Rechtbank Rotterdam Team insolventie rekestnummer: [nummer] uitspraakdatum: 23 november 2020 in de zaak van: [naam 1] , [adres] [woonplaats] , verzoeker. 1De procedure Verzoeker heeft op 19 oktober 2020, tezamen met een verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling, een verzoek ingevolge artikel 287a, eerste lid, Faillissementswet ingediend om een drietal schuldeisers, te weten: de Sociale Dienst Drechtsteden (hierna: Sociale Dienst); Pranger Gerechtsdeurwaarders (hierna: Pranger); en Nesplaza B.V. (hierna: Nesplaza), die weigeren mee te werken aan een door verzoeker aangeboden schuldregeling, te bevelen in te stemmen met deze schuldregeling. Wouters Gerechtsdeurwaarder en Incasso’s heeft namens de Sociale Dienst Drechtsteden voorafgaande aan de zitting, bij fax van 16 november 2020, aan de rechtbank te kennen gegeven alsnog in te stemmen met de aangeboden schuldregeling. Ter zitting van 16 november 2020 zijn verschenen en gehoord: verzoeker; de heer [naam 2] , werkzaam bij het Leger des Heils (hierna: hulpverlener); mevrouw [naam 3] en mevrouw [naam 4] , werkzaam bij Avres (hierna: schuldhulpverlening); mevrouw [naam 5] , ex partner van verzoeker en weigerende schuldeiser (Pranger); mevrouw mr. D.A.G.M. Janssen, advocaat mevrouw [naam 5] ; de heer [naam 6] , werkzaam bij VU Gerechtsdeurwaarders, namens Nesplaza. De uitspraak is bepaald op heden. 2Het verzoek Verzoeker heeft volgens het ingediende verzoekschrift elf schuldeisers, waarvan drie preferente en acht concurrente schuldeisers. Deze schuldeisers hebben in totaal een bedrag van € 96.561,14 van verzoeker te vorderen. Verzoeker heeft bij brief van 28 april 2020 een schuldregeling aangeboden aan zijn schuldeisers, inhoudende een betaling van 2,23 % aan de preferente schuldeisers en 1,115 % aan de concurrente schuldeisers tegen finale kwijting. Het aangeboden akkoord heeft de volgende inhoud en achtergrond. De aangeboden regeling is gebaseerd op de NVVK-norm. De aangeboden regeling is gebaseerd op de afloscapaciteit die verzoeker heeft op basis van zijn dienstbetrekking. Verzoeker werkt parttime en heeft een arbeidscontract voor bepaalde tijd. De afloscapaciteit van verzoeker is voorts gebaseerd op ongewijzigde voortzetting van zijn aanvullende Participatiewet-uitkering. Volgens de aangeboden schuldregeling wordt het aangeboden percentage – door middel van een door schuldhulpverlening ter beschikking gesteld saneringskrediet – in één keer aan de schuldeisers uitgekeerd. Verzoeker heeft zich op het standpunt gesteld dat hij al het mogelijke heeft gedaan om het aangeboden percentage aan zijn schuldeisers aan te bieden. Verzoeker heeft sinds de aanmelding bij schuldhulpverlening geen nieuwe schulden of achterstanden meer laten ontstaan en zijn vaste lasten worden inmiddels door zijn budgetbeheerder voldaan. Negen schuldeisers stemmen met de aangeboden schuldregeling in. Pranger en Nesplaza stemmen hier niet mee in. Pranger heeft een vordering van € 17.238,54 op verzoeker, welke 17,9 % van de totale schuldenlast beloopt. Nesplaza heeft een vordering van € 4.652,66 op verzoeker, welke 4,8 % van de totale schuldenlast beloopt. 3Het verweer In de contacten met schuldhulpverlening heeft Nesplaza te kennen gegeven het aangeboden bedrag te laag te vinden. Het aanbod zou niet in verhouding staan met de totale schuldvordering. Ter zitting heeft Nesplaza voorts gesteld dat het aanbod niet het maximaal haalbare is. In de contacten met schuldhulpverlening heeft Pranger te kennen gegeven dat verzoeker minimaal € 50,00 aan kinderalimentatie dient te betalen en dat hij dit tot 13 augustus 2020 heeft nagelaten. Ter zitting heeft [naam 5] nader gespecificeerd dat verzoeker vanaf 13 juni 2014 alimentatieplichtig is. De alimentatieverplichting was € 408 per maand voor drie kinderen. In een uitspraak van 13 juni 2019 is het alimentatiebedrag na een verzoek nihilstelling bijgesteld naar € 50,00 per maand met ingang van 12 april
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.