Rechtbank Rotterdam Team straf 3 Parketnummer: 10/175484-18 Datum uitspraak: 16 oktober 2019 Tegenspraak Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte: [naam verdachte] , geboren te [geboorteplaats verdachte] (Afghanistan) op [geboortedatum verdachte] , ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres [adres verdachte] , [postcode verdachte] te [woonplaats verdachte] , raadsman mr. E.W.B. van Twist, advocaat te Dordrecht. 1Onderzoek op de terechtzitting Gelet is op het onderzoek op de terechtzitting van 16 oktober
- 2Tenlastelegging Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding. De tekst van de tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht. 3Eis van de officier van justitie De officier van justitie mr. J. Westerhof heeft gevorderd: vrijspraak van het onder 1 primair ten laste gelegde; bewezenverklaring van het onder 1 subsidiair en onder 2 ten laste gelegde; ontslag van alle rechtsvervolging van de verdachte. 4Waardering van het bewijs 4.
- Feit 1 primair - vrijspraak zonder nadere motivering Met de officier van justitie en de verdediging is de rechtbank van oordeel dat het onder 1 primair ten laste gelegde niet wettig en overtuigend is bewezen, zodat de verdachte daarvan zonder nadere motivering zal worden vrijgesproken. 4.
- Feit 1 subsidiair en feit 2 - bewezenverklaring zonder nadere motivering Het onder 1 subsidiair en onder 2 ten laste gelegde is door de verdachte bekend. Deze feiten zullen zonder nadere bespreking bewezen worden verklaard. 4.
- Bewezenverklaring In bijlage II heeft de rechtbank een opgave gedaan van wettige bewijsmiddelen, houdende voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden. Met deze opgave wordt volstaan, nu de verdachte het bewezen verklaarde heeft bekend en nadien geen vrijspraak is bepleit. Op grond daarvan is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan op die wijze dat:
- hij op 2 september 2018 te Zwijndrecht [naam slachtoffer 1] heeft mishandeld door deze [naam slachtoffer 1] meerdere malen met kracht tegen het hoofd te slaan ten gevolge waarvan voornoemde [naam slachtoffer 1] met zijn achterhoofd op het trottoir is gevallen;
- hij op 2 september 2018 te Zwijndrecht zijn vader tot wie hij in familierechtelijke betrekking staat, [naam slachtoffer 2] , heeft mishandeld door door hem meerdere malen op/tegen zijn (achter)hoofd te slaan. Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. De verdachte moet ook daarvan worden vrijgesproken. 5Strafbaarheid van de feiten De bewezen feiten leveren op: 1subsidiair.mishandeling
- mishandeling, begaan tegen zijn vader tot wie hij in familierechtelijke betrekking staat Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. De feiten zijn dus strafbaar. 6Strafbaarheid van de verdachte Standpunten van de officier van justitie en de verdediging Zowel de officier van justitie als de verdediging hebben aangevoerd dat de verdachte ten tijde van het plegen van de ten laste gelegde feiten volledig ontoerekeningsvatbaar was en om die reden moet worden ontslagen van alle rechtsvervolging. Beoordeling door de rechtbank Psychiater J. van der Meer heeft een rapport over de verdachte opgemaakt, gedateerd 15 november
- Dit rapport houdt - voor zover relevant voor de strafbaarheid van de verdachte - het volgende in. De verdachte lijdt aan een ziekelijke stoornis van zijn geestvermogens, namelijk aan schizofrenie. Het is aannemelijk dat deze stoornis er ook was ten tijde van het plegen van het ten laste gelegde en deze beïnvloedde de gedragskeuzes en gedragingen ten tijde van het ten laste gelegde. Door de uit de schizofrenie voortkomende psychose kon de verdachte de gevolgen van zijn handelen niet goed overzien en dit zorgde voor de agressie tegen zijn vader en de buurman. Daarbij werd het handelen van de verdachte in overwegende mate door de uit de psychose voortkomende denkstoornissen bepaald. Het advies is om het ten laste gelegde in het geheel niet toe te rekenen aan de verdachte. Psycholoog T. ’t Hoek heeft een rapport over de verdachte opgemaakt, gedateerd 14 november
- Dit rapport houdt - voor zover relevant voor de strafbaarheid van de verdachte - het volgende in. Er is sprake van een ziekelijke stoornis in de vorm van schizofrenie. Hiervan was ook sprake ten tijde van het ten laste gelegde en beïnvloedde de gedragskeuzes van de verdachte. De realiteitstoetsing was ernstig verstoord als gevolg van het paranoïde psychotisch toestandsbeeld. Ook kan er worden gesproken van ernstige oordeels- en kritiekstoornissen, waarbij het vermogen van de verdachte tot logisch redeneren ook ernstig was verstoord. Het denken en handelen werden bij de verdachte volledig aangestuurd/ingegeven door zijn paranoïde psychotisch toestandsbeeld, waardoor hij geen mogelijkheden had om zijn gedrag te remmen, dan wel om deze op een meer gezonde wijze bij te sturen. Om deze reden adviseert onderzoeker om de verdachte de hem ten laste gelegde feiten in het geheel niet toe te rekenen. De rechtbank is van oordeel dat de conclusies van de psychiater en de psycholoog gedragen worden door hun bevindingen en door hetgeen ook overigens op de terechtzitting is gebleken. De rechtbank neemt deze conclusies daarom over. Dit betekent dat wordt geoordeeld dat de verdachte ten tijde van het plegen van de ten laste gelegde feiten zodanig was gestoord in zijn geestvermogens, dat deze feiten in het geheel niet aan hem kunnen worden toegerekend. De verdachte is daarom niet strafbaar en zal dus worden ontslagen van alle rechtsvervolging. Conclusie Er is een omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is niet strafbaar. 7Persoonlijke omstandigheden van de verdachte 7.1.
