RECHTBANK ROTTERDAM Jeugdrecht Zaaknummer: C/10/608982 / JE RK 20-3338 Datum uitspraak: 9 december 2020 Beschikking van de kinderrechter over een ondertoezichtstelling in de zaak van de Raad voor de Kinderbescherming Rotterdam-Dordrecht, locatie Rotterdam, hierna te noemen: de Raad, betreffende [naam kind] , geboren op [geboortedatum kind] 2020 te [geboorteplaats kind] , hierna te noemen: [naam kind] . De kinderrechter merkt als belanghebbende aan: [naam moeder] , hierna te noemen: de moeder, wonende te [woonplaats moeder] . De kinderrechter merkt als informant aan: [naam vader] , hierna te noemen: de vader, wonende te [woonplaats vader] . Het procesverloop Het verloop van de procedure blijkt uit het verzoek met bijlagen van de Raad van 30 november 2020, ingekomen bij de griffie op 1 december
- Op 9 december 2020 heeft de kinderrechter de zaak ter zitting met gesloten deuren behandeld. Verschenen zijn:- de moeder;- een vertegenwoordiger van de Raad, [naam vertegenwoordiger] ;- een vertegenwoordigster van de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond (hierna: de GI), [naam vertegenwoordigster] . Aangezien de moeder de Nederlandse taal niet of onvoldoende machtig is, maar wel de Thaise taal, heeft de kinderrechter het verhoor doen plaatsvinden met bijstand van [naam 1] , tolk in de Thaise taal. De kinderrechter heeft vastgesteld dat de tolk is beëdigd overeenkomstig het bepaalde in artikel 12 van de Wet beëdigde tolken en vertalers. Opgeroepen en niet verschenen is de vader. De feiten Het ouderlijk gezag over [naam kind] wordt uitgeoefend door de moeder. [naam kind] woont bij de moeder. Bij beschikking van 30 september 2020 is [naam kind] voorlopig onder toezicht gesteld tot 30 december
- Het verzoek De Raad verzoekt een ondertoezichtstelling van [naam kind] voor de duur van twaalf maanden, met uitvoerbaarverklaring bij voorraad. De Raad heeft het verzoek ter zitting gehandhaafd en als volgt toegelicht. Rond de geboorte van [naam kind] waren er veel zorgen. [naam kind] is toen voorlopig onder toezicht gesteld. De ouders hebben de afgelopen tijd laten zien dat zij de verantwoordelijkheid voor [naam kind] kunnen dragen. Het dwangkader heeft daarbij een positieve invloed gehad. De ouders hebben vertrouwen gekregen in de hulpverlening. Ook gaat het goed met [naam kind] . Aangezien er nog risicofactoren zijn, is een ondertoezichtstelling noodzakelijk. De standpunten De GI heeft ter zitting ingestemd met het verzoek van de Raad. Families First (FF) is positief afgerond. De moeder werkt elke week nog mee met urinecontroles (UC’s), die allemaal negatief zijn. De moeder stelt zich meewerkend op richting de hulpverlening. Ook is het wijkteam betrokken voor praktische ondersteuning. Omdat de positieve ontwikkeling nog pril is, is een ondertoezichtstelling nog nodig. De moeder is het eens met het verzoek. De moeder heeft veel baat gehad bij de hulpverlening van FF. Het wijkteam komt bij de moeder thuis langs. Ook de vader heeft vertrouwen in de hulpverlening gekregen en werkt mee. De vader moet eerst zijn zaken op orde hebben, voordat de moeder met hem wil samenwonen. De beoordeling Allereerst dient de kinderrechter te beoordelen of de vader belanghebbende is in deze procedure. De vader is per abuis door de rechtbank opgeroepen als belanghebbende. Gelet op artikel 798 van het wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering en artikel 2.3 van het procesreglement civiel jeugdrecht is de kinderrechter van oordeel dat de vader geen belanghebbende is in deze procedure. De vader is de biologische vader van [naam kind] , maar hij heeft [naam kind] niet erkend en heeft geen gezag over [naam kind] . Ook woont hij (nog) niet samen met de moeder. De kinderrechter merkt de vader daarom aan als informant. Ten aanzien van het verzoek tot ondertoezichtstelling overweegt de kinderrechter als volgt. Op basis van de stukken en de mondelinge behandeling is de kinderrechter van oordeel dat is voldaan aan het wettelijke criterium genoemd in artikel 1:255 van het Burgerlijk Wetboek. Op dit moment wordt [naam kind] nog ernstig in zijn ontwikkeling bedreigd. De moeder heeft een belast verleden en heeft persoonlijke- en verslavingsproblematiek. Er was tot zeven maanden sprake van een ongecontroleerde zwangerschap. Ook had de moeder weinig vertrouwen in de hulpverlening. Bovendien is kort geleden de broer van [naam kind] , [naam 2], direct na de geboorte onder toezicht gesteld en uit huis geplaatst in een pleeggezin vanwege de verslavingsproblematiek en onrustige thuissituatie. Ter zitting heeft de kinderrechter een andere moeder gezien dan een jaar geleden, letterlijk en figuurlijk. De afgelopen periode is FF ingezet en positief afgerond. De ouders zijn betrokken bij [naam kind] en hebben meer vertrouwen gekregen in de hulpverlening. De ouders zijn bereid om mee te werken met de hulpverlening. Ook zijn de UC’s van de moeder schoon. Er zijn echter nog zorgen of de ouders op de lange termijn emotioneel voldoende beschikbaar kunnen zijn voor [naam kind] . Er is een kans op terugval in het drugsgebruik van de moeder en in haar psychische gesteldheid. Ook heeft de vader nog niet alle zaken op orde. Dit is van invloed op de moeder en op [naam kind] . Vanwege de jonge leeftijd van [naam kind] is hij kwetsbaar en afhankelijk van de ouders. De inzet van een jeugdbeschermer is daarom noodzakelijk om de ouders te ondersteunen en samen met het wijkteam te bezien welke hulpverlening nodig is. De kinderrechter zal [naam kind] daarom onder toezicht stellen voor de duur van twaalf maanden. De beslissing De kinderrechter: stelt [naam kind] onder toezicht van de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond, gevestigd te Rotterdam, met ingang van 9 december 2020 tot 9 december 2021; verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad. Deze beslissing is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 9 december 2020 door mr. J. van Driel, kinderrechter, in tegenwoordigheid van mr. L.M. Ruijgrok, als griffier. Deze beslissing is schriftelijk vastgesteld op 18 december
- Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld: - door de verzoekers en de belanghebbende(n) aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak; - door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden. Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend bij de griffie van het gerechtshof te Den Haag.