← Nederland

ECLI:NL:RBROT:2019:8714

Rechtbank Rotterdam Team Familie Zaak- / rekestnummer: C/10/581775 / FA RK 19-7854 Patiëntnummer: 1089843 Beschikking van 7 november 2019 betreffende schadevergoeding als bedoeld in artikel 35 Wet bijzondere opnemingen in psychiatrische ziekenhuizen (hierna: Wet Bopz) in de zaak van: [naam verzoeker] , hierna te noemen: verzoeker, geboren op [geboortedatum verzoeker] , [geboorteplaats verzoeker] , wonende te [woonplaats verzoeker] , [adres verzoeker] , verblijvende in Antes, locatie Bouman te Rotterdam, advocaat mr. H.M. Schwab te Rotterdam, t e g e n de officier van justitie in het arrondissement Rotterdam, verweerder, hierna te noemen: de officier, 1De procedure 1.

  1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - het verzoekschrift met bijlagen, ingekomen op 11 september 2019; - het proces-verbaal van 30 september 2019; - het verweerschrift met bijlagen van de officier, ingekomen op 11 oktober 2019; - de brief van mr. Schwab van 22 oktober
  2. 1.
  3. De mondelinge behandeling van de zaak heeft plaatsgevonden ter zitting op 30 september
  4. Bij die gelegenheid zijn gehoord: - verzoeker, met zijn hierboven genoemde advocaat; - drs. [naam 1] , geneesheer-directeur, verbonden aan Antes; - [naam 2] , verpleegkundig specialist, verbonden aan Antes; - [naam 3] , verpleegkundige, verbonden aan Antes, - [naam 4] , gz agoog, eveneens verbonden aan Antes. 2De vaststaande feiten 2.
  5. Bij beschikking van deze rechtbank van 23 juli 2018 is een machtiging tot voortgezet verblijf verleend om verzoeker te doen opnemen en te doen verblijven in een psychiatrisch ziekenhuis tot en met 18 juli
  6. 2.
  7. Bij brief van 12 juli 2019 heeft Antes aan de officier gevraagd om een verzoek tot het verlenen van een machtiging tot voortgezet verblijf in te dienen. 2.
  8. Op 14 augustus 2019 heeft de officier een verzoek ingediend bij de rechtbank tot het verlenen van een voorlopige machtiging. 2.
  9. Bij beschikking van deze rechtbank van 22 augustus 2019 is een voorlopige machtiging verleend om betrokkene te doen opnemen en te doen verblijven in een psychiatrisch ziekenhuis tot en met 22 november
  10. 3De beoordeling 3.
  11. Standpunten partijen 3.1.
  12. Verzoeker verzoekt een schadevergoeding ten laste van de Staat, omdat de officier het voorschrift in artikel 6 lid 4 Wet Bopz heeft nagelaten en verzoeker daardoor onrechtmatig van zijn vrijheid is beroofd van 19 juli 2019 tot en met 22 augustus
  13. 3.1.
  14. De officier verzoekt afwijzing van het verzoek tot schadevergoeding omdat verzoeker geen nadeel heeft geleden omdat op 22 augustus 2019 alsnog een voorlopige machtiging is verleend. 3.
  15. Vrijwillig verblijf 3.2.
  16. Wanneer een betrokkene in een instelling verblijft en geen blijk geeft van de nodige bereidheid tot een vrijwillig verblijf, is een voorlopige machtiging vereist op grond van artikel 2 lid 4 Wet Bopz. Wanneer de betrokkene reeds in de instelling verblijft, strekt het verzoek ertoe om het verblijf te doen laten voortduren. Bij het verzoek wordt op grond van artikel 5 lid 1 Wet Bopz een (geneeskundige) verklaring overgelegd van de geneesheer-directeur. 3.2.
  17. Verzoeker stelt dat hij niet bereid was tot een vrijwillig verblijf. Dat verzoeker op 5 augustus 2019 volgens de officier door Antes is geïnformeerd over zijn vrijwillige status wordt betwist door hem. Evenwel staat vast dat verzoeker vanaf 19 juli 2019 tot en met 22 augustus zonder geldige Bopz-titel in de instelling verbleef. Het verzoek van 14 augustus 2019 strekte ertoe om het verblijf van verzoeker te laten voortduren. 3.
  18. Verzoek binnen twee weken na verzending verklaring 3.3.
