← Nederland

ECLI:NL:RBROT:2020:12522

Rechtbank Rotterdam Team straf 2 Parketnummer: 10/680661-17 (ontneming) Datum uitspraak: 9 oktober 2020 Tegenspraak Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, op de vordering als bedoeld in artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht (hierna: Sr) van de officier van justitie in de zaak tegen de veroordeelde: [naam veroordeelde] , geboren op [geboortedatum veroordeelde] te [geboorteplaats veroordeelde] , ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres: [adres veroordeelde] , raadsvrouw mr. P. van Dongen, advocaat te Rotterdam.

  1. Onderzoek op de terechtzitting Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 25 september
  2. Vordering De vordering van de officier van justitie mr. W. ten Have strekt tot het vaststellen van het bedrag waarop het door de veroordeelde wederrechtelijk verkregen voordeel als bedoeld in artikel 36e Sr wordt geschat op € 10.000,- en tot het opleggen aan de veroordeelde van de verplichting tot betaling aan de staat van een geldbedrag ter ontneming van dat geschatte voordeel tot een bedrag van € 10.000,- De vordering van de officier van justitie is uitsluitend gebaseerd op artikel 36e, eerste en tweede lid, Sr. Het betreft voordeel verkregen door middel van of uit de baten van witwassen.
  3. Strafbare feit waarop de voordeelsberekening is gebaseerd Bij vonnis van deze rechtbank van 9 oktober 2020 is de veroordeelde veroordeeld wegens schuldwitwassen. Een kopie van het vonnis is als bijlage aan dit vonnis gehecht.
  4. Het wederrechtelijk verkregen voordeel Standpunt officier van justitie De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering dient te worden toegewezen als in de strafzaak ten behoeve van de benadeelde partij geen maatregel als bedoeld in artikel 36f Sr wordt opgelegd. Als de schadevergoedingsmaatregel (ex artikel 36f Sr) in de strafzaak wel wordt opgelegd, dan dient de vordering te worden afgewezen. Standpunt verdediging De raadsvrouw heeft betoogd dat de vordering van de officier van justitie dient te worden afgewezen, omdat uit het dossier niet kan volgen dat de verdachte daadwerkelijk voordeel heeft verkregen. Beoordeling Niet reeds door het enkele witwassen van geld vormt dit geld wederrechtelijk verkregen voordeel. Het dossier en het verhandelde ter terechtzitting bieden onvoldoende aanknopingspunten voor de vaststelling dat de veroordeelde daadwerkelijk wederrechtelijk voordeel heeft verkregen door middel of uit de baten van het bewezenverklaarde schuldwitwassen. Gelet op het bovenstaande wordt de vordering afgewezen.
  5. Bijlage De in dit vonnis genoemde bijlage maakt deel uit van dit vonnis.
  6. Beslissing De rechtbank: wijst af de vordering van de officier van justitie. Dit vonnis is gewezen door mr. A.M.G. van de Kragt, voorzitter, en mrs. M.J.M. van Beckhoven en L.J.M. Janssen, rechters, in tegenwoordigheid van mr. A-L.H. Wilkens, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank op 9 oktober
  7. De griffier is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.