← Nederland

ECLI:NL:RBROT:2019:3499

Rechtbank Rotterdam Team straf 3 Parketnummer: 10/680271-17 Datum uitspraak: 5 april 2019 Verstek Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte: [naam verdachte] , geboren te [geboorteplaats verdachte] op [geboortedatum verdachte] , zonder bekende feitelijke woon- of verblijfplaats in Nederland. 1Onderzoek op de terechtzitting Gelet is op het onderzoek op de terechtzitting van 22 maart

  1. 2Tenlastelegging Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding. De tekst van de tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht. 3Eis officier van justitie De officier van justitie mr. A. de Bruijne heeft gevorderd: bewezenverklaring van het onder 1 en 2 ten laste gelegde; veroordeling van de verdachte tot een taakstraf voor de duur van 180 uren. 4Waardering van het bewijs 4.
  2. Vrijspraak 4.1.
  3. Standpunt officier van justitie Op 25 februari 2016 zijn bij een doorzoeking van een smartshop -waarvan de verdachte tot 1 februari 2016 mede-eigenaar was en ook na de overname nog werkzaam was- onder andere versnijdingsmiddelen aangetroffen, waarvan de nieuwe eigenaar stelt dat deze middelen behoorden tot de door hem overgenomen winkelinventaris. De feiten kunnen wettig en overtuigend worden bewezen. 4.1.
  4. Beoordeling De verdachte is van 1 februari 2015 tot 1 februari 2016 mede-eigenaar geweest van [naam winkel] in [naam plaats] . Hij heeft bij de politie verklaard dat hij na 1 februari 2016 nog af en toe in de winkel heeft geholpen, hetgeen ook wordt bevestigd door de nieuwe eigenaar, tevens medeverdachte. Op 25 februari 2016 zijn er bij een integrale controle van de Rijksbelastingdienst, afdeling Toezicht van de gemeente Dordrecht en speurhondengeleiders van de Douane in de opslagruimte achter deze winkel 3 zakken en 20 bakjes zonder etiket aangetroffen met daarin in totaal 488,7 gram fenacetine, 354,7 gram lidocaïne en 700,2 gram paracetamol en caffeïne. Deze middelen kunnen worden -de fenacetine zelfs uitsluitend- gebruikt als versnijdingsmiddel voor harddrugs. In de winkel zijn tevens verpakkingsmaterialen, versnijdingsapparatuur en weegschalen aangetroffen. De rechtbank oordeelt dat op basis van de stukken in het dossier en het verhandelde ter terechtzitting niet kan worden vastgesteld of deze middelen en voorwerpen al vóór 25 februari 2016 in (de opslagruimte van) de winkel lagen en zo ja, vanaf welke datum dan. Omdat de verdachte op 25 februari 2016 niet aanwezig was in de winkel en ook niet op andere wijze is gebleken van zijn betrokkenheid of wetenschap van de aangetroffen middelen en zaken, kan hij daar niet verantwoordelijk voor worden gehouden . Voorts oordeelt de rechtbank dat ook niet is gebleken dat de verdachte met de aangetroffen goederen, die (mogelijk) vóór 1 februari 2016 al tot het assortiment van de winkel behoorden, het (voorwaardelijk) opzet had om feiten als bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet voor te bereiden of te bevorderen. 4.1.
  5. Conclusie Het onder 1 en 2 ten laste gelegde is niet wettig en overtuigend bewezen. De verdachte zal daarvan worden vrijgesproken. 5Bijlagen De in dit vonnis genoemde bijlage maakt deel uit van dit vonnis. 6Beslissing De rechtbank: verklaart niet bewezen, dat de verdachte de onder 1 en 2 ten laste gelegde feiten heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij. Dit vonnis is gewezen door: mr. A. Hello, voorzitter, en mrs. A.A.T. Werner en R.E. Drenth, rechters, in tegenwoordigheid van M.M. Cerpentier, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank op 5 april
  6. De jongste rechter en de griffier zijn buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen. Bijlage I Tekst tenlastelegging Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat
  7. hij op of omstreeks 25 februari 2016 te Dordrecht tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet, te weten het opzettelijk bereiden, bewerken, verwerken, verkopen, afleveren, verstrekken en/of vervoeren van een of meer hoeveelhe(i)d(en) van een materiaal bevattende cocaïne en/of heroïne, zijnde cocaïne en/of heroïne (een) middel(en) vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I voor te bereiden en/of te bevorderen ongeveer 700,2 gram paracetamol / cafeïne en/of 354,7 gram lidocaïne en/of 488,7 gram fenacetine en/of verpakkingsmateriaal en/of versnijdingsapparatuur en/of een of meer weegscha(a)l(en), voorhanden heeft gehad, waarvan verdachte en/of verdachtes mededader(s) wist(en) of ernstige redenen had(den) te vermoeden, dat dat/die bestemd was/waren tot het plegen van dat/die feit(en);
  8. hij in of omstreeks de periode van 1 februari 2015 tot en met 24 februari 2016, te Dordrecht tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet, te weten het opzettelijk bereiden, bewerken, verwerken, verkopen, afleveren, verstrekken en/of vervoeren van een of meer hoeveelhe(i)d(en) van een materiaal bevattende cocaïne en/of heroïne, zijnde cocaïne en/of heroïne (een) middel(en) vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I voor te bereiden en/of te bevorderen (telkens) een of meer hoeveelhe(i)d(en) paracetamol en/of cafeïne en/of lidocaïne en/of fenacetine en/of verpakkingsmateriaal en/of versnijdingsapparatuur en/of een of meer weegscha(a)l(en), voorhanden heeft gehad, waarvan verdachte en/of verdachtes mededader(s) wist(en) of ernstige redenen had(den) te vermoeden, dat dat/die bestemd was/waren tot het plegen van dat/die feit(en).

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.