vonnis RECHTBANK ROTTERDAM Team handel en haven zaaknummer / rolnummer: C/10/567128 / KG ZA 19-83 Vonnis in kort geding van 11 april 2019 in de zaak van 1. de rechtspersoon naar Luxemburgs recht [eiseres 1] , statutair gevestigd te Luxemburg, kantoorhoudende te Capelle aan den IJssel, 2. de rechtspersoon naar Iers recht [eiseres 2] , statutair gevestigd te Dublin, kantoorhoudende te Den Haag, eiseressen, advocaat mr. V.R. Pool te Rotterdam, behandelend advocaat mr. R. de Haan te Rotterdam, tegen 1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid HUISMAN VASTGOED B.V., gevestigd te Schiedam, 2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid HUISMAN EQUIPMENT B.V., gevestigd te Schiedam, gedaagden, advocaat mr. E.J.W.M. van Niekerk te Rotterdam, 3. de Europese naamloze vennootschap [gedaagde] , mede handelend onder de naam [handelsnaam], statutair gevestigd te Londen, kantoorhoudende te Amsterdam, gedaagde, advocaat mr. M.G. Kos te Utrecht. Partijen worden hierna [eiseres 1] , [eiseres 2] , Huisman Vastgoed, Huisman Equipment en [gedaagde] genoemd. Eisers worden gezamenlijk geduid met [eiseres 1] c.s. Gedaagden Huisman Vastgoed en Huisman Equipment worden gezamenlijk geduid met Huisman c.s. 1De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: de conceptdagvaarding met producties 1 tot en met 21; de producties 1 tot en met 3 van Huisman c.s.; een productie van [gedaagde] ; de mondelinge behandeling op 28 maart 2019; de pleitnota van [eiseres 1] c.s.; de pleitnota van Huisman c.s.; de pleitnota van [gedaagde] . 1.2. Ten slotte is vonnis bepaald. 2De feiten 2.1. [eiseres 1] c.s. en [gedaagde] zijn verzekeraars. 2.2. Huisman Equipment is een onderneming die zich bezighoudt met (onder meer) het vervaardigen van hijs-, hef- en transportwerktuigen. 2.3. Huisman Vastgoed handelt in onroerend goed. Zij verhuurt een bedrijfshal aan Huisman Equipment. 2.4. Huisman Equipment en Huisman Vastgoed zijn dochterondernemingen van Ace Innovation Holding B.V. 2.5. Ace Innovation Holding B.V. heeft (via verzekeringsmakelaren) bij [eiseres 1] c.s. een zogenoemde propertypolis afgesloten (hierna: de propertypolis) en bij [gedaagde] een ‘Marine Rubrieken Polis’ (hierna: de rubriekenpolis). Huisman c.s. is medeverzekerde. 2.6. Op 8 september 2015 heeft een schadeveroorzakend incident plaatsgevonden in de door Huisman Vastgoed aan Huisman Equipment verhuurde bedrijfshal. De schade, groot € 341.447,01, is ontstaan doordat last uit een bovenloopkraan is gevallen. De schade bestond uit schade aan de last, de bovenloopkranen en de vloer, en bedrijfsschade. 2.7. De schade aan de bovenloopkranen, groot € 206.000,-, is gedekt onder zowel de propertypolis als de rubriekenpolis. 2.8. Huisman c.s. heeft bij [gedaagde] en bij [eiseres 1] c.s. een schademelding gedaan. 2.9. Het bij [gedaagde] ingediende verzoek tot vergoeding van de schade aan de bovenloopkranen is op enig moment door Huisman c.s. ingetrokken. Deze intrekking en de toezegging dat zij geen aanspraak zal maken op vergoeding van die schade maken deel uit van de – in een vaststellingsovereenkomst neergelegde – afspraken die Huisman c.s. met [gedaagde] heeft gemaakt over de afwikkeling van een drietal schademeldingen. 2.10. Op 16 augustus 2017 heeft Huisman c.s. de verzekeringsmakelaar die de propertypolis bij [eiseres 1] c.s. heeft afgesloten bericht dat de schade aan de bovenloopkranen niet bij [gedaagde] wordt ingediend / is ingetrokken. 2.11. Op 5 september 2017 heeft [eiseres 1] c.s. het schadebedrag van € 341.447,01, minus het eigen risico van € 25.000,-, uitgekeerd aan Huisman c.s. 2.12. [eiseres 1] c.s. heeft Huisman c.s. nadien verzocht de polisbescheiden van de rubriekenpolis aan haar te verstrekken, om te kunnen bezien of zij – met betrekking tot de schade aan de bovenloopkranen – regres kan nemen op [gedaagde] . Huisman c.s. heeft geen gehoor gegeven aan dat verzoek. 