Rechtbank Rotterdam Team straf 2 Parketnummer: 10/960249-17 Datum uitspraak: 3 juli 2019 Tegenspraak Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte: [naam verdachte] , geboren te [geboorteplaats verdachte] op [geboortedatum verdachte] , ten tijde van het onderzoek op de terechtzitting verblijvende op het adres: [verblijfadres verdachte] , [verblijfplaats verdachte] , raadsman mr. M.A.M. Pijnenburg, advocaat te Amsterdam. 1Onderzoek op de terechtzitting Gelet is op het onderzoek op de terechtzittingen van 27 mei 2019 en 3 juli 2019. 2Tenlastelegging Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de vordering nadere omschrijving tenlastelegging, waarbij de oorspronkelijke opgave van de feiten als bedoeld in artikel 261, derde lid van het Wetboek van Strafvordering (hierna Sv) overeenkomstig de vordering van de officier van justitie is gewijzigd op de terechtzitting van 7 november 2018. De tekst van de nader omschreven tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht. 3Eis officier van justitie De officieren van justitie mrs. M.A. van der Vlugt en D.J. Laman hebben gevorderd: vrijspraak van het onder 6 tenlastegelegde; bewezenverklaring van het onder 1 tot en met 5 en 7 tenlastegelegde; veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 6,5 jaar met aftrek van voorarrest; verbeurdverklaring van de diverse gegevensdragers en het geldbedrag van € 2.630,-. 4Ontvankelijkheid officier van justitie 4.1. Standpunt verdediging In het onderzoek “ 26Gravesac ” zijn vormen verzuimd waarbij doelbewust een grove veronachtzaming van het recht op een eerlijk proces heeft plaatsgevonden rond de overname door politie en justitie van de website “ Hansa Market ”. Met het overnemen van de site op het darkweb werd drugshandel gefaciliteerd. Het overnemen en beheren van deze site is een opsporingsmiddel waarvoor een wettelijke basis ontbreekt. Verder is, voor zover artikel 126h Sv als wettelijke basis kan worden gezien, geen enkel zicht verkregen op de wijze waarop de infiltratie heeft plaatsgevonden. Niet te controleren is of het optreden van de opsporingsambtenaren rechtmatig was en of is voldaan aan de proportionaliteitseis. Om die reden dient het openbaar ministerie niet-ontvankelijk te worden verklaard in de vervolging van de verdachte. 4.2. Standpunt officier van justitie Artikel 126h Sv biedt een wettelijke grondslag voor het overnemen en beheren van de website Hansa Market . Van onrechtmatig opsporingsonderzoek is geen sprake. De infiltratie was in overeenstemming met de eisen van proportionaliteit en subsidiariteit. De verdediging heeft bovendien onvoldoende aangevoerd in hoeverre de belangen van de verdachte zijn geschaad. 4.3. Beoordeling In juni 2016 is onder de projectnaam 26Gravesac door medewerkers van het Team High Tech Crime van de Landelijke Eenheid (hierna: het onderzoeksteam) onder verantwoordelijkheid van het Landelijk Parket Rotterdam een strafrechtelijk onderzoek gestart met als doel de illegale online marktplaats op het darkweb bekend als Hansa Market (ook wel een darkmarket genoemd) te elimineren. Op Hansa Market werd grootschalig gehandeld in strafbare goederen. Het merendeel van de aangeboden goederen betrof drugs zoals XTC, cocaïne, speed en amfetamine. Verkopers (vendors) en kopers (buyers) op dit soort marktplaatsen wanen zich anoniem, gesprekken tussen kopers en verkopers worden vaak versleuteld door middel van “PGP” en betalingen worden verricht door middel van “cryptocurrencies” zoals bitcoins, waarna de bestelde producten per