vonnis RECHTBANK ROTTERDAM Team handel en haven zaaknummer / rolnummer: C/10/589590 / KG ZA 20-29 Vonnis in kort geding van 29 mei 2020 in de zaak van [eiser] , wonende te [woonplaats eiser] , eiser, advocaat mr. L.H. Poortman-de Boer te Groningen, tegen de naamloze vennootschap naar buitenlands recht ALLIANZ BENELUX N.V., handelend onder de naam Allianz Nederland Schadeverzekering, gevestigd te Brussel en mede kantoorhoudende te Rotterdam, gedaagde, advocaat mr. A.N.L. de Hoogh te Utrecht. Partijen worden hierna [eiser] en Allianz genoemd. 1.De procedure 1.1. Vanwege de coronacrisis is de behandeling van deze zaak tijdelijk aangehouden. Vervolgens heeft de voorzieningenrechter termijnen voor het indienen van stukken en een telefoonconferentie bepaald. 1.2. Het verloop van de procedure blijkt uit: de dagvaarding van 3 februari 2020, met producties; de conclusie van antwoord van 8 mei 2020, met producties; de pleitnota van [eiser] , tevens inhoudende een wijziging van eis; de pleitnota van Allianz, de telefonische conferentie van 15 mei 2020 om 13.00 uur. 1.3. Vonnis is bepaald op heden. 2.De feiten 2.1. [eiser] is betrokken geweest bij drie ongevallen die hebben plaatsgevonden op 13 oktober 2014, 28 november 2016 en op 7 september 2017. 2.2. Bij het eerste ongeval op 13 oktober 2014 is [eiser] stilstaand in zijn auto, van achteren aangereden door een door Allianz verzekerd voertuig, met een snelheid van circa 60 kilometer per uur. Allianz heeft aansprakelijkheid erkend en de schade aan het voertuig van [eiser] van € 4.060,00 vergoed. 2.3. Ten tijde van het eerste ongeval was [eiser] 32 jaar oud en in dienst bij de Koninklijke Landmacht als Instructeur Landmacht, in de rang van Sergeant. Zijn functie vereiste (extreme) fysieke inspaning. 2.4. Na het ongeval op 13 oktober 2014 ontwikkelde [eiser] pijnklachten in de nek, hals en rug, en ook hoofdpijnklachten, misselijkheid, concentratieproblemen, stemmingswisselingen en vermoeidheidsklachten. De eerste anderhalve maand na het ongeval was [eiser] volledig arbeidsongeschikt. Op 24 november 2014 heeft [eiser] zijn werkzaamheden weer hervat. 2.5. Op 28 april 2015 heeft er een huisbezoek plaatsgevonden in aanwezigheid van Allianz. Dit huisbezoek heeft geleid tot een (concept-)expertiserapport van de dor Allianz ingeschakelde expert van 18 mei 2015. Hierin staat zover van belang het volgende: “(…) Chronologische beschrijving van gevolgde medische behandelingen. (…) 3 Dagen na het ongeval heeft een chauffeur van defensie betrokkene opgehaald. Hij heeft daarop het gezondheidscentrum op de kazerne bezocht. De arts heeft gevoeld en constateerde een verhoogde spanning op de spieren. Betrokkene kreeg naproxen en diclofenac voorgeschreven en hij werd doorverwezen naar het Wilhelmina Ziekenhuis voor beeldvormend onderzoek. Afwijkingen werden niet geconstateerd. Betrokkene kwam onder behandeling van de fysiotherapeut ( [naam fysiotherapeut] ) op de kazerne. Dit had echter geen resultaat. De pijn bleef onverminderd aanwezig. Vanaf februari 2015 is hij onder behandeling van de manueel therapeut. Deze constateerde dat alles vast zat. Door middel van kraken werd getracht de spieren soepel te maken. Dit met een goed resultaat. De spieren zijn soepeler. De middelste nekwervel blijft echter pijnlijk. De therapeut heeft aangegeven dat de kleine spieren nog aan het herstellen zijn. Dit heeft tijd nodig. Op 9 maart 2015 heeft er nogmaals beeldvormend onderzoek plaatsgevonden door de orthopeed in het CMH. Ook bij dit onderzoek werden geen afwijkingen gevonden. Geplande behandelingen. Betrokkene