beschikking RECHTBANK ROTTERDAM Team Jeugd zaakgegevens: C/10/588390 / JE RK 19-3846 datum uitspraak: 31 januari 2020 beschikking verlenging ondertoezichtstelling in de zaak van de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond, hierna te noemen de GI, gevestigd te Rotterdam, betreffende [naam minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum minderjarige 1] 2013 te [geboorteplaats] , hierna te noemen [voornaam minderjarige 1] , [naam minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum minderjarige 2] 2013 te [geboorteplaats] , hierna te noemen [voornaam minderjarige 2] . De kinderrechter merkt als belanghebbende aan: [naam moeder] , hierna te noemen de moeder, wonende te [woonplaats moeder] . Het procesverloop Het procesverloop blijkt uit de verzoekschriften met bijlagen van de GI van 18 december 2019, ingekomen bij de griffie op 20 december
- Op 31 januari 2020 heeft de kinderrechter de zaak ter zitting met gesloten deuren behandeld. Gehoord is: - een vertegenwoordigster van de GI, mw. [naam vertegenwoordigster] . - de moeder. De feiten Het ouderlijk gezag over [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] wordt uitgeoefend door de moeder. [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] wonen bij de moeder. Bij beschikking van 1 februari 2019 is de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] verlengd tot 11 februari
- Het verzoek De GI heeft verzocht de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] te verlengen voor de duur van zes maanden. De GI heeft het verzoek ter zitting gehandhaafd. De beoordeling Uit de overgelegde stukken en de behandeling ter zitting is gebleken dat er nog steeds zorgen bestaan over de sociaal-emotionele en cognitieve ontwikkeling van [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] . In de afgelopen periode heeft de moeder vooruitgang laten zien in haar pedagogische vaardigheden en in het nakomen van haar afspraken. Het lukt de moeder beter om structuur en stabiliteit te bieden in de opvoedsituatie. Ook is het schoolverzuim van [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] verminderd. Toch is het voor de moeder lastig om haar vooruitgang langdurig vast te houden en niet in oude gewoontes terug te vallen. De kinderen komen nog steeds regelmatig te laat op school of verzuimen. Ook heeft de school aangegeven dat de kinderen weinig vooruitgang laten zien en weinig lijken te profiteren van het aanbod. Het is daarom van belang dat de hulpverlening wordt voortgezet en dat er wordt beoordeeld of intensievere en specialistischere hulpverlening moet worden ingezet. Uit het voorgaande volgt dat is voldaan aan het wettelijke criterium genoemd in artikel 1:255 van het Burgerlijk Wetboek. De kinderrechter zal daarom de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] verlengen voor de duur van zes maanden. De beslissing De kinderrechter: verlengt de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] tot 11 augustus 2020; verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad. Deze beschikking is mondeling gegeven door mr. K.J. van den Herik, kinderrechter, in tegenwoordigheid van E.J. van Bergeijk als griffier en in het openbaar uitgesproken op 31 januari
- De schriftelijke uitwerking van deze beschikking is vastgesteld op 17 februari
- Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld: - door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak, - door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden. Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het gerechtshofDen Haag.