← Nederland

ECLI:NL:RBROT:2019:3430

Rechtbank Rotterdam Team straf 3 Parketnummer: 10/751090-18 Datum uitspraak: 24 april 2019 Tegenspraak Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte: [naam verdachte] , geboren te [geboorteplaats verdachte] (Turkije) op [geboortedatum verdachte] , ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres [adres verdachte] te [woonplaats verdachte] , raadsman P.L.G. Rens, advocaat te ‘s-Gravenhage. 1Onderzoek op de terechtzitting Gelet is op het onderzoek op de terechtzitting van 10 april

  1. 2Tenlastelegging Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding. De tekst van de tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht. 3Eis officier van justitie De officier van justitie mr. M. Blom heeft gevorderd: bewezenverklaring van het ten laste gelegde; veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 8 maanden waarvan 4 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaar. 4Waardering van het bewijs 4.
  2. Bewijswaardering De verdediging heeft geen verweer gevoerd met betrekking tot het ten laste gelegde feit. Bij de politie heeft de verdachte verklaard dat hij zich niet meer kan herinneren of het is gebeurd. Het feit zal daarom zonder nadere bespreking bewezen worden verklaard. 4.
  3. Bewezenverklaring In bijlage II heeft de rechtbank de inhoud van wettige bewijsmiddelen opgenomen, houdende voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden. Op grond daarvan, en op grond van de redengevende inhoud van het voorgaande, is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan op die wijze dat: hij, op 06 april 2018 te Capelle aan den IJssel ontucht heeft gepleegd met [naam slachtoffer] , geboren op [geboortedatum slachtoffer] 2000, die zich beschikbaar stelde tot het verrichten van een of meer seksuele handelingen met een derde tegen betaling en die de leeftijd van zestien jaren maar nog niet de leeftijd van achttien jaren had bereikt, te weten: - het zoenen van die [naam slachtoffer] en - het brengen en houden van zijn, verdachtes, penis in de mond van die [naam slachtoffer] en - het betasten van de vagina van die [naam slachtoffer] . Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken. 5Strafbaarheid feit Het bewezen feit levert op: ontucht plegen met iemand die zich beschikbaar stelt tot het verrichten van seksuele handelingen met een derde tegen betaling en die de leeftijd van zestien jaren maar nog niet de leeftijd van achttien jaren heeft bereikt. Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten. Het feit is dus strafbaar. 6Strafbaarheid verdachte 6.
  4. Standpunt verdediging Door de raadsman is betoogd dat de verdachte ten aanzien van het feit moet worden ontslagen van alle rechtsvervolging wegens afwezigheid van alle schuld. Het slachtoffer heeft zelf gereageerd op de advertentie van de verdachte en zij heeft zelf verklaard dat ze aan de verdachte heeft gezegd dat ze ouder dan 18 jaar was. De verdachte heeft bij de politie verklaard dat hij regelmatig een prostituee bezoekt en dat hij, als hij twijfelt aan haar leeftijd, om een ID-bewijs vraagt. In dit geval hoefde hij, gelet op het voorkomen van [naam slachtoffer] , daaraan niet te twijfelen. Gebleken is ook dat zij op enkele maanden na 18 was. 6.
  5. Beoordeling De rechtbank stelt voorop dat de strekking van artikel 248b van het Wetboek van Strafrecht ziet op het tegengaan van jeugdprostitutie, waarbij de minderjarigheid een geobjectiveerd bestanddeel vormt. Dit bestanddeel is bewezen als komt vast te staan dat de minderjarige tussen de 16 en 18 jaar oud was. De leeftijd is als geobjectiveerd bestanddeel in dit wetsartikel opgenomen ter bescherming van minderjarigen, ook tegen verleidingen die van henzelf kunnen uitgaan. De wetenschap bij de verdachte van de leeftijd van [naam slachtoffer] is voor een bewezenverklaring niet van belang. Dat laat onverlet dat de verdachte een verweer kan voeren ten aanzien van zijn strafbaarheid. Een beroep op afwezigheid van alle schuld, dat wil zeggen op het ontbreken van alle strafrechtelijke relevante verwijtbaarheid, zal, naar vaste jurisprudentie van de Hoge Raad, alleen in uitzonderlijke gevallen kunnen slagen. Dit betekent voor deze zaak dat de verdachte de verplichting had om zeer gedegen onderzoek te doen naar de werkelijke leeftijd van [naam slachtoffer] . Dat [naam slachtoffer] zelf heeft gereageerd op de advertentie die de verdachte op een sekswebsite heeft gezet maakt niet dat de verdachte er van mocht uitgaan dat zij daadwerkelijk meerderjarig was. De omstandigheid dat hij in zijn advertentie had vermeld dat hij op zoek was naar meisjes van boven de 18 jaar, zoals hij bij de politie heeft verklaard, ontslaat hem niet van de verplichting om gedegen onderzoek naar de werkelijke leeftijd te verrichten. Van een dergelijk gedegen onderzoek, waarmee de verdachte zich heeft ingespannen om zekerheid te krijgen over de werkelijke leeftijd van deze minderjarige prostituee, is niet gebleken. Om die reden is geen sprake van afwezigheid van alle schuld en wordt het verweer verworpen. 6.
