vonnis RECHTBANK ROTTERDAM Team handel en haven zaaknummer / rolnummer: C/10/558459 / HA ZA 18-875 Vonnis van 19 juni 2019 in de zaak van [eiseres] , gevestigd te [vestigingsplaats] , eiseres, advocaat mr. S.M. van de Pest te 's-Gravenhage, tegen de publiekrechtelijke rechtspersoon GEMEENTE ROTTERDAM, AFDELING STADSONTWIKKELING (PM&E), zetelend te Rotterdam, gedaagde, advocaat mr. M. van Rijn te 's-Gravenhage. Partijen zullen hierna [eiseres] en de gemeente genoemd worden. 1De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: de dagvaarding van 5 september 2018, met producties; de conclusie van antwoord van 2 januari 2019, met producties; de brief van 30 januari 2019 van deze rechtbank, waarbij partijen zijn opgeroepen voor een comparitie van partijen; de brief van 28 maart 2019 van deze rechtbank, waarbij partijen nader zijn geïnstrueerd met betrekking tot de comparitie van partijen; het proces-verbaal van de op 9 mei 2019 gehouden comparitie van partijen inclusief de daarin genoemde spreekaantekeningen en nader overgelegde producties; de brief van 27 mei 2019 van mr. Van de Pest, met een reactie op het proces-verbaal; de brief van 3 juni 2019 van mr. J.W. Riedijk, met een reactie op voornoemde brief. 1.2. Ten slotte is vonnis bepaald. 2De feiten 2.1. De gemeente heeft werkzaamheden laten verrichten aan de Maastunnel te Rotterdam. Dit betrof onder meer werkzaamheden met betrekking tot het verwijderen van PCB-houdende coating, het herstellen van een afwerklaag en het aanbrengen van een oppervlaktebehandeling in de auto-, fiets- en voetgangerstunnel. Dat werk (hierna: het project) staat bekend onder werknummer [werknummer] en besteknummer [besteknummer] (hierna: het bestek). Het bestek was een zogeheten RAW-bestek. De UAV 1989 zijn hierop van toepassing. 2.2. De opdrachtgever van het project was de gemeente. De aannemer was Hompert-Renes B.V. te IJsselstein (hierna: Hompert-Renes). 2.3. Op 5 januari 2016 zijn Hompert-Renes als hoofdaannemer en [eiseres] als onderaannemer een onderaannemingsovereenkomst (hierna: de onderaannemingsovereenkomst) aangegaan met betrekking tot een deel van het project. 2.4. De taakverdeling tussen Hompert-Renes en [eiseres] kwam op basis van de onderaannemingsovereenkomst neer op het volgende. Hompert-Renes zou de coating verwijderen. Vervolgens zou [eiseres] de eventuele beschadigingen in de afwerklaag herstellen en de oppervlaktebehandeling aanbrengen. 2.5. De door Hompert-Renes en [eiseres] uit te voeren werkzaamheden zijn gestart in de zogeheten "westbuis" autotunnel. Dezelfde werkzaamheden zijn verricht in de zogeheten "oostbuis" autotunnel. 2.6. Gedurende de uitvoering van de werkzaamheden heeft [eiseres] via Hompert-Renes "afwijkingen" ingediend. Daarmee maakte zij aanspraak op bijbetaling (meerwerk in de zin van paragraaf 35 UAV 1989). Over enkele van die afwijkingen (1, 9, 21 en 24) is uiteindelijk geen overeenstemming met de gemeente bereikt. De geschillen tussen partijen hebben daarop betrekking. 2.7. De gemeente heeft op enig moment besloten tot een grootschalige renovatie en restauratie van de gehele Maastunnel. In verband daarmee heeft de gemeente Hompert-Renes bericht dat zij het werk conform paragraaf 14 lid 7 UAV 1989 per 13 december 2016 in onvoltooide staat heeft beëindigd. De opgedragen werkzaamheden aan de fiets- en voetgangerstunnel hebben daardoor geen doorgang gevonden. 2.8. Hompert-Renes heeft haar eventuele vorderingen op de gemeente ter zake van de door [eiseres] via haar ingediende afwijkingen aan [eiseres] gecedeerd. 3Het geschil 3.1. [eiseres] vordert - samengevat - veroordeling van de gemeente tot betaling van € 813.621,61 exclusief btw, vermeerderd met rente en kosten. 