RECHTBANK ROTTERDAM zaaknummer: 8423044 CV EXPL 20-1302 uitspraak: 26 november 2020 vonnis van de kantonrechter, zitting houdende te Dordrecht, in de zaak van [eiser] , wonende in [woonplaats eiser] , eiser, gemachtigde: mr. J.G. Colombijn, tegen de stichting Stichting Yulius, gevestigd in Dordrecht, gedaagde, gemachtigde: mr. R.H.J. Wildenburg. Partijen worden hierna “ [eiser] ” en “Yulius” genoemd.
(2013)heeft aangegeven dat de rookruimte niet voldoet en dat besloten is deze opnieuw in te richten met de nodige aanpassingen voor wat betreft goede afsluiting en ventilatie. Uit de opmerking van het onderhoudsbedrijf die [naam 7] vermeldt in zijn e-mail van 28 oktober 2015 aan [naam 9] , kan worden opgemaakt dat het afzuigsysteem op dat moment onvoldoende werkte en ernstig vervuild was. 4.7. Uit de overgelegde e-mails van [naam 5] van februari 2014, oktober 2015 en 24 februari 2016, de e-mails van [naam 8] van februari 2014 en 18 februari 2016, de verklaring van [naam 12] , de verklaring van [naam 13] , de verklaringen van [naam 7] , de verklaring van [naam 9] en de verklaring van [naam 6] kan voorts worden afgeleid dat er in ieder geval vanaf begin 2014 gedurende een periode van meerdere jaren doorlopend klachten zijn geuit over een ernstige rooklucht in het gebouw aan de Wijnkoperstraat. 4.8. Uit het voorgaande volgt dat gedurende een langere periode van ten minste enkele jaren structureel sprake is geweest van sigaretten-/rooklucht in het gebouw van Yulius aan de Wijnkoperstraat. Deze sigaretten-/rooklucht beperkte zich niet tot de rookruimte, zo volgt uit de overgelegde stukken en verklaringen, maar hing ook in de centrale hal en, met enige regelmaat) in en rond de kamers van de cliënten en de sanitaire ruimte. [eiser] verrichtte ongeveer 20 en later 15 uur per week zijn werkzaamheden op de locatie van Yulius aan de Wijnkoperstraat, waarbij hij het grootste deel van zijn werkzaamheden in het gebouw uitvoerde, zo volgt uit zijn verklaring en de verklaring van [naam 7] . Uit de verklaringen van [eiser] , [naam 7] en [naam 9] , in onderlinge samenhang beschouwd, kan verder worden afgeleid dat [eiser] ook heeft gewerkt in en nabij de rookruimte, de centrale hal, de kamers van cliënten en de sanitaire ruimte. 4.9. [eiser] heeft met het voorgaande afdoende gesteld en onderbouwd dat hij gedurende meerdere jaren in enige mate structureel is blootgesteld aan sigaretten-/rooklucht in het gebouw aan de Wijnkoperstraat. Gelet op de hiervoor genoemde omstandigheden ter plaatse en de werkzaamheden die [eiser] moest uitvoeren, kan worden vastgesteld dat sprake was van blootstelling in de vorm van meeroken, dat wil zeggen het inademen van tabaksrook uit de omgeving, en blootstelling aan zogeheten derdehands rook, dat wil zeggen (giftige) deeltjes uit rook die neerslaan op bijvoorbeeld kleding, meubels, gordijnen en muren. Wat betreft het meeroken kan op basis van de getuigenverklaringen niet worden vastgesteld dat cliënten in het directe bijzijn van [eiser] rookten, aangezien de verklaring van [eiser] op dit punt niet wordt ondersteund door andere bewijsmiddelen. Wel kan worden vastgesteld dat [eiser] in het gebouw structureel werd geconfronteerd met sigarettenrook van cliënten die op dat moment elders aan het roken waren en/of kort voor zijn aanwezigheid hadden gerookt, in de rookruimte, hun kamers of de sanitaire ruimte. Causaal verband 4.10. Op grond van hetgeen partijen hebben aangevoerd, de door [eiser] overgelegde wetenschappelijke artikelen over risicofactoren voor het ontstaan van COPD en de factsheet meeroken, kan onder meer het volgende worden afgeleid. COPD ontstaat door een samenspel van genetische factoren en omgevingsfactoren. Uit de verschillende onderzoeken volgt dat roken de belangrijkste oorzaak is voor het ontstaan van COPD en dat ook meeroken (secundair roken) een belangrijke risicofactor is voor het ontstaan van deze longziekte. Ook blootstelling aan derdehands (tertiaire) rook vormt een risicofactor voor het ontstaan van longziekten zoals COPD. COPD kan verder ook (mede) worden veroorzaakt door astma en andere longziekten, schadelijke stoffen en luchtvervuiling. 