  6. Conclusie Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar. 7Motivering straf 7.
  7. Algemene overweging De straf die aan de verdachte wordt opgelegd, is gegrond op de ernst van het feit, de omstandigheden waaronder het feit is begaan en de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Daarbij wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen. 7.
  8. Feit waarop de straf is gebaseerd De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het tegen betaling hebben van seks met een minderjarige. De verdachte heeft door zijn handelen bijgedragen aan het in stand houden van jeugdprostitutie en dat is een ernstig zedendelict. Bovendien heeft hij de lichamelijke integriteit van het slachtoffer geschonden. De rechtbank heeft kennis genomen van recente jurisprudentie van het Gerechtshof Den Haag (zie bijvoorbeeld de uitspraak van 4 oktober 2018, ECLI:NL:GHDHA:2018:2601) waarin bij een veroordeling wegens overtreding van het bepaalde in artikel 248b Sr als uitgangspunt is genomen een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van drie maanden. Daarbij is overwogen dat in beginsel niet kan worden volstaan met een andere, lichtere, strafmodaliteit. Daarbij heeft het Gerechtshof de ernst van het feit van prostitutie door 16- en 17-jarige kinderen in aanmerking genomen. Ook is daarbij in aanmerking genomen de kwetsbaarheid van deze slachtoffers juist door hun leeftijd en de negatieve, vaak psychische, gevolgen die een feit als het onderhavige in het algemeen voor het slachtoffer met zich brengen. De rechtbank onderschrijft het door het Gerechtshof geformuleerde uitgangspunt ter bescherming van (kwetsbare) minderjarigen. Dit geldt te meer in situaties waarbij sprake is van een kwetsbare minderjarige, die in de handen is gevallen van een derde die haar uitbuit, zoals in de betreffende uitspraak van het Gerechtshof het geval was. Daar ging het om een meisje dat pas net 16 jaar was en dat slachtoffer is geworden van mensenhandel. Zij werd gedwongen om, in een vieze kelderbox onderin een flatgebouw, seksuele handelingen te verrichten, waarbij geweld tegen haar niet werd geschuwd. De omstandigheden van het onderhavige geval zijn evenwel op een aantal punten anders. Uit de inhoud van het dossier kan niet worden afgeleid dat de verdachte bewust op zoek is geweest naar een seksafspraak met een meisje dat jonger was dan 18 jaar. De verdachte heeft een advertentie gezet waarin hij aangeeft op zoek te zijn naar een cardate met een meisje van 18+. Op deze advertentie heeft het slachtoffer gereageerd waarna er tussen hen via WhatsApp contact is ontstaan. Uit de WhatsApp-correspondentie blijkt dat het slachtoffer bij het maken van de afspraak zelf regie voerde door te onderhandelen over het bedrag dat zij zou verdienen en door aan te geven welke diensten daar tegenover stonden. Van die regie blijkt ook als zij een afspraak met de verdachte afzegt omdat ze moe is. Uit deze omstandigheden in onderlinge samenhang bezien blijkt niet dat sprake is geweest van een weerloos slachtoffer van uitbuiting waarvan door de verdachte misbruik is gemaakt. Het slachtoffer heeft daarover bij de politie verklaard dat zij het geheel vrijwillig deed en aan niemand haar geld afstond. Daarnaast laat de rechtbank meewegen dat in de onderhavige zaak de minderjarige ten tijde van het tenlastegelegde op drie maanden na 18 jaar oud was - en dus bijna meerderjarig -, dat zij zich voordeed als meerderjarige en dit ook bij de politie heeft verklaard. Ook voor het overige blijken er uit het dossier geen duidelijke aanwijzingen op grond waarvan er bij de verdachte vraagtekens hadden moeten rijzen over de leeftijd van het slachtoffer. Dat neemt evenwel niet weg dat de verdachte zich van de daadwerkelijke leeftijd van de prostituee had moeten vergewissen. Dat heeft hij nagelaten en daarvoor draagt hij verantwoordelijkheid. Gelet op het te beschermen belang en de werking van het voor dit soort feiten bestaande taakstrafverbod kan daarop niet anders dan met gevangenisstraf worden gereageerd. 7.