pakketpost worden afgeleverd op het gewenste adres. Op 20 juni 2017 werd op grond van artikel 126h Sv een bevel infiltratie afgegeven door de officier van justitie. Dit bevel werd op 11 juli 2017 verlengd en liep af op 25 juli 2017. Onder dit bevel is de infrastructuur van Hansa Market naar Nederlands grondgebied geëmigreerd en is Hansa Market heimelijk en ongewijzigd door het onderzoeksteam overgenomen met als doel wachtwoorden, berichten, orderinformatie en bitcoins niet-versleuteld af te vangen teneinde verdachten te identificeren en illegale goederen in beslag te nemen. Het onderzoeksteam fungeerde daarbij als beheerder van Hansa Market , reageerde op verzoeken van kopers, nam deel aan berichtenverkeer, onderhield contacten en verrichtte een aantal pseudokopen. Dit genereerde informatie met betrekking tot de verschillende online aanbieders en kopers van drugs wereldwijd. Op 20 juli 2017 werd de infiltratieactie beëindigd en werd de marktplaats offline gehaald. Naar aanleiding van de bevindingen in het onderzoek 26Gravesac is in juni 2017 een nieuw opsporingsonderzoek gestart onder de naam “26Moore”, met betrekking tot de (vermoedelijk) Nederlandse vendor “ [naam 1] ”, welk onderzoek ten grondslag ligt aan de strafzaak tegen de verdachte en zijn medeverdachten. Naar het oordeel van de rechtbank valt genoemde (digitale) infiltratieactie, bestaande uit het overnemen en beheren van Hansa Market , onder de bijzondere opsporingsbevoegdheid als bedoeld in artikel 126h Sv. Het verweer van de raadsman dat een wettelijke basis ontbreekt, wordt derhalve verworpen. Dat geldt evenzeer voor het verweer dat niet te controleren valt of is voldaan aan de eisen van proportionaliteit en subsidiariteit. Het strafdossier in de onderhavige zaak bevat een aanvullend proces-verbaal Gravesac waarin uitvoerig de inzet van de infiltratieactie alsmede de overdracht van gegevens aan onderzoek 26Moore is beschreven. Dit proces-verbaal geeft, naar het oordeel van de rechtbank, voldoende inzicht in de werkwijze van de opsporingsambtenaren tijdens de infiltratie. Op grond van dit proces-verbaal en hetgeen de officier van justitie ter terechtzitting heeft aangevoerd is voldoende gebleken dat op het moment van het afgeven van het bevel tot infiltratie het onderzoek de inzet van dit opsporingsmiddel dringend vorderde. Daarbij neemt de rechtbank in aanmerking dat het enkel in beslag nemen van servers van illegale marktplaatsen eerder niet heeft geleid tot een effectieve verstoring van de handel in verdovende middelen, maar tot een verplaatsing hiervan met behoud van de digitale structuur bij de verkopers op een andere website (het zgn. ‘waterbedeffect’). Hetgeen op grond van het dossier is gebleken omtrent de aard en de ernst van de internationale online handel in verdovende middelen, alsmede de kennelijke onmogelijkheid om langs andere weg inzicht te verkrijgen in de strafbare feiten, de identiteit van verkopers en kopers te achterhalen en eventuele criminele tegoeden van hen in beslag te nemen, maakt naar het oordeel van de rechtbank dat met de inzet van het opsporingsmiddel gedurende een begrensde periode van iets langer dan een maand aan de eisen van proportionaliteit en subsidiariteit is voldaan. Voor zover de raadsman heeft gesuggereerd dat verkopers op Hansa Market mogelijk zijn aangemoedigd of uitgelokt om deel te nemen aan online drugshandel, overweegt de rechtbank dat zich in het dossier voor die stelling geen aanknopingspunten bevinden. Daarbij geldt dat Hansa Market een online marktplaats