vonnis RECHTBANK ROTTERDAM Team handel en haven zaaknummer / rolnummer: C/10/581378 / HA ZA 19-806 Vonnis in incident van 11 december 2019 in de zaak van de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid BETON DEZIGN BENELUX B.V., gevestigd te Bolsward, eiseres in de hoofdzaak, verweerster in het incident, advocaat mr. E.T. van den Hout te Amsterdam, tegen 1 [persoon A] , wonende te [woonplaats] ,
- [persoon B], wonende te [woonplaats] , gedaagden in de hoofdzaak, eisers in het incident, advocaat mr. M.C.V. Dornstedt te Hellevoetsluis. Partijen zullen hierna Beton Dezign en [persoon A] c.s. genoemd worden. 1De procedure 1.
- Het verloop van de procedure blijkt uit: de dagvaarding van 8 augustus 2019, met producties, de incidentele conclusie tot oproeping in vrijwaring, met producties, de incidentele conclusie van antwoord. 1.
- Ten slotte is vonnis bepaald in het incident. 2Het geschil in de hoofdzaak 2.
- In de hoofdzaak vordert Beton Dezign – samengevat – om, bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad, [persoon A] c.s. hoofdelijk te veroordelen tot betaling van een bedrag van € 34.664,64, te vermeerderen met wettelijke rente en (na)kosten, alsmede tot betaling van een bedrag van € 100.000,00, althans een in goede justitie te bepalen bedrag, ten titel van voorschot op de schadevergoeding. Daarnaast vordert Beton Dezign een verklaring voor recht dat [persoon A] c.s. onrechtmatig hebben gehandeld jegens haar, en dat [persoon A] c.s. aansprakelijk zijn voor de door Beton Dezign als gevolg daarvan geleden schade, nader op te maken bij staat. 2.
- Beton Dezign baseert haar vorderingen deels op een tekortkoming in de nakoming van een overeenkomst en stelt zich daarbij op het standpunt dat [persoon A] c.s. jegens haar is gehouden tot het betalen van facturen voor door haar, Beton Dezign, verrichte werkzaamheden. Haar vordering is voor het overige gebaseerd op onrechtmatige daad en zij stelt dienaangaande dat [persoon A] c.s. aansprakelijk zijn voor de schade die Beton Dezign heeft geleden als gevolg van het – ten onrechte – aanvragen en laten uitspreken van het faillissement van Beton Dezign. 3Het geschil in het incident 3.
- [persoon A] c.s. vordert in het incident dat hun wordt toegestaan [persoon C] en [persoon D] (verder: [persoon C] en [persoon D] ), te weten degene die het werk bij [persoon A] c.s. uitvoerde ( [persoon C] ), respectievelijk de bestuurder en enig aandeelhouder van Beton Dezign ( [persoon D] ), in vrijwaring op te roepen, kosten rechtens. [persoon A] c.s. menen dat indien in rechte zou komen vast te staan dat [persoon A] c.s. gehouden zijn tot betaling van facturen én tot vergoeding van schade aan Beton Dezign, deze schade moet kunnen worden afgewenteld op [persoon C] en [persoon D] . Zij leggen daaraan ten grondslag dat [persoon C] en [persoon D] onrechtmatig jegens hen zouden hebben gehandeld. [persoon A] c.s. stellen daartoe – kort samengevat – het volgende. Indien [persoon C] deugdelijk zou hebben gepresteerd bij de uitvoering van het werk, zouden [persoon A] c.s. de openstaande facturen van Beton Dezign hebben betaald en zou onderhavige situatie niet zijn ontstaan. Ten aanzien van de vordering tot schadevergoeding als gevolg van het aanvragen en laten uitspreken van het faillissement stellen [persoon A] c.s. dat de consequenties daarvan voor rekening en risico van [persoon C] en [persoon D] moeten komen, nu Beton Dezign, hoewel deugdelijk opgeroepen voor de faillissementszitting, niet is verschenen en geen verweer heeft gevoerd. [persoon C] en [persoon D] zouden bovendien als feitelijk bestuurder respectievelijk formeel bestuurder van Beton Dezign, de onderhavige procedure hebben geïnitieerd met als doel [persoon A] c.s. te schaden en op hoge kosten te jagen. [persoon C] en [persoon D] zouden uit hoofde van bestuurdersaansprakelijkheid aansprakelijk zijn voor de schade die [persoon A] c.s. als gevolg daarvan lijden. Tevens zouden [persoon C] en [persoon D] aansprakelijk zijn als komt vast te staan dat onrechtmatig is gedagvaard dan wel dat sprake is van misbruik van procesrecht. 3.