3.2. De gemeente voert verweer en concludeert tot afwijzing van het gevorderde, met veroordeling van [eiseres] in de kosten van de procedure. 3.3. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan. 4De beoordeling 4.1. Ter comparitie heeft [eiseres] haar (rente-)vordering vermeerderd door alsnog aanspraak te maken op verhoging ex paragraaf 45 lid 2 UAV 1989 van het te hanteren rentepercentage met 2 procentpunten vanaf 22 juni 2017. Deze wijziging van eis is schriftelijk ingediend door deze op te nemen in de overgelegde, door de advocaat ondertekende, pleitnota. De gemeente heeft tegen deze (wijze van) wijziging van eis geen bezwaar gemaakt. De rechtbank zal daarom recht doen op de eis zoals deze na die wijziging is komen te luiden. 4.2. Het geschil tussen partijen betreft de vier door [eiseres] ingediende afwijkingen, voor zover die door de gemeente uiteindelijk niet zijn gehonoreerd. 4.3. De door [eiseres] gevorderde hoofdsom van € 813.621,61 is als volgt opgebouwd: Afwijking 1: € 65.681,37 Betonreparaties aan de schampkanten Afwijking 9: € 49.439,07 Uitvoeringskosten door uitloop Afwijking 21: € 459.951,38 Meer mortel westbuis Afwijking 24: € 238.549,80 Meer mortel oostbuis 4.4. De rechtbank zal de geschilpunten betreffende deze vier "Afwijkingen" hierna achtereenvolgens behandelen. Afwijking 1: € 65.681,37 Betonreparaties aan de schampkanten 4.5. Afwijking 1 heeft betrekking op betonreparaties die uitgevoerd dienden te worden aan de schampkanten. Tussen partijen is overleg gevoerd over de wijze van berekening van de daarmee gemoeide meerkosten. De gemeente heeft mede op basis van door [eiseres] aangeleverde informatie een kostenraming afgegeven. [eiseres] heeft aangegeven welke posten daar in haar visie nog aan dienden te worden toegevoegd. De gemeente heeft daar weer op gereageerd. Op enig moment is de discussie gestopt. [eiseres] kwam op een bedrag van € 178.940,47. De gemeente kwam op een bedrag van € 113.259,33. Het verschil bedraagt € 65.681,14. Dat bedrag heeft de gemeente onbetaald gelaten. 4.6. Een en ander is samengevat in het als productie 1 bij conclusie van antwoord overgelegde schema. Dat dient gelezen te worden in combinatie met productie 15 bij dagvaarding. Bij die productie was het bijbehorende schema echter abusievelijk niet overgelegd. Dat is nadien alsnog door [eiseres] overgelegd als productie 37. 4.7. Voor wat betreft Afwijking 1 betreft het voornaamste geschilpunt tussen partijen de door [eiseres] in rekening gebrachte toeslagen voor weekend- en nachtwerk. 4.8. Samengevat stelt de gemeente zich op het volgende standpunt. Tijdens het startoverleg van 21 december 2015 heeft de gemeente een bestekwijziging opgedragen. In afwijking van paragraaf 01.13.06 heeft de gemeente medegedeeld dat de werkzaamheden aan de beide autotunnels op 4 april 2016 gereed dienen te zijn. Deze zouden in één aaneengesloten periode worden uitgevoerd. De bestekwijziging bracht mee dat alle werkzaamheden dienden plaats te vinden in de weekenden en 's nachts op werkdagen. Deze bestekwijziging is ook besproken tijdens de eerste bouwvergadering op 4 januari 2016. Hompert-Renes is tijdens de eerste bouwvergadering tevens verzocht uurtarieven, AK (Algemene Kosten) en W&R (Winst en Risico) voor de "gangbare activiteiten" aan de gemeente over te leggen, ten behoeve van de afrekening van meer- en minder werk. Naar aanleiding van de bestekwijziging heeft [eiseres] haar tarievenlijst van 28 januari 2016 opgesteld. Over die tarievenlijst hebben partijen overeenstemming bereikt. De gemeente mocht er tegen deze achtergrond van uitgaan dat weekend- en nachtwerk in de tarieven zelf was verdisconteerd en dat daar bovenop niet ook nog eens een toeslag in rekening zou worden gebracht. In de visie van de gemeente waren de in de overeengekomen tarievenlijst (productie 12 bij dagvaarding; hierna: de tarievenlijst) opgenomen overwerktoeslagen niet relevant voor de autotunnels. De gemeente is in haar visie dan ook niet gehouden de overwerktoeslagen van Afwijking 1 ten bedrage van € 37.790,64 aan [eiseres] te vergoeden. 