Rechtbank Rotterdam Team straf 1 Parketnummer: 10/224107-18, 10/127389-19 (ttz gev) en 10/660185-17 (tul). Datum uitspraak: 23 september 2019 Tegenspraak Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaken tegen de verdachte: [naam verdachte] , geboren te [geboorteplaats verdachte] op [geboortedatum verdachte] , ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres: [adres verdachte] , [woonplaats verdachte] , ten tijde van het onderzoek op de terechtzitting preventief gedetineerd in Penitentiaire Inrichting Krimpen aan den IJssel, raadsman P.M. Iwema, advocaat te Rotterdam. Onderzoek op de terechtzitting Gelet is op het onderzoek op de terechtzitting van 21 februari 2019, 21 juni 2019 en 9 september
(8)maanden niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten; verbindt hieraan een proeftijd, die wordt gesteld op 2 jaar; tenuitvoerlegging kan worden gelast als de veroordeelde de algemene voorwaarde niet naleeft en ook als de veroordeelde gedurende de proeftijd de bijzondere voorwaarden niet naleeft of een voorwaarde die daaraan van rechtswege is verbonden; stelt als algemene voorwaarde: de veroordeelde zal zich vóór het einde van de proeftijd niet aan een strafbaar feit schuldig maken; stelt als bijzondere voorwaarden: 1. de veroordeelde zal zich melden bij Reclassering Nederland zolang en frequent als die reclasseringsinstelling noodzakelijk vindt; 2. de veroordeelde zal verblijven in een instelling voor begeleid wonenen zal zich houden aan de aanwijzingen die door of namens de directeur van die instelling worden gegeven, gedurende de proeftijd, of zoveel korter als de directeur van die instelling verantwoord vindt; 3. de veroordeelde zal actief deelnemen aan de gedragsinterventie Cova+ of een andere gedragsinterventie die gericht is op cognitieve vaardigheden en houdt zich aan de afspraken en aanwijzingen van de trainer/begeleider; 4. de veroordeelde heeft een inspanningsverplichting tot het hebben en houden van een zinvolle dagbesteding in de vorm van scholing of werk. Zo nodig wordt hierbij hulp ingeschakeld van een, door de reclassering te bepalen, organisatie. 5. de veroordeelde zal zijn medewerking verlenen aan begeleiding van het FACT-team voor hulp bij praktische zaken. De veroordeelde werkt hier gedurende de proeftijd aan mee zolang de reclassering dit nodig acht en hij houdt zich aan de afspraken en aanwijzingen van het FACT team. verstaat dat van rechtswege de volgende voorwaarden zijn verbonden aan de hierboven genoemde bijzondere voorwaarden: - de veroordeelde zal ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verlenen aan het nemen van één of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbieden; - de veroordeelde zal medewerking verlenen aan reclasseringstoezicht, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen; geeft aan genoemde reclasseringsinstelling opdracht toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden; beveelt dat de tijd die door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht, voor zover deze tijd niet reeds op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht; 10/224107-18 veroordeelt de verdachte om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan de benadeelde partij [naam benadeelde 1], te betalen een bedrag van € 2.429,33 (hoofdsom, zegge: tweeduizend vierhonderd negenentwintig euro en drieendertig eurocent), bestaande uit € 929,33 aan materiële schade en € 1.500,- aan immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 22 mei 2018 tot aan de dag der algehele voldoening; verklaart de benadeelde partij [naam benadeelde 1] niet-ontvankelijk in het resterende deel van de vordering; bepaalt dat dit deel van de vordering slechts kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter; veroordeelt de verdachte in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden aan de zijde van de benadeelde partij begroot op nihil; legt aan de verdachte de maatregel tot schadevergoeding op, inhoudende de verplichting aan de staat ten behoeve van de benadeelde partij te betalen € 2.429,33 (hoofdsom, zegge: tweeduizend vierhonderd negenentwintig euro en drieendertig eurocent), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 22 mei 2018 tot aan de dag van de algehele voldoening; beveelt dat bij gebreke van volledige betaling en volledig verhaal van het bedrag van € 2.429,33 vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 28 dagen; toepassing van de vervangende hechtenis heft de betalingsverplichting niet op; verstaat dat betaling aan de benadeelde partij tevens geldt als betaling aan de staat ten behoeve van de benadeelde partij en omgekeerd. 10/127389-19 veroordeelt de verdachte om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan de benadeelde partij [naam benadeelde 2], te betalen een bedrag van € 250,- (zegge: tweehonderd en vijftig euro), bestaande uit immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 22 mei 2019 tot aan de dag der algehele voldoening; verklaart de benadeelde partij niet-ontvankelijk in het resterende deel van de vordering; bepaalt dat dit deel van de vordering slechts kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter; veroordeelt de verdachte in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden aan de zijde van de benadeelde partij begroot op nihil; legt aan de verdachte de maatregel tot schadevergoeding op, inhoudende de verplichting aan de staat ten behoeve van de benadeelde partij te betalen € 250,- (hoofdsom, zegge: tweehonderd en vijftig euro), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 22 mei 2019 tot aan de dag van de algehele voldoening; beveelt dat bij gebreke van volledige betaling en volledig verhaal van het bedrag van € 250,- vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 5 dagen; toepassing van de vervangende hechtenis heft de betalingsverplichting niet op; verstaat dat betaling aan de benadeelde partij tevens geldt als betaling aan de staat ten behoeve van de benadeelde partij en omgekeerd. 