Rechtbank Rotterdam Team straf 3 Parketnummer: 10/962007-11 Datum uitspraak: 10 april 2019 Tegenspraak Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte: [naam verdachte] , geboren te [geboorteplaats verdachte] (Suriname) op [geboortedatum verdachte] , ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres: [adres verdachte] , [woonplaats verdachte] , gemachtigd raadsman mr. J-H.L.C.M. Kuijpers, advocaat te Amsterdam. 1Onderzoek op de terechtzitting Gelet is op het onderzoek op de terechtzitting van 10 april 2019. 2Tenlastelegging Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding. De tekst van de tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht. 3Eis officier van justitie De officier van justitie mr. B.M.M. Zonneveld heeft gevorderd: - vrijspraak van het ten laste gelegde. 4Waardering van het bewijs 4.1. Vrijspraak zonder nadere motivering Met de officier van justitie en de verdediging is de rechtbank van oordeel dat het ten laste gelegde niet wettig en overtuigend is bewezen, zodat de verdachte daarvan zonder nadere motivering zal worden vrijgesproken. 5Bijlagen De in dit vonnis genoemde bijlage maakt deel uit van dit vonnis. 6Beslissing De rechtbank: verklaart niet bewezen, dat de verdachte het ten laste gelegde feit heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij. Dit vonnis is gewezen door: mr. P. Putters, voorzitter, en mrs. R. Brand en W.J.M. Diekman, rechters, in tegenwoordigheid van mr. D.W.A. Sonneveld, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank op de datum die in de kop van dit vonnis is vermeld. Bijlage I Tekst tenlastelegging Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 01 maart 2012 tot en met 17 april 2013 te Amsterdam en/of te Hoofddorp en/of te Rotterdam en/of te Schiphol, althans in Nederland, en/of te Madrid, en/of te Barcelona, althans in Spanje, tezamen en in vereniging met een ander en/of anderen, althans alleen, om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet, te weten het opzettelijk telen, bereiden, bewerken, verwerken, verkopen, afleveren, verstrekken, vervoeren, vervaardigen en/of binnen en/of buiten het grondgebied van Nederland brengen van een hoeveelheid cocaïne, in elk geval een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I, voor te bereiden en/of te bevorderen; - een of meer ander(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.