Rechtbank Rotterdam Team jeugd Parketnummers: 10/211047-18 Parketnummers vordering TUL: 10/741021-18 en 10/741257-14 Datum uitspraak: 22 augustus 2019 Verstek Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte: [naam verdachte] , geboren te [geboorteplaats verdachte] op [geboortedatum verdachte] , ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres: [adres verdachte] , [woonplaats verdachte] , raadsman: mr. M.R. de Kok, advocaat te Rotterdam. 1Onderzoek op de terechtzitting Gelet is op het onderzoek op de openbare terechtzitting van 22 augustus
- 2Tenlastelegging Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding. De tekst van de tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht. 3Eis officier van justitie De officier van justitie mr. A.P.G. de Beer heeft gevorderd: - vrijspraak van het ten laste gelegde. 4Waardering van het bewijs 4.
- Vrijspraak zonder nadere motivering Met de officier van justitie en de verdediging is de rechtbank van oordeel dat het ten laste gelegde niet wettig en overtuigend is bewezen, zodat de verdachte daarvan zonder nadere motivering zal worden vrijgesproken. 5Vorderingen tenuitvoerlegging 5.
- Vonnissen waarvan tenuitvoerlegging wordt gevorderd 10/741021-18 Bij vonnis van 28 juni 2018 van de meervoudige kamer van deze rechtbank is de verdachte ter zake van diefstal met braak gedurende de nachtrust, diefstal en oplichting veroordeeld voor zover van belang tot een jeugddetentie voor de duur van 120 dagen, waarvan een gedeelte groot 60 dagen voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaar. De proeftijd is ingegaan op 13 juli
- 10/741257-14 Bij vonnis van 21 mei 2015 van de kinderrechter in deze rechtbank is de verdachte ter zake van het meermaals plegen van een diefstal in vereniging met braak en opzetheling veroordeeld voor zover van belang tot een jeugddetentie voor de duur van 1 maand voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaar. De proeftijd is ingegaan op 21 januari
- 5.
- Standpunt officier van justitie en verdediging De officier van justitie en de verdediging hebben geconcludeerd tot het niet-ontvankelijk verklaren van het openbaar ministerie in de vorderingen tot tenuitvoerlegging. 5.
- Beoordeling De rechtbank zal het openbaar ministerie niet-ontvankelijk verklaren in de vorderingen tot tenuitvoerlegging, omdat deze vorderingen – zoals het openbaar ministerie meent – niet ingediend hadden moeten worden. 6Bijlage De in dit vonnis genoemde bijlage maakt deel uit van dit vonnis. 7Beslissing De rechtbank: verklaart niet bewezen, dat de verdachte het ten laste gelegde feit heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij; verklaart het openbaar ministerie niet-ontvankelijk in de vorderingen tot tenuitvoerlegging van het bij vonnis van 28 juni 2018 van de meervoudige kamer van deze rechtbank aan de veroordeelde opgelegde voorwaardelijk strafdeel en de bij vonnis van 21 mei 2015 van de kinderrechter in deze rechtbank aan de veroordeelde opgelegde voorwaardelijke jeugddetentie. Dit vonnis is gewezen door: mr. C.N. Melkert, voorzitter, en mrs. S.C.C. Hes-Bakkeren en M.E. van der Zouw, rechters, in tegenwoordigheid van mr. V. de Roo, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank op 22 augustus
- De jongste rechter is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen. Bijlage I Tekst tenlastelegging Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat hij, op of omstreeks 24 oktober 2018 te Rotterdam opzettelijk, zonder dat daartoe de noodzaak aanwezig was, gebruik heeft gemaakt van een alarmnummer voor publieke diensten, door het alarmnummer (van de politie, te weten 112) te bellen en de melding te maken dat in een café een persoon zitten en/of aanwezig zou zijn die een vuurwapen voorhanden had.