← Nederland

ECLI:NL:RBROT:2020:10142

RECHTBANK ROTTERDAM zaaknummer: 8481320 CV EXPL 20-12866 uitspraak: 23 oktober 2020 vonnis van de kantonrechter, zitting houdende te Rotterdam, in de zaak van: [eiser] , wonende te [woonplaats eiser] , eiser, gemachtigde: [naam gemachtigde] , tegen [gedaagde] , wonende te [woonplaats gedaagde] , gedaagde, die procedeert in persoon. Partijen worden hierna aangeduid als ‘ [eiser] ’ en ‘ [gedaagde] ’.

  1. Het verloop van de procedure Het verloop van de procedure blijkt uit: de dagvaarding van 17 januari 2020, met bijlagen; het mondelinge antwoord van [gedaagde] d.d. 13 juni 2020; de conclusie van repliek; de conclusie van dupliek. Het vonnis is nader bepaald op heden.
  2. Het geschil 2.1 [eiser] vordert dat [gedaagde] bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, wordt veroordeeld tot betaling aan [eiser] van € 14.508,41, te vermeerderen met de wettelijke rente over € 11.914,- vanaf 1 februari 2019 tot aan de dag van algehele voldoening, met veroordeling van [gedaagde] in de proceskosten en de nakosten. 2.2 Het gevorderde bedrag van € 14.508,41 bestaat uit € 11.914,- aan hoofdsom, € 1.081,91 aan buitengerechtelijke incassokosten en € 1.512,50 ter zake juridische bijstand. 2.3 [eiser] heeft het volgende aan zijn vordering ten grondslag gelegd. Partijen hebben een koopovereenkomst met elkaar gesloten inzake de levering van alcoholische dranken. [gedaagde] heeft de producten niet geleverd en is daardoor tekort geschoten in de nakoming van zijn verplichtingen uit hoofde van de overeenkomst. [gedaagde] is daarom verplicht de schade te vergoeden die [eiser] heeft geleden. 2.4 [gedaagde] is het niet eens met de vordering van [eiser] . Hij voert daartegen – kort gezegd – aan dat hij de producten niet heeft geleverd omdat [eiser] zijn betalingsverplichting niet volledig is nagekomen.
  3. De beoordeling 3.1 Gebleken is dat [gedaagde] per 13 augustus 2019 failliet is verklaard. Het betreft in deze zaak een geldvordering die voldoening uit de boedel ten doel heeft. De vordering kan daarom in beginsel niet tegen [gedaagde] worden ingesteld, maar moet ter verificatie worden ingediend bij de curator (zie artikel 26 Fw). Dat zou betekenen dat [eiser] in zijn vordering niet-ontvankelijk is. 3.2 [eiser] wordt eerst in de gelegenheid gesteld zich over het voorgaande uit te laten, nu het faillissement van [gedaagde] geen onderdeel van het debat is geweest. 3.3 Iedere verdere beslissing wordt in dit stadium aangehouden.
  4. De beslissing De kantonrechter: verwijst de zaak naar de rolzitting van dinsdag 17 november 2020 alwaar [eiser] zich bij akte mag uitlaten over het voorstaande; wijst [eiser] erop dat de akte in tweevoud ingestuurd moet worden en uiterlijk de dag vóór de rolzitting om 12.00 uur door de rechtbank ontvangen moet zijn; wijst [eiser] erop dat hij ook op grond van een tijdelijke regeling een e-mailbericht mag sturen aan kantondagvaarding.rtm@rechtspraak.nl; houdt iedere verdere beslissing aan. Dit vonnis is gewezen door mr. R. Kruisdijk en uitgesproken ter openbare terechtzitting. 43416

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.