wordt nog iedere week behandeld door manueel therapeut (…). Het gaat al veel beter als kort na het ongeval, maar er is nog wel sprake van klachten. Er wordt nu gewerkt aan het toenemen van de belastbaarheid. Dit door middel van oefeningen bij de therapeut en thuis. (…) De prognose is dat de klachten na circa 8 weken vrijwel geheel zullen zijn verdwenen. (…) Voorschotbetaling Ik adviseer u een voorschot onder algemene titel van € 1.000,00 betaalbaar te stellen. Op het smartengeld adviseer ik een voorschot van € 500,00. (…)” 2.6. Op 29 mei 2015 ontving [eiser] van Allianz een voorschot van € 1.000,00 onder algemene titel en € 500,00 ter zake van smartengeld. 2.7. Bij e-mailbericht van 26 november 2015 heeft mr. Poortman-de Boer, namens [eiser] , aan Allianz bericht dat de klachten van [eiser] nog altijd vergelijkbaar waren met de klachten ten tijde van het huisbezoek in april 2015. Allianz heeft hierop nadere medische informatie opgevraagd bij [eiser] . Deze gegevens zijn in december 2015 door de medisch adviseur van Allianz ontvangen, wat heeft geresulteerd in het medisch advies van 16 januari 2016. In dit advies staat voor zover van belang het volgende: “(…) De tot op heden ontvangen medische informatie beschrijft reactieve spierpijnklachten van het ons regarderend ongeval zonder objectiveerbaar traumatisch letsel. (…) Gezien de impact van het ongeval zijn tijdelijke klachten en beperkingen aannemelijk. Deze kunnen vervelend zijn en beperkingen geven ten aanzien van lang zitten, staan en lopen, zoals betrokkene had ervaren, en ten aanzien van zwaar fysieke werkzaamheden. In het algemeen plegen dergelijke klachten te verdwijnen binnen enkele weken, hooguit enkele maanden. Op basis van de tot op heden ontvangen informatie verwacht ik geen blijvende functionele invaliditeit dan wel beperkingen gezien het ontbreken van objectiveerbaar traumatisch letsel (…). Een toekomstrisico dan wel verslechtering is niet aan de orde. (…)” 2.8. Bij brief van 4 februari 2016 heeft Allianz naar aanleiding van het medisch advies aan mr. Poortman-de Boer een voorstel voor afwikkeling van de zaak gedaan. Dat heeft niet tot een regeling geleid. 2.9. Op 28 november 2016 is [eiser] opnieuw slachtoffer geworden van een ongeval. Hij was bijrijder in een auto die is aangereden door een door Univé verzekerd voertuig. Aansluitend aan het ongeval ervoer [eiser] klachten en heeft hij zich ziek gemeld. 2.10. Allianz is op 5 december 2016 ingelicht over het tweede ongeluk van [eiser] . 2.11. De aansprakelijkheid voor het tweede ongeval is door Univé erkend. Met Univé is overeengekomen dat Allianz als regelend verzekeraar optreedt. 2.12. Op 6 februari 2017 heeft er in aanwezigheid van Allianz opnieuw een huisbezoek plaatsgevonden bij [eiser] . Dit heeft geresulteerd in een expertiserapport van 20 februari 2017. In dit rapport is voor zover van belang het volgende opgenomen: “(…) Medische informatie Betrokkene was nog herstellende van het ons regarderende ongeval van 13 oktober 2014. Hij had als gevolg van de behandeling van sportarts grote vooruitgang geboekt. Door het ongeval van 28 november 2016 zijn de klachten weer helemaal terug en zelfs heviger dan na het eerste ongeval. Van belang is het medisch dossier te completeren en trachten een duidelijke scheidslijn te creëren tussen voor en na 28 november 2016. (…) Arbeidsdeskundige informatie (…) Besproken is een arbeidsdeskundige in te schakelen om de belasting en belastbaarheid duidelijk in kaart te brengen. Bovendien kan de arbeidsdeskundige het resultaat van het MDT kort volgen en toetsen