vonnis RECHTBANK ROTTERDAM Team handel en haven zaaknummer / rolnummer: C/10/579161 / KG ZA 19-785 Vonnis in kort geding van 9 september 2019 in de zaak van de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid VALIOSO HOLDING B.V., gevestigd te Veldhoven, eiseres in conventie, verweerster in reconventie, advocaat mr. A.K. Ramdas te Rotterdam, tegen de naamloze vennootschap ABN AMRO BANK N.V., gevestigd te Amsterdam, gedaagde in conventie, eiseres in reconventie, advocaat mr. J.W. Achterberg te Amsterdam. Partijen worden hierna Valioso en ABN AMRO genoemd. 1De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: de dagvaarding van 2 augustus 2019, met producties 1 en 3; de akte eis in reconventie met 7 producties van ABN AMRO; de akte vermeerdering eis van Valioso; de bij faxbericht van 30 augustus 2019 overgelegde productie 2 van Valioso; de mondelinge behandeling van 2 september 2019; de pleitnota van Valioso de pleitnota van ABN AMRO. 1.2. Ten slotte is vonnis bepaald. 2De feiten 2.1. Het bedrijf [naam bedrijf 1] (hierna: [naam bedrijf 1] ), een klant van ABN AMRO, wilde op 25 juni 2019 een bedrag van USD 1.700.000,00 overboeken naar ABN AMRO Clearing Bank (hierna: AACB). Zij wilde dit bedrag wisselen en in euro’s bij laten schrijven op haar eigen rekening bij ABN AMRO. ABN AMRO verstrekt voor een dergelijke wisseldienst een zogeheten Cash SSI (standard settlement instructions), waarop een rekeningnummer staat vermeld dat de klant voor die wisseldienst moet gebruiken. 2.2. [naam bedrijf 1] heeft voor de overboeking een Cash SSI gebruikt waarop een Fortis-rekeningnummer vermeld stond, te weten [bankrekeningnummer 1] . Dit rekeningnummer was op dat moment niet meer in gebruik. AACB heeft klanten na de fusie van ABN AMRO en Fortis bericht dat gelden (bestemd voor voornoemd Fortis-rekeningnummer) voortaan naar een ander rekeningnummer dienen te worden overgeboekt. 2.3. Op enig moment na de fusie met Fortis heeft ABN AMRO een grotendeels overeenkomstig bankrekeningnummer – [bankrekeningnummer 2] – uitgegeven aan een particuliere klant, de heer [naam] (hierna: [naam] ). Bij de in 2.1. bedoelde overboeking is het oude Fortisnummer automatisch omgezet naar een ABN AMRO rekeningnummer, meer in het bijzonder is daarbij NL80FTSB automatisch omgezet in NL86ABNA. Hierdoor is het geld van [naam bedrijf 1] – omgerekend € 1.486.039,97 – op 25 juni 2019 voornoemde bankrekening van [naam] bijgeschreven. 2.4. [naam] boekte op 25, 26 en 27 juni 2019, in zes aparte opdrachten, in totaal € 1.485.000,00 over naar rekeningnummer [bankrekeningnummer 3] . Valioso houdt dat rekeningnummer aan bij ABN AMRO. Bij de zes overboekingen stond steeds de volgende omschrijving: “overeenkomstnr [nummer] deelbetaling”. 2.5. Op 12 juli 2019 boekte ABN AMRO het bedrag van € 1.485.000,00 af van de rekening van Valioso. Zij vermeldt daarbij: “RETOUR 5X EUR 250.000,00 EN 1X 235.000 VAN 25-6 T/M 27-6 BEDRAGEN NIET VOOR U BESTEMD OVERBOEKING BUITENLAND”. Op of omstreeks dezelfde datum heeft ABN AMRO de bankrekening van Valioso geblokkeerd. Het saldo van de bankrekening van Valioso bedraagt daardoor - € 179.281,43. 2.6. Bij brief van 15 juli 2019 schrijft ABN AMRO aan Valioso: “Onderwerp: Wij stoppen de relatie met u. Geachte heer/mevrouw, U heeft een bankrekening bij ABN AMRO met nummer [bankrekeningnummer 3] . Op deze rekening is op 26 juni 2019 een bedrag van EUR 148.5000,00 bijgeschreven vanaf [bankrekeningnummer 4] . Dit bedrag is afkomstig van fraude. Daarom doen we geen zaken meer met u. (…)”. 