inleiding Vanaf eind 2016 is onder de naam [naam onderzoek] een grootschalig onderzoek gestart naar een samenwerkingsverband dat zich zou bezighouden met de invoer van verdovende middelen via het Rotterdamse havengebied. Daarbij zijn onder meer [naam medeverdachte 1] en [naam medeverdachte 2] (hierna: [naam medeverdachte 2] ) als verdachten aangemerkt. Aan de hand van een telefoontap die bij [naam medeverdachte 1] is geplaatst, is ook een verdenking tegen de verdachte gerezen. De verdachte werkte van 29 augustus 2016 tot 27 februari 2018 als heftruckchauffeur bij het bedrijf [naam bedrijf] , dat gespecialiseerd is in de opslag en overslag van ladingen fruit uit containerschepen. Uit de tapgesprekken blijkt dat [naam medeverdachte 1] en de verdachte in de periode van 22 mei 2017 tot en met 24 september 2017 regelmatig met elkaar in contact stonden. In deze periode vraagt [naam medeverdachte 1] verschillende malen, onder andere op 2 juni 2017, aan de verdachte om pakbonnen en “BL” te regelen. Ter terechtzitting heeft de verdachte verklaard dat hij ongeveer vier of vijf keer pakbonnen of een BL (Bill of Lading) voor [naam medeverdachte 1] heeft geregeld en dat hij ongeveer tien keer met [naam medeverdachte 1] heeft afgesproken. Volgens de verdachte staat op een pakbon waar een container vandaan komt en welke lading erin zit. Hij plakte de pakbon op pallets die uit een container waren gekomen en in de opslagloods waren geplaatst. De verdachte heeft bij de politie en ook ter terechtzitting verklaard dat hij niet precies wist waarvoor de pakbonnen nodig waren, maar dat hij wist wel dat het waarschijnlijk om illegale handel in drugs ging. Betrokkenheid van de verdachte bij de uithaal op 24 september 2017 Op 14 september 2017 stuurt [naam medeverdachte 1] een sms aan de verdachte waarin hij schrijft: “Vandaag na werk ff pakbon aub”. In antwoord hierop stuurt de verdachte aan [naam medeverdachte 1] het bericht “Ja, is goed ik heb ze al”. Enkele dagen hiervoor, op 11 september 2017, wordt [naam medeverdachte 1] gebeld door medeverdachte [naam medeverdachte 2] . In dit gesprek vraag [naam medeverdachte 2] de sleutel te regelen via “de man van jou”. Hierop antwoordt [naam medeverdachte 1] dat hij dat zal doen. Vervolgens belt [naam medeverdachte 1] op 18 september 2017 rond 10:00 uur met de verdachte en maken zij een afspraak om elkaar die middag te zien. Dit gesprek wordt om 11:10 uur gevolgd door een sms van [naam medeverdachte 1] waarin hij schrijft: “Lees je mail waar ik om 11:45 uur jou sta op te wachten maat.” Uit een observatie blijkt vervolgens dat [naam medeverdachte 1] en de verdachte elkaar op die dag om 12:02 uur treffen en dan samen in de auto van [naam medeverdachte 1] naar een winkel rijden die “De Sleutelspecialist” heet. Daar blijft de verdachte buiten wachten terwijl [naam medeverdachte 1] die winkel binnengaat. Als [naam medeverdachte 1] weer naar buiten komt geeft hij een klein voorwerp aan de verdachte. Vervolgens rijden zij samen weer weg en wordt de verdachte om 12.20 uur bij zijn auto afgezet. Op 20 september 2017 laat [naam medeverdachte 1] in een telefoongesprek met [naam medeverdachte 2] weten dat hij "de sleutel" en “kopieën alles” al heeft geregeld. Uit een aangifte van inbraak namens [naam bedrijf] blijkt dat daar op 24 september 2017 is ingebroken, waarbij het cilinderslot van de toegangsdeur van loods 9 was verwijderd en er in loods 7 dozen met bananen overhoop zijn gehaald. In enkele bananendozen die nog bij [naam bedrijf] staan, worden door de Douane verdovende middelen aangetroffen, namelijk 17 kilo cocaïne. [naam bedrijf] zou volgens de aangifte in totaal 112 pallets bananen hebben binnengekregen en na de inbraak zouden zij totaal 35 kilo bananen missen. De rechtbank is van oordeel dat wettig en overtuigend kan worden bewezen dat de verdachte betrokken is geweest bij de uithaal van 24 september 2017. Gelet op het tijdsverloop tussen de hiervoor genoemde gesprekken, is het immers aannemelijk dat de pakbon die de verdachte op 14 september 2017 aan [naam medeverdachte 1] heeft toegezegd, relevant was voor de uithaal op 24 september 2017. Ook is aannemelijk dat de verdachte een sleutel voor [naam medeverdachte 1] heeft geregeld. De verdachte heeft op 18 september 