in de praktijk. Een concept vraagstelling voor Mens en Werk voeg ik bij dit rapport. (…) Voorschotbetaling (…) Gelet op de bovengenoemde schadeposten adviseer ik een aanvullend voorschot van € 2.500,00 betaalbaar te stellen. (…)” 2.13. De intake van de arbeidsdeskundige heeft plaatsvonden op 28 augustus 2017. [eiser] ervoer op dat moment, ondanks langdurige revalidatietrajecten, nog veel klachten. Op 6 september 2017 rapporteerde de bedrijfsarts dat hij de re-integratie van [eiser] zou uitbreiden van een dagdeel naar twee dagdelen per week in licht fysieke/administratieve werkzaamheden. 2.14. Op 7 september 2017 is [eiser] opnieuw een ongeval overkomen. Dit was een eenzijdig ongeval waarbij [eiser] op zijn motor door een flauwe bocht reed, onderuit gleed en tegen een paal van een verkeersbord aankwam. [eiser] liep bij dit ongeluk twee ribfracturen, meerdere gekneusde ribben en een klaplong op. Hij werd opgenomen in het ziekenhuis en mocht na vier dagen weer naar huis. Allianz is op 11 september 2017 geïnformeerd over het derde ongeval. 2.15. Op 3 oktober 2017 bracht de medisch adviseur van [eiser] ook een advies uit. De medisch adviseur was op dat moment nog niet bekend met het derde ongeval. In haar rapport schrijft zij onder meer dat [eiser] als gevolg van het eerste ongeluk klachten heeft ontwikkeld die passend zijn bij een Whiplash Associated Disorder en dat ten gevolge van het tweede ongeluk er opnieuw een whiplashletsel is ontstaan bovenop nog bestaande klachten van het eerste ongeval. De medisch adviseur schrijft dat zij verwacht dat de kans groot is dat [eiser] blijvende medische beperkingen zal houden, zowel voor het werk als in de privé situatie. 2.16. [eiser] heeft het medisch advies van 3 oktober 2017 op 31 oktober 2017 aan Allianz verstuurd met bewijsstukken voor een nadere onderbouwing van de schadestaat. Daarbij is aangegeven dat de ontwikkelingen op medisch en arbeidsdeskundig gebied moesten worden afgewacht tot begin 2018. 2.17. Bij brief van 12 februari 2018 bericht Allianz voor zover van belang het volgende aan mr. Poortman-de Boer: “(…) Vanaf september 2017 wacht ik op een medische onderbouwing van de klachten en beperkingen. Ik wil laten beoordelen of het causaal verband is verbroken door het motorongeval van september 2017. Voor zover ik het kan overzien, het enige ongeval met objectiveerbaar traumatisch letsel als gevolg. Het uitblijven van deze onderbouwing komt de behandeling van deze zaak niet ten goede. Met andere woorden, u vindt mij niet bereid een aanvullend voorschot met een positief advies aan de opdrachtgever voor te leggen. (…) Ik verwacht uw maximale inspanningen om Medas op korte termijn in het bezit te stellen van de medische beloopinformatie, met een bevestiging aan mij. Verdere vertraging hierin kan niet ten laste van mijn opdrachtgever worden gebracht. (…)” 2.18. De medisch adviseur van [eiser] heeft op 19 maart 2018 een medisch advies uitgebracht waarin met betrekking tot het derde ongeval is opgenomen dat [eiser] na vier dagen in het ziekenhuis in goede conditie naar huis is gegaan en dat uit de informatie van de bedrijfsarts kan worden opgemaakt dat de klachten van [eiser] van het laatste ongeval zijn verdwenen. In het advies is ook opgenomen dat [eiser] bezig is met re-integratie, dat hij vier dagdelen per week werkt en dat dit de komende periode verder wordt opgebouwd. Het medisch advies is op 9 april 2018 aan Allianz gestuurd. 2.19. Allianz heeft op 3 mei 2018 een bedrag van € 7.500,00 aan buitengerechtelijke kosten bevoorschot. Aanvullend heeft Allianz een bedrag van € 2.500,00 bevoorschot en uitbetaald aan [eiser] . 