vonnis RECHTBANK ROTTERDAM Team handel en haven zaaknummer / rolnummer: C/10/595721 / KG ZA 20-359 Vonnis in kort geding van 9 juni 2020 in de zaak van [eiser] , wonende te [woonplaats eiser] , eiser, advocaat mr. E.M. Richel te Schiedam, tegen de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid ESTATE PROJECTONTWIKKELING NIEUW TONGE B.V., gevestigd te Nieuwe Tonge, gedaagde, advocaat mr. G. van der Spek te Rotterdam. Partijen worden hierna [eiser] en Estate genoemd. 1.De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: de dagvaarding van 15 mei 2020, met producties; de conclusie van antwoord van 20 mei 2020, met producties; de pleitnota van [eiser] ; de pleitnota van Estate; de Skype-zitting van 26 mei 2020. 1.2. Vonnis is bepaald op heden. 2.De feiten 2.1. De gemeente Westvoorne hanteert een gebiedsgerichte toepassing van de zogenaamde Ruimte-voor-Ruimte regeling. Deze regeling is gebaseerd op de provinciale Ruimte-voor-Ruimte regeling zoals opgenomen in de Structuurvisie Ruimte en Mobiliteit en de Verordening Ruimte 2014. In het kader van de Ruimte-voor-Ruimte regeling mogen onder bepaalde voorwaarden één of meer burgerwoningen worden gebouwd binnen de gemeentegrenzen ter compensatie van de sloop van (agrarische) bedrijfsgebouwen. 2.2. [eiser] is grondeigenaar en op en nabij zijn perceel, aan/nabij de [adres] te Rockanje, kadastraal bekend gemeente Westvoorne, Sectie [sectie] nummer [nummer] (hierna: het perceel) is een bedrijf met agrarische bedrijfsbebouwing aanwezig. Het perceel is gelegen in een voor toepassing van de Ruimte-voor-ruimte regeling aangewezen gebied. 2.3. De gemeente Westvoorne heeft aanleiding gezien om [eiser] in aanmerking te doen komen voor een bouwrecht voor de realisatie van een vrijstaande burgerwoning onder de voorwaarde dat de bedrijfsgebouwen worden gesloopt en medewerking wordt verleend aan wijziging van de bestemming van de saneringslocatie (hierna: het bouwrecht). 2.4. Estate is een projectontwikkelaar die onder meer actief is in het ontwikkelen van woningbouwprojecten in de gemeente Westvoorne. 2.5. [eiser] heeft de heer [persoon A] , werkzaam bij makelaarskantoor Van der Hoek Makelaars B.V. (hierna: [persoon A] ) in oktober 2019 benaderd met de vraag of hij een koper wist voor het bouwrecht. 2.6. Bij e-mailbericht van 4 november 2019 heeft [persoon A] het volgende aan mr. Richel bericht: “Beste heer Richel, Naar aanleiding van ons gesprek van afgelopen week mail ik u de 2 biedingen die wij hebben ontvangen voor het bouwrecht in Rockanje. Mijn doel was u deze mail afgelopen vrijdagavond te sturen maar ik beschikte niet over uw mailadres. Bieding 1: Koopsom bouwrecht: € 150.000,- vrij op naam. - Start bestemmingsplanprocedure, 10% bankgarantie/waarborgsom; - Onherroepelijk bestemmingsplan (waarbij het benutten van het bouwrecht onherroepelijk is voor de realisatie van 1 vrijstaande woning), betaling volledige koopsom. Bieding 2: Koopsom bouwrecht: € 180.000,-- vrij op naam - Waarborgsom 10% 7 dagen na ondertekening koopovereenkomst - Overdracht na wijziging bestemmingsplan (onherroepelijk) voor perceel grond aan de [naam locatie] te Rockanje. Beide partijen staan bij ons bekend als betrouwbare en solvabele partijen die tevens over voldoende lokale marktkennis beschikken. De biedingen zijn echter lager dan de laatste transactie die wij hebben begeleid gezien de tijdsdruk die ermee gemoeid is. Mochten wij de tijd krijgen de vrije markt op te gaan met een verkooptermijn van circa 6 tot 9 maanden is een bedrag van boven de 200k wellicht te realiseren. (…)” 2.7. Op 4 november 2019 heeft er tussen [persoon A] en [eiser] een telefoongesprek plaatsgevonden waarbij [persoon A] heeft meegedeeld dat er een beter bod was uitgebracht. Bij e-mailbericht van diezelfde dag heeft [persoon A] aan mr. Richel het volgende bericht: “Iet anders. Koopsom 215k waarvan 15k binnen 7 dagen na ondertekening als waarborgsom rechtstreeks aan verkoper betaald kan worden en 200k binnen 7 dagen na wijziging bestemmingsplan (onherroepelijk). (…)” 2.8. Mr. Richel heeft bij e-mailbericht van 4 november 2019 aan [persoon A] het volgende bericht: “(…) Ik begreep dat u deze namiddag [eiser] nog telefonisch hebt gesproken en dat er nu ook een bieding is van € 200.000,-- met een aanbetaling van 10 % bij ondertekening koop? (…)” 2.9. Mr. Richel