2.7. Op 23 juli 2019 schrijft advocaat van Valioso aan ABN AMRO: “Geachte heer of mevrouw, (…) Aan mij werd ter hand gesteld uw brief van 15 juli 2019 waarmee ik u bekend veronderstel. Ik heb een bespreking met cliënte gehad en mij werd medegedeeld dat met grote verbazing kennis is genomen van de inhoud van uw brief. U stelt dat het bedrag van € 148.5000,00 afkomstig is van fraude zonder dit nader te motiveren met stukken. Ik merk namens cliënte op, dat zij voornoemd bedrag niet van een SW rekening heeft ontvangen. Indien en voor zover er sprake is van de gestelde fraude, alsdan heeft u evenmin aangetoond, dat cliënte betrokken is geweest bij het gestelde, althans dat er een gerechtvaardigde en ernstige verdenking bestaat jegens cliënte, dat zij zelf betrokken is geweest bij de gestelde fraude. Ik ga er van uit dat het voor u mogelijk moet zijn om mij per ommegaande nader te informeren met betrekking tot de door u gestelde fraude en mij ook verifieerbare stukken te doen toekomen waaruit het gestelde zou moeten blijken. Als een financiële instelling, wiens handelen en beslissingen grote consequenties voor de burgers en ondernemingen kan hebben, bent u verplicht om uw beslissingen te motiveren en de feiten, die aan u beslissingen ten grondslag liggen, bekend te maken. Kortom; u dient uw zorgplicht in acht te nemen en voor u gelet op de hoedanigheid van de bank en verzwaarde stel- en motivatieplicht geldt. Zodra ik deze stukken in mijn bezit heb zal ik deze bespreken en u het verweer van cliënte ter zake bekend maken. Indien u gebruik maakt van een overeengekomen bevoegdheid tot beëindiging van de overeenkomst, moet de rechtsgeldigheid daarvan beoordeeld worden aan de hand van de overeenkomst en aan de hand van de maatstaf van art. 6:248 lid 2 BW, die meebrengt dat de beëindiging door u op grond van een dergelijke bevoegdheid niet rechtsgeldig is indien gebruikmaking van die bevoegdheid, gelet op de omstandigheden van het geval, naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is. Uit dien hoofde verzoek ik u evenzo de stukken aan mij te doen toekomen. (…) Thans stel ik u in de gelegenheid, en voor zover nodig sommeer ik u daartoe, om binnen 3 dagen na heden het rekeningnummer te deblokkeren, bij gebreke waarvan ik opdracht heb om rechtsmaatregelen te nemen. Voorts stel ik u namens cliënte aansprakelijk voor de schade en nog te lijden schade. (…).” 3Het geschil in conventie 3.1. De gewijzigde eis van Valioso luidt, samengevat, dat de voorzieningenrechter bij uitvoerbaar te verklaren vonnis ABN AMRO veroordeelt: om per direct dan wel op de dag van de betekening van het vonnis in deze zaak de blokkade op ondernemersrekening [bankrekeningnummer 3] van Valioso op te heffen op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 10.000,00 per dag of dagdeel dat ABN AMRO daarmee in gebreke blijft; tot terugboeking van € 1.485.000,00 op bedoelde bankrekening van Valioso; in de proceskosten en de nakosten, te voldoen binnen veertien dagen na dagtekening van het in dezen te wijzen vonnis. 3.2. ABN AMRO voert verweer en concludeert tot afwijzing van de vordering. ABN AMRO meent dat Valioso niet te goeder trouw is. 3.3. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan. 4Het geschil in reconventie 4.1. ABN AMRO vordert samengevat, en na intrekking van de gevorderde dwangsom, dat de voorzieningenrechter bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad op de minuut en op alle dagen en uren: primair: Valioso veroordeelt om binnen vijf werkdagen na het wijzen van vonnis in deze zaak het tekort op de bankrekening van Valioso ten bedrage van € 179.281,43 volledig aan te zuiveren; subsidiair: Valioso op grond van ongerechtvaardigde verrijking dan wel op grond van onrechtmatige daad veroordeelt tot (terug)betaling (c.q. tot betaling van een voorschot op schadevergoeding) van € 179.281,43 aan ABN AMRO binnen vijf werkdagen na het wijzen van het vonnis in deze zaak, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente. 4.2. Valioso voert verweer en concludeert tot afwijzing van de vordering. 