← Nederland

ECLI:NL:RBROT:2020:11530

RECHTBANK ROTTERDAM zaaknummer: 8361020 CV \ EXPL 2020-70855 uitspraak: 11 december 2020 vonnis van de kantonrechter, zitting houdende te Rotterdam, in de zaak van: [eiseres] , wonende te [woonplaats eiseres] , eiseres, gemachtigde: mr. H.J. Ruysendaal, tegen [gedaagde] , wonende te [woonplaats gedaagde] , die in persoon procedeert. Partijen worden hierna ‘ [eiseres] ’ en ‘ [gedaagde] ’ genoemd.

  1. Het verdere verloop van de procedure 1.1 Dit blijkt uit: - het tussenvonnis van 6 november 2020 en de daaraan ten grondslag liggende stukken - de aantekeningen van de griffier van de mondelinge behandeling van 7 december
  2. 1.2 Ten slotte is het vonnis nader bepaald op vandaag.
  3. De verdere beoordeling 2.1 De kantonrechter neemt hier over wat in het tussenvonnis van 6 november 2020 is overwogen en blijft daarbij. 2.2 In dat vonnis heeft de kantonrechter een mondelinge behandeling bepaald met het oog op de consequenties die de eigendomsovergang van de woning die eerder aan [gedaagde] toebehoorde heeft voor deze procedure. Daarbij zijn uitdrukkelijk de consequenties voor de bewijslevering door [eiseres] genoemd. [eiseres] is bij de mondelinge behandeling niet verschenen. Namens haar heeft haar gemachtigde haar standpunt verwoord. Dat standpunt komt erop neer dat het bewijs door haar reeds is geleverd met het verslag van de kadastrale meting van 29 mei 2019 en dat [gedaagde] een verslag van een door hem gevraagde en ontvangen kadastrale meting zou moeten overleggen. [eiseres] wenste nog een kleurenprint van de meting van 29 mei 2019 over te leggen. Volgens haar kan evenwel vonnis worden gewezen op basis van de thans aanwezige processtukken. 2.3 In het tussenvonnis van 10 juli 2020 is overwogen dat het voor de beslissing zaak is dat duidelijk wordt waar de erfgrens precies ligt. Het door [eiseres] in het geding gebrachte Relaas van bevindingen van de grensreconstructie van 29 mei 2019 is daartoe niet bruikbaar geacht voor het bewijs omdat [gedaagde] daarbij als belanghebbende niet was uitgenodigd en niet aanwezig is geweest. Inmiddels is de eigendomssituatie veranderd. Het had op de weg van [eiseres] gelegen haar aanbod tot bewijslevering in verband daarmee te verduidelijken en te concretiseren. Zij heeft dat, hoewel daartoe tweemaal in de gelegenheid gesteld, niet gedaan, maar is bij haar standpunt gebleven dat zij al bewijs heeft geleverd, wat niet het geval is. Dit betekent dat [eiseres] niet bewezen heeft dat de door [gedaagde] geplaatste schutting en aangebrachte planken van de vlonder op de grond van [eiseres] liggen. Dat leidt tot de conclusie dat de vordering op dit punt zal worden afgewezen. 2.4 In het vonnis van 10 juli 2020 is onder 5.3 en 5.4 reeds beslist op de vordering tot vergoeding van schade. Die heeft de kantonrechter niet toewijsbaar geacht. 2.5 [eiseres] wordt in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten dragen, aan de zijde van [gedaagde] bepaald op nihil, nu hij zonder gemachtigde heeft geprocedeerd.
  4. De beslissing De kantonrechter, wijst de vorderingen af; veroordeelt [eiseres] in de proceskosten, tot aan deze uitspraak aan de zijde van [gedaagde] begroot op nihil. Dit vonnis is gewezen door mr. I.K. Rapmund en uitgesproken ter openbare terechtzitting. 37878

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.