  19. Artikel 6 lid 4 Wet Bopz schrijft voor dat het verzoek van de officier zo spoedig mogelijk wordt gedaan, maar uiterlijk binnen twee weken na verzending van de verklaring van de geneesheer-directeur. Artikel 6 lid 4 Wet Bopz is slechts van toepassing verklaard in het geval de officier een voorlopige machtiging verzoekt. Uiteindelijk heeft de officier in deze zaak, in plaats van een machtiging tot voortgezet verblijf, een voorlopige machtiging ingediend – zij het dat een verzoek tot het verlenen van een machtiging tot voortgezet verblijf niet had hoeven leiden tot niet-ontvankelijkheid volgens vaste rechtspraak. 3.3.
  20. Een verzoek bij de officier tot het verkrijgen van een voorlopige machtiging kan op grond van artikel 4 lid 1 Wet Bopz slechts worden gedaan door de echtgenoot, de gezaghebbende ouders, meerderjarige bloedverwanten in de rechte lijn, niet zijnde een ouder, en in de zijlijn tot en met de tweede graad, de voogd, de curator of de mentor van betrokkene. Alle andere verzoeken gedaan door de officier moeten formeel beschouwd worden als ambtshalve verzoeken. De brief van Antes op 12 juli 2019 moet worden beschouwd als een suggestie tot het indienen van een verzoek, en niet als een verzoek als bedoeld in artikel 4 Wet Bopz. 3.3.
  21. ‘ Verzending’ van de verklaring binnen twee weken ingevolge artikel 6 lid 4 Wet Bopz ziet, blijkens de wetsgeschiedenis, op verzending van de mededeling van de geneesheer-directeur aan de naasten en de officier wanneer de geneesheer-directeur het verblijf van een betrokkene wilde laten voortduren. Het verzoek moest binnen twee weken na deze mededeling door de officier bij de rechtbank worden ingediend. Dit blijkt uit de Kamerstukken II 1983/84, 11270, nr. 71, p. 6-7 en de Kamerstukken II 1988/89, 21 239, nr. 3, p.
  22. Hieruit blijkt dat het voorschrift in het vierde lid van artikel 6 Wet Bopz slechts ziet op de situatie dat de officier wordt verzocht om een voorlopige machtiging in te dienen als bedoeld in artikel 4 Wet Bopz, en niet op een ambtshalve verzoek van de officier als bedoeld in artikel 6 lid 2 Wet Bopz. Dit voorschrift is derhalve zonder zin in het onderhavige geval en kan in casu niet tot schadevergoeding leiden. 3.
  23. Schadevergoeding 3.4.
  24. De rechtbank is van oordeel dat niet is komen vast te staan dat betrokkene nadeel heeft geleden doordat de officier de bepaling in artikel 6 lid 4 Wet Bopz niet in acht heeft genomen. Het verzoek om schadevergoeding op grond van artikel 35 Wet Bopz wordt daarom afgewezen. De overige punten kunnen gelet hierop onbesproken blijven. Wanneer verzoeker van mening is dat hem een schadevergoeding toekomt ten laste van Antes, dient hij dit in te stellen door een dagvaardingsprocedure op grond van artikel 6:162 Burgerlijk Wetboek. 3.
  25. Proceskosten 3.5.
  26. Gelet op de aard van de procedure bepaalt de rechtbank dat elk van de partijen de eigen kosten draagt. 4De beslissing De rechtbank: 4.
  27. wijst af het verzoek tot schadevergoeding; 4.
  28. compenseert de proceskosten aldus dat iedere partij de eigen kosten draagt; 4.
  29. wijst af het meer of anders verzochte. Deze beschikking is gegeven door mr. A.C. Enkelaar, rechter, en in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van de griffier J.D. Verburg op 7 november
  30. Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van hoger beroep open bij het gerechtshof Den Haag. Het hoger beroep kan slechts worden ingesteld door een advocaat. Door verzoeker en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden moet het hoger beroep worden ingesteld binnen drie maanden na de dag van de beschikking.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.