4.11. Zoals hiervoor is overwogen, is [eiser] bij Yulius gedurende meerdere jaren in enige mate structureel blootgesteld aan sigarettenrook. Hierbij moet wel rekening worden gehouden met het feit dat [eiser] slechts parttime, aanvankelijk 20 uur en later 15 uur, op de locatie aan de Wijnkopersteeg werkte. Uit de overgelegde medische gegevens en verklaringen volgt ook dat [eiser] in het verleden zelf heeft gerookt. Hoeveel en hoe lang [eiser] heeft gerookt, kan op basis van de stukken niet precies worden vastgesteld. [naam 1] schrijft in zijn brief van 1 oktober 2008 dat [eiser] vijf tot tien packyears heeft gerookt. Een packyear is het aantal jaren dat iemand heeft gerookt vermenigvuldigd met het aantal pakjes per dag. Ook schrijft [naam 1] dat [eiser] op dat moment al twintig jaar niet meer rookt, dus ongeveer vanaf zijn 26ste niet meer. Dit laatste komt grofweg overeen met de verklaringen van [naam 16] en [naam 17] waaruit kan worden afgeleid dat [eiser] alleen in zijn jonge jaren heeft gerookt. [eiser] heeft geen verklaring gegeven voor het aantal packyears waar [naam 1] vanuit gaat en heeft geen feiten of omstandigheden aangevoerd op grond waarvan kan worden vastgesteld dat [naam 1] het aantal packyears onjuist heeft weergegeven. Op grond van de brief van [naam 1] , in samenhang met de verklaringen van [naam 16] en [naam 17] , kan dan ook niet worden vastgesteld dat de verklaring van [eiser] dat hij slechts gedurende één jaar maximaal zes sigaretten per dag heeft gerookt juist is. In de gegeven omstandigheden wordt ervan uitgegaan dat [eiser] tot maximaal zijn 26e meerdere jaren heeft gerookt en dat sprake is van ten minste 5 packyears. [naam 14] schrijft verder in zijn brief van 19 december 2016 dat [eiser] “veel [heeft] meegerookt als disc jockey en partner” en ook [naam 3] vermeldt dat [eiser] veel heeft meegerookt als diskjockey. Daarnaast volgt uit de brieven van [naam 2] en [naam 4] dat [eiser] lijdt aan (allergische) astma uit de brieven van [naam 2] en [naam 14] dat [eiser] in het verleden is blootgesteld aan lasdampen, stof en bijtende schoonmaakmiddelen. [eiser] doet verder al vanaf zijn veertiende aan duivensport. [naam 14] sluit een zogeheten duivenmelkerslong en een sillicoselong uit, maar op basis van de stukken die nu bekend zijn, valt niet uit te sluiten dat de blootstelling aan stof en andere schadelijke stoffen (mede) hebben geleid tot longklachten bij [eiser] , zoals Yulius aanvoert. 4.12. Gelet op alle hiervoor genoemde factoren die de COPD van [eiser] kunnen hebben veroorzaakt of aan het ontstaan daarvan hebben kunnen bijdragen, is op dit moment niet vast te stellen dat er een duidelijke relatie is tussen de omstandigheden waaronder [eiser] bij Yulius heeft gewerkt en het ontstaan van de COPD. De (beknopte) brief van [naam 14] van 16 december 2016 aan de huisarts van [eiser] waarin hij schrijft dat het aannemelijk is dat de blootstelling aan sigarettenrook op het bedrijf in belangrijke mate bijdraagt aan de snelle achteruitgang van de longfunctie, is voor het vaststellen van een causaal verband onvoldoende. Omdat het causale verband te onzeker en te onbepaald is, kan de omkeringsregel niet worden toegepast. Dit betekent dat het aan [eiser] is om te bewijzen dat zijn COPD is veroorzaakt door de sigaretten-/rooklucht op de Wijnkoperstraat. 4.13. [eiser] heeft bewijs aangeboden en zal tot bewijslevering worden toegelaten. Het ligt in de rede dat in het kader van de bewijslevering een deskundigenonderzoek zal plaatsvinden door (in ieder geval) een (long)arts en dat aan de te benoemen deskundige(