2.13. [eiseres 1] c.s. heeft vervolgens [gedaagde] verzocht de polisbescheiden van de rubriekenpolis aan haar te verstrekken. [gedaagde] heeft geen gehoor gegeven aan dat verzoek. 2.14. Op 15 januari 2019 heeft de advocaat van Huisman c.s. de advocaat van [eiseres 1] c.s. een ‘evidence of insurance’ toegezonden, welk stuk is opgesteld door de verzekeringsmakelaar die namens Ace Innovation Holding B.V. de rubriekenpolis bij [gedaagde] heeft afgesloten. Hierin staat onder meer: Sum insured EUR 180.000 (…) Conditions, excess etc. CL 050-01 Landbased Equipment Insurance incl. clause 5 (as below) (…) Art. 5 Andere verzekeringen In afwijking van het bepaalde in artikel 7:961 BW geldt het volgende: 5.1. Indien blijkt, dat een door de verzekering gedekte schade eveneens op (een) andere polis(sen), al dan niet van oudere datum, is gedekt of daarop zou zijn gedekt indien deze verzekering niet zou hebben bestaan, loopt deze verzekering als excedent van de andere polis(sen) respectievelijk als verschil in voorwaarden, een en ander met inachtneming van het bepaalde in art. 5.2. 5.2. Indien in die andere polis(sen) een bepaling als in art. 5.1 of van gelijke strekking voorkomt of indien de regeling van een schade op die andere polis(sen) moeilijkheden oplevert, of indien verzekerde om andere redenen op deze polis wenst te reclameren, zullen verzekeraars de schade behandelen en een som betalen, gelijk aan het bedrag dat onder deze polis zou zijn betaald, indien die andere polis(sen) niet zou(den) hebben bestaan, waartegenover verzekerde zijn vordering op de verzekeraars van die andere polis(sen) tot het beloop van het aldus betaalde zal cederen, zulks met inachtneming van het bepaalde in art. 5.3. 5.3. De in art. 5.2 bedoelde cessie zal plaatsvinden voor dat gedeelte van het door verzekeraars betaalde bedrag dat zij betaald hebben boven hetgeen zij verschuldigd zouden zijn indien art. 5.2. niet zou zijn opgenomen, welk gedeelte zal gelden als koopprijs voor de gecedeerde vordering. (…) 2.15. In de op de propertypolis van [eiseres 1] c.s. van toepassing zijnde polisvoorwaarden staat onder meer: 6.2. CO-OPERATION 6.2.2. The insured shall, at the insurers’ request, declare any other relevant policies, of which they are aware, that relate to the insured property respectively interest and which were in force immediately prior to the occurrence. (…) 8OTHER INSURANCES Contrary to the provisions in Section 961 of Book 7 of the Dutch Civil Code the following applies: 8.1. In the event that a claim covered by the insurance is also covered by one or more other policies, of earlier date or otherwise or would have been covered thereby had this insurance not existed, this insurance covers loss or damage in excess of that covered by the other policy or policies and/or any difference in conditions, taking into account the provisions of article 8.2. 8.2. If a provision of the same or similar purport as article 8.1 occurs in the other policy or policies or if the settlement of a claim on the other policy or policies presents difficulties, or if the insured wishes to claim on the present policy for other reasons, the insurers shall pay him a sum equal to the sum that would have been paid under this policy had the other policy or policies not existed, in consideration of which the insured shall assign his claim against the insurers of the other policy or policies up to the amount thus paid, taking into account the provisions of article 8.3. 8.3. The assignment referred to in article 8.2 shall be made in respect of that portion of the sum paid by the insurers that they have paid over and above that which they would have been liable to pay had article 8.2 not been included, which portion shall be the purchase price for the assigned claim. 