← Nederland

ECLI:NL:RBROT:2020:11627

Rechtbank Rotterdam Team straf 2 Parketnummer: 10/691435-05 Datum uitspraak: 28 oktober 2020 Beslissing van de rechtbank Rotterdam, raadkamer voor strafzaken, met betrekking tot de terbeschikkingstelling van: [naam ter beschikking gestelde] (de ter beschikking gestelde), geboren te [geboortpelaats ter beschikking gestelde] op [geboortedatum ter beschikking gestelde] , verblijvende in Forensisch Psychiatrisch Centrum De Rooyse Wissel te Oostrum (de inrichting), raadsvrouw mr. E.A. Blok, advocaat te Rotterdam.

  1. Inleiding Bij arrest van het gerechtshof Den Haag van 11 september 2008 is de terbeschikkingstelling van [naam ter beschikking gestelde] gelast en zijn daarbij voorwaarden gesteld betreffende het gedrag. De terbeschikkingstelling is gelast ter zake van mishandeling en poging tot zware mishandeling. De termijn van de terbeschikkingstelling is aangevangen op 30 september
  2. Bij beslissing van 8 mei 2009 heeft het (toenmalige) gerechtshof Arnhem bevolen dat de ter beschikking gestelde alsnog van overheidswege zal worden verpleegd. Bij beslissing van 18 oktober 2019 heeft deze rechtbank de terbeschikkingstelling laatstelijk verlengd met één jaar.
  3. Procesverloop De rechtbank heeft op 28 augustus 2020 van het openbaar ministerie een vordering tot verlenging van de terbeschikkingstelling ontvangen (artikel 38d, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht). Bij die vordering zijn de daarbij op grond van artikel 6:6:12 van het wetboek van Strafvordering vereiste stukken gevoegd. De vordering is op de openbare terechtzitting van 28 oktober 2020 behandeld. De officier van justitie mr. R.J.A. Segerink, de ter beschikking gestelde, bijgestaan door zijn raadsvrouw, en als deskundige drs. W.A.Th. Bos, werkzaam bij de inrichting, zijn gehoord. De ter beschikking gestelde is, in verband met (de maatregelen ter bestrijding van) het coronavirus, op zijn verzoek, door middel van een videoverbinding gehoord.
  4. Advies van de inrichting Het advies van de inrichting, gedateerd 30 juli 2020, luidt de termijn van de terbeschikkingstelling te verlengen met één jaar. Bij de ter beschikking gestelde is sprake van een antisociale persoonlijkheidsstoornis met narcistische trekken en alcoholafhankelijkheid. Daarnaast heeft hij een beneden gemiddelde intelligentie. Het recidiverisico wordt bij het (voorwaardelijk) beëindigen van de terbeschikkingstelling hoog geschat. Pas recent is toestemming voor een transmuraal verlofkader verkregen en hij verblijft nog niet lang in de kliniekappartementen. Hierna moet nog de fase van proefverlof volgen. De deskundige drs. Bos heeft op de terechtzitting toegelicht dat de reclassering inmiddels is ingeschakeld, maar dat de contacten met de reclassering zich nog in de beginfase bevinden. De ter beschikking gestelde moet nog wennen aan de contacten met de reclassering en of dit goed zal verlopen moet worden afgewacht. De resocialisatie van de ter beschikking gestelde zal in kleine stappen moeten plaatsvinden om kans van slagen te hebben, ook gezien de ervaringen uit het verleden. Naar verwachting zal het traject zeker langer dan een jaar duren, maar omdat volgend jaar de vierjaarlijkse multidisciplinaire dubbelrapportage moet worden opgemaakt, wordt een verlenging met een jaar geadviseerd.
  5. Standpunt van partijen Standpunt van de officier van justitie De officier van justitie heeft geconcludeerd tot verlenging van de termijn van de terbeschikkingstelling met één jaar. Standpunt van de ter beschikking gestelde De ter beschikking gestelde en zijn raadsvrouw hebben aanhouding voor de duur van drie maanden bepleit, om een maatregelenrapport door de reclassering te laten opmaken en de mogelijkheden voor een voorwaardelijke beëindiging van de dwangverpleging te laten onderzoeken. Subsidiair is aangevoerd dat een verlenging disproportioneel is, omdat de terbeschikkingstelling reeds geruime tijd voortduurt en zich al lange tijd geen incidenten hebben voorgedaan.
  6. Beoordeling Op grond van het advies van de deskundige is de rechtbank het volgende van oordeel: - Er is nog steeds sprake van een gebrekkige ontwikkeling en/of ziekelijke stoornis van de geestvermogens van de ter beschikking gestelde; - De veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen of goederen eist dat de termijn van de terbeschikkingstelling met één jaar wordt verlengd. De totale duur van de terbeschikkingstelling gaat daarmee een periode van vier jaar te boven. Verlenging is niettemin mogelijk, omdat de terbeschikkingstelling is opgelegd voor een misdrijf dat gericht is tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van één of meer personen. Er is een duidelijk plan opgesteld om de resocialisatie van de ter beschikking gestelde te bewerkstelligen. Bij de huidige stand van zaken is er geen aanleiding om de reclassering opdracht te geven een rapport op te maken om de mogelijkheden van een (voorwaardelijke) beëindiging van de terbeschikkingstelling te onderzoeken. De ter beschikking gestelde verblijft pas sinds mei 2020 in een appartement van de inrichting in het kader van transmuraal verlof en het contact met de reclassering bevindt zich nog in de beginfase. Die situatie biedt onvoldoende basis om op korte termijn tot een voorwaardelijke beëindiging van de terbeschikkingstelling te komen. Daarbij speelt tevens een rol dat het gezien het verleden en de persoon van de ter beschikking gestelde van belang is om het resocialisatietraject stap voor stap te laten verlopen. Het verzoek van de raadsvrouw tot aanhouding van de behandeling om de mogelijkheden van een voorwaardelijke beëindiging te onderzoeken zal dan ook worden afgewezen. Het verweer dat verlenging van de terbeschikkingstelling disproportioneel is, wordt eveneens verworpen. De duur en zwaarte van de te verlengen terbeschikkingstelling staan, mede gelet op de aard en ernst van de indexdelicten, in verhouding tot de aard van de stoornis van en de kans op herhaling van strafbaar gedrag door de ter beschikking gestelde.
  7. Beslissing De rechtbank: verlengt de termijn van de terbeschikkingstelling met 1 (één) jaar; wijst af het verzoek tot aanhouding. Deze beschikking is gegeven door mr. M.K. Asscheman-Versluis, voorzitter, en mrs. V.M. de Winkel en W.M. Stolk, rechters, in tegenwoordigheid van mr. V.E. Scholtens griffier, en is in het openbaar uitgesproken. Tegen deze beslissing kan het openbaar ministerie binnen veertien dagen na de uitspraak en de ter beschikking gestelde binnen veertien dagen na betekening daarvan beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.