- n)in ieder geval zal worden gevraagd: hoe groot is de kans in het algemeen dat COPD wordt veroorzaakt door blootstelling aan sigaretten-/rooklucht (secundaire en tertiaire rook); hoe groot acht u de respectieve kans dat de COPD bij [eiser] is veroorzaakt door (een combinatie van) de volgende factoren:
- a)de blootstelling aan sigaretten-/rooklucht onder de werkomstandigheden zoals deze zijn vastgesteld in het tussenvonnis van 26 november 2020;
- b)het vroegere roken door [eiser] (uitgaande van vijf packyears voor zijn twintigste levensjaar);
- c)de eventuele genetische aanleg voor longklachten;
- d)de astma en de eventuele andere luchtwegklachten waar [eiser] aan lijdt;
- e)het meeroken als discjockey (uitgaande van ten minste één jaar, om het weekend) en als partner;
- f)de vroegere blootstelling aan lasdampen (beperkt), bijtende schoonmaakmiddelen en stof;
- g)het houden van duiven door [eiser] vanaf zijn veertiende levensjaar;
- h)een onbekende andere oorzaak. 4.14. Partijen wordt verzocht zich bij akte uit te laten over de wenselijkheid van een deskundigenbericht, het aantal te benoemen deskundigen, de persoon van de deskundige(
- n)en de aan de deskundige(
- n)voor te leggen vragen, bij voorkeur nadat zij daarover onderling overleg hebben gehad en zo mogelijk overeenstemming hebben bereikt. Als partijen geen overeenstemming kunnen bereiken over de persoon van de deskundige(
- n)en beide partijen een of meer deskundigen voorstellen, dienen zij gemotiveerd aan te geven waarom zij de voorkeur geven aan de door henzelf voorgestelde deskundige(
- n)en waarom de deskundige(
- n)die door de wederpartij is/zijn voorgesteld, niet voor benoeming in aanmerking moet(
- en)komen. 4.15. Partijen kunnen zich bij de hiervoor genoemde akte tevens uitlaten over de hoogte van het voorschot van de te benoemen deskundige. Bij gebreke van een dergelijke uitlating zal de kantonrechter in overleg met de te benoemen deskundige de hoogte van het voorschot vaststellen. Gelet op de hoofdregel van artikel 195 Rv zal [eiser] de kosten van het voorschot van de deskundige moeten betalen. 4.16. De rechtbank zal de zaak naar de rol verwijzen om partijen de gelegenheid te geven om zich bij akte uit te laten over wat in punten 4.13 tot en met 4.15 is overwogen. Zorgplicht 4.17. Als op basis van het uit te voeren deskundigenonderzoek zal worden geoordeeld dat er sprake is van een causaal verband tussen de blootstelling aan sigaretten-/rooklucht bij Yulius en de COPD van [eiser] , is Yulius jegens [eiser] aansprakelijk voor zijn schade, tenzij Yulius aantoont dat zij aan haar zorgplicht heeft voldaan. 4.18. Yulius moet in dat geval dus stellen en zo nodig bewijzen dat zij al die adequate maatregelen heeft genomen en al die aanwijzingen heeft gegeven die redelijkerwijs nodig waren om te voorkomen dat [eiser] in de uitoefening van zijn werkzaamheden schade zou lijden. Weliswaar is met deze zorgplicht niet beoogd een absolute waarborg te scheppen voor de bescherming van een werknemer tegen arbeidsongevallen, maar gelet op de ruime strekking van de zorgplicht, kan niet snel worden aangenomen dat een werkgever daaraan heeft voldaan en daarom niet aansprakelijk is voor de schade die de werknemer in de uitoefening van zijn werkzaamheden heeft geleden. De inhoud van de zorgplicht hangt af van de omstandigheden van het geval. Relevante omstandigheden zijn onder meer de aard van de werkzaamheden, de kenbaarheid van het gevaar, de te verwachten onoplettendheid van de werknemer en de mate van bezwaarlijkheid van het treffen van maatregelen. 