Rechtbank Rotterdam Team straf 2 Parketnummer: 10/265128-18 Parketnummer vordering TUL VV: 10/741393-16 Datum uitspraak: 11 juli 2019 Tegenspraak Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte: [naam verdachte] , geboren te [geboorteplaats verdachte] op [geboortedatum verdachte] , ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres [adres verdachte] , [woonplaats verdachte] , ten tijde van het onderzoek op de terechtzitting preventief gedetineerd in het Justitieel Centrum voor Somatische Zorg, raadsvrouw mr R. van den Hemel, advocaat te Dordrecht. 1Onderzoek op de terechtzitting Gelet is op het onderzoek op de terechtzitting van 27 juni
(8)jaar; veroordeelt de verdachte om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan de benadeelde partij [naam benadeelde 1] te betalen een bedrag van € 2.500,- (zegge: tweeduizendvijfhonderd euro), bestaande uit immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 26 december 2018 tot aan de dag der algehele voldoening; legt aan de verdachte de maatregel tot schadevergoeding op, inhoudende de verplichting aan de staat ten behoeve van de benadeelde partij [naam benadeelde 1] te betalen € 2.500,- (hoofdsom, zegge: tweeduizendvijfhonderd euro), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 26 december 2018 tot aan de dag van de algehele voldoening; beveelt dat bij gebreke van volledige betaling en volledig verhaal van het bedrag van € 2.500,- vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 35 dagen; toepassing van de vervangende hechtenis heft de betalingsverplichting niet op; veroordeelt de verdachte om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan de benadeelde partij [naam benadeelde 2] te betalen een bedrag van € 3.000,- (zegge: drieduizend euro), bestaande uit immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 26 december 2018 tot aan de dag der algehele voldoening; legt aan de verdachte de maatregel tot schadevergoeding op, inhoudende de verplichting aan de staat ten behoeve van de benadeelde partij [naam benadeelde 2] te betalen € 3.000,- (hoofdsom, zegge: drieduizend euro), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 26 december 2018 tot aan de dag van de algehele voldoening; beveelt dat bij gebreke van volledige betaling en volledig verhaal van het bedrag van € 3.000,- vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 40 dagen; toepassing van de vervangende hechtenis heft de betalingsverplichting niet op; veroordeelt de verdachte om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan de benadeelde partij [naam benadeelde 3] te betalen een bedrag van € 1.250,- (zegge: duizendtweehonderdenvijftig euro), bestaande uit immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 26 december 2018 tot aan de dag der algehele voldoening; legt aan de verdachte de maatregel tot schadevergoeding op, inhoudende de verplichting aan de staat ten behoeve van de benadeelde partij [naam benadeelde 3] te betalen € 1.250,- (hoofdsom, zegge: duizendtweehonderdenvijftig euro), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 26 december 2018 tot aan de dag van de algehele voldoening; beveelt dat bij gebreke van volledige betaling en volledig verhaal van het bedrag van € 1.250,- vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 22 dagen; toepassing van de vervangende hechtenis heft de betalingsverplichting niet op; veroordeelt de verdachte om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan de benadeelde partij [naam benadeelde 4] te betalen een bedrag van € 400,- (zegge: vierhonderd euro), bestaande uit immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 26 december 2018 tot aan de dag der algehele voldoening; legt aan de verdachte de maatregel tot schadevergoeding op, inhoudende de verplichting aan de staat ten behoeve van de benadeelde partij [naam benadeelde 4] te betalen € 400,- (hoofdsom, zegge: vierhonderd euro), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 26 december 2018 tot aan de dag van de algehele voldoening; beveelt dat bij gebreke van volledige betaling en volledig verhaal van het bedrag van € 400,- vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 8 dagen; toepassing van de vervangende hechtenis heft de betalingsverplichting niet op; veroordeelt de verdachte om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan de benadeelde partij [naam benadeelde 5] te betalen een bedrag van € 300,- (zegge: driehonderd euro), bestaande uit immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 26 december 2018 tot aan de dag der algehele voldoening; legt aan de verdachte de maatregel tot schadevergoeding op, inhoudende de verplichting aan de staat ten behoeve van de benadeelde partij [naam benadeelde 5] te betalen € 300,- (hoofdsom, zegge: driehonderd euro), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 26 december 2018 tot aan de dag van de algehele voldoening; beveelt dat bij gebreke van volledige betaling en volledig verhaal van het bedrag van € 300,- vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 6 dagen; toepassing van de vervangende hechtenis heft de betalingsverplichting niet op; verstaat dat betaling aan de benadeelde partijen tevens geldt als betaling aan de staat ten behoeve van de benadeelde partijen en omgekeerd; wijst af de door de benadeelde partijen [naam benadeelde 1] en [naam benadeelde 2] meer of anders gevorderde immateriële schade; verklaart de benadeelde partijen [naam benadeelde 1] en [naam benadeelde 2] niet-ontvankelijk in hun materiële vorderingen; bepaalt dat dit deel van de vorderingen slechts kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter; veroordeelt de verdachte in de proceskosten door alle benadeelde partijen gemaakt, tot op heden aan de zijde van alle benadeelde partijen begroot op nihil, en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken; gelast de tenuitvoerlegging van het voorwaardelijk gedeelte, groot 30 dagen, van de bij vonnis van 9 december 2016 van de politierechter van deze rechtbank aan de veroordeelde opgelegde gevangenisstraf. Dit vonnis is gewezen door: mr. K.A. Baggerman, voorzitter, en mrs. G.P. van de Beek en B. Krijnen, rechters, in tegenwoordigheid van mr. M.A. Koreneef, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank op de datum die in de kop van dit vonnis is vermeld. Bijlage I Tekst tekst gewijzigde tenlastelegging Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat 1 hij op of omstreeks 26 december 2018 te Rotterdam ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om [naam slachtoffer 1] opzettelijk en met voorbedachten rade van het leven te beroven, met een vuurwapen meerdere, althans een, kogel(