2017 met [naam medeverdachte 1] afgesproken en is samen met hem naar een sleutelwinkel geweest. De verdachte heeft geen andere redelijke verklaring gegeven waarom hij op die dag samen met [naam medeverdachte 1] daar moest zijn. Bovendien blijkt uit de correspondentie tussen [naam medeverdachte 1] en [naam medeverdachte 2] dat [naam medeverdachte 1] een sleutel zou regelen en heeft [naam medeverdachte 1] vlak na de ontmoeting met verdachte aan [naam medeverdachte 2] laten weten dat hij de sleutel had geregeld. De rechtbank verwerpt het verweer van de raadsvrouw dat geen sprake kan zijn geweest van het namaken van een sleutel omdat een certificaatsleutel niet kan worden nagemaakt zonder toestemming van de certificaathouder. Uit het dossier valt immers niet met zekerheid af te leiden dat het om een certificaatsleutel ging, nu uit de verklaring van [naam getuige] voortvloeit dat de sloten van de loodsen bij [naam bedrijf] slechts ten dele waren vervangen door certificaatsloten. Voorts is het niet uit te sluiten dat het ging om een sleutel van bijvoorbeeld het hek of het kantoor van [naam bedrijf] of om een andere sleutel die [naam medeverdachte 1] nodig had. Dat niet is gebleken dat de sleutel uiteindelijk is gebruikt bij de inbraak, zoals aangevoerd, doet aan het voorgaande niet af. Nu de verdachte heeft verklaard dat hij het vermoeden had dat [naam medeverdachte 1] bezig was met illegale handel in verdovende middelen, heeft hij, door pakbonnen en een sleutel aan [naam medeverdachte 1] te geven, het opzet gehad op het ondersteunen van de uithaal van cocaïne. 17 of 35 kilo cocaïne Met de raadsvrouw is de rechtbank van oordeel dat de invoer van 35 kilogram cocaïne niet kan worden bewezen. Tussen de bananen is 17 kilo cocaïne aangetroffen. Hoewel de aangever heeft verklaard dat uit de lading bananen 35 kilogram mist, kan niet worden vastgesteld dat de overige 18 kilogram cocaïne is geweest. 4.2.3. Conclusie Bewezen is dat de verdachte, door inlichtingen, een pakbon en een sleutel aan [naam medeverdachte 1] te geven, opzettelijk behulpzaam is geweest bij de invoer van 17 kilo cocaïne op 24 september 2017 en dat hij daartoe voorbereidingshandelingen heeft verricht. Hierbij dient de regeling van de eendaadse samenloop te worden toegepast. 4.3. Bewezenverklaring In bijlage II heeft de rechtbank de inhoud van wettige bewijsmiddelen opgenomen, houdende voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden. Op grond daarvan, en op grond van de redengevende inhoud van het voorgaande, is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder feit 1 subsidiair en feit 2 ten laste gelegde heeft begaan op die wijze dat: 1. subsidiair) [naam medeverdachte 1] en/of andere (onbekende) mededaders in de periode van 29 augustus 2017 tot en met 24 september 2017 te Rotterdam, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, opzettelijk, binnen het grondgebied van Nederland heeft/hebben gebracht, 17 kilogram cocaïne, zijnde cocaïne een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, bij het plegen van welk bovengenoemd misdrijf hij, verdachte, in of omstreeks de periode 4 september 2017 tot en met 24 september 2017 te Rotterdam, althans in Nederland, opzettelijk behulpzaam is geweest en middelen en inlichtingen heeft verschaft door het (laten) maken van een kopie van een sleutel welke toegang verschaft tot het bedrijf [naam bedrijf] / [naam bedrijf] . gevestigd te Rotterdam en (vervolgens) het verstrekken van een sleutel aan medeverdachte [naam medeverdachte 1] en het verschaffen van pakbonnen aan medeverdachte [naam medeverdachte 1] ; 2. hij op een of meer tijdstippen in de periode van 22 mei 2017 tot en met 24 september 2017 te Rotterdam, om een feit als bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 Opiumwet, te weten het opzettelijk binnen het grondgebied van Nederland brengen van een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne, een middel als vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I, voor te bereiden en/of te bevorderen, - zich en een of meer anderen gelegenheid en middelen en inlichtingen tot het plegen van dat feit heeft getracht te verschaffen immers heeft de verdachte: - pakbonnen en bill(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.