betrof waar uitsluitend illegale diensten en producten werden aangeboden. Met de geruisloze overname van Hansa Market heeft het onderzoeksteam de bestaande situatie in zoverre ongewijzigd voortgezet. Niet gebleken is dat verkopers (of kopers) door de overname, dan wel door het handelen van het onderzoeksteam, zijn gebracht tot het begaan van andere strafbare feiten dan waarop hun opzet reeds van tevoren was gericht. Het toelaten van nieuwe vendors en aanbieden van een korting bij personen bij wie al het opzet bestond om te handelen in verdovende middelen op deze specifieke en verborgen website past in dit kader en kan dan ook niet worden gekwalificeerd als uitlokking. Evenmin bevat het dossier aanwijzingen dat het onderzoeksteam met het overnemen van het kennelijk op drugshandel gerichte Hansa Market de handel in kinderporno, ransomware, terroristische handleidingen of huurmoorden heeft gefaciliteerd. Gelet op het bovenstaande beoordeelt de rechtbank de infiltratie niet als onrechtmatig. Van een vormverzuim in het strafrechtelijk vooronderzoek jegens de verdachte is dan ook geen sprake. Het verweer van de raadsman wordt verworpen. 4.4. Conclusie De officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging van de verdachte. 5Waardering van het bewijs 5.1. Vrijspraak ten aanzien van de feiten 2 en 6: Uit de inhoud van het dossier en het verhandelde ter terechtzitting is niet gebleken dat er onderzoek is gedaan of de verdachte in het bezit van een registratie of een handelsvergunning ter zake van de ketamine is geweest, zodat deze tenlastegelegde bestanddelen niet bewezen kunnen worden verklaard. De verdachte zal om die reden van feit 2 worden vrijgesproken. Met de officier van justitie en de verdediging is de rechtbank van oordeel dat het onder 6 ten laste gelegde niet wettig en overtuigend is bewezen, zodat de verdachte daarvan zonder nadere motivering zal worden vrijgesproken. 5.2. Bewezenverklaring zonder nadere motivering van feit 4 en 7 Het onder 4 en 7 ten laste gelegde is door de verdachte bekend, terwijl door de raadsman geen vrijspraak is bepleit. Dit feit zal zonder nadere bespreking bewezen worden verklaard. 5.3. Bewijswaardering 5.3.1. Standpunt verdediging De raadsman heeft vrijspraak bepleit van de tenlastegelegde periode van 1 januari 2016 tot juli 2017 en van het medeplegen van het onder 1 en 3 tenlastegelegde en voert daartoe aan dat de verdachte in mei 2017 het bestaande account [naam 1] heeft overgenomen waarbij toen al sprake was van een rijdende trein en een bestaand postorderbedrijf in drugs. In juli 2017 werd Hansa Market offline gehaald; er werd opnieuw gestart in augustus 2017 waarbij ieder van de verdachten een eigen account had en voor eigen rekening werkte, zodat er geen sprake was van een gezamenlijke uitvoering met inwisselbare rollen. Ten aanzien van het tenlastegelegde witwassen is aangevoerd dat de inkomsten van de verdachte uit eigen misdrijf afkomstig zijn, zodat ontslag van rechtsvervolging dient te volgen. Hiernaast geldt dat de verdachte niet betrokken was bij het omzetten van bitcoins, zodat de vereiste omzettingshandeling voor witwassen bij inkomsten uit eigen misdrijf niet kan worden vastgesteld. 