- s)heeft afgevuurd op, althans in de richting van die [naam slachtoffer 1] , terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid; ( art 289 Wetboek van Strafrecht, art 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht ) Subsidiair hij op of omstreeks 26 december 2018 te Rotterdam [naam slachtoffer 1] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling, door - op korte afstand aan die [naam slachtoffer 1] een (doorgeladen) vuurwapen te tonen en/of - een (doorgeladen) vuurwapen op die [naam slachtoffer 1] te richten; (art 285 Wetboek van Strafrecht) 2 hij op of omstreeks 26 december 2018 te Rotterdam ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om [naam slachtoffer 2] opzettelijk en met voorbedachten rade van het leven te beroven, met een vuurwapen meerdere, althans een, kogel(
- s)heeft afgevuurd op, althans in de richting van die [naam slachtoffer 2] , terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid; ( art 289 Wetboek van Strafrecht, art 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht ) 3 hij op of omstreeks 26 december 2018 te Rotterdam ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om een functionaris van de politie Eenheid Rotterdam, te weten de dienstdoende hoofdagent [naam agent 1] opzettelijk en met voorbedachten rade van het leven te beroven, met een vuurwapen meerdere, althans een, kogel(
- s)heeft afgevuurd op, althans in de richting van die [naam agent 1] , terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid; ( art 289 Wetboek van Strafrecht, art 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht ) Subsidiair hij op of omstreeks 26 december 2018 te Rotterdam een functionaris van de politie Eenheid Rotterdam, te weten de dienstdoende hoofdagent [naam agent 1] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling, door - op korte afstand aan die [naam agent 1] een (doorgeladen) vuurwapen te tonen en/of - een (doorgeladen) vuurwapen op die [naam agent 1] te richten en/of - met een vuurwapen meerdere, althans een, kogel(
- s)af te vuren op die [naam agent 1] ; (art 285 Wetboek van Strafrecht) 4. hij op of omstreeks 26 december 2018 te Rotterdam ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om een functionaris van de politie Eenheid Rotterdam, te weten de dienstdoende [functiecode agent] , opzettelijk en met voorbedachten rade van het leven te beroven, met een vuurwapen meerdere, althans een, kogel(
- s)heeft afgevuurd op, althans in de richting van die [functiecode agent] , terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid; ( art 289 Wetboek van Strafrecht, art 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht ) Subsidiair hij op of omstreeks 26 december 2018 te Rotterdam een functionaris van de politie Eenheid Rotterdam, te weten de dienstdoende [functiecode agent] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling, door - op korte afstand aan die [functiecode agent] een (doorgeladen) vuurwapen te tonen en/of - een (doorgeladen) vuurwapen op die [functiecode agent] te richten; (art 285 Wetboek van Strafrecht) 5. hij op of omstreeks 26 december 2018 te Rotterdam ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om meerdere functionarissen van de politie Eenheid Rotterdam, waaronder de in politie-uniform geklede en dienstdoende hoofdagent [naam agent 2] en/of de in politie-uniform geklede en dienstdoende hoofdagent [naam agent 3] opzettelijk en met voorbedachten rade van het leven te beroven, met een vuurwapen meerdere, althans een, kogel(
- s)heeft afgevuurd op, althans in de richting van die [naam agent 2] en/of die [naam agent 3] , terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid; ( art 289 Wetboek van Strafrecht, art 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht ) Subsidiair hij op of omstreeks 26 december 2018 te Rotterdam meerdere functionarissen van de politie Eenheid Rotterdam, waaronder de in politie-uniform geklede en dienstdoende hoofdagent [naam agent 2] en/of de in politie-uniform geklede en dienstdoende hoofdagent [naam agent 3] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling, door - op korte afstand aan die [naam agent 2] en/of die [naam agent 3] een (doorgeladen) vuurwapen te tonen en/of - een (doorgeladen) vuurwapen op die [naam agent 2] en/of die [naam agent 3] te richten; (Art 285 Wetboek van Strafrecht) 6. hij op of omstreeks de periode van 26 december 2018 te Rotterdam (een) wapen(
- s)als bedoeld in artikel 2 lid 1 Categorie III onder 1º van de Wet wapens en munitie, te weten een vuurwapen in de zin van artikel 1, onder 3º van die wet in de vorm van een omgebouwde alarm- cq startrevolver, van het merk BBM, type Olympic 38, kaliber .22 en/of munitie in de zin van artikel 1 onder 4º van de Wet wapens en munitie, te weten munitie als bedoeld in artikel 2 lid 2 van die wet, van de Categorie III te weten 5 kogelpatronen, merk CCI, kaliber .22Lr, voorhanden heeft gehad; ( art 26 lid 1 Wet wapens en munitie )