← Nederland

ECLI:NL:RBROT:2020:10076

RECHTBANK ROTTERDAM zaaknummer: 8523355 VZ VERZ 20-9538 uitspraak: 27 juli 2020 beschikking van de kantonrechter, zitting houdende te Rotterdam in de zaak van de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Nedcargo Food & Beverages B.V., gevestigd te Haaften, verzoekster, gemachtigde: mr. L.B. de Graaf te Den Haag, tegen [gedaagde] , wonende te [woonplaats gedaagde] , verweerder, die niet is verschenen. Partijen worden hierna ‘Nedcargo’ en ‘ [gedaagde] ’ genoemd.

  1. De procedure De kantonrechter heeft kennisgenomen van het verzoekschrift met producties, ontvangen op 15 mei
  2. De mondelinge behandeling van de zaak vond plaats op 10 juli
  3. Namens Nedcargo is haar gemachtigde mr. L.B. de Graaf verschenen. [gedaagde] is niet verschenen. Omdat [gedaagde] niet verscheen, is de zaak aangehouden tot 21 juli
  4. [gedaagde] is op de mondelinge behandeling van 21 juli 2020 opnieuw niet verschenen. Wel verschenen zijn namens Nedcargo de heer [naam 1] (HR Manager), mevrouw [naam 2] (HR Adviseur) en de heer [naam 3] (Manager), met de gemachtigde van Nedcargo mr. L.B. de Graaf. Mr. De Graaf heeft een pleitnota ingediend en voorgedragen. De griffier heeft aantekeningen gemaakt van wat verder is besproken.
  5. Het verzoek en de beoordeling daarvan 2.1 De kantonrechter stelt vast dat [gedaagde] , toen hij op de mondelinge behandeling van de zaak op 10 juli 2020 niet verscheen, conform de regels in het Landelijk procesreglement verzoekschriften rechtbanken, kanton, met een deurwaarderexploot is opgeroepen voor de mondelinge behandeling op 21 juli 2020, op het adres waarop hij staat ingeschreven in de Basisregistratie Personen. [gedaagde] is echter op 21 juli 2020 opnieuw niet verschenen en heeft ook anderszins geen verweer gevoerd tegen de verzoeken van Nedcargo. De kantonrechter kan overgaan tot de inhoudelijke behandeling van de zaak. 2.2 [gedaagde] is sinds 6 maart 2008, aanvankelijk als uitzendkracht, in dienst van Nedcargo. Nedcargo stelt dat sprake is van verwijtbaar handelen of nalaten van [gedaagde] , zodanig dat van haar in redelijkheid niet gevergd kan worden de arbeidsovereenkomst voort te laten duren (artikel 7:669 lid 3 aanhef en onder e BW). Nedcargo verzoekt de arbeidsovereenkomst daarom te ontbinden, op de kortst mogelijke termijn, en daarbij voor recht te verklaren dat [gedaagde] geen recht op een transitievergoeding heeft. 2.3 Nedcargo zet in haar verzoekschrift uitvoerig uiteen waaruit het verwijtbaar handelen of nalaten van [gedaagde] bestaat. Kort weergegeven bestaat dit uit het door [gedaagde] sinds 2 jaren meermalen schenden van de wettelijke en door Nedcargo opgestelde ziekteverzuimvoorschriften door onbereikbaar te zijn bij ziekte voor Nedcargo en de bedrijfsarts, niet te verschijnen op afspraken bij Nedcargo en de bedrijfsarts en het niet verschijnen op het werk na ziekte. Ondanks dat deze regels staan vermeld in het ziekteverzuimreglement dat onderdeel uitmaakt van zijn arbeidsovereenkomst, met [gedaagde] meermalen gesprekken zijn gevoerd waarin hem door Nedcargo steeds uitleg (met een tolk Pools) is gegeven van die controlevoorschriften en duidelijk is gemaakt dat schending daarvan ontoelaatbaar en in strijd met de wet is, hem ter zake (schriftelijke) aanwijzingen, aanmaningen en een waarschuwing zijn gegeven, ook onder aankondiging van maatregelen zoals een loonstop en ontbinding van de arbeidsovereenkomst alsook een daadwerkelijke opschorting van de loonbetaling om enige prikkel tot nakoming te geven, is [gedaagde] blijven doorgaan met het schenden van de ziekteverzuimvoorschriften. [gedaagde] voert geen verweer tegen de stellingen van Nedcargo op dit punt. Het voegt naar het oordeel van de kantonrechter daarom niets toe om wat Nedcargo hierover verder heeft gesteld, hier te herhalen. Omdat [gedaagde] geen verweer voert, zal, nu de kantonechter geen reden ziet om dit niet te doen, ervan uitgegaan worden dat de stellingen van Nedcargo over het verwijtbaar handelen of nalaten van [gedaagde] juist zijn. Het verzoek tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst is dan ook toewijsbaar, op de kortst mogelijke termijn en dat is per 1 augustus
  6. De gevraagde verklaring voor recht dat [gedaagde] geen recht heeft op de transitievergoeding is ook toewijsbaar nu gelet op het voorgaande sprake is van ernstig verwijtbaar handelen door [gedaagde] dat leidt tot beëindiging van de arbeidsovereenkomst (artikel 7:673 lid 7 sub c BW). 2.4 Omdat het verzoek wordt toegewezen op de ‘e-grond’, hoeven de overige gronden die Nedcargo noemt voor ontbinding van de arbeidsovereenkomst niet besproken te worden. 2.5 De kantonrechter ziet in de verhouding tussen partijen (het gaat om een werkgever en een werknemer) aanleiding te bepalen dat ieder van hen (en dit betekent dus welbeschouwd alleen Nedcargo) de eigen kosten van deze procedure draagt. 2.6 Een beschikking waarin een arbeidsovereenkomst ontbonden wordt is op grond van artikel 7:683 lid 1 BW sowieso ‘uitvoerbaar bij voorraad’. Het verzoek van Nedcargo deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad te verklaren hoeft daarom niet toegewezen te worden.
  7. De beslissing De kantonrechter: ontbindt de arbeidsovereenkomst tussen Nedcargo en [gedaagde] per 1 augustus 2020; verklaart voor recht dat [gedaagde] geen recht op een transitievergoeding heeft; bepaalt dat ieder van de partijen de eigen kosten van deze procedure draagt; wijst het meer of anders verzochte af. Deze beschikking is gegeven door mr. I.K. Rapmund en uitgesproken ter openbare terechtzitting. 686

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.