Rechtbank Rotterdam Team straf 2 Parketnummer: 10/036466-19 Parketnummer vordering TUL VV: 10/264408-18 Datum uitspraak: 11 juni 2019 Tegenspraak Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte: [naam verdachte] , geboren op [geboortedatum verdachte] , geboorteplaats en -land onbekend, ten tijde van het onderzoek op de terechtzitting preventief gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting Ter Apel, raadsman mr. F.G.W.M. Huijbers, advocaat te Nijmegen, niet verschenen. 1Onderzoek op de terechtzitting Gelet is op het onderzoek op de terechtzitting van 28 mei
- 2Tenlastelegging Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding. De tekst van de tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht. 3Eis officier van justitie De officier van justitie mr. H. van Galen heeft gevorderd: bewezenverklaring van het ten laste gelegde; oplegging van de maatregel tot plaatsing in een instelling voor stelselmatige daders (hierna: ISD-maatregel) voor de duur van maximaal twee jaren, zonder aftrek; afwijzing van vordering tot tenuitvoerlegging in de zaak met parketnummer 10/264408-
- 4Waardering van het bewijs 4.
- Bewezenverklaring zonder nadere motivering Het ten laste gelegde is door de verdachte bekend. Dit feit zal zonder nadere bespreking bewezen worden verklaard. 4.
- Bewezenverklaring In bijlage II heeft de rechtbank een opgave gedaan van wettige bewijsmiddelen, houdende voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden. Met deze opgave wordt volstaan, nu de verdachte het bewezen verklaarde heeft bekend en nadien geen vrijspraak is bepleit. Op grond daarvan is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan op die wijze dat: hij op 13 februari 2019 te Vlaardingen een pak stooflappen, dat geheel aan een ander toebehoorde, te weten aan [naam supermarkt] (locatie [adres] ), heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen. Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken. 5Strafbaarheid feit Het bewezen feit levert op: Diefstal. Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten. Het feit is dus strafbaar. 6Strafbaarheid verdachte Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar. 7Motivering maatregel 7.
- Algemene overweging De maatregel die aan de verdachte wordt opgelegd, is gegrond op de ernst van het feit, de omstandigheden waaronder het feit is begaan en de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Daarbij wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen. 7.
- Feit waarop de maatregel is gebaseerd De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan winkeldiefstal. Winkeldiefstal is een ergerlijk feit, dat naast materiële schade ook overlast en hinder veroorzaakt. De verdachte is al vaker voor winkeldiefstal veroordeeld maar dit heeft hem er niet van weerhouden opnieuw een diefstal te plegen. 7.
- Persoonlijke omstandigheden van de verdachte 7.3.
- Strafblad De rechtbank heeft acht geslagen op een uittreksel uit de justitiële documentatie van 25 april 2019, waaruit blijkt dat de verdachte eerder is veroordeeld voor soortgelijke strafbare feiten. 7.3.
- Rapportages Antes (hierna: de reclassering) heeft op 9 mei 2018 een rapport over de verdachte opgemaakt. De reclassering heeft geadviseerd bij een veroordeling een onvoorwaardelijke ISD-maatregel voor vreemdelingen op te leggen omdat dat de enige overgebleven optie is om recidive tegen te gaan. De verdachte heeft in Nederland een perspectiefloos bestaan. Hij heeft geen werk of inkomen, er is sprake van middelenproblematiek en zijn verblijfsrecht is ingetrokken. Gelet op de status van de verdachte als onrechtmatig vreemdeling zijn er geen mogelijkheden om een plan van aanpak ter voorkoming van recidive op te stellen en kan van hulp bij een geslaagde resocialisatie in de Nederlandse samenleving geen sprake zijn. 7.