  9. Persoonlijke omstandigheden van de verdachte 7.3.
  10. Strafblad De rechtbank heeft acht geslagen op een uittreksel uit de justitiële documentatie van 13 maart 2019, waaruit blijkt dat de verdachte niet eerder is veroordeeld voor soortgelijke strafbare feiten. 7.
  11. Conclusies van de rechtbank Gelet op hetgeen de rechtbank hierboven heeft overwogen, komt zij tot de volgende conclusies. Aan de verdachte zal een gevangenisstraf worden opgelegd. Bij de bepaling van de duur van de gevangenisstraf heeft de rechtbank acht geslagen op straffen die in soortgelijke zaken plegen te worden opgelegd. De verdediging heeft verzocht een onvoorwaardelijke gevangenisstraf achterwege te laten. Hiervoor bestaat, gelet op hetgeen hiervoor is overwogen, geen aanleiding. De rechtbank zal een deel van de voorgenomen straf voorwaardelijk opleggen. Dit voorwaardelijk strafdeel dient er toe de verdachte ervan te weerhouden in de toekomst opnieuw strafbare feiten te plegen. Alles afwegend acht de rechtbank de hierna te noemen straf passend en geboden. 8Toepasselijke wettelijke voorschriften Gelet is op 14a, 14b, 14c en 248b van het Wetboek van Strafrecht. 9Bijlagen De in dit vonnis genoemde bijlagen maken deel uit van dit vonnis. 10Beslissing De rechtbank: verklaart bewezen, dat de verdachte het ten laste gelegde feit, zoals hiervoor omschreven, heeft begaan; verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij; stelt vast dat het bewezen verklaarde oplevert het hiervoor vermelde strafbare feit; verklaart de verdachte strafbaar; veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 3 (drie) maanden; bepaalt dat van deze gevangenisstraf een gedeelte, groot 2 (twee) maanden niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten; verbindt hieraan een proeftijd, die wordt gesteld op 2 jaar; tenuitvoerlegging kan worden gelast als de veroordeelde de algemene voorwaarde niet naleeft; stelt als algemene voorwaarde dat de veroordeelde zich vóór het einde van de proeftijd niet aan een strafbaar feit zal schuldig maken. Dit vonnis is gewezen door: mr. A.M.H. Geerars, voorzitter, en mr. C. Vogtschmidt en mr. D.Y.A. van Meersbergen, rechters, in tegenwoordigheid van A. Gaal, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank op de datum die in de kop van dit vonnis is vermeld. De griffier is wegens afwezigheid buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen. Bijlage I Tekst tenlastelegging Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat hij, op of omstreeks 06 april 2018 te Capelle aan den IJssel en/of Rotterdam, althans in Nederland, ontucht heeft gepleegd met [naam slachtoffer] , geboren op [geboortedatum slachtoffer] 2000, die zich beschikbaar stelde tot het verrichten van een of meer seksuele handelingen met een derde tegen betaling en die de leeftijd van zestien jaren maar nog niet de leeftijd van achttien jaren had bereikt. te weten: het zoenen van die [naam slachtoffer] en/of het brengen en/of houden van zijn, verdachtes, penis en/of vinger(s) in de mond en/of vagina van die [naam slachtoffer] en/of het betasten van de vagina van die [naam slachtoffer] .

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.