Rechtbank Rotterdam Bestuursrecht zaaknummer: ROT 19/2510 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 20 juni 2020 in de zaak tussen [naam eiseres], te [woonplaats eiseres], eiseres, gemachtigde: [naam 1], en de Raad van bestuur van de Sociale Verzekeringsbank, verweerder, gemachtigde: mr. P. Stahl- — de Bruin. Procesverloop Bij besluit van 29 maart 2019 (het primaire besluit) heeft verweerder aan eiseres dubbele kinderbijslag op grond van de Algemene Kinderbijslagwet (AKW) toegekend voor haar zoon [naam 2] vanaf het tweede kwartaal van 2019 tot en met 19 maart
- Bij besluit van 25 april 2019 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eiseres niet-ontvankelijk verklaard. Eiseres heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Verweerder heeft een verweerschrift ingediend. Het onderzoek ter zitting heeft (telefonisch, in verband met de corona-problematiek) plaatsgevonden op 4juni
- Eiseres heeft zich laten vertegenwoordigen door haar gemachtigde. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. Overwegingen
- Eiseres heeft bezwaar gemaakt tegen de geldigheidsduur van het advies van Centrum indicatiestelling zorg (CIZ) dat ten grondslag ligt aan het bestreden besluit. Verweerder heeft het bezwaar van eiseres niet-ontvankelijk verklaard omdat hier sprake zou zijn van een feitelijke mededeling die niet op rechtsgevolg is gericht. Verweerder heeft in het verweerschrift aangegeven dat het bezwaar in het bestreden besluit daarentegen ontvankelijk, doch ongegrond had moeten worden verklaard. Dat standpunt deelt de rechtbank en om die reden is het beroep gegrond.
- Eiseres voert aan dat er onvoldoende grondslag is om de duur van het recht op dubbele kinderbijslag te beperken tot een jaar. Het CIZ-advies waarop verweerder zich baseert is te summier en niet inzichtelijk, aldus eiseres. Het besluit is dus volgens haar niet op voldoende zorgvuldig onderzoek gebaseerd en daarmee in strijd met artikel 3:2 van de Awb. Die opvatting deelt de rechtbank. 2.
- Verweerder is ter beoordeling van de zorgbehoefte van [naam 2] op grond van artikel 12, eerste lid, van het BUK, gehouden om advies in te winnen bij het CIZ. Het CIZ heeft positief advies uitgebracht, maar daarbij expliciet aangegeven dat dat advies maar een jaar geldig is. In het advies is alleen vermeld: ‘Het CIZ geeft een positief advies af voor de duur van een jaar omdat de zorgbehoefte van uw kind mogelijk nog kan verbeteren”. Op zich mag verweerder bij de beoordelen van de vraag of en hoe lang de zorgbehoefte van een kind tot dubbele kinderbijslag noodzaakt op dat CIZ-advies afgaan. Het advies moet dan wel voldoende inzichtelijk zijn. Als dat niet zo is moet verweerder nadere vragen stellen. In dit geval geldt dat ook, omdat uit het advies niet valt af te leiden hoe het CIZ tot die conclusie komt en overigens ook niet of de beoordelaar(s) in kwestie beschik(t)(ken) over die vakkennis die hen bekwaam maakt om een dergelijke conclusie te trekken.
- Onder verwijzing naar overweging 1.
- verklaart de rechtbank het beroep gegrond en bepaalt de rechtbank dat verweerder aan eiseres het door haar betaalde griffierecht vergoedt.
- De rechtbank veroordeelt verweerder in de door eiseres gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de rechtbank op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op €1.050,- (1 punt voor het indienen van het beroepschrift en 1 punt voor het verschijnen ter zitting met een waarde per punt van €525,- en wegingsfactor 1). Beslissing De rechtbank: - verklaart het beroep gegrond; - vernietigt het bestreden besluit; - bepaalt dat verweerder aan eiseres het betaalde griffierecht van € 47,- vergoedt; - veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiseres tot een bedrag van € 1.050,-. Deze uitspraak is gedaan door mr. A.P. Hameete, rechter, in aanwezigheid van mr. J. Nieuwstraten, griffier. De uitspraak is gedaan op 20 juni
- Als gevolg van maatregelen rondom het coronavirus is deze uitspraak niet uitgesproken op een openbare uitsprakenzitting. Zodra het openbaar uitspreken weer mogelijk is, wordt deze uitspraak alsnog in het openbaar uitgesproken. De griffier is buiten staat De rechter is verhinderd te tekenen griffier rechter Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op: Rechtsmiddel Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Centrale Raad van Beroep.