5.3.2. Beoordeling Uit het onderzoek 26Gravesac blijkt dat de verkoper [naam 1] vanuit Nederland sinds mei 2016 grootschalig verschillende soorten verdovende middelen aanbood op het darkweb Hansa Market . Dit heeft geleid tot het onderzoek 26Moore en tot de aanhouding van de verdachte, samen met medeverdachten [naam medeverdachte 1] en [naam medeverdachte 2] op 13 maart 2018 in de woonkamer van het pand aan de [adres 1] (hierna: het pand [adres 1] ). De medeverdachte [naam medeverdachte 3] werd in Werkendam aangehouden. De verdachte heeft bekend dat hij zich vanuit het pand [adres 1] bezig heeft gehouden met de handel in drugs via het internet. Hij bestrijdt dat er sprake was van medeplegen, alsmede dat hij al aan deze handel deed voor mei 2017. Medeplegen Het standpunt van de verdediging is dat de verdachten ieder voor hun eigen aandeel verantwoordelijk waren en ook onder hun eigen vendornaam drugs verkochten. Gelet hierop was van medeplegen geen sprake, aldus de verdediging. De rechtbank verwerpt dit verweer. Reeds de omstandigheden waaronder de verdachten bij hun aanhouding op 13 maart 2018 tezamen werden aangetroffen wijst op het gezamenlijk uitoefenen van wat zonder meer als een bedrijf kan worden beschouwd. Het pand [adres 1] was specifiek ingericht als ‘office’, zoals het door de verdachten ook wel werd aangeduid. In de woonkamer van voornoemd pand stonden drie bureaus met computers en meerdere beeldschermen. Deze computers waren ingelogd op een verborgen en afgeschermd programma onder de domeinnaam start.com op een server in Parijs die verbonden was met “Dream Market”. Ter plaatse waren de verdachten [naam medeverdachte 1] , [naam verdachte] en [naam medeverdachte 2] nagenoeg dagelijks gedurende enkele uren aanwezig en dikwijls samen werkzaam. In het pand werd een grote voorraad verdovende middelen, verpakkingsmateriaal, ‘stealths’, weegschalen, sealapparatuur, fotoapparatuur, bestellijsten en voorgedrukte vensterenveloppen met adressen van afnemers in binnen- en buitenland aangetroffen. Afgeluisterde gesprekken (taps en OVC) waarin over aantallen bestellingen, inkomsten en werktijden wordt gesproken, alsmede observaties bevestigen de bedrijfsmatige samenwerking. De verdachten [naam medeverdachte 1] , [naam verdachte] en [naam medeverdachte 2] haalden geplaatste orders binnen, verpakten de drugs en leverden deze voorts in wisselende samenstelling af in brievenbussen of ter verzending als postpakket. In het pand van de medeverdachte [naam medeverdachte 3] aan de [adres 2] werd een computer aangetroffen met een aansluiting op voornoemd programma met zes 3D-printers, waarvan er vier in werking waren voor het printen van stealths, alsmede rollen filament bedoeld voor de aanmaak van stealths en een USB-stick. Uit het dossier is gebleken dat de medeverdachte [naam medeverdachte 3] de stealths heeft geleverd aan de verdachte en de medeverdachten [naam medeverdachte 1] en [naam medeverdachte 2] die samen de verdovende middelen hierin verstopten en deze per post lieten verzenden aan hun afnemers. Kosten (waaronder de inkoop van verdovende middelen) werden door de verdachte, [naam medeverdachte 1] en [naam medeverdachte 3] gemeenschappelijk gedeclareerd. Het digitale onderzoek ondersteunt de conclusie dat er sprake was van een nauwe en bewuste samenwerking. Uit het onderzoek op de verborgen domeinnaam start.com bleek dat er een gezamenlijke - blijkbaar centraal bijgehouden - professionele digitale administratie was met een voorraad- en orderbeheer en digitale verwerking van de bestellingen (hierna: “de administratie”). De medeverdachte [naam medeverdachte 1] heeft verklaard dat hij dit systeem deels heeft gebouwd en heeft verbeterd. In de administratie werden kennelijk nauwkeurig en systematisch inlognamen vastgelegd, orders in een bestellijst ingeboekt en kosten, betalingen en