10-660185-17 gelast de tenuitvoerlegging van het thans resterende voorwaardelijk gedeelte van de bij vonnis van 12 december 2017 van meervoudige kamer van deze rechtbank aan de veroordeelde opgelegde gevangenisstraf. Dit vonnis is gewezen door: mr. J.H. Janssen, voorzitter, en mrs. E. Rabbie en J.C.M. Persoon, rechters, in tegenwoordigheid van mr. H.P. Eekhout, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank op 23 september 2019. De oudste rechter en de griffier zijn buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen. Bijlage I Tekst gewijzigde tenlastelegging Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat 10-224107-18 1. hij op of omstreeks 22 mei 2018 te Capelle aan den IJssel tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een bankpas met de daarbij behorende pincode en/of een Iphone s6, in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(
- s)toebehoorde, te weten aan [naam slachtoffer] , heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl deze diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [naam slachtoffer] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken, of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf of andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, door: -die [naam slachtoffer] de woorden toe te voegen "wat heb je in je spullen, maak je zakken leeg" en/of 'geef je pincode' en/of "wat heb je nog meer" en/of -een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, op/tegen het hoofd van die [naam slachtoffer] te zetten en/of -die [naam slachtoffer] (meermalen) tegen het hoofd, althans in het gezicht te slaan/stompen; en/of hij op of omstreeks 22 mei 2018 te Capelle aan den IJssel tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [naam slachtoffer] heeft gedwongen tot de afgifte van een bankpas met de daarbij behorende pincode en/of een Iphone s6, in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan die [naam slachtoffer] toebehoorde, door: -die [naam slachtoffer] de woorden toe te voegen "wat heb je in je spullen, maak je zakken leeg" en/of 'geef je pincode' en/of "wat heb je nog meer" en/of -een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, op/tegen het hoofd van die [naam slachtoffer] te zetten en/of -die [naam slachtoffer] (meermalen) tegen het hoofd, althans in het gezicht te slaan/stompen; 2. hij op of omstreeks 22 mei 2018 te Capelle aan den IJssel en/of te Rotterdam (meermalen) tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, ter uitvoering van het door verdachte en/of zijn mededader(
- s)voorgenomen misdrijf om in/uit een geldautomaat weg te nemen een hoeveelheid geld, dat geheel of ten dele aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(
- s)toebehoorde, te weten aan [naam slachtoffer] , met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen en zich daarbij de toegang tot die geldautomaat te verschaffen en/of die weg te nemen hoeveelheid geld onder zijn/hun bereik te brengen door middel van een valse sleutel, te weten door (telkens) een tevoren gestolen bankpas in een geldautomaat in te voeren en vervolgens een (niet vrijelijk van die [naam slachtoffer] verkregen) pincode in te toetsen, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid; 10-127389-19 1. hij op of omstreeks 22 mei 2019 te Capelle aan den IJssel, zich met geweld en/of bedreiging met geweld, heeft verzet tegen (een) ambtena(a)ren(en), [naam agent 1] , medewerker van politie eenheid Rotterdam en/of [naam agent 2] , hoofdagent van politie eenheid Rotterdam, werkzaam in de rechtmatige oefening van hun bediening, te weten de aanhouding van hem, verdachte, conform artikel 84 van het Wetboek van strafvordering, immers heeft hij, verdachte, - met zijn, verdachtes, tot vuist gebalde hand uitgehaald naar die [naam agent 1] en/of - zich (met kracht) getracht los te rukken en/of - zich in tegengestelde richting bewogen van de richting waarin verbalisanten hem, verdachte, wilden bewegen en/of - trappende bewegingen gemaakt in de richting van die [naam agent 1] en/of [naam agent 2] ; 2. hij op of omstreeks 22 mei 2019 te Capelle aan den IJssel opzettelijk (een) mbtena(a)r(en),te weten [naam agent 3] , hoofdagent van politie eenheid Rotterdam en/of [naam agent 2] , hoofdagent van politie eenheid Rotterdam en/of [naam agent 1] , medewerker van politie eenheid Rotterdam, gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn/haar/hun bediening,in zijn/haar/hun tegenwoordigheid, mondeling heeft beledigd, door; - die [naam agent 2] en/of [naam agent 1] de woorden toe te voegen: 'Kankerlijer' en/of 'Jullie zijn niks kankerlijers', en/of - die [naam agent 3] de woorden toe te voegen: 'Kankerhoer', althans woorden van gelijke beledigende aard en/of strekking; 3. hij op of omstreeks 22 mei 2019 te Capelle aan den IJssel [naam agent 1] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling, door die [naam agent 1] dreigend de woorden toe te voegen "Kom maar met mij in de ring staan. Ik maak jou en je vader en je moeder dood.", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking; 4. hij op of omstreeks 22 mei 2019 te Capelle aan den IJssel, een ambtenaar, [naam agent 2] , gedurende en/of terzake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening heeft mishandeld door die [naam agent 2] met zijn, verdachtes, nagels in de hand te knijpen en/of (met kracht) op de voet te stampen.