Rechtbank Rotterdam Team straf 1 Parketnummer: 10/996592-18 Datum uitspraak: 21 november 2019 Tegenspraak Verkort vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte: [naam verdachte] , geboren te [geboorteplaats verdachte] (Suriname) op [geboortedatum verdachte] , ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres: [adres verdachte] , [woonplaats verdachte] , raadsman mr. J.C. Reisinger, advocaat te Utrecht. 1Onderzoek op de terechtzitting Gelet is op het onderzoek op de terechtzitting van 7 november
(6)maanden niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten; verbindt hieraan een proeftijd, die wordt gesteld op 2 jaar; tenuitvoerlegging kan worden gelast als de veroordeelde de algemene voorwaarde niet naleeft; stelt als algemene voorwaarde: - de veroordeelde zal zich vóór het einde van de proeftijd niet aan een strafbaar feit schuldig maken; beveelt dat de tijd die door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht, voor zover deze tijd niet reeds op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht; veroordeelt de verdachte tot een taakstraf voor de duur van 240 (tweehonderd en veertig) uren, waarbij de Reclassering Nederland dient te bepalen uit welke werkzaamheden de taakstraf dient te bestaan; beveelt dat de tijd die door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde taakstraf in mindering wordt gebracht volgens de maatstaf van twee uren per dag, zodat na deze aftrek 230 (tweehonderd en dertig) uren te verrichten taakstraf resteert; beveelt dat, voor het geval de veroordeelde de taakstraf niet naar behoren verricht, vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 115 (honderd en vijftien) dagen; beslist ten aanzien van de voorwerpen, geplaatst op de lijst van inbeslaggenomen en nog niet teruggegeven voorwerpen, als volgt: verklaart verbeurd het onroerend registergoed aan de [adres 2] te Rotterdam en beveelt dat, in het geval waarin dit registergoed meer zou opbrengen dan een bedrag van € 459.690,80, het verschil aan de verdachte wordt vergoed; gelast de teruggave aan de verdachte van de voorwerpen die op de aan dit vonnis gehechte beslaglijst zijn genummerd 3 tot en met 8; gelast de bewaring ten behoeve van de rechthebbende van het voorwerp dat op de aan dit vonnis gehechte beslaglijst is genummerd 2; heft op het bevel tot voorlopige hechtenis van de verdachte, die bij eerdere beslissing is geschorst. Dit vonnis is gewezen door: mr. E. Rabbie, voorzitter, en mrs. L. Amperse en J.C. Tijink rechters, in tegenwoordigheid van mr. H.P. Eekhout, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank op 21 november 2019. Bijlage I Tekst gewijzigde tenlastelegging Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat 1. zij, op één of meer tijdstip(pen) gelegen in of omstreeks de periode van 1 januari 2005 tot en met heden, althans tot en met 31 juli 2018 in de gemeente Rotterdam en/of Utrecht en/of Nieuwerkerk aan den IJssel, en/of (elders) in Nederland tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen, meermalen, althans eenmaal, a. (telkens) van één of meer voorwerp(en), te weten van een woning, gelegen aan de [adres 2] te Rotterdam, en/of (van) één of meer geldbedrag(en), waaronder (in ieder geval) een bedrag van EUR 350.000 (te weten de koopsom van de woning aan de [adres 2] te Rotterdam) en/of EUR 109.690,80 (te weten verbouwingskosten) en/of EUR 15.500, althans enig geldbedrag, de werkelijke aard en/of de herkomst en/of de vindplaats en/of de vervreemding en/of verplaatsing heeft verborgen en/of heeft verhuld en/of heeft verborgen en/of verhuld wie de rechthebbende op dat/die voorwerpen en/of geldbedrag(
- en)was/waren, en/of (telkens) van één of meer voorwerp(en), te weten van een woning, gelegen aan de [adres 2] te Rotterdam en/of (van) één of meer geldbedrag(en), waaronder (in ieder geval) een bedrag van EUR 350.000 (te weten de koopsom van de woning aan de [adres 2] te Rotterdam) en/of EUR 109.690,80 (te weten verbouwingskosten) en/of EUR 15.500, althans enig geldbedrag, heeft verworven en/of voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen en/of omgezet en/of daarvan gebruik heeft gemaakt, terwijl zij, verdachte, en/of haar mededader(
- s)wist(en), althans redelijkerwijs had(den) moeten vermoeden, dat bovenomschreven voorwerp(
- en)en/of geldbedrag(
- en)(geheel of gedeeltelijk) - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was/waren uit enig misdrij(f)(ven) terwijl zij, verdachte, en/of haar mededader(s), van het plegen van witwassen een gewoonte heeft/hebben gemaakt; 2. zij, op of omstreeks 31 juli 2018, in de gemeente Rotterdam, en/of (elders) in Nederland in een opslagunit ( [nummer opslagunit] ) gelegen op het perceel aan de Tinstraat 16 te Rotterdam en/of in een container gelegen op het perceel aan de [adres 2] te Rotterdam, tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen stoffen en/of voorwerpen (met gebruikssporen en restanten van hennep), te weten: 502, althans een of meer plantenpot(ten) en/of; 49, althans een of meer (assimilatie)amep(
- en)en/of; 93, althans een of meer (armat(u)ur(
- en)en/of; 11, althans een of meer (koolstof)filter(
- s)en/of; 4, althans een of meer CO2-kachel(
- s)en/of; 6, althans een of meer ventilator(
- en)en/of; 3, althans een of meer lucht aan- en afvoerslang(en)/luchtafzuiger(
- s)en/of; 2, atlhans een of meer thermometer(
- s)en/of; 2, althans een of meer stekkerdo(o)(s)(zen) en/of; 2, althans een of meer elektriciteitsdra(a)d(
- en)en/of; 10, althans een of meer (wegwerp)overalls; 2, althans een of meer gasfles(sen) en/of; een afdekzeil en/of; een tuinslang/waterslang en/of; een slakkenhuisafzuiger en/of; (een) bundel(
- s)plantenstokken en/of; een hotbox en/of; een transformator en/of; een pomp en/of; een heater en/of; een hygrometer (pH-meter) en/of; schakelmateriaal een hakselaar en/of; een kweekkast, bestemd tot het plegen van een of meer feit(
- en)strafbaar gesteld in artikel 11, derde en/of vijfde lid, van de Opiumwet, te weten - het in de uitoefening van een beroep of bedrijf opzettelijk telen en/of bereiden en/of bewerken en/of verwerken en/of verkopen en/of afleveren en/of verstrekken en/of vervoeren van een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet, heeft bereid en/of bewerkt en/of verwerkt en/of te koop aangeboden en/of verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd en/of vervaardigd en/of voorhanden gehad, terwijl zij, verdachte, wist of ernstige redenen had te vermoeden dat die stoffen en/of voorwerpen bestemd waren tot het plegen van dat feit/die feiten.