ECLI:NL:RBROT:2020:13033
RECHTBANK ROTTERDAM zaaknummer: 8295382 CV EXPL 20-3701 uitspraak: 18 december 2020 vonnis van de kantonrechter, zitting houdende te Rotterdam, in de zaak van: de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Aldoc-Topmotive B.V., gevestigd te Etten-Leur, eiseres, gemachtigde: [naam 1] , tegen de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Gamesa Rotterdam B.V., gevestigd te Hoofddorp, gedaagde, gemachtigde: A.I.G. Juristen LLP.
Partijen worden hierna aangeduid als ‘Aldoc’ en ‘Gamesa’.
Gamesa is in de gelegenheid gesteld om te reageren op de conclusie van antwoord in verzet van Aldoc, maar dat heeft zij niet gedaan. Hierna is bepaald dat vonnis zal worden gewezen. De uitspraak van het vonnis is bepaald op vandaag.
2.1 Bij verstekvonnis van 26 november 2019 (zaaknummer 8153941 CV EXPL 19-48158) is Gamesa veroordeeld tot betaling van € 3.747,49, vermeerderd met de wettelijke rente in de zin van artikel 6:119a BW over dit bedrag vanaf de dag van dagvaarding tot de dag van algehele voldoening, met veroordeling van Gamesa in de proceskosten.
3.2 Aldoc heeft bij dagvaarding het volgende aan haar vordering ten grondslag gelegd. Partijen hebben een overeenkomst met elkaar gesloten. Uit hoofde van deze overeenkomst moet Gamesa nog enkele facturen betalen.
4.2 Gamesa legt het volgende aan haar verweer ten grondslag. Het exploot van dagvaarding is betekend aan een oud adres waarop de B.V. niet meer gevestigd is, waardoor dit exploot nietig is. De facturen zijn ook naar het oude adres van Gamesa gestuurd, waardoor zij deze niet heeft ontvangen. Bovendien werkt de door Aldoc geleverde software niet naar behoren en heeft Aldoc de problemen, ondanks meerdere klachten van Gamesa, niet naar behoren opgelost. Gamesa vindt daarom dat zij de facturen niet hoeft te betalen.
5.2 Voorts betwist Gamesa de ontvangst van de facturen van Aldoc omdat deze naar haar oude adres gestuurd zouden zijn. Zij voert aan dat zij sinds 1 januari 2019 niet meer op dit adres gevestigd is. Ter onderbouwing van haar stelling verwijst Gamesa naar een uittreksel uit het handelsregister van de Kamer van Koophandel van 18 mei 2019 waarin het bezoekadres [adres 2] als bezoekadres van de hoofdvestiging wordt vermeld. Hierop wordt echter ook het adres [adres 1] nog als bezoekadres vermeld. Dat het in het handelsregister vermelde adres niet meer door Gamesa wordt gebruikt en zij om die reden de facturen niet heeft ontvangen, komt voor haar rekening en risico. Voor toewijzing van de vordering van Aldoc is bovendien niet vereist dat Gamesa de facturen heeft ontvangen.
5.3 Tot slot doet Gamesa een beroep op opschorting. Gamesa mag haar verplichtingen uit de overeenkomst op grond van artikel 6:262 BW opschorten wanneer Aldoc haar verplichtingen uit de overeenkomst niet is nagekomen. Voor een geslaagd beroep op opschorting moet zij dus stellen en bewijzen dat Aldoc een van haar verplichtingen uit hoofde van de overeenkomst niet is nagekomen.
5.4 Gamesa stelt dat er problemen zijn met betrekking tot de software die eerst door Aldoc opgelost moeten worden alvorens zij tot betaling van de facturen over wil gaan. Aldoc heeft betwist dat er sprake is van problemen met de software. Zij stelt dat zij geen klachten van Gamesa heeft ontvangen en dat de software nog door Gamesa wordt gebruikt. Gamesa heeft niet meer gereageerd op deze betwisting van Aldoc, hoewel zij daartoe wel in de gelegenheid is gesteld. Hierdoor is niet vast komen te staan dat er problemen met de software zijn. Gamesa heeft geen andere feiten of omstandigheden aangevoerd die tot gevolg hebben dat zij haar betalingsverplichting mag opschorten. Het beroep op opschorting kan daarom niet slagen.
5.5 Uit het voorgaande volgt dat de vordering in verzet niet kan worden toegewezen. De kantonrechter zal het verstekvonnis van 26 november 2019 dus bekrachtigen.
5.6 Gamesa zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten van de verzetprocedure worden veroordeeld.
Dit vonnis is gewezen door mr. S.H. Poiesz en uitgesproken ter openbare terechtzitting.
43416