2.20. Bij brief van 29 juni 2018 heeft Allianz het medisch advies van haar medisch adviseur van 22 mei 2018 aan [eiser] toegestuurd en zich op het standpunt gesteld dat Allianz ten aanzien van het tweede ongeval aan haar verplichtingen heeft voldaan. Allianz heeft [eiser] verzocht in contact te treden met Univé over de verdere afwikkeling van de schade. 2.21. Op 20 september 2018 heeft [eiser] aan Allianz en aan Univé verzocht om mee te werken aan het traject van medische expertise. In december 2018 heeft Allianz gevraagd om een huisbezoek, in aanwezigheid van Univé. Dit huisbezoek heeft niet plaatsgevonden. 2.22. Bij beslissing van 6 december 2018 is aan [eiser] per 1 december 2018 een WIA-uitkering toegekend op basis van 36,02% arbeidsongeschiktheid. 2.23. Bij e-mailbericht van 21 maart 2019 van Allianz aan [eiser] bericht dat blijkens de ingewonnen medische adviezen er als gevolg van het eerste en het tweede ongeval geen structureel letsel is aangetoond en dat er geen beperkingen kunnen worden aangenomen. Allianz heeft daarbij aangegeven dat zij reeds € 11.500,00 aan [eiser] heeft uitgekeerd als zijnde en voorschot, exclusief de voertuigschade, en dat er voor € 10.962,13 aan buitengerechtelijke kosten zijn vergoed. Allianz heeft daarbij meegedeeld dat op korte termijn een huisbezoek moet worden ingepland waarbij ook een schaderegelaar van Univé aanwezig moet zijn. Ook toen heeft geen huisbezoek plaatsgevonden. 2.24. Op 28 maart 2019 heeft mr. Poortman-de Boer aan Allianz bericht dat zij zich genoodzaakt ziet haar werkzaamheden voor [eiser] op te schorten als de buitengerechtelijke kosten niet worden voldaan door Allianz. Daarbij werd een kortgedingprocedure aangekondigd. 2.25. Bij e-mailbericht van 6 april 2019 heeft Allianz, voor zover van belang, het volgende aan mr. Poortman-de Boer bericht: “(…) De planning was dat u; een schaderegelaar van Univé (…) en ik gezamenlijk een bezoek zouden brengen aan uw cliënt en aansluitend bij u op kantoor dan wel bij Univé in Assen de verdere gang van zaken hierin met elkaar zouden gaan bespreken. U weigert een gezamenlijk bezoek en kondigt een kort geding aan terzake uw BGK, wat overigens een gewone schadepost is en waarop u dus aanvullende betaling wenst. (…) Dezerzijds bestaat er nog immer de intentie om deze kwestie in minnelijk overleg tot een afwikkeling te brengen maar u begrijpt naar ik aanneem, met het oog op openstaande, dat de mogelijk hooggespannen verwachtingen die daaromtrent wellicht worden gekoesterd niet volledig bewaarheid zullen gaan worden. Een gezamenlijk bezoek met de schaderegelaar van Univé aan uw cliënt is door u op dit moment afgewezen. Wat mij betreft is het ook niet echt meer noodzakelijk. Ik stel nogmaals voor dat de schaderegelaar van Univé en ik met u op korte termijn een afspraak maken bij u op kantoor teneinde deze kwestie tot een definitieve regeling te brengen. (…)” 3.Het geschil 3.1. [eiser] vordert na wijziging van eis, om Allianz bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, te veroordelen: om binnen 14 dagen na dit vonnis aan [eiser] een bedrag van € 10.000,00, zijnde een voorschot onder algemene titel, te voldoen; om binnen 14 dagen na dit vonnis aan [eiser] tegen bewijs van kwijting de buitengerechtelijke kosten van € 12.512,28, vermeerderd met de wettelijke rente, te voldoen; om binnen 14 dagen na dit vonnis aan [eiser] een bedrag van € 10.000,00, zijnde een voorschot voor de in deze te verrichten expertise(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.