Rechtbank Rotterdam Team straf 2 Parketnummer: 10/237804-20 Datum uitspraak: 22 december 2020 Tegenspraak Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte: [naam verdachte], geboren te [geboorteplaats verdachte] op [geboortedatum verdachte], ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres [adres verdachte], raadsvrouw mr. F. El Makhtari, advocaat te Rotterdam. 1. Onderzoek op de terechtzitting Gelet is op het onderzoek op de terechtzitting van 22 december 2020. 2. Tenlastelegging Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding. De tekst van de tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht. 3. Eis officier van justitie De officier van justitie mr. T.J. Lindhout heeft gevorderd: bewezenverklaring van het ten laste gelegde; veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 120 dagen met aftrek van voorarrest, waarvan 52 dagen voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaar en als bijzondere voorwaarden dat de verdachte zich zal melden bij de reclassering, meewerken aan onderzoek en ambulante behandeling en meewerken aan begeleiding van Jongleren alsmede een taakstraf van 120 uur eventueel te vervangen door 60 dagen hechtenis. 4. Waardering van het bewijs 4.1. Bewijswaardering 4.1.1. Standpunt verdediging Aangevoerd is dat het tenlastegelegde niet wettig en overtuigend kan worden bewezen. Er is geen enkel direct of indirect bewijs dat de verdachte bij de woning plaatst. Het enige dat vaststaat, is dat hij in de bosjes is aangetroffen en misschien een niet heel erg voor de hand liggende verklaring heeft afgelegd. Mocht de rechtbank er wel van uit gaan dat de verdachte enige betrokkenheid heeft gehad, dan kan niet worden vastgesteld of sprake was van medeplegen of medeplichtigheid. Zijn zwijgen mag hem niet worden tegengeworpen. De verdachte dient te worden vrijgesproken. 4.1.2. Beoordeling De rechtbank is van oordeel dat er voldoende wettig en overtuigend bewijs is dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan. Hiertoe overweegt zij als volgt. Op maandag 21 september 2020 kwam bij de politie om ongeveer 03:51 uur de melding binnen van een inbraak aan de [adres delict]. De melder zou breekgeluiden horen. Ter plaatse aangekomen, hoorde de verbalisant breekgeluiden vanaf [adres delict] komen. De verbalisant zag dat de voordeur openstond en dat deze geforceerd was. Op het moment dat hij bij de voordeur stond, hoorde hij geluiden aan de achterzijde van de woning. Aan de achterzijde aangekomen, hoorde hij het geluid van brekende takken. De verbalisant is enkele tientallen meters de struiken ingelopen tot hij bij een sloot kwam die parallel ligt aan de Dorpslaan. Intussen hadden de ter plaatse aangekomen verbalisanten ter hoogte van [adres] geritsel horen komen uit de bosjes en het geluid van water waaruit zij opmaakten dat er iemand in de nabij gelegen sloot was gesprongen. Nadat de verbalisant die als eerste ter plaatse was een aantal meter langs de sloot liep, trof hij achter een boomstronk en lage struiken, liggend op zijn buik, de verdachte aan. Bij diens schoenen lagen zwarte handschoenen. Omstreeks 04:18 uur werd in de wijk Pendrecht, hemelsbreed ongeveer 400 meter verwijderd van de [adres delict], de medeverdachte lopend aangetroffen. Hij rook naar slootwater en zijn jas, broek en schoenen waren nat en zaten onder het kroos en de modder. Buiten de verdachte waren de verbalisanten in de wijk niemand tegen gekomen. De politie heeft vastgesteld dat het gehele perceel [adres delict] is afgeschermd door een hek dan wel een sloot. Op 21 september 2020 zag de politie bij het toegangshek een zilverkleurige schakel van een ketting op de grond liggen. De aangever heeft verklaard dat hij op 20 september 2020 rond 19:00 uur was weggegaan bij de woning en het toegangshek had afgesloten met een zilverkleurig kettingslot. Op basis van het voorgaande staat vast dat er op 21 september 2020 rond 03:51 uur is geprobeerd in te breken in de woning aan de [adres delict] en dat de inbrekers op de vlucht zijn geslagen toen de politie arriveerde. Beide verdachten zijn kort na deze poging tot inbraak aangetroffen in omstandigheden die duiden op betrokkenheid bij het strafbare feit. Immers is de verdachte midden in de nacht aangetroffen in de directe omgeving, namelijk op het omheinde terrein van de betreffende woning. Hij had zich verstopt in de bosschages en had zwarte handschoenen bij zich. Ook de medeverdachte is kort na de poging tot inbraak aangetroffen in de nabije omgeving van de woning. Zijn kleding was nat en hij rook naar slootwater terwijl even daarvoor verbalisanten bij de naastgelegen woning geluid van water hadden gehoord en een nat spoor uit de sloot zagen komen en daaruit hadden geconcludeerd dat er iemand in de sloot was gesprongen en het terrein via de sloot had verlaten in de richting van de wijk Pendrecht. De medeverdachte heeft met betrekking tot de omstandigheden waarin hij is aangetroffen geen enkele verklaring willen afleggen. De verdachte heeft verklaard dat hij de avond daarvoor op een feestje was geweest aan de Slinge, te voet op weg was naar zijn woning in Delfshaven en de bosschages was ingegaan om te gaan slapen. Deze verklaring acht de rechtbank in het licht van het voorgaande volstrekt onaannemelijk, mede gelet op het feit dat de Dorpslaan niet op de route Slinge-Delfshaven ligt, maar juist in tegenovergestelde richting daarvan ligt. Gelet op de hiervoor vastgestelde feiten en omstandigheden, waarbij de verdachte in omstandigheden is aangetroffen die schreeuwen om een uitleg en bij het uitblijven van een aannemelijke verklaring hierover van de verdachte, kan het naar het oordeel van de rechtbank niet anders dan dat de verdachte de tenlastegelegde poging tot diefstal in vereniging heeft gepleegd. 4.1.3. Conclusie Het tenlastegelegde is wettig en overtuigend bewezen. 4.2. Bewezenverklaring In bijlage II heeft de rechtbank de inhoud van wettige bewijsmiddelen opgenomen, houdende voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden. Op grond daarvan, en op grond van de redengevende inhoud van het voorgaande, is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan op die wijze dat: hij op 21 september 2020 te Rotterdam in/uit een woning, gelegen aan de Dorpslaan tezamen en in vereniging met een ander ter uitvoering van het door verdachte en zijn mededader voorgenomen misdrijf om geld en/of goed(eren) van zijn, verdachtes en zijn mededaders gading, dat/die geheel of ten dele aan een ander dan aan verdachte en zijn mededader toebehoorde(n), weg te nemen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen en zich de toegang tot de plaats van het misdrijf te verschaffen door middel van braak en/of verbreking van een deur van voornoemde woning en/of een slot van het hek van de woning terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid. Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken. 5. Strafbaarheid feit Het bewezen feit levert op: Poging tot diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak/verbreking. Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten. Het feit is dus strafbaar. 6. Strafbaarheid verdachte Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar. 7. Motivering straf /en maatregel 7.1. Algemene overweging De straf die aan de verdachte wordt opgelegd, is gegrond op de ernst van het feit, de omstandigheden waaronder het feit is begaan en de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Daarbij wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen. 7.2. Feit waarop de straf is gebaseerd De verdachte heeft zich samen met een ander in de nachtelijke uren schuldig gemaakt aan een poging tot woninginbraak. Hoewel de bewoner enige tijd daarvoor was overleden en van een inbreuk op diens privacy derhalve niet kan worden gesproken, is wel sprake van overlast voor de nabestaande(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.