RECHTBANK ROTTERDAM zaaknummer: 8814550 VZ VERZ 20-36002 uitspraak: 18 december 2020 vonnis in verzet van de kantonrechter, zitting houdende te Rotterdam in de zaak van [naam bedrijf], gevestigd te [vestigingsplaats] , eiseres, gedaagde in verzet, gemachtigde: mr. R. Zegers (NDA Incasso B.V.) te Amersfoort, tegen [persoon A] , handelend onder de naam [naam horecagelegenheid A], wonende te [woonplaats A] , gedaagde, eiseres in verzet, procederend zonder juridische bijstand. Partijen worden hierna ‘ [naam bedrijf] ’ en ‘ [persoon A] ’ genoemd.
- De procedure De kantonrechter heeft kennisgenomen van: • de dagvaarding met producties van 18 juni 2020; • het onder zaaknummer 8619868 CV EXPL 20-21901 gewezen verstekvonnis van 22 juli 2020; • de door [persoon A] ‘verzetdagsvaarding’ genoemde brief met één productie (een verklaring van [persoon B] ) van 4 augustus 2020; • de rolbeslissing van 28 augustus 2020; • de rolbeslissing van 18 september 2020; • het tussenvonnis van 26 oktober 2020 waarin een mondelinge behandeling van de zaak is bepaald; • de brief met aanvullende producties van [naam bedrijf] van 12 november 2020; • de aantekeningen van de griffier van de mondelinge behandeling (via Skype voor bedrijven) van de zaak op 23 november
- De feiten Er wordt uitgegaan van de volgende feiten: 2.1 [persoon A] heeft een café ( [naam horecagelegenheid A] ) op [adres] in Rotterdam. 2.2 [naam bedrijf] heeft op 30 november 2019 werkzaamheden verricht aan de CV-ketel in het café en heeft daarvoor bij factuur van die datum € 379,20 bij [persoon A] in rekening gebracht. [persoon A] heeft de rekening niet betaald.
- Het geschil 3.1 [naam bedrijf] vordert veroordeling van [persoon A] tot betaling van de onder 2.2 genoemde factuur van € 379,20, te vermeerderen met rente, tot en met 5 juni 2020 een bedrag van € 3,89, en € 56,88 aan buitengerechtelijke incassokosten. 3.2 De vordering van [naam bedrijf] is (grotendeels) toegewezen in het verstekvonnis van 22 juli
- [persoon A] is in verzet gekomen tegen het verstekvonnis, vordert vernietiging van dat verstekvonnis en afwijzing van de vordering van [naam bedrijf] . [persoon A] voert aan dat niet zij, maar de eigenaar van het pand de rekening moet betalen.
- De beoordeling 4.1 De kantonrechter is, anders dan [naam bedrijf] , van oordeel dat [persoon A] tijdig in verzet is gekomen tegen het verstekvonnis van 22 juli
- Het instellen van verzet is niet meteen helemaal goed gegaan, dat is waar, maar niettemin staat vast dat de kantonrechter er met de op 21 augustus 2020 ontvangen brief van [persoon A] van 4 augustus 2020 tijdig van op de hoogte was dat [persoon A] het niet eens is met het verstekvonnis. Het feit dat [naam bedrijf] hiervan pas 25 september 2020 op de hoogte was, is in de gegeven omstandigheden van te gering belang om [persoon A] haar recht op hoor en wederhoor te ontnemen. 4.2 [persoon B] , een medewerker in het café van [persoon A] , schrijft in zijn verklaring dat hij op 30 november 2019 in [naam horecagelegenheid A] wilde gaan afwassen toen bleek dat er geen warm water meer was. [persoon B] heeft vervolgens contact opgenomen met [naam bedrijf] . Naar aanleiding hiervan is de spoedafspraakbevestiging van [naam bedrijf] op 30 november 2019 naar [naam horecagelegenheid A] verstuurd. [naam bedrijf] is gekomen en heeft het probleem verholpen. Dat [naam bedrijf] de rekening van € 379,20 (uiteindelijk) naar [persoon A] heeft gestuurd is alleszins begrijpelijk en ook terecht. [persoon A] is eigenaar van het café en de CV-ketel hangt in haar café. Dat [persoon B] , zoals hij verklaart, met [naam bedrijf] heeft gebeld namens de eigenaar van het pand, niet zijnde [persoon A] , staat om te beginnen niet vast, maar los daarvan is het niet aan [naam bedrijf] zich bezig te houden met hoe op ‘werkadressen’ de verhoudingen (eigenaar, huurder, onderhuurder, wie betaalt wat) precies liggen. [naam bedrijf] mag in principe afgaan op wat uiterlijk waarneembaar is (van wie is dit café?) Zoals gezegd: de werkzaamheden zijn verricht in het café van [persoon A] . Zij moet daarom de factuur betalen. Als [persoon A] meent dat de eigenaar van het pand de rekening uiteindelijk moet betalen, moet zij contact opnemen met de eigenaar. [naam bedrijf] staat daar buiten. 4.3 Voor vernietiging van het verstekvonnis van 22 juli 2020 is gelet op het voorgaande geen aanleiding. Het verstekvonnis wordt daarom bekrachtigd. 4.4 [persoon A] is de in het ongelijk gestelde partij in deze verzetprocedure. Zij wordt daarom veroordeeld in de kosten van deze verzetprocedure.
- De beslissing De kantonrechter: bekrachtigt het op 22 juli 2020 onder zaaknummer 8619868 CV EXPL 20-21901 tussen [naam bedrijf] en [persoon A] gewezen verstekvonnis; veroordeelt [persoon A] in de kosten van de verzetprocedure, tot aan deze uitspraak aan de kant van [naam bedrijf] vastgesteld op € 72,00 aan salaris voor de gemachtigde. Dit vonnis is gewezen door mr. I.K. Rapmund en uitgesproken ter openbare terechtzitting. 686