Rechtbank Rotterdam Team straf 1 Parketnummer: 10/960098-20 Datum uitspraak: 6 november 2020 Tegenspraak Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte: [naam verdachte] , geboren te [geboorteplaats verdachte] op [geboortedatum verdachte] , ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres: [adres verdachte] , [postcode verdachte] [woonplaats verdachte] , ten tijde van het onderzoek op de terechtzitting preventief gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting Rotterdam, locatie Hoogvliet, raadsman mr. H. Raza, advocaat te Rotterdam. 1. Onderzoek op de terechtzitting Gelet is op het onderzoek op de terechtzitting van 23 oktober 2020. 2. Tenlastelegging Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding. De tekst van de tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht. 3. Eis officier van justitie De officier van justitie mr. M. van Nes heeft gevorderd: bewezenverklaring van het primair ten laste gelegde; veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 36 maanden. 4. Waardering van het bewijs 4.1. Bewijswaardering 4.1.1. Standpunt verdediging De verdachte dient integraal vrijgesproken te worden van het hem ten laste gelegde feit nu - kort gezegd - sprake is van onvoldoende wettig en overtuigend bewijs. Er is geen direct bewijs dat het aangetroffen geld van enig misdrijf afkomstig is en om die reden kan het bestanddeel “van misdrijf afkomstig” niet bewezen worden. De verdachte heeft een geldtransport verricht voor een Hawala-bank geldtransactie. De raadsman wijst op een uitspraak omtrent Hawala-bankieren van de rechtbank Rotterdam van 21 april 2016 (ECLI:NL:RBROT:2016:467), waarin Hawala-bankieren niet als witwassen is gekwalificeerd. Gelet op de uitgebreide verklaring van de verdachte, het feit dat niet is gebleken van aanwijsbare strafbare feiten en naar de uiterlijke verschijningsvorm sprake is van een geldkoerier, kan de verdachte niet worden veroordeeld voor witwassen. 4.1.2. Beoordeling De verdachte wordt - kort gezegd - verdacht van het witwassen van een geldbedrag van € 1.000.000,-, al dan niet samen met zijn broer, medeverdachte [naam medeverdachte] . Op 16 juli 2020 heeft er een politieachtervolging plaatsgevonden van een Volkswagen Polo met kenteken [kentekennummer] (hierna: het voertuig). Dit voertuig werd bestuurd door medeverdachte [naam medeverdachte] en de verdachte was bijrijder. Nadat het voertuig door de politie tot stoppen was gedwongen, werd er een zogenaamde bigshopper uit het raam aan de bijrijderszijde van het voertuig gegooid. Achter de bestuurdersstoel werd een identieke bigshopper aangetroffen. In deze tassen bleek in totaal een bedrag van € 1.000.000, te zitten, verpakt in plastic. De verdachte heeft verklaard dat hij de tassen met geld heeft opgehaald in Breda en moest vervoeren naar Amsterdam. Hiervoor kreeg hij een vergoeding. Beoordelingskader witwassen Om tot een bewezenverklaring van witwassen te kunnen komen, is vereist dat vast komt te staan dat het geldbedrag uit enig misdrijf afkomstig is. Niet vereist is dat dit een nauwkeurig aangeduid misdrijf betreft. Bewezen kan worden verklaard dat een geldbedrag uit enig misdrijf afkomstig is, indien het op grond van de vastgestelde feiten en omstandigheden niet anders kan zijn dan dat het geldbedrag uit enig misdrijf afkomstig is, zonder dat hier een rechtstreeks verband gelegd kan worden tussen het geldbedrag en een delict. Er zal vastgesteld dienen te worden of de door de officier van justitie aangedragen feiten en omstandigheden van dien aard zijn dat zonder meer sprake is van een vermoeden van witwassen. Indien dit het geval is, mag van de verdachte worden verlangd dat hij een verklaring geeft voor de herkomst van het geldbedrag. De verklaring van de verdachte dient concreet, min of meer