heeft bij e-mailbericht van 5 november 2019 aan [persoon A] voor zover van belang het volgende bericht: “(…) Mijn onderstaande email bevat een fout. Piet vertelde mij zojuist dat het gaat om een bieding van € 200.000,-- en dat € 15.000,-- daarbovenop vooruit kan worden betaald. (…)” 2.10. Op 5 december 2019 heeft mr. Richel de concept koopovereenkomst gemaild aan [persoon A] op diens verzoek. In de koopovereenkomst is voor zover van belang het volgende opgenomen: “(…) Artikel 2 Koopsom De totale koopsom van het Verkochte bedraagt: € 215.000,-- kosten Koper, exclusief 21% btw (…), hierna te noemen “de Koopsom”. Partijen komen overeen dat de Koopsom als volgt zal worden uitbetaald: Binnen twee weken na ondertekening van deze overeenkomst € 15.000,--, vermeerderd met 21% BTW, op bankrekening …….. ten name van verkoper. Binnen één maand nadat de noodzakelijke bestemmingswijziging voor het bouwrecht op de Woningbouwlocatie onherroepelijk zal zijn vastgesteld het bedrag van € 200.000, vermeerderd met 21% BTW op bankrekening …….. ten name van verkoper. Als zekerheid voor betaling van de koopsom zal Koper een bankgarantie stellen voor waarborg van de onbetaalde kooppenningen ad € 200.000, vermeerderd met de BTW. Artikel 3 Opschortende voorwaarden, tekengeld De overeenkomst komt tot stand bij ondertekening door Koper en Verkoper, onder de opschortende voorwaarde van het stellen van de bankgarantie uiterlijk 1 maand na de ondertekening van deze akte en betaling door koper aan verkoper van een bedrag van € 15.000,--, vermeerderd met 21% BTW uiterlijk binnen twee weken na ondertekening van deze overeenkomst. Het bedrag van € 15.000,-- vermeerderd met de BTW wordt gezien als tekengeld en is in geval van ontbinding of vernietiging of in geval de opschortende voorwaarden niet worden vervuld te allen tijde door koper aan verkoper verschuldigd, behoudens in geval de vernietiging, ontbinding of niet in vervulling gaan is te wijten aan opzet of grove nalatigheid aan de zijde van Verkoper. (…)” 2.11. [persoon A] heeft de koopovereenkomst doorgestuurd aan Estate bij e-mailbericht van 5 december 2019. In dit e-mailbericht schrijft [persoon A] : “fyi Kadastraal moet nog worden aangepast en kosten koper aanpassen naar von.” 2.12. Bij e-mailbericht van 12 december 2019 bericht [persoon A] aan mr. Richel het volgende: “Beste heer Richel, Bijgaand de reactie van de koper van het bouwrecht. Het voorstel wat wij eerder zowel mondeling als per mail hebben gedaan is op basis van levering vrij op naam. (…)” 2.13. Als bijlage bij het e-mailbericht van 12 december 2019 is de concept koopovereenkomst gevoegd, waarbij door of namens Estate de volgende wijzigingen zijn aangebracht, dan wel opmerkingen zijn gemaakt (dikgedrukt en niet cursief weergegeven): “(…) Artikel 2 Koopsom De totale koopsom van het Verkochte bedraagt: € 215.000,-- V.O.N. kosten Koper, exclusief 21% btw (…) , hierna te noemen “de Koopsom”. Partijen komen overeen dat de Koopsom als volgt zal worden uitbetaald: Binnen twee weken na ondertekening van deze overeenkomst € 15.000,--, vermeerderd met 21% BTW , op bankrekening …….. ten name van verkoper. Binnen één maand nadat de noodzakelijke bestemmingswijziging voor het bouwrecht op de Woningbouwlocatie onherroepelijk zal zijn vastgesteld het bedrag van € 200.000, vermeerderd met 21% BTW op bankrekening …….. ten name van verkoper. Als zekerheid voor betaling van de koopsom zal Koper een bankgarantie stellen voor waarborg van de onbetaalde kooppenningen ad € 200.000, vermeerderd met de BTW. Artikel 3 Opschortende voorwaarden, tekengeld De overeenkomst komt tot stand bij ondertekening door Koper en Verkoper, onder de opschortende voorwaarde van het stellen van de bankgarantie uiterlijk 1 maand na de ondertekening van deze akte en betaling door koper aan verkoper van een bedrag van € 15.000,--, vermeerderd met 21% BTW uiterlijk binnen twee weken na ondertekening van deze overeenkomst. [Het bedrag van € 15.000,-- vermeerderd met de BTW wordt gezien als tekengeld en is in geval van ontbinding of vernietiging of in geval de opschortende voorwaarden niet worden vervuld te allen tijde door koper aan verkoper verschuldigd, behoudens in geval de vernietiging, ontbinding of niet in vervulling gaan is te wijten aan opzet of grove] ? nalatigheid aan de zijde van Verkoper. Bespreekbaar, maar