4.19. Op grond van artikel 10 lid 1 sub c van de Tabaks- en rookwarenwet heeft een werknemer sinds 1 januari 2004 recht op een rookvrije werkplek. Yulius heeft gesteld dat zij direct gevolg heeft gegeven aan deze wettelijke verplichting door rookruimtes te creëren en een rookverbod in te stellen in het pand aan de Wijnkoperstraat buiten de rookruimtes. Ten aanzien van de rookruimtes stelt Yulius dat de rookruimtes in het begin waren voorzien van deurdrangers en rookreinigingsapparaten. Twee keer per jaar werden de filters vervangen en het apparaat nagekeken, aldus Yulius. Yulius stelt voorts dat er rookmelders op de kamers van de cliënten hangen, dat cliënten worden aangesproken op ongeoorloofd binnen roken, dat er huiskameroverleg plaatsvond, dat er drie keer een brandweerman is uitgenodigd om de gevaren van roken uit te leggen, dat medewerkers is gevraagd melding te doen wanneer er binnen werd gerookt en dat er een beleid was van “roken vanuit kantoor” zoals [naam 9] heeft verklaard. Yulius stelt dat zij op deze manier alles heeft gedaan wat redelijkerwijs binnen haar vermogen lag om te voorkomen dat haar werknemers zouden worden blootgesteld aan sigarettenrook. 4.20. Zoals hiervoor al is overwogen, is Yulius er niet in geslaagd om te zorgen voor een rookvrije werkplek op de locatie aan de Wijnkoperstraat omdat er gedurende meerdere jaren structureel een sigaretten-/rooklucht in het gebouw aanwezig was, ook buiten de rookruimte. Ook voor zover ervan moet worden uitgegaan dat het instellen en handhaven van een algeheel rookverbod in het gebouw niet mogelijk was (Yulius stelt dit eigenlijk niet) en er rekening mee wordt gehouden dat handhaving van het rookverbod vanwege de aard van de problematiek van de cliënten heel moeilijk was, zoals [naam 7] en [naam 9] verklaren, is de kantonrechter van oordeel dat Yulius niet heeft voldaan aan de op haar rustende zorgplicht, gelet op het volgende. 4.21. Yulius heeft in eerste instantie een rookruimte gecreëerd die niet kon worden afgesloten, zodat de rook zich buiten deze ruimte kon verspreiden. De rookruimte was verder niet groot genoeg voor het aantal mensen dat wilde roken, zoals kan worden afgeleid uit de verklaringen van [eiser] en [naam 13] . In de rookruimte is weliswaar een afzuigsysteem aangebracht, maar dit systeem functioneerde onvoldoende om te voorkomen dat de rook ook buiten de rookruimte terecht kwam. Dit kan worden afgeleid uit de e-mails tussen [naam 5] en [naam 6] van 17 februari 2014, de e-mails van [naam 5] uit 2015 en 2016, de e-mails van [naam 8] van 2014, 2015 en 2016, de e-mails tussen [naam 11] en [naam 6] in januari 2017 en de verklaringen van [naam 12] , [naam 13] , [eiser] en [naam 7] . 