pinopnames onder de inlog- c.q. vendornaam op datum doorlopend geregistreerd. Voorts communiceerden de verdachten [naam medeverdachte 1] , [naam verdachte] en [naam medeverdachte 3] online via een interne pagina (“kladblok”) van start.com. Op de bij de medeverdachte [naam medeverdachte 3] aangetroffen USB-stick met gegevens over zijn legale bedrijf, stonden ook mappen/bestanden met toegang tot start.com, een introductietekst van [schuilnaam 1] op Hansa Market en een (verwijderde) foto die voorkwam in de geheugenkaart van de aangetroffen camera in het pand [adres 1] . Uit de kladblok-pagina op start.com blijkt dat de vendor [naam 2] , die aangeduid werd met [schuilnaam 2] of [schuilnaam 3] , ook toegang kreeg tot start.com voor het plaatsen van orders. Uit de bewijsmiddelen, in onderlinge samenhang bezien, blijkt dat de medeverdachte [naam medeverdachte 3] in de laatste fase onder deze vendornaam opereerde. Uit het vorenstaande blijkt dat de verdachte een grote materiële en intellectuele bijdrage heeft geleverd in de gezamenlijke uitvoering en dat hij daartoe bewust, nauw en intensief heeft samengewerkt met de medeverdachten, zodat er sprake is van medeplegen. Dat de verdachte verantwoordelijk zou zijn voor zijn eigen aandeel hierin, maakt dit niet anders. Periode De rechtbank overweegt over de periode waarin de tenlastegelegde drugshandel plaatsvond het volgende. De handel in verdovende middelen werd na het ‘uit de lucht halen’ van Hansa Market in juli 2017 onderbroken en voortgezet op de server in Parijs op “Dream Market” in de periode van november 2017 tot en met 13 maart 2018. Uit start.com bleek dat een bericht onder de gebruikersnaam [gebruikersnaam 1] was gestuurd aan een koper dat [naam 1] “terug” was en dat de gebruikersnamen [gebruikersnaam 1] , [gebruikersnaam 2] , [gebruikersnaam 3] en [gebruikersnaam 4] in die periode gekoppeld waren aan de vendoren [naam 3] , [naam 4] , [naam 5] , [naam 6] en [naam 2] . Bij de aanhouding van de verdachten in het pand [adres 1] was de verdachte [naam medeverdachte 1] ingelogd op Dream Market onder de inlognaam [gebruikersnaam 5] met als account [naam 4] , de verdachte onder de inlognaam [gebruikersnaam 2] met als account [naam 5] en was het middelste bureau ingelogd onder de inlognaam [gebruikersnaam 3] met als account [naam 6] . Op de pagina ADMIN (admini.php) van start.com (voor het laatst opgehaald op 18 oktober 2017) is een lijst gevonden met kennelijke inkomsten en uitgaven die kan worden gezien als een “kasboek”, met aanduidingen als “pinnen” en “coke”, “pillen” en “mdma”, en met vermeldingen van de namen [gebruikersnaam 1] , [gebruikersnaam 2] en [gebruikersnaam 4] . Deze lijst bevat als vroegste datumaanduiding juni 2016. De verdachte verklaarde bij de politie dat de medeverdachte [naam medeverdachte 1] de inlognaam [gebruikersnaam 1] hield in het pand [adres 1] . De medeverdachte [naam medeverdachte 1] beheerde de administratie, de prijzen, de bitcoinwallets en de debetcards. Verder valt op dat het systeem van de administratie van de periode in het pand [adres 3] (hierna het pand [adres 3] ) naar de periode Van der Werfstraat een sterke mate van continuïteit kent. De verdachte heeft bekend dat reeds in het pand aan de [adres 3] via een verborgen server in Litouwen in de periode vóór juli 2017 op Hansa Market drugs werden verhandeld. Er blijkt uit de administratie dat vanaf de eerste registraties in 2016 tot de inbeslagneming door de politie de inlog- en vendornamen van de verdachte en de medeverdachten [naam