verifieerbaar en niet op voorhand hoogst onwaarschijnlijk te zijn. Als de verdachte een verklaring geeft over de herkomst van het geldbedrag, dan ligt het vervolgens op de weg van officier van justitie om nader onderzoek te doen naar de, uit de verklaringen van de verdachte blijkende, alternatieve herkomst van het geldbedrag. Uit de resultaten van een dergelijk onderzoek zal dienen te blijken dat met voldoende mate van zekerheid kan worden uitgesloten dat het geldbedrag waarop de verdenking betrekking heeft, een legale herkomst heeft en dat dus een criminele herkomst als enige aanvaardbare verklaring kan gelden. Vermoeden van witwassen In en naast de auto waarin de verdachte zat is een totaalbedrag van € 1.000.000,- aangetroffen. Er is in deze zaak geen direct brondelict aan te wijzen als herkomst van het aangetroffen geldbedrag van € 1.000.000,-. De rechtbank is met de officier van justitie van oordeel dat zonder meer sprake is van een vermoeden van het witwassen ten aanzien van genoemd geldbedrag. Het is evident dat het aangetroffen geldbedrag niet verklaard kan worden uit de geregistreerde legale inkomsten van de verdachte. Verder volgt dat vermoeden uit de ongebruikelijke grote hoeveelheid geld die de verdachte contant heeft vervoerd en de wijze waarop dat geld was verpakt (diverse bundels biljetten in plastic tassen in bigshoppers). De verdachte heeft verklaard dat hij eerder was benaderd om geld te vervoeren en dat dit de derde keer is dat hij geld heeft vervoerd tegen een vergoeding. De verdachte heeft voordat hij de tassen aannam in de tassen gekeken. Hij schrok van de grote hoeveelheid die hij nu moest vervoeren. De verdachte heeft zijn broertje de opdracht gegeven om te vluchten voor de politie en heeft een bigshopper uit het raam van de auto gegooid. Door de verdediging is aangevoerd dat sprake zou zijn van Hawala-bankieren en dat daarom het bestanddeel “van misdrijf afkomstig” niet bewezen kan worden verklaard. De rechtbank is van oordeel dat in hetgeen door de verdediging naar voren is gebracht geen begin van aannemelijkheid van Hawala-bankieren naar voren is gekomen. Anders dan in de door de raadsman naar voren gebrachte uitspraak blijken uit het dossier geen feiten of omstandigheden die een vermoeden van Hawala-bankieren rechtvaardigen. Evenmin zijn door de verdediging specifieke aanknopingspunten naar voren gebracht of stukken ingebracht waaruit dit zou kunnen blijken. De verdachte heeft geen andere concrete, verifieerbare en niet op voorhand hoogst onwaarschijnlijke verklaring gegeven over de herkomst van het geld. Dit alles maakt dat de verdachte er niet in is geslaagd het vermoeden van witwassen te ontkrachten. Bij gebreke aan een afdoende verklaring omtrent een legale herkomst van het aangetroffen geldbedrag van € 1.000.000,- en gelet op de eerdergenoemde verklaring van de verdachte komt de rechtbank tot de conclusie dat het niet anders kan zijn dan dat het geldbedrag middellijk of onmiddellijk uit enig misdrijf afkomstig is en dat de verdachte dit minst genomen vermoedde. 4.1.3. Conclusie Gelet op voornoemde omstandigheden in onderlinge samenhang bezien acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het schuldwitwassen van € 1.000.000,-. 4.2. Bewezenverklaring In bijlage II heeft de rechtbank de inhoud van wettige bewijsmiddelen opgenomen, houdende voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden. Op grond daarvan, en op grond van de redengevende inhoud van het voorgaande, is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het primair ten laste gelegde heeft begaan op die wijze dat: hij op 16 juli 2020 op de Rijksweg A2 ter hoogte van [locatie] te Nieuwer ter Aa, Gemeente Stichtse Vecht, tezamen en in vereniging met één of meer ander(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.