3Het geschil 3.1. [eiseres 1] c.s. vordert – samengevat – Huisman c.s. en [gedaagde] bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, te bevelen om binnen 7 dagen na betekening van dit vonnis aan hen een afschrift te verstrekken van, althans inzage te geven in: de polis met aanhangsels en polisvoorwaarden van de rubriekenpolis; alle, op de onderhavige schade en de ‘ingetrokken’ schademelding betrekking hebbende correspondentie, (telefoon)notities en gespreksverslagen van Huisman c.s., de verzekeringsmakelaars en [gedaagde] ; de tussen Huisman c.s. en [gedaagde] gesloten (vaststellings-)overeenkomst met eventuele bijlagen en/of onderliggende stukken en alle hierop betrekking hebbende correspondentie, (telefoon)notities en gespreksverslagen, een en ander op straffe van verbeurte van een dwangsom en met veroordeling van Huisman c.s. en [gedaagde] in de proceskosten en de nakosten, te vermeerderen met de wettelijke rente. 3.2. Huisman c.s. en [gedaagde] voeren verweer. Huisman c.s. concludeert tot afwijzing van de vorderingen, met veroordeling van [eiseres 1] c.s. in de proceskosten, te vermeerderen met de wettelijke rente. [gedaagde] concludeert tot niet-ontvankelijkverklaring van [eiseres 1] c.s. in haar vorderingen, dan wel tot afwijzing van de vorderingen, met veroordeling van [eiseres 1] c.s. in de proceskosten. 3.3. Op de voor de beoordeling van de vorderingen van belang zijnde stellingen van partijen wordt hierna ingegaan. 4De beoordeling Ten aanzien van de ontvankelijkheid van [eiseres 1] c.s. in haar vorderingen jegens [gedaagde] 4.1. stelt zich primair op het standpunt dat [eiseres 1] c.s. niet-ontvankelijk moet worden verklaard in haar vorderingen, omdat zij een buitenstaander is in de contractuele relatie tussen [eiseres 1] c.s. en Huisman c.s. en het haar niet vrijstaat de verzekeringsovereenkomst die zij met Huisman c.s. heeft gesloten ter beschikking te stellen aan derden. 4.2. Overwogen wordt dat een op de voet van artikel 843a Rv ingestelde vordering ook kan worden ingesteld tegen derden die geen partij zijn bij de rechtsbetrekking in verband waarmee inzage in of afgifte van de bescheiden wordt gevorderd (HR 10 juli 2015, ECLI:NL:HR:2015:1834, NJ 2016, 50, r.o. 3.6.5 en 3.6.6). Het verweer wordt daarom gepasseerd. Ten aanzien van de vorderingen 4.3. [eiseres 1] c.s. grondt de tegen Huisman c.s. ingestelde vordering die strekt tot inzage in en afgifte van de polisbescheiden primair op artikel 7:961 BW en de artikelen 6.2.2 en 8.2 van de polisvoorwaarden. Volgens [eiseres 1] c.s. is Huisman c.s. op grond hiervan gehouden tot het verstrekken van de polisbescheiden. [eiseres 1] c.s. grondt de vordering subsidiair op artikel 843a Rv. De vordering tot inzage in en afgifte van de overige bescheiden en de tegen [gedaagde] ingestelde vorderingen grondt zij eveneens op artikel 843a Rv. 4.4. Overwogen wordt het volgende. Artikel 7:961 lid 1 BW bepaalt dat in geval dezelfde schade door meer dan één verzekering wordt gedekt, de verzekerde elke verzekeraar kan aanspreken. Daarbij wordt met schade die door een verzekering wordt gedekt gelijkgesteld schade die door de verzekeraar onverplicht wordt vergoed, zo bepaalt het tweede lid. De verzekeraar die is aangesproken door de verzekerde is bevoegd de nakoming van zijn verplichting tot schadevergoeding op te schorten totdat de verzekerde de andere verzekeringen heeft genoemd (eerste lid). Een verzekeraar die op grond van een bij hem afgesloten verzekering een uitkering heeft gedaan kan, op grond van het derde lid, regres nemen op de andere verzekeraar(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.