← Nederland

ECLI:NL:RBROT:2019:5921

Rechtbank Rotterdam Team straf 2 Parketnummer: 10/691115-15 Datum uitspraak: 15 mei 2019 Beslissing van de rechtbank Rotterdam, raadkamer voor strafzaken, met betrekking tot de terbeschikkingstelling van [naam ter beschikking gestelde] (de ter beschikking gestelde), geboren te [geboorteplaats ter beschikking gestelde] op [geboortedatum ter beschikking gestelde] , (formeel) verblijvende in Forensisch Psychiatrisch Centrum de Pompestichting te Nijmegen (de inrichting), raadsman mr. D.C. Vlielander, advocaat te Utrecht. 1Inleiding Bij vonnis van deze rechtbank van 2 maart 2016 is de terbeschikkingstelling van [naam ter beschikking gestelde] gelast en daarbij zijn voorwaarden gesteld betreffende het gedrag. De terbeschikkingstelling is gelast ter zake van afpersing, meermalen gepleegd, diefstal met geweld, handelen in strijd met de Wet wapens en munitie, diefstal door middel van braak en inklimming en diefstal. De termijn van de terbeschikkingstelling is aangevangen op 2 juni 2017. Bij beslissing van deze rechtbank van 7 november 2018 is de terbeschikkingstelling met voorwaarden omgezet in een terbeschikkingstelling met verpleging van overheidswege (dwangverpleging). 2Procesverloop De rechtbank heeft op 15 april 2019 van het openbaar ministerie een vordering tot verlenging van de terbeschikkingstelling ontvangen (artikel 38d, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht). Bij die vordering zijn de daarbij vereiste stukken gevoegd. De vordering is op de openbare zitting van 15 mei 2019 behandeld. De officier van justitie, mr. B.J. Berton, de ter beschikking gestelde, bijgestaan door zijn raadsman, en als deskundige [naam deskundige] , werkzaam bij de inrichting, zijn gehoord. 3Advies Advies inrichting Het advies gedateerd 13 maart 2019 luidt de termijn van de terbeschikkingstelling te verlengen met twee jaren, gezien de nog aanwezige problematiek, het recidiverisico en de grote hoeveelheid stappen nog te zetten voordat de maatregel op een verantwoorde wijze kan worden beëindigd. Bij de ter beschikking gestelde is sprake van een persoonlijkheidsstoornis met borderline en antisociale trekken en tevens een stoornis in het gebruik van middelen. Het risico op terugval in gewelddadig gedrag wordt nog hoog geschat. Op de zitting gegeven adviezen De deskundige, de heer [naam deskundige] , heeft zijn advies op de zitting aangevuld, in die zin dat hem bekend is dat de ter beschikking gestelde een toetsmoment wenselijk acht over een jaar. Ondanks dat de verwachting is dat behandeling en begeleiding van de ter beschikking gestelde een langere termijn in beslag zal nemen, staat de inrichting hier positief tegenover, nu een toetsmoment over een jaar ondersteunend kan werken bij de begeleiding en behandeling van de ter beschikking gestelde. 4Standpunt van partijen Standpunt van de officier van justitie De officier van justitie heeft geconcludeerd tot verlenging van de termijn van de terbeschikkingstelling met twee jaar. Ook heeft de officier van justitie verzocht vast te stellen dat de terbeschikkingstelling niet gemaximeerd is, nu de terbeschikkingstelling is opgelegd voor een misdrijf dat is gericht tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen. Standpunt van de ter beschikking gestelde De ter beschikking gestelde en zijn raadsman hebben zich niet verzet tegen verlenging van de termijn van de terbeschikkingstelling, maar bepleit deze te verlengen met één jaar. 5Beoordeling Op grond van het advies van de inrichting komt de rechtbank tot de volgende oordelen: - Er is nog steeds sprake van een gebrekkige ontwikkeling van en/of ziekelijke stoornis in de geestvermogens van de ter beschikking gestelde; - De veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen of goederen eist dat de termijn van de terbeschikkingstelling wordt verlengd. Hoewel de rechtbank er niet vanuit gaat dat de behandeling van de ter beschikking gestelde binnen de termijn van één jaar zal zijn afgerond of dat dan al sprake zal zijn van een voorwaardelijke beëindiging van de maatregel, acht de rechtbank in dit geval een verlenging voor de duur van één jaar passend. De rechtbank is met de inrichting namelijk van oordeel dat het in dit geval het verloop en de duur van de behandeling positief kan beïnvloeden wanneer over een jaar de vorderingen van de ter beschikking gestelde en het verloop van de behandeling opnieuw worden bekeken en de voortgang wordt beoordeeld. De rechtbank overweegt verder dat in het vonnis van deze rechtbank van 2 maart 2016 niet expliciet is bepaald dat de terbeschikkingstelling is opgelegd ter zake van een misdrijf dat was gericht tegen of gevaar heeft veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen. Uit vaste jurisprudentie volgt echter dat de verlengingsrechter dit ook kan afleiden uit de – al dan niet in onderling verband en samenhang gelezen – overige inhoud van de einduitspraak van de opleggingsrechter, zoals bewezenverklaring, bewijsmiddelen en kwalificatie. De rechtbank is van oordeel dat, nu betrokkene onder meer is veroordeeld ter zake van afpersing en diefstal voorafgegaan, vergezeld en gevolgd van bedreiging met geweld tegen personen, het evident is dat sprake is van een misdrijf dat was gericht tegen of gevaar heeft veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen. Derhalve is sprake van een misdrijf als bedoeld in artikel 38e, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht. De rechtbank stelt dan ook vast dat de terbeschikkingstelling niet gemaximeerd is. 6Beslissing De rechtbank: verlengt de termijn van de terbeschikkingstelling met 1 (één) jaar. Deze beschikking is gegeven door mr. C.G. van de Grampel, voorzitter, en mrs. W.H.S. Duinkerke en L.R. Prins, rechters, in tegenwoordigheid van mr. V.E. Scholtens griffier, en is in het openbaar uitgesproken. Tegen deze beslissing kan het openbaar ministerie binnen veertien dagen na de uitspraak en de ter beschikking gestelde binnen veertien dagen na betekening daarvan beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.