dan na schriftelijke (bevestiging) gemeente maar dit lukt niet binnen 14 dagen. (…)” 2.14. Bij e-mailbericht van 17 december 2019 bericht mr. Richel aan [persoon A] het volgende: “(…) Vrij op naam lijkt geen punt, omdat hoogstwaarschijnlijk geen belasting rechtsverkeer verschuldigd is. Heeft uw cliënt een aanwijzing dat dit anders ligt? Van cliënt begreep ik dat het bouwrecht door cliënt als OB plichtige ondernemer wordt verkregen en hij er dus bij verkoop BTW op moet leggen, die uw cliënte vervolgens weer in aftrek kan nemen. ik zal het ook nog eens navragen bij een specialist OB. (…)” 2.15. Op 18 december 2019 heeft Estate aan [persoon A] bericht dat de overeengekomen prijs vrij op naam is en dat niet kan worden ingeschat of er BTW op de transactie zit omdat niet duidelijk is of er geleverd wordt vanuit een particulier of een bedrijf. Estate heeft aan [persoon A] te kennen gegeven geen BTW te kunnen verrekenen. 2.16. Bij brief van 10 februari 2020 van de heer [persoon B] , namens Estate aan [eiser] bericht hij voor zover van belang het volgende: “(…) Door tussenkomst van uw verkopend makelaar Van der Hoek Makelaars, die uw belangen behartigt, alsmede na optreden van uw advocaat, mr. Richel, als uw gevolmachtigde, bereikten wij begin november 2019 overeenstemming over de (voorwaardelijke) koop en verkoop van het door de gemeente Westvoorne aan u onder voorwaarden toegezegde bouwrecht gerelateerd aan het u in eigendom toebehorende perceel aan/nabij de [adres] te Rockanje, kadastraal bekend gemeente Westvoorne, sectie [sectie] nummer [nummer] . De overeenstemming die wij over de koop en verkoop van het bouwrecht bereikten is het gevolg van contacten tussen u, de makelaar, uw advocaat en mijzelf, waarbij de afspraken in verschillende e-mails en de conceptkoopovereenkomst zijn vastgelegd. U hebt na overbrenging door de makelaar van mijn bieding mijn aanbod aanvaard, namelijk de (ver)koop van het bouwrecht tegen betaling van een bedrag van EUR 215.000,-- vrij op naam. Wij kwamen verder overeen dat de koop plaatsvond onder de ontbindende voorwaarde dat het bouwrecht definitief wordt verkregen en door mij kan worden benut op de door mij beoogde woningbouwlocatie aan de [naam locatie] in Rockanje, voor welke locatie de bestemming gewijzigd moet worden, hetgeen voor de koop eveneens als ontbindende voorwaarde geldt. De overdracht van het bouwrecht zou plaatsvinden nadat het bouwrecht definitief is verkregen en de bestemming van de [naam locatie] onherroepelijk zou zijn gewijzigd in ‘wonen’. Zeven dagen na ondertekening van de koopovereenkomst zou ik u EUR 15.000,-- aanbetalen als waarborgsom op de koopsom, terwijl het restant wordt betaald bij overdracht. Na het bereiken van overeenstemming heeft uw advocaat op 5 december jl. aan uw makelaar een concept koopovereenkomst gezonden die door uw makelaar aan mij is doorgeleid. Ik constateerde in die koopovereenkomst enkele afwijkingen ten opzichte van hetgeen is afgesproken. Daarvan is de belangrijkste, die thans aanleiding geeft tot het schrijven van deze brief, dat in de koopovereenkomst ten onrechte niet was opgenomen dat het bouwrecht vrij op naam wordt gekocht. Via uw makelaar is aan u en uw advocaat kenbaar gemaakt dat dit niet juist is opgenomen, waarna u hebt aangegeven dat u 21% BTW over de koopsom wenst te ontvangen, zoals in de concept koopovereenkomst was opgenomen. Ik heb hiermee niet ingestemd, omdat dit niet overeenstemt met wat wij begin november hebben afgesproken. Ik heb dit in een telefoongesprek aan uw advocaat reeds kenbaar gemaakt. Afgezien van het feit dat onzekerheid over het verkrijgen van het bouwrecht inmiddels schade tot gevolg heeft, waarvoor ik u aansprakelijk houdt, betreur ik de huidige situatie enorm. Ik heb, na een eerste bod van EUR 180.000,-- v.o.n., mijn bod aanzienlijk verhoogd en u aangeboden het bouwrecht voor een koopsom van EUR 215.000,-- ‘vrij op naam’ van u te kopen. U bent akkoord gegaan met dit aanbod. De makelaar heeft mij dit recent nog bevestigd. Het moet u bij het aanvaarden van mijn aanbod duidelijk zijn geweest, temeer daar u zowel door een makelaar als advocaat werd bijgestaan, dat vrij op naam verkopen betekent dat alle bijkomende kosten verbonden aan de overdracht voor rekening van de verkoper (
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.