4.3. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan. 5De beoordeling in conventie 5.1. ABN AMRO heeft geen bezwaar gemaakt tegen de tijdig ingediende eisvermeerdering van Valioso, zodat op de gewijzigde eis wordt beslist. 5.2. Het in dit verband relevante artikel 7:542 BW luidt als volgt: Indien een betaalopdracht wordt uitgevoerd op basis van een unieke identificator, wordt de betaalopdracht geacht correct te zijn uitgevoerd wat de in de unieke identificator gespecificeerde begunstigde betreft. Indien de unieke identificator die door de betaaldienstgebruiker is verstrekt, onjuist is, is de betaaldienstverlener uit hoofde van artikelen 543 tot en met 545 niet aansprakelijk voor de niet-uitvoering of gebrekkige uitvoering van de betalingstransactie. De betaaldienstverlener van de betaler levert in het geval als bedoeld in het tweede lid redelijke inspanningen om de met de betalingstransactie verband houdende geldmiddelen mee aan die inspanningen, onder meer door alle voor de te innen geldmiddelen relevante informatie aan de betaaldienstverlener van de betaler mee te delen. Indien het innen van geldmiddelen op grond van de eerste zin niet mogelijk is, verstrekt de betaaldienstverlener van de betaler aan de betaler, op diens schriftelijke verzoek, alle voor de betaaldienstverlener van de betaler beschikbare informatie die relevant is voor de betaler om een rechtsvordering in te stellen om de geldmiddelen terug te krijgen. Indien dat in de raamovereenkomst is overeengekomen, mag de betaaldienstverlener de betaaldienstgebruiker voor het terugverkrijgen kosten aanrekenen. Indien de betaaldienstgebruiker aanvullende informatie verstrekt naast de informatie die krachtens het bij of krachtens de algemene maatregel van bestuur, bedoeld in artikel 4:22 van de Wet op het financieel toezicht, bepaalde vereist is, is de betaaldienstverlener alleen aansprakelijk voor de uitvoering van betalingstransacties overeenkomstig de unieke identificator die door de betaaldienstgebruiker is gespecificeerd. 5.3. De betalingstransacties waarbij Valioso betrokken is, zijn de zes overboekingen door [naam] naar de bankrekening van Valioso tot een totaalbedrag van € 1.485.000,00. Die betalingstransacties worden, gelet op artikel 7:542 BW, geacht correct te zijn uitgevoerd. 5.4. De overboeking van gelden van [naam bedrijf 1] naar de bankrekening van [naam] raakt Valioso (in beginsel) niet. Die overboeking is immers een transactie waarbij Valioso geen partij is. De overboeking raakt [naam] wel. Hij is immers niet de in de betaalopdracht gespecifieerde begunstigde. [naam] heeft de gelden vrijwel onmiddellijk na ontvangst daarvan nagenoeg volledig naar de bankrekening van Valioso overgemaakt. Dat heeft geleid tot de door ABN AMRO genomen maatregelen. 5.5. De vragen die in dit geding moeten worden beantwoord zijn of ABN AMRO de bankrekening van Valioso (nog langer) mag blokkeren en of ABN AMRO, gelet op alle feiten en omstandigheden, de bankrekening van Valioso voor het bedrag van € 1.485.000,00 mocht crediteren. De voorzieningenrechterstelt bij de beantwoording van die vragen voorop dat het blokkeren van de bankrekening van Valioso, naar voorlopig oordeel, niet onrechtmatig was. ABN AMRO diende een onderzoek naar de overboeking(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.