- Conclusies van de rechtbank De rechtbank stelt vast dat de verdachte een stelselmatige dader is in de zin van artikel 38m van het Wetboek van Strafrecht. De verdachte voldoet aan de in dat artikel genoemde criteria voor oplegging van de ISD-maatregel. De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan één of meer misdrijven waarvoor voorlopige hechtenis is toegelaten. De verdachte is volgens het uittreksel uit de justitiële documentatie van in de vijf jaren voorafgaande aan het door hem begane feit ten minste driemaal tot een vrijheidsbenemende straf of een taakstraf veroordeeld. Deze vonnissen zijn onherroepelijk. Het onderhavige feit is begaan na tenuitvoerlegging van deze straffen en taakstraf. Er moet ernstig rekening mee worden gehouden dat de verdachte wederom een misdrijf zal begaan. De rechtbank stelt vast dat de tot op heden aan de verdachte opgelegde straffen er niet toe hebben geleid dat het criminele gedrag van de verdachte is beëindigd. De rechtbank onderschrijft de conclusies van de reclassering dat oplegging van de ISD-maatregel is aangewezen. Gelet op de door hem steeds weer veroorzaakte overlast en schade staat nu het belang van de samenleving voorop. De veiligheid van personen of goederen vereist dat aan de verdachte wordt opgelegd de maatregel plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders voor de duur van twee jaren. Daarbij is ook gelet op de veelvuldigheid van de voorafgaande veroordelingen. Voorts is in aanmerking genomen dat de maatregel er mede toe strekt de maatschappij te beveiligen en de recidive van verdachte te beëindigen. De rechtbank heeft, op verzoek van de verdachte, rekening gehouden met de tijd die door de verdachte in verzekering is doorgebracht. Alles afwegend acht de rechtbank de hierna te noemen maatregel passend en geboden. 8Vordering tenuitvoerlegging 8.
- Vonnis waarvan tenuitvoerlegging wordt gevorderd Bij vonnis van 27 december 2018 van de politierechter van deze rechtbank is de verdachte ter zake van diefstal veroordeeld voor zover van belang tot een gevangenisstraf van 4 weken, waarvan een gedeelte groot 2 weken voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaar. De proeftijd is ingegaan op 10 januari
- 8.
- Standpunt officier van justitie De officier van justitie concludeert tot afwijzing van de vordering omdat hij ook oplegging van een ISD-maatregel vordert. 8.
- Beoordeling De rechtbank is met de officier van justitie van oordeel dat het niet opportuun is de voorwaardelijke gevangenisstraf ten uitvoer te leggen aangezien de rechtbank een ISD-maatregel aan de verdachte zal opleggen. De vordering tot tenuitvoerlegging zal daarom worden afgewezen. 9Toepasselijke wettelijke voorschriften Gelet is op de artikelen 38m, 38n, 310 van het Wetboek van Strafrecht. 10Bijlagen De in dit vonnis genoemde bijlagen maken deel uit van dit vonnis. 11Beslissing De rechtbank: verklaart bewezen, dat de verdachte het ten laste gelegde feit, zoals hiervoor omschreven, heeft begaan; stelt vast dat het bewezen verklaarde oplevert het hiervoor vermelde strafbare feit; verklaart de verdachte strafbaar; gelast dat de verdachte wordt geplaatst in een inrichting voor stelselmatige daders voor de duur van 2 (twee) jaren; beveelt dat de tijd die door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde maatregel in mindering wordt gebracht, voor zover deze tijd niet reeds op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht; wijst af de gevorderde tenuitvoerlegging van de bij vonnis van 27 december 2018 (parketnummer: 10/264408-18) van de politierechter van deze rechtbank aan de veroordeelde opgelegde voorwaardelijke gevangenisstraf. Dit vonnis is gewezen door: mr. J.L.M. Boek, voorzitter, en mrs. J.B. van den Beld en B. Krijnen, rechters, in tegenwoordigheid van mr. M.A. Koreneef, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank op de datum die in de kop van dit vonnis is vermeld. De oudste rechter is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen. Bijlage I Tekst tenlastelegging Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat hij op of omstreeks 13 februari 2019 te Vlaardingen een pak stooflappen, in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander toebehoorde, te weten aan [naam supermarkt] (locatie [adres] ), heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen; ( art 310 Wetboek van Strafrecht )