Rechtbank Rotterdam Team straf 2 Parketnummer: x Raadkamernummer: y Beschikking van de rechtbank Rotterdam, meervoudige raadkamer, op het hoger beroep van de officier van justitie mr. z tegen de beslissing van de rechter-commissaris d.d. 3 februari 2020 in het strafrechtelijk onderzoek tegen: A, geboren op 00-00-0000 te B, Procedure De officier van justitie heeft op grond van de artikelen 181 en 126ng van het Wetboek van Strafvordering (Sv.) bij brief van 28 januari 2020 gevorderd dat de rechter-commissaris zal bepalen dat: Het onderzoek (naam onderzoek) dringend vordert dat onderzoek wordt verricht aan en in de gegevens die zich op de servers van Ennetcom bevonden, zoals die door de Canadese autoriteiten aan de Nederlandse (justitiële) autoriteiten zijn overgedragen; Dit onderzoek op grond van art. 177 Sv. door tussenkomst van de officier van justitie wordt opgedragen aan het onderzoeksteam in de zaak (naam onderzoek) verzocht om in deze strafzaak onderzoekshandelingen te verrichten, conform het bij die vordering gevoegde plan van aanpak (bijlage 1); Voor zover relevante gegevens worden aangetroffen, te bepalen dat deze bevindingen aan de processtukken in het onderzoek worden toegevoegd; De rechter-commissaris heeft bij beschikking van 3 februari 2020 het verzochte in zijn geheel afgewezen. De officier van justitie heeft op 12 februari 2020 hoger beroep ingesteld tegen deze beslissing. Beoordeling Kern van deze zaak is de uitleg die door de rechtbank moet worden gegeven aan de beslissing van de Canadese rechter I. Nordheimer, lid van de Superior Court of Justice van de Regio Canada d.d. 19 september 2016 (hierna: het Bevel), waarvan een (beëdigde) vertaling in de Nederlandse taal bij de dossierstukken is gevoegd. De rechter heeft in het Bevel onder andere bepaald dat er voorwaarden zijn verbonden aan de overdracht van het overgedragen bewijsmateriaal. Bij de uitleg van het Bevel heeft de rechtbank nadrukkelijk acht geslagen op de 13 september 2016 door deze rechter geformuleerde nadere overwegingen. Deze overwegingen hebben naar aard en inhoud onmiskenbaar betrekking op het Bevel en vormen dus de meest directe kenbron voor de uitleg daarvan. De zorgen die de Canadese rechter uitspreekt in die overwegingen in de punten 16 en verder komen, kort gezegd en voor zover hier van belang, neer op het verhinderen van een ongecontroleerde fishing expedition door de Nederlandse autoriteiten. Overdracht van het gehele bestand is echter toegelaten op basis van het tussen Canada en Nederland geldende rechtshulpverdrag. Maar de Canadese rechter overweegt nadrukkelijk in r.o. 17 dat overdracht van de inbeslaggenomen/vastgelegde gegevens integraal toelaatbaar is, maar het Bevel en de toelichtende overwegingen daarbij kaderen het verdere gebruik nadrukkelijk in (zie r.o. 18). Vooral het slot van r.o. 21 komt daarbij betekenis toe, alsook het vervolg in de r.o. 22 en
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.