← Nederland

ECLI:NL:RBROT:2019:6692

Rechtbank Rotterdam Team straf 1 Parketnummer: 10/650056-17 Datum uitspraak: 29 juli 2019 Tegenspraak (279 Sv) Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte: [naam verdachte] , geboren te [geboorteplaats verdachte] op [geboortedatum verdachte] , niet ingeschreven in de basisregistratie personen, zonder bekende feitelijke woon- of verblijfplaats in Nederland, gemachtigd raadsvrouw mr. S. Epema, advocaat te Rotterdam. 1Onderzoek op de terechtzitting Gelet is op het onderzoek op de terechtzitting van 15 juli

  1. 2Tenlastelegging Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding. De tekst van de tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht. 3Eis officier van justitie De officier van justitie mr. C.J.A. de Bruijn heeft gevorderd: bewezenverklaring van het ten laste gelegde; veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 30 maanden met aftrek van voorarrest; bij vonnis de gevangenneming van de veroordeelde te bevelen. 4Waardering van het bewijs 4.
  2. Vrijspraak De rechtbank is van oordeel dat het dossier blijk geeft van feiten en omstandigheden met betrekking tot de verdachte, die in het licht van het ten laste gelegde feit opmerkelijk zijn. Op basis van die feiten en omstandigheden, ook in onderlinge samenhang bezien, kan echter niet met de vereiste mate van zekerheid worden vastgesteld dat de verdachte degene is geweest die op 25 februari 2017 in Zwijndrecht de overval heeft gepleegd. Anders dan de officier van justitie oordeelt de rechtbank dus dat niet wettig en overtuigend bewezen kan worden wat aan de verdachte ten laste is gelegd. De rechtbank zal de verdachte hiervan vrijspreken. 5Bijlagen De in dit vonnis genoemde bijlage maakt deel uit van dit vonnis. 6Beslissing De rechtbank: verklaart niet bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde feit heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij. Dit vonnis is gewezen door: mr. M.V. Scheffers, voorzitter, en mrs. G.A. Bouter-Rijksen en C.E. Bos, rechters, in tegenwoordigheid van M.M. Cerpentier, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank op 29 juli
  3. Bijlage I Tekst tenlastelegging Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat hij op of omstreeks 25 februari 2017 te Zwijndrecht met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [naam slachtoffer] heeft gedwongen tot de afgifte van een geldbedrag van (totaal ongeveer) 670 euro, in elk geval van enig geldbedrag, geheel of ten dele toebehorende aan [naam slachtoffer] en/of [naam bedrijf] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld bestond(en) uit het tonen en/of voorhouden en/of richten van een (op een) vuurwapen (gelijkend voorwerp), aan/op die [naam slachtoffer] .

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.