- Strafblad De rechtbank heeft acht geslagen op een uittreksel uit de justitiële documentatie van 18 september 2019, waaruit blijkt dat de verdachte niet eerder is veroordeeld voor soortgelijke strafbare feiten. 7.1.
- Rapportages Reclassering Nederland heeft een rapport over de verdachte opgemaakt, gedateerd 16 april
- Dit rapport houdt onder meer het volgende in. Vanuit het Pro Justitia onderzoek wordt geadviseerd om het ten laste gelegde in zijn geheel niet toe te rekenen aan de heer [naam verdachte] . Het advies was om de klinische behandeling, waarvan na onderhavig delict sprake was, voort te zetten en daarop aansluitend een ambulante behandeling te laten plaatsvinden in het kader van artikel 37 van het Wetboek van Strafrecht. De klinische behandeling is inmiddels afgerond. Er is momenteel sprake van een ambulante behandeling, welke positief verloopt. De heer [naam verdachte] is afsprakentrouw en maakt de indruk stabiel te zijn. Naast de behandeling door Yulius wordt de heer [naam verdachte] ondersteund door zijn familie. Hij woont samen met zijn broer in Zwijndrecht. Vanuit Yulius is er aandacht voor het realiseren van een zinvolle dagbesteding. Er zijn geen aanwijzingen voor financiële problemen en/of problematisch middelengebruik. De rechtbank heeft acht geslagen op de inhoud van dit rapport, alsmede op de onder
- genoemde rapporten van de psycholoog en psychiater. 7.
- Conclusies van de rechtbank Gelet op hetgeen de rechtbank hierboven heeft overwogen, komt zij tot de volgende conclusies. Door de psycholoog en psychiater is in de bovengenoemde rapporten een plaatsing in een psychiatrisch ziekenhuis geadviseerd. Echter, omdat de verdachte – gelet op hetgeen ter zitting naar voren is gekomen en uit het rapport van de reclassering blijkt – per 29 november 2018 zijn klinische behandeling reeds heeft afgerond en hij sindsdien ambulant wordt behandeld en stabiel is, ziet de rechtbank thans geen aanleiding meer om een maatregel op te leggen. 8Vordering van de benadeelde partij Ter zake van het onder 1 ten laste gelegde feit, heeft [naam benadeelde] zich als benadeelde partij in het geding gevoegd. De benadeelde partij vordert een vergoeding van € 500,00 aan immateriële schade. Standpunt van de officier van justitie De officier van justitie heeft gevorderd de vordering van de benadeelde partij in zijn geheel toe te wijzen. Standpunt van de verdediging De verdediging heeft de rechtbank verzocht een bedrag vast te stellen dat rekening houdt met het geringe verdienvermogen van de verdachte. Beoordeling door de rechtbank Nu de verdachte geen straf of maatregel zal worden opgelegd en evenmin toepassing wordt gegeven aan het bepaalde in artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht, staat artikel 361 lid 2 van het Wetboek van Strafvordering in de weg aan de ontvankelijkheid van de benadeelde partij in haar vordering. De benadeelde partij zal om die reden niet-ontvankelijk worden verklaard in de vordering. Conclusie In deze procedure wordt over de gevorderde schadevergoeding geen inhoudelijke beslissing genomen. 9Toepasselijke wettelijke voorschriften Gelet is op de artikelen 300 en 304 van het Wetboek van Strafrecht. 10Bijlagen De in dit vonnis genoemde bijlagen maken deel uit van dit vonnis. 11Beslissing De rechtbank: verklaart niet bewezen dat de verdachte het onder 1 primair ten laste gelegde feit heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij; verklaart bewezen dat de verdachte de onder 1 subsidiair en 2 ten laste gelegde feiten, zoals hiervoor omschreven, heeft begaan; verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt de verdachte ook daarvan vrij; stelt vast dat het bewezenverklaarde oplevert de hiervoor vermelde strafbare feiten; verklaart de verdachte voor het bewezenverklaarde niet strafbaar en ontslaat de verdachte ten aanzien daarvan van alle rechtsvervolging; heft op het bevel tot voorlopige hechtenis van de verdachte, die bij eerdere beslissing is geschorst; verklaart de benadeelde partij niet-ontvankelijk in de vordering. Dit vonnis is gewezen door: mr. R. Brand, voorzitter, en mrs. I.W.M. Laurijssens en E.E. de Feijter, rechters, in tegenwoordigheid van mr. drs. M.R. Moraal, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank op de datum die in de kop van dit vonnis is vermeld. De voorzitter is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen. Bijlage I Tekst tenlastelegging Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat
- hij op of omstreeks 2 september 2018 te Zwijndrecht ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan [naam slachtoffer 1] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen voornoemde [naam slachtoffer 1] een of meerdere ma(a)l(en) met kracht tegen het hoofd heeft geslagen ten gevolge waarvan deze [naam slachtoffer 1] met zijn achterhoofd op het trottoir is gevallen, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid; subsidiair: hij op of omstreeks 2 september 2018 te Zwijndrecht [naam slachtoffer 1] heeft mishandeld door deze [naam slachtoffer 1] een of meerdere ma(a)l(en) met kracht tegen het hoofd te slaan ten gevolge waarvan voornoemde [naam slachtoffer 1] met zijn achterhoofd op het trottoir is gevallen;
- hij op of omstreeks 2 september 2018 te Zwijndrecht zijn vader tot wie hij in familierechtelijke betrekking staat, [naam slachtoffer 2] , heeft mishandeld door door hem meerdere ma(a)l(en) op/tegen zijn (achter)hoofd te slaan.