- Beton Dezign voert verweer. Zij meent dat aan er geen gronden zijn en zijn aangevoerd om genoemde derden in vrijwaring te mogen oproepen. Hiertoe voert zij – kort weergegeven – het volgende aan. Indien de vorderingen in de hoofdzaak van Beton Dezign jegens [persoon A] c.s. worden afgewezen, is er geen reden of belang om [persoon C] en [persoon D] in vrijwaring op te roepen, nu er dan geen sprake is van enige waarborg. Indien de vorderingen van Beton Dezign (deels) worden toegewezen, is er geen grond om aan te kunnen nemen dat [persoon C] als werkuitvoerder en [persoon D] als bestuurder van Beton Dezign onrechtmatig hebben gehandeld, nu er alsdan aan de zijde van Beton Dezign geen sprake is van een onrechtmatige daad of wanprestatie, of welke andere rechtsgronden [persoon A] c.s. in de hoofdzaak ook mogen aanvoeren. Beton Dezign concludeert dan ook tot afwijzing van de vordering in het incident, met veroordeling van [persoon A] c.s. in de kosten daarvan. 3.
- Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan. 4De beoordeling in het incident 4.
- De incidentele conclusie tot oproeping in vrijwaring is tijdig en vóór alle weren genomen. De rechtbank stelt voorop dat een vordering tot oproeping van een derde in vrijwaring in beginsel toewijsbaar is, indien voldoende gemotiveerd en concreet wordt gesteld dat men krachtens een rechtsverhouding met die derde recht en belang heeft om de nadelige gevolgen van een ongunstige afloop van de hoofdzaak geheel of gedeeltelijk op die derde te verhalen, dit in een zoveel mogelijk tegelijkertijd met de hoofdzaak te behandelen vrijwaringszaak. 4.
- Uit hetgeen [persoon A] c.s. hebben gesteld, kan de rechtbank niet afleiden dat tussen hen en [persoon C] en [persoon D] een rechtsverhouding bestaat die voor laatstgenoemden een verplichting kan meebrengen om de nadelige gevolgen van verlies van de hoofdzaak te dragen. Uit de stellingen van [persoon A] c.s. blijkt naar het oordeel van de rechtbank niet dat tegelijk sprake kan zijn van een toewijzing van de vorderingen van Beton Dezign – in welk geval Beton Dezign kennelijk terecht betaling van de facturen en/of schadevergoeding vordert – en van een (bestuurders)aansprakelijkheid van [persoon C] en [persoon D] . [persoon A] c.s. kunnen de stellingen die zij innemen bij de incidentele conclusie tot oproeping in vrijwaring, bij wijze van verweer in de hoofdzaak voeren. 4.
- Het voorgaande brengt mee dat de incidentele vordering moet worden afgewezen, omdat de aangevoerde gronden die vordering niet kunnen dragen. 4.
- [persoon A] c.s. zullen als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten van het incident worden veroordeeld. 5De beslissing De rechtbank in het incident 5.
- wijst het gevorderde af, 5.
- veroordeelt [persoon A] c.s. in de kosten van het incident, aan de zijde van Beton Dezign tot op heden begroot op € 543,00, in de hoofdzaak 5.
- bepaalt dat de zaak weer op de rol zal komen van 22 januari 2020 voor conclusie van antwoord. Dit vonnis is gewezen door mr. M. de Geus en in het openbaar uitgesproken op 11 december
- 3242/1977/638