Rechtbank Rotterdam Team insolventie Rekestnummer: C/10/606610 / FT RK 20/519 BESCHIKKING op het verzoek van: de naamloze vennootschap met beperkte aansprakelijkheid BAKER TILLY N.V., gevestigd en kantoorhoudende te Rotterdam, verzoekster, advocaat: mr. E.T. van den Hout, strekkende tot faillietverklaring van: de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [bedrijf] [adres] , [plaats] , statutair gevestigd te Oud-Beijerland, verweerster. 1De procedure De rechtbank heeft met toepassing van de Tijdelijk afwijkende regeling Insolventiezaken rechtbanken vanwege de bijzondere omstandigheden door de Corona-crisis (hierna: TARIC), verzoekster en verweerster schriftelijk geïnformeerd over de behandeling van onderhavig verzoekschrift ter zittingen van 24 november 2020 en van 8 december 2020 onder toezending van een formulier waarop verzoekster en verweerster hun standpunt naar voren konden brengen, met de mededeling dat dit formulier uiterlijk voor 14:00 uur op de dag voorafgaande aan de behandeling door de griffie dient te zijn ontvangen. De behandeling van 8 december 2020 is op 24 november 2020 door de rechtbank aan partijen aangezegd. Op 7 december 2020 is van verzoekster en van verweerster het voornoemde formulier (met bijlagen) ontvangen ter griffie van deze rechtbank. Tevens zijn door verzoekster per faxbericht van 7 december 2020 aanvullende producties toegezonden. Ter zittingen van 24 november 2020 en 8 december 2020 zijn, conform TARIC, telefonisch gehoord: mr. E.T. van den Hout, advocaat van verzoekster; de heer [naam] , (middellijk) bestuurder van verweerster. De uitspraak is bepaald op heden. Na sluiting van de zitting is nog een mail van de heer [naam] ontvangen. Deze zal gelet op het tijdstip van verzending bij de beoordeling buiten beschouwing worden gelaten. 2Standpunten Verzoekster heeft gesteld dat zij uit hoofde van aan verweerster geleverde diensten een opeisbare vordering op verweerster heeft met een hoofdsom van (pro resto) € 10.972,17, exclusief rente en kosten. Ter zitting van 8 december is door verzoekster aangevoerd dat er tussen verzoekster en verweerster veelvuldig afstemming is geweest over een betalingsregeling, maar dat verzoekster niet akkoord gaat met het voorstel dat verweerster op de zitting van 24 november 2020 heeft gedaan, namelijk om maandelijks €1.000,-- te betalen. Verzoekster heeft aan verweerster een betalingsregeling voorgesteld van een betaling van € 5.000,--, ineens te voldoen, en daarna maandelijkse termijnen van € 2.500,--. Er is sprake van een steunvordering van RDB Retail B.V. van ruim (pro resto) € 85.365,-- en van de Belastingdienst. Namens verzoekster is gepersisteerd in het verzoek tot faillietverklaring en opgemerkt dat het gegeven dat een betalingsregeling is getroffen met andere schuldeisers niet meebrengt dat van pluraliteit van schuldeisers geen sprake is en evenmin dat geen sprake kan zijn van de toestand te hebben opgehouden te betalen. Verweerster heeft naar voren gebracht dat zij in de hoek zit waar in deze tijd (corona) de grootste klappen vallen. Verweerster drijft een groothandel in drank en er wordt in hoofdzaak (80%) geleverd aan horecazaken en hotels; de overige omzet wordt gehaald uit leveringen aan het buitenland. Beide takken zijn door de coronacrisis ernstig geraakt. Daar komt bij dat verweerster juist voorafgaand aan de coronacrisis (eind februari, begin maart 2020) een grote partij wijn heeft ingekocht en betaald, die vervolgens als gevolg van de coronacrisis niet verkocht kon worden aan afnemers. Veel afnemers schuiven hun inkopen door naar het eerste kwartaal van
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.