4.22. Yulius heeft ook niet adequaat gereageerd op de klachten die zij van verschillende medewerkers ontving. Zo schrijft [naam 6] in februari 2014 aan [naam 5] dat de rookruimte al eind november 2013 is afgekeurd, maar dat er pas eind februari 2014 maatregelen worden genomen, zoals het aanbrengen van een krachtige luchtververser en het naad- en kierdicht maken van de rookruimte. Gelet op de klachten van na februari 2014 hebben deze maatregelen geen, onvoldoende en/of geen blijvend effect gehad. Uit de e-mail van [naam 7] van 28 oktober 2015 met de opmerking van het onderhoudsbedrijf volgt dat het afzuigsysteem onvoldoende onderhouden is, waardoor de afzuigroosters volledig zijn verstopt. [naam 7] informeert vervolgens per e-mail van 28 oktober 2015 bij [naam 10] naar de frequentie van het onderhoud en schrijft dat jaarlijks onderhoud/reinigen onvoldoende is. Dit wordt niet, althans niet direct, opgepakt, zoals kan worden afgeleid uit de e-mail van [naam 7] van februari 2016 aan [naam 10] waarin hij wederom vraagt naar het onderhoud van het afzuigsysteem en opmerkt dat regelmatige reiniging, een keer per kwartaal, geen overbodige luxe zou zijn. Na 2015 worden de filters dan twee keer per jaar schoongemaakt, zo kan worden afgeleid uit de verklaring van [naam 9] , het expertiserapport van [naam 15] en de verklaring van [naam 7] . 4.23. Ook in 2017 zijn de problemen nog niet opgelost, gelet op de klacht van [naam 11] in januari 2017 dat zij niet meer op haar werkplek bij de receptie kan zitten, vanwege de rookoverlast en het antwoord hierop van [naam 6] dat zij maar een andere werkruimte moet gebruiken totdat de problemen zijn opgelost. Yulius stelt niet of, en zo ja welke, maatregelen toen zijn genomen om de overlast te stoppen. 4.24. Juist omdat (een deel van) de cliënten op de locatie Wijnkoperstraat veel rookten en Yulius er bekend mee was dat deze cliënten afspraken over hun rookgedrag niet nakwamen vanwege hun problematiek, had het op de weg van Yulius gelegen om een deugdelijke rookruimte te creëren met voldoende ruimte, waarin de cliënten konden roken zonder dat de medewerkers van Yulius hier last van hadden en om er nog meer op toe te zien dat de cliënten alleen in deze rookruimte zouden roken en niet op hun kamers en in de sanitaire ruimte. De rookruimten die Yulius heeft gebouwd, voldeden echter niet, zowel wat betreft omvang als wat betreft isolatie en afzuiging. Medewerkers hebben hier jarenlang over geklaagd, zonder dat er voortvarend adequate maatregelen werden getroffen. 4.25. Dit alles leidt dan ook tot de conclusie dat Yulius niet heeft aangetoond dat zij de op haar rustende zorgplicht is nagekomen en zij jegens [eiser] aansprakelijk is voor zijn schade, als het causaal verband tussen de arbeidsomstandigheden en de gezondheidsschade komt vast te staan. Proportionele aansprakelijkheid 4.26. Yulius voert aan dat als wordt geoordeeld dat zij tekort is geschoten in haar zorgplicht maar wel onzekerheid bestaat/blijft bestaan over het conditio sine qua non-verband, toepassing van het leerstuk van de proportionele aansprakelijkheid (vooralsnog) niet aan de orde is. 4.27. Op dit moment kan nog niet worden beoordeeld of toepassing van dit leerstuk aan de orde is, omdat nog geen duidelijkheid bestaat over de mogelijke oorza(a)k(
- en)van de COPD van [eiser] . Ook is nog niet duidelijk, voor zover de schade kan zijn veroorzaakt door zowel het tekortschieten van Yulius in haar zorgplicht als door omstandigheden die voor risico van [eiser] komen, in hoeverre met voldoende zekerheid is vast te stellen in welke mate de schade van [eiser] door deze omstandigheden of één daarvan is ontstaan. Dit deel van de beslissing wordt daarom aangehouden. 5. De beslissing De kantonrechter: verwijst de zaak naar de rolzitting van 24 december 2020 voor het nemen van een akte door beide partijen waarin zij zich uitlaten als bedoeld in punten 4.13 tot en met 4.15; houdt iedere verdere beslissing aan; Dit vonnis is gewezen door mr. R.J. van Boven en uitgesproken ter openbare terechtzitting. 424