4.9. [eiseres] wijst erop dat uit de planning welke deel uitmaakt van de inschrijving en welke is opgesteld naar aanleiding van de eisen van de gemeente volgt dat fase 1 en fase 2 "gewoon" dagwerk betroffen. In de visie van [eiseres] is Afwijking 1 onder juiste hantering van de tarievenlijst correct berekend en is de gemeente de toeslagen verschuldigd. 4.10. De rechtbank is op basis van hetgeen tijdens deze procedure is gesteld en gebleken van oordeel dat op het punt van de gehanteerde toeslagen het gelijk aan de zijde van [eiseres] ligt. 4.11. Op de tarievenlijst zijn de te hanteren toeslagen (voor nacht- en weekendwerk) duidelijk aangegeven. Uit hetgeen door de gemeente is gesteld, is de rechtbank niet duidelijk geworden waarom de gemeente meent dat [eiseres] die toeslagen niet in rekening zou mogen brengen. De rechtbank wil aannemen dat betrokkenen aan de zijde van de gemeente er oprecht van overtuigd waren dat toepassing van de toeslagen niet aan de orde was, maar waar het om gaat is dat geen feiten of omstandigheden zijn gesteld of gebleken waar uit kan worden afgeleid dat dit voor [eiseres] duidelijk diende te zijn. [eiseres] mocht er in de visie van de rechtbank op vertrouwen dat partijen waren overeengekomen dat die toeslagen in rekening mochten worden gebracht, uiteraard voor zover sprake was van meerwerk te verrichten gedurende intervallen waarop toeslagen van toepassing waren. 4.12. Met betrekking tot de overige, kleinere, geschilpunten die tezamen de rest van het verschil kunnen verklaren tussen de "Totaal aanbieding aannemer" van € 178.940,47 van [eiseres] en de "Totaal raming opdracht" van € 113.259,33 van de gemeente (zie productie 1 bij conclusie van antwoord) hebben partijen de rechtbank voorafgaande aan de comparitie van partijen niet adequaat voorgelicht. De rechtbank heeft die visie ter comparitie aan de orde gesteld. Bij wijze van voorbeeld heeft de rechtbank ter zitting enkele details met partijen doorgenomen. Uit de discussie daarover bleek dat partijen in onvoldoende mate overleg hadden gevoerd over de relevante detailpunten. Naar de rechtbank veronderstelt mogelijk omdat het de grotere posten zijn die partijen werkelijk verdeeld houden. Tegen die achtergrond zal (ook) de rechtbank thans geen verdere tijd en aandacht meer besteden aan de onderhavige detailposten. De rechtbank zal haar visie geven op de grote posten die partijen verdeeld lijken te houden en partijen de gelegenheid bieden om - desgewenst - nadien voort te procederen over detailposten waarover thans nog geen beslissingen zullen worden genomen. 4.13. De rechtbank concludeert dat ter zake van afwijking 1 in ieder geval een bedrag van € 37.790,64 exclusief BTW toewijsbaar is. Dat bedrag zal bij eindvonnis worden toegewezen. Voor wat betreft het meerdere zullen partijen in de gelegenheid worden gesteld om (nogmaals) met elkaar in overleg te treden. Indien dat niet tot een oplossing leidt, kunnen partijen nadien desgewenst alsnog hun vordering ( [eiseres] ) bij conclusie na tussenvonnis en verweer (de gemeente) bij antwoordconclusie na tussenvonnis per detailpunt deugdelijk onderbouwd en (voor de rechtbank) begrijpelijk uiteen zetten. Daarna zal de rechtbank ook op die partijen verdeeld houdende punten beslissen. Afwijking 9: € 49.439,07 Uitvoeringskosten