Rechtbank Rotterdam Team straf 2 Parketnummer: 10/750412-19 Raadkamernummer: RK 19/2948 Beschikking van de rechtbank Rotterdam, meervoudige raadkamer, op het bezwaarschrift van de verdachte [naam verdachte] , geboren te [geboorteplaats verdachte] (Roemenië) op [geboortedatum verdachte] , voor deze zaak domicilie kiezende te (1016 EZ) Amsterdam aan de Keizersgracht 332, ten kantore van zijn raadsman mr. M. Rasterhoff. Procedure De verdachte heeft op grond van artikel 182 van het Wetboek van Strafvordering (Sv) bij brief van 9 oktober 2019 de rechter-commissaris verzocht om in de onder opgemeld parketnummer ingeschreven zaak onderzoekshandelingen te verrichten, bestaande uit het horen van de getuige [naam getuige] (hierna ook: de getuige). De officier van justitie heeft de rechter-commissaris verzocht het verzoek af te wijzen. De rechter-commissaris heeft bij beschikking van 29 oktober 2019 het verzoek afgewezen. Op 11 november 2019 heeft de verdachte bij de rechtbank tegen deze beschikking een bezwaarschrift ingediend. Het bezwaar is op 27 november 2019 door de raadkamer behandeld. De raadsman van de verdachte en de officier van justitie mr. L.L. van Delft zijn gehoord. De verdachte is, hoewel behoorlijk opgeroepen, niet verschenen. Feiten De verdachte is in de onder opgemeld parketnummer ingeschreven zaak door de officier van justitie aangemerkt als verdachte van mensensmokkel. Hij wordt ter zake van dit feit vervolgd. Standpunt verdachte Het bezwaarschrift keert zich -in essentie- tegen de weigering van de rechter-commissaris om verdere inspanningen te doen om de getuige op te laten sporen, teneinde hem te kunnen horen. De verdediging betwist dat deze getuige niet binnen een redelijke termijn kan worden opgespoord en opgeroepen ten behoeve van een verhoor als getuige. De officier van justitie heeft slechts binnen Nederland een zoekslag uitgevoerd, terwijl de getuige naar alle waarschijnlijkheid op dit moment in het Verenigd Koninkrijk verblijft. Volgens vaste jurisprudentie van het EHRM moet er actief gezocht worden naar een getuige. Ook als deze in het buitenland verblijft. Dat geldt des te meer als er een rechtshulpverdrag is met het desbetreffende land. De officier van justitie heeft zich in casu te weinig ingespannen om de getuige te traceren. Mocht onderzoek in het Verenigd Koninkrijk niet tot resultaten leiden, dan kan er nog onderzoek worden gedaan in het land waaruit de vrachtwagen is vertrokken (België) en het bronland van de getuige (Vietnam). Ook kan niet worden uitgesloten dat de getuige, in afwachting van een nieuwe poging om het Verenigd Koninkrijk te bereiken, zich op dit moment in Frankrijk bevindt. Standpunt officier van justitie De officier van justitie heeft geconcludeerd tot ongegrondverklaring van het bezwaar. Weliswaar is er een verdedigingsbelang bij het horen van deze getuige, maar het is volstrekt onduidelijk waar deze getuige op dit moment verblijft. Dit brengt met zich mee dat deze getuige, naar verwachting, niet binnen afzienbare tijd kan worden gehoord. Beoordeling In beginsel heeft de verdediging het recht om (een) getuige(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.