medeverdachte 1] en [naam medeverdachte 3] in de administratie vanaf 2016 veelvuldig en systematisch voorkomen. Chatsessies gevonden in de telefoon van de medeverdachte [naam medeverdachte 3] tussen hem en de verdachte vanaf april 2016 bevestigen dit beeld, nu daarin onder meer wordt gesproken over betalingen en soorten drugs. De registraties vinden ook verankering in de getuigenverklaring van [naam getuige] . Hij heeft verklaard dat de verdachte met de medeverdachte [naam medeverdachte 1] de eerste keer aanwezig was bij het ophalen van Nintendospellen. Dit sluit naadloos aan bij de registratie van de factuur van 8 maart 2016 met de vermelding van het factuurbedrag van € 160,- in het kasboek onder de inlognaam [gebruikersnaam 2] bij nr. 55. De verdachte heeft in 2016 kosten betaald voor de medeverdachte [naam medeverdachte 1] . In het kasboek komt de naam [naam 7] voor bij de aankoop van een laptop voor € 500,- onder de gebruikersnaam [gebruikersnaam 2] bij het eerdere nummer 38 en blijkt uit nummer 6 bij de inlognaam [gebruikersnaam 2] dat de verdachte € 4.200,- aan huur en borg heeft betaald. De verdachte komt ook voor in de Admin-lijst van registraties pinnen en uitbetaald bij nummer 441 (“gepind 4 december 2016 [gebruikersnaam 2] ”) en komt voorts veelvuldig voor bij eerdere volgnummers. Deze administratie vormt een belangrijke onderbouwing voor de conclusie dat de verdachte, [naam medeverdachte 1] en [naam medeverdachte 3] uiterlijk in het voorjaar van 2016 zelf drugs verhandelden op vergelijkbare wijze als later in het pand [adres 1] . Deze conclusie wordt voorts ondersteund door het volgende. De verdovende middelen werden betaald met bitcoins op bitcoinaccountwallets die gekoppeld waren aan met valse identiteiten aangemaakte debet-, credit- en prepaidcards bij bitcoinexchanger Xapo. In de periode van mei 2016 tot en met 13 maart 2018 werd hierop in totaal € 871.382,- ontvangen en werd in totaal € 853.522,- uitbetaald of gepind aan/door [gebruikersnaam 1] , [gebruikersnaam 2] en in mindere mate [gebruikersnaam 4] . In de (gemeenschappelijke) slaapkamer van de medeverdachten [naam medeverdachte 1] en [naam medeverdachte 2] in de woning van de medeverdachte [naam medeverdachte 2] werd een aantal van deze cards aangetroffen bij de doorzoeking op 13 maart 2018. Uit de camerabeelden bij pinautomaten van banken blijkt bovendien dat de verdachte op 3 december 2017 met creditcardnummer [creditcardnummer 1] en de medeverdachte [naam medeverdachte 1] op 18 december 2017 met creditcardnummer [creditcardnummer 2] (in de fase in het pand [adres 1] ) van deze rekeningen geldbedragen hebben gepind. Uit het kasboek in voornoemde periode blijkt ook dat uitgaven voor onder andere de aanschaf van drugs, 3D-printers, filament, postzegels, de huur van het pand en het doen van uitbetalingen zijn geboekt onder de namen [gebruikersnaam 1] , [gebruikersnaam 2] , [gebruikersnaam 4] , [bijnaam] (de (bij)naam van de verdachte), [naam 7] en [schuilnaam 3] en dat hierover door hen werd gecommuniceerd op het kladblok. In totaal bedroegen de uitgaven in het kasboek € 915.329,-. Dat de verdachten hun eigen inlognamen hadden, ligt voor de hand, maar wordt ook bevestigd door de vaststelling in het dossier dat uit start.com is gebleken dat [gebruikersnaam 1] , [gebruikersnaam 2] en [gebruikersnaam 3] doordeweeks in de ochtend vanaf 11:00 uur tot in de middag van 14:00-15:00 uur werkzaam zijn geweest in de handel in verdovende middelen, terwijl [gebruikersnaam 4] in de vroege ochtenduren, in de