door uitloop 4.14. Afwijking 9 heeft betrekking op extra "vaste kosten" door een langere uitvoeringsduur van de werkzaamheden. Deze afwijking is overgelegd als productie 19 bij dagvaarding. Het aanbrengen van spuitmortel op het plafond heeft drie weekenden meer gevergd dan was voorzien. In de kiloprijs van de extra aan te brengen mortel waren niet alle meerkosten verdisconteerd. De niet verdisconteerde kosten betroffen bijvoorbeeld extra kosten voor tunnelwachten, bevoorrading, eten voor de spuitploegen en schoonmaak (zie ook productie 13 bij dagvaarding, pagina 3, regels 67 tot en met 76). 4.15. De gemeente heeft eerst betwist dat er uitloop is geweest. De opleverdata zijn immers niet overschreden. Ter zitting is echter duidelijk geworden dat de gemeente niet betwist dat er extra uitvoeringskosten waren omdat er als gevolg van meerwerk op extra dagen diende te worden gewerkt. De gemeente heeft aangevoerd dat zij de daaruit voortvloeiende extra uitvoeringskosten tot een bedrag van € 66.000,- heeft vergoed, maar dat zij het meerdere betwist. Dat meerdere heeft [eiseres] in haar visie onvoldoende onderbouwd. 4.16. Uit productie 19 bij dagvaarding blijkt dat [eiseres] ter zake van deze afwijking een bedrag van € 116.334,39 heeft gesteld en onderbouwd. De gemeente heeft een bedrag van € 66.895,32 erkend. Het verschil betreft € 49.439,07. 4.17. Het verschil betreft voor een belangrijk deel toeslagen. De gemeente wenst die niet te betalen. 4.18. De rechtbank is van oordeel dat de gemeente de toeslagen wel verschuldigd is omdat partijen dat in de visie van de rechtbank zijn overeengekomen. De rechtbank verwijst naar hetgeen bij de behandeling van Afwijking 1 is beslist. 4.19. Een post van € 17.400,- betreft eten voor de medewerkers. De gemeente heeft erop gewezen dat in het bestek geen post met betrekking tot het verstrekken van maaltijden staat. [eiseres] heeft aangevoerd dat de daaraan verbonden kosten wel in haar calculatie waren begrepen. Daar was de inschrijving op gebaseerd. Voor wat betreft het meerwerk heeft [eiseres] erop gewezen dat de geaccordeerde kiloprijs van extra mortel uitdrukkelijk exclusief onder andere de post "eten voor de mannen (14,50 pp)" was ( zie "Afwijking 2", productie 13 bij dagvaarding, pagina 3, regel 76). De overige uitgezonderde posten (regels 69 tot en met 75) heeft de gemeente wel - al dan niet gedeeltelijk - apart als meerwerk vergoed. [eiseres] heeft aangevoerd dat zij de benadering van Afwijking 2 (een kiloprijs exclusief enkele apart genoemde posten) heeft gekozen in overleg met de kostendeskundige van de gemeente. 4.20. De rechtbank is van oordeel dat de gemeente door Afwijking 2 te accorderen bij [eiseres] het vertrouwen heeft gewekt dat (ook) de post "eten voor de mannen (14,50 pp)" afzonderlijk als meerwerk in rekening mocht worden gebracht. De gemeente is die post derhalve verschuldigd. 4.21. Op enkele detailposten van Afwijking 9 van meer ondergeschikte betekenis is de gemeente niet meer ingegaan. De rechtbank is van oordeel dat het verweer van de gemeente ten aanzien van die details, voor zover zij dat al heeft willen handhaven, onvoldoende is gemotiveerd. 4.22. De rechtbank zal bij eindvonnis het bedrag van € 49.439,07 exclusief btw toewijzen. Afwijking 21: € 459.951,38 Meer mortel westbuis en Afwijking 24: € 238.549,80 Meer mortel oostbuis 4.23. Afwijkingen 21 en 24 hebben betrekking op extra mortel die [eiseres] diende aan te brengen in beide tunnelbuizen. Dit betreft het voornaamste geschilpunt tussen partijen. 4.24. In het bestek is uitgegaan van een bepaald aantal te behandelen m2 en een bepaalde aan te brengen laagdikte (3
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.