avonduren en in het weekend werkzaam was. Daargelaten de gestelde reden voor de verdachte om aan drugshandel te beginnen (vanwege een schuld uit lening), levert het onderzoek geen andere conclusie op dan dat de verdachte zelf een substantieel aandeel in de handel heeft gehad, en voorts dat het hierbij in enkele jaren tijd om grote hoeveelheden leveringen is gegaan over de hele wereld. Het verweer wordt verworpen. De verdachte heeft zich gedurende een lange periode door middel van vele transacties tezamen en in vereniging met anderen ook schuldig gemaakt aan het tenlastegelegde gewoontewitwassen van een bedrag van een bedrag van € 853.522,-. 5.3.3. Conclusie Er is voldoende wettig en overtuigend bewijs voor het medeplegen van het tenlastegelegde onder 1, 3 en 5. 5.4. Bewezenverklaring In bijlage II heeft de rechtbank de inhoud van wettige bewijsmiddelen opgenomen, houdende voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden. Op grond daarvan, en op grond van de redengevende inhoud van het voorgaande, is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1, 3 tot en met 5 tenlastegelegde heeft begaan op die wijze dat: 1. hij in de periode van 1 januari 2016 tot en met 12 maart 2018 in Nederland, tezamen en in vereniging met anderen, opzettelijk heeft bewerkt, verwerkt, verkocht, afgeleverd, verstrekt, vervoerd en/of aanwezig gehad (telkens) één of meer (grote) hoeveelheden harddrugs, te weten in totaal 38.709 pillen XTC, en/of 63.742 trips/hoeveelheden LSD, en/of 95.855,35 gram molly/MDMA, en/of 3.912 capsules MDMA, en/of 5.019,2 gram cocaïne, en/of 129 gram meth/amfetamine, en/of buiten het grondgebied van Nederland heeft gebracht, (telkens) één of meet (grote) hoeveelheden harddrugs, te weten in totaal 38.126 pillen XTC, en/of 61.029 trips/hoeveelheden LSD, en/of 95.318,35 gram molly/MDMA, en/of 3.805 capsules MDMA, en/of 4.720,55 gram cocaïne, en/of 127 gram meth/amfetamine, zijnde middelen als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst 1. 3. hij in de periode van 1 januari 2016 tot en met 12 maart 2018 in Nederland, tezamen en in vereniging met anderen, , opzettelijk heeft bewerkt, verwerkt, verkocht, afgeleverd, verstrekt, vervoerd en/of aanwezig heeft gehad, één of meer hoeveelheden, in totaal 1.436,5 gram hasj en/of hennep, en/of buiten het grondgebied van Nederland heeft gebracht één of meer hoeveelheden, in totaal 1.430,5 gram hasj en/of hennep, zijnde hasjiesj en/of hennep een middel als bedoeld in de bij die wet behorende lijst II. 4. hij op 13 maart 2018 te Amsterdam, tezamen en in vereniging met anderen, opzettelijk aanwezig heeft gehad - 10.212,54 gram MDMA/XTC en - 5,63 gram cocaïne, en - 13.521 zegels LSD, zijnde MDMA/XTC en cocaïne en LSD, (telkens) een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst 1; en/ hij op of omstreeks 13 maart 2018 te Amsterdam, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk in voorraad heeft gehad ongeveer 172,17 gram Ketamine, althans een hoeveelheid Ketamine, zijnde een geneesmiddel, waarvoor geen handelsvergunning geldt en hij op 13 maart 2018 te Amsterdam, tezamen en in vereniging met anderen, opzettelijk aanwezig heeft gehad 222,80 gram Cannabis en 16,50 gram Paddo’s , zijnde hasjiesj en hennep en paddo’s (telkens) een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II. 5. hij in de periode van 1 januari 2016 tot en met 13 maart 2018, in Nederland, tezamen en in vereniging